MAKEN in de klas als ‘Begrijpend doen’…

MAKEN en DOEN is leuk. Leerlingen krijgen er een sprankeling van in hun ogen. In een goede MAAK-les kunnen ze opgaan in hun werk. Dat betekent niet dat we alleen met onze handen werken en onze hersens in de kast laten. Juist in een goede MAAK-les doen leerlingen een hoop kennis en vaardigheden op. Tijdens het MAKEN en onderzoeken leren ze tevens verbanden leggen. Ik zie steeds meer paralellen met Begrijpend Lezen. Goed MAAK-onderwijs is ook rijk aan taal en leert leerlingen spelenderwijs redeneren, analyseren en verbanden zien als oorzaak/gevolg, tegenstellingen, analogieën, etc. Steeds meer zie ik MAKEN in de klas als BEGRIJPEND DOEN.

Hoe pak je dat aan?
Deze blogpost biedt geen sluitende methode of af verhaal. Ik wil het hier hebben over mijn eigen zoektocht die momenteel terug gaat naar de basis. Omdat ik dit schooljaar technieklessen geef aan alleen de onderbouw heb ik mezelf tot taak gesteld die basis nog eens goed onder de loep te nemen. Want kleuters zijn een geheimzinnig volkje en ik vind als rechtgeaarde bovenbouw-leerkracht deze doelgroep maar wat lastig. Vanaf groep 5 kunnen leerlingen al goed uit de weg met taal. Debatteren en filosoferen is mooi in te bouwen in de MAAK-lessen. Leren van ‘fouten’ en oplossen van problemen kunnen deze leerlingen al goed onder woorden brengen. En taal is altijd het vehikel waarmee zaken uitgewisseld en begrepen worden. Maar als er nog weinig taal is, hoe begin je dan?

Voorspellen
Als je wilt kunnen voorspellen moet je al bekend zijn met onderwerp. Je moet erover kunnen nadenken wat er gaat gebeuren als… . Dus moet je er eerst voor zorgen dat de kernbegrippen van je les helder zijn. Dat kan heel kort. Bij bijvoorbeeld een lesje over ‘drijven en zinken’ vraag je eerst aan de klas: Wat zie je als iets drijft? Wat gebeurt er als iets zinkt? Wat gebeurt er als iets zweeft in het water? Kun je een voorbeeld geven? Je krijgt zo een beeld van de beginsituatie van de klas en kunt direct iets toelichten als dat nodig is. De begrippen drijven, zweven en zinken worden aangeleerd. Maar dan komt het. Daarna mogen ze zelf aan de slag…

Als je nu de leerlingen zelf laat experimenteren met een bak water en een aantal spulletjes zijn ze gauw klaar. Alles wordt dan in de waterbak gekieperd en er volgt best een hoop plezier, maar je wil de leerling ook aanzetten tot nadenken en redeneren. Voorspellen en registreren is daarbij een mooi hulpmiddel. Kleuters kunnen meestal nog niet schrijven maar ze kunnen wel voorwerpen neerleggen of omcirkelen en op die manier registreren. Daarom maakte ik het volgende blad (A3 formaat), waarop de kleuters hun voorspelling konden neerleggen (registreren).

Op deze manier gingen de leerlingen eerst aan de slag met voorspellen. Het is leuk om dat in groepjes te laten doen zodat ze er samen over kunnen praten.

Zo wordt het denkproces spannender, want de leerling vraagt zich af: ‘Is het waar wat ik nu denk?’ Daarnaast wordt het denkproces zichtbaar voor andere leerlingen en de begeleidende leerkracht of hulpouder. De leerlingen kunnen met elkaar over hun voorspellingen discussiëren en een leerkracht kan nu gericht vragen waarom een leerling een bepaalde voorspelling doet. Pas als ze hebben voorspeld mogen de voorwerpen één voor één de bak in. Dan volgt het observeren. Wat gebeurt er? Was mijn voorspelling juist? Observeren is niet hetzelfde als kijken. Het is kijken met een vraag in je hoofd. En als je kijkt met vragen in je hoofd kijk je gerichter en zie je meer.

Creatief voorspellen
Een werkblad om voorwerpen op te leggen is niet de enige mogelijkheid om leerlingen hun voorspellingen te laten registreren. Je kunt hier als leerkracht creatief mee omgaan. Bij een les over magnetisme gebruikte ik bij de kleuters gewoon twee gekleurde vellen. Op het rode vel werden voorwerpen die volgens hen niet magnetisch waren gelegd en op het groene vel plaatsten ze de voorwerpen waarvan ze dachten dat die wel magnetisch waren. Voor wat oudere leerlingen in groep 3 maakte ik een formulier waarbij ze hun voorspelling konden afvinken onder rood of groen (niet of wel magnetisch). Deze leerlingen vonden het leuk om achteraf te turven hoeveel voorspellingen ze juist hadden en hoeveel niet. Ze hadden het turven net bij rekenen gehad. Achteraf beredeneren waarom een leerling een voorspelling niet juist had en wat er is bijgeleerd, kan met deze methode heel goed.

Wat ingewikkelder zaken als een stroomkringen en geleiding kunnen ook aanleiding zijn om voorspellingen te doen. Welke voorspelling zou je kunnen doen bij de situatie hier linksonder? En wat moeten de leerlingen aan voorkennis hebben?

Ze moeten eerst weten dat een batterij stroom geeft en dat het lampje gaat branden als de stroomkring gesloten is. Daar gaat dus het plaatje hier rechtsboven aan vooraf. En de vragen: Wanneer brandt het lampje niet meer? Waar kan ik de kring onderbreken? Welke materialen geleiden stroom? Wat kan ik als materiaal gebruiken om de stroomkring te sluiten? En dan zou je bij de scharen eerst kunnen laten voorspellen of het lampje anders gaat branden (feller of zwakker). Je kunt ook laten voorspellen hoeveel scharen er tussen geplaatst kunnen worden waarbij het lampje nog licht blijft geven. Een andere voorspelling kan gaan over welke materialen in de stroomkring geplaatst kunnen worden en het lichtje kunnen laten branden, kortom, welke materialen geleiden en welke niet.

Begrijpend doen…
Bij MAKEN en begrijpend doen zijn kennis en vaardigheden dus onontbeerlijk en met elkaar verbonden. Zonder voorkennis kun je niet aan de slag. Bovenstaande voorbeelden laten zien dat je met een kleine verandering in je lessen de leerlingen veel meer kan laten nadenken. We hebben het hier gehad over het stellen van goede operationele vragen, observeren, registreren, indelen/classificeren, interpreteren, analyseren, verklaringen bedenken en voorspellen. Dat is bijna heel het rijtje onderzoeksvaardigheden dat ik in een vorig blog over vaardigheden beschreef en dat ten grondslag ligt aan leren onderzoeken.

Net als woordenschat

Net als bij het verwerven van woordenschat, verdiepen en verbreden deze vaardigheden zich en ben je er je hele leven mee bezig. Als handvat voor leerkrachten maakten Rita Baptiste en ik dit boekje: ‘Onderzoeken met een vraag in je hoofd‘, met veel praktische voorbeelden die je makkelijk in je klas kan doen. Leerlingen die er aanleg voor hebben kunnen in de bovenbouw ook zelf dit boekje doorwerken om hun vaardigheden zelfstandig te verdiepen en uit te breiden.

Wordt vervolgd,
Juf Annemarie

Curriculum.nu op Association for Science Education (ASE)…

Een delegatie van het ontwikkelteam ‘Mens en Natuur‘ mocht op het jaarlijks congres van de Association for Science Education (ASE) een presentatie verzorgen over hoe wij in Nederland bezig zijn met het vormgeven van een fundament voor een nieuw curriculum. De ASE is een professionele gemeenschap van leraren en onderwijsondersteuners, gevestigd in Groot Brittannië. Ze heeft tot doel onderwijs in wetenschap, techniek en beta vakken te ondersteunen, inspireren en stimuleren. Ook buiten de UK kunnen instituten, scholen en leraren lid worden. Hierdoor is een groot internationaal netwerk ontstaan. Een mooi platform dus om iets te vertellen over onze werkwijze, waarbij leerkrachten een vooraanstaande rol hebben (teachers in the lead), en om ideeën hierover uit te wisselen.

Ontwikkelproces
In een notendop schetste Jeroen Sijbers (SLO) voor de internationale toehoorders hoe ons Nederlands schoolsysteem in elkaar steekt. Daarna vertelde hij hoe 9 teams van leraren en schoolleiders aan de slag zijn met het leveren van een basis voor vernieuwing van het landelijk curriculum.
leergebieden

De ontwikkelteams doen dit niet alleen. Ook ontwikkelscholen hebben hierbij een belangrijke rol. Zij denken actief mee en leveren feedback op de tussenproducten. Belangrijk in het hele proces is, dat iedereen die zich betrokken voelt bij onderwijs kan meedenken en feedback kan geven. Vakverenigingen, stakeholders, scholen, besturen, ouders en niet te vergeten de leerlingen zelf, kunnen in diverse bijeenkomsten en online hun mening laten horen.schermafbeelding 2019-01-13 om 15.13.46
Het schema van het hele werkproces is hier te downloaden: curriculum_flyer-digitaal-1.

Waarom een nieuw Curriculum?
Jeroen Sijbers en Erik Woldhuis (SLO) lieten een aantal principes zien die in ieder curriculum aan de orde komen. Al deze principes gaan eigenlijk over balans.
schermafbeelding 2019-01-13 om 15.16.10

  • De balans tussen vakkennis en vaardigheden. Zie ook een andere blogpost van mij over dit onderwerp.
  • De balans tussen afzonderlijke vakken en samenhang. Die samenhang kan gezocht worden binnen het eigen vakgebied maar tevens met andere vakken. Momenteel wordt veel overload ervaren door het aanbod van allerlei losse vakken en activiteiten die allemaal hun eigen plek eisen. Zoeken naar samenhang zou mogelijk de ervaren overladenheid kunnen verminderen.
  • De balans tussen de werkwijze op je eigen school en de samenwerking met andere scholen. De (soms problematische) overgang van po naar vo is hier een voorbeeld waarbij verschillende werkwijzen beter zouden kunnen aansluiten.
  • De balans tussen autonomie van leraren en scholen, en een opgelegd curriculum.
  • De balans tussen je eigen ontwikkeling als leerling en wat de school van je verlangt. Zie ook de oratie van Prof. dr. Gert Biesta over dit onderwerp (download: Oratie Biesta)

Het is van groot belang een brede discussie te voeren over bovenstaande principes en de uitkomsten ervan te integreren in een toekomstgericht curriculum. Nieuw hierbij is dat leraren dit keer het gesprek mogen voeren.

De leden van het ontwikkelteam Mens en Natuur gingen tijdens de presentatie op de ASE met het publiek in gesprek. Zij vertelden kort over de ervaringen in hun eigen onderwijspraktijk en waren ook benieuwd naar meningen en ervaringen van de toehoorders. Marleen de Goeij (directeur basisschool) nam hierbij ‘de balans met persoonlijke ontwikkeling’ bij de kop, Monja Lize Antens (leraar natuur- en scheikunde) bekeek ‘de balans tussen kennis en vaardigheden‘ en ikzelf (Annemarie van Es, leraar techniek in het po) besprak ‘de balans in autonomie‘.

 

 

Wat kwam er uit die gesprekken?
We kwamen er achter dat er verschillende opvattingen bestaan over het begrip ‘curriculum’. Vergeleken met andere Europese landen bestaat in Nederland relatief veel vrijheid in het onderwijs. In bijvoorbeeld het Engelse curriculum is landelijk precies bepaald welke lessen, practica en toetsen een leerkracht van dag tot dag dient te geven. Kijkend naar het curriculaire spinnenweb (Van den Akker, 2006), dan zijn wij binnen Curriculum.nu ook voor de toekomst slechts aan het vormgeven binnen het gebied wat hier in de rechthoek valt. Op termijn zal uit deze visie ook toetsing voortvloeien, maar dit valt niet binnen onze huidige opdracht. Voor invulling van het overige gebied hebben besturen, scholen, teams en leerkrachten hun eigen vrijheid.
spinnenweb-lpko
Nederland bleek bovendien niet het enige land dat zich op dit moment verdiept in een nieuw curriculum. We deden contacten op uit België en Noorwegen die met curriculumvernieuwing bezig zijn en vernamen dat Wales er ook mee aan het werk is. Wat verder naar voren kwam was dat al dit balanceren ook niet typisch Nederlands is. Wat veel ter sprake kwam was de balans tussen kennis en vaardigheden. Ook hier vond men: ‘Knowledge-rich does not mean skill-poor, and vise versa.’

Uiteraard schiet dit blog tekort om alle ontwikkelingen en gesprekken hierover samen te vatten. Wie zich er meer in wil verdiepen kan veel vinden op de site van Curriculum.nu. Ook deze documenten bieden veel inzicht: ‘Curriculumspiegel 2017′ door SLO (download: curriculumspiegel-2017) en ‘Balancing Curriculum Freedom and Regulation in the Netherlands’ (Nieveen & Kuiper, 2012) (download: balans curriculum en uitvoering).

Na brengen ook halen…
Tot slot was er voor ons ook een hoop te leren op het uitgebreide congres over allerlei aspecten van het science curriculum. En daar bleef het niet bij. Over de meest uiteenlopende onderwerpen trof men op de mooie campus van de universiteit van Birmingham interessante lezingen en voorbeelden. Van praktijk tot beleid en van basisschool tot eind VWO. Zelf ben ik veel wijzer geworden over filosofie binnen science, gamification, vragen stellen, motivatie, forensisch onderzoek in de klas, formatief evalueren en zoveel meer…

 

Ik heb genoten en ga weer een hoop nieuwe inzichten de klas inbrengen.
Wordt dus vervolgd,
Juf Annemarie

 

Vaardigheden in MakerED: maar hoe dan?

In mijn vorige blogpost schreef ik over MAKEN. Over hoe leuk MAKEN is maar ook hoe belangrijk het MAAKonderwijs in de hele wereld aan het worden is. En terecht. Het mooie bij MAKEN is dat hoofd, hart en handen er gezamenlijk in optrekken. Iets wat de handen maken kan niet zonder kennis, denkstappen en reflectie van het hoofd, en wordt extra mooi als inspiratie en motivatie uit het hart hieraan ten grondslag liggen. Dat hoofd, hart en handen moeten samenwerken maakt het MAKEN bij uitstek geschikt om ermee in ons onderwijs te differentiëren en bij te dragen aan persoonsvorming. Het belang van persoonsvorming is niet te onderschatten als men zich staande wil houden in een maatschappij die in rap tempo verandert. Denkers als Gert Biesta (Oratie Biesta) en Yuval Noah Harari (Artikel Harari van Thijmen Sprakel Docent & Redacteur EduKitchen.nl) merkten al op dat persoonsvorming van onze leerlingen voor een gelukkig en succesvol leven in de toekomst een cruciale voorwaarde is. Persoonsvorming dient daarom een belangrijke positie in te nemen bij het opleiden van leerlingen. Het MAKEN kan hierin een rol spelen en binnen scholen een aanpak zijn, waarbinnen zowel traditionele als innovatieve technologie een plek heeft en zowel kennis, als vaardigheden en denkwijzen worden ingezet.

Kennis en vaardigheden
Om MAKEN geen incidentele activiteit te laten worden is het belangrijk dat leerkrachten en leerlingen zich ervan bewust zijn dat kennis over maken gelinkt is aan andere kennis en deel uitmaakt van concepten. Op dit moment buigen Rita Baptiste en ik ons over concepten die gezamenlijk de kerndoelen voor het MAKEN dekken in het primair onderwijs. Deze concepten geven we zo compact mogelijk vorm in een dubbelzijdig te printen A3 waarin het concept met duidelijke voorbeelden wordt toegelicht en geïllustreerd. De concepten ‘constructie’ (zie vorig blog hieronder), ‘licht’ en ‘elektriciteit’ (hieronder te downloaden) hebben we al op deze wijze vormgegeven.

spread_leerlandschap_licht

spread_leerlandschap_elektriciteit
Het is in het onderwijs de kunst om deze concepten in een context aan te bieden die betekenis heeft voor de leerling. Uiteraard bestaan hier ook allerlei dwarsverbanden met andere vakgebieden en rekenen en taal. Dit op betekenisvolle en inspirerende wijze de klas in te brengen vergt meesterschap van de leerkracht of de docent. Dit zoeken naar de juiste aanpak wordt mooi beschreven door W. Sonneveld in zijn blog over de ideale les.

Maar met kennis alleen zijn we er niet. Om die kennis in praktijk te brengen zijn talloze vaardigheden nodig. In diverse (online) media komt geregeld de discussie voorbij dat ofwel ‘vaardigheden in de scholen te weinig aan bod komen’ ofwel ‘kennis zou worden geofferd aan vage vaardigheden’. Wat mij is opgevallen in mijn eigen onderwijspraktijk, is dat het één eenvoudigweg niet los te zien is van het ander. Zonder vaardigheden kan kennis niet worden ingezet en andersom zijn vaardigheden zonder gebruik van kennis inhoudsloos.

Onderstaand model uit de W&T wijzer maakt inzichtelijk hoe vaardigheden, houding en kennis zich tot elkaar verhouden als we ons bezighouden met leren ontwerpen en leren onderzoeken, wat we kunnen beschouwen als de twee benen van het MAAKonderwijs.

Schermafbeelding 2018-12-05 om 11.35.22.png

Welke vaardigheden?
Maar over welke vaardigheden hebben we het eigenlijk? Er is de laatste jaren veel discussie gaande over vaardigheden waarbij het lijkt alsof alle vaardigheden van in één grote vergaarbak zijn beland. Het is goed om eens te kijken waar we het over hebben als we spreken over vaardigheden die ingezet worden bij MAAKonderwijs. Ik zou hierbij  onderscheid willen maken in praktische vaardigheden, ontwerpvaardigheden, onderzoeksvaardigheden en generieke vaardigheden.

Praktische vaardigheden
Allereerst hebben we te maken met praktische vaardigheden. Als kleuter begin je al met leren knippen, kleuren en knopen leggen. Om iets te kunnen MAKEN heb je die praktische vaardigheden nodig. Later komt daar steeds meer het gebruik van allerlei andere gereedschappen bij. Zagen, timmeren, lijmen, solderen… maar ook printen en programmeren… Hoe groter je arsenaal aan vaardigheden, hoe ruimer je mogelijkheden bij het MAKEN. Dat betekent oefenen, maar ook je bewust zijn van veiligheid en protocollen zoals het gedrag in een lab of technieklokaal, de omgang met gereedschappen en materiaal en de gedragsregels die daarbij horen.

Ontwerpen en onderzoeken
Binnen het onderwijs is men inmiddels wel bekend met onderstaande cirkels (ook uit de W&T wijzer) die betrekking hebben op het leren ontwerpen en het leren onderzoeken. Als je iets wil MAKEN ben je eigenlijk altijd bezig met een onderzoek of een ontwerp. De stappen die hierbij genomen worden, staan beschreven in de cirkels.
Schermafbeelding 2018-12-07 om 13.23.33.png
Wat echter niet heel duidelijk wordt beschreven is dat bij al deze stappen vaardigheden aan de orde zijn. Als we beginnen met een nieuw onderwerp in de klas (stap 1: confronteren) dan is verwondering niet zomaar vanzelfsprekend. Om verwondering op te wekken kan de leerkracht prikkelen met vragen die de leerling laat nadenken en gericht laat kijken.

Als we het bijvoorbeeld willen hebben over statische elektriciteit en we doen een proefje met een ballon die we over ons haar wrijven en vervolgens bij een waterstraal houden, dan kunnen we het kijken beïnvloeden en het denken erover stimuleren door het stellen van de juiste vragen. Vragen hierbij zouden kunnen zijn:

  • Wat zou er gebeuren als je de ballon niet over je haar zou hebben gewreven?
  • Hoe zou dit gaan met een kleinere ballon?
  • Wat zou er gebeuren als de waterstraal harder gaat lopen?
  • Wat gebeurt er als we de ballon verder van de waterstraal af houden?

Veel van deze vragen laten de leerlingen ook voorspellingen doen. Bij een voorspelling moet de leerling nadenken over wat hij al weet en wat hij waarneemt en op grond daarvan analyseren wat er zou kunnen gebeuren. In dit voorbeeld komen dus direct al twee vaardigheden voorbij: Het stellen van vragen en het voorspellen. Deze vaardigheden zijn manieren van denken die als tools worden ingezet om het leren onderzoeken vaardig te worden en de stappen in de cirkel te doorlopen.

Daarbij valt op dat net als bij woordenschat, deze vaardigheden zich kunnen verdiepen en verbreden naarmate de leerling ouder wordt. Het stellen van vragen kan zich ontwikkelen tot het kunnen opstellen van serieuze onderzoeksvragen en tot het inzicht dat kijken naar de wereld met een vraag in je hoofd je veel kennis en wijsheid kan brengen. Het voorspellen kan uitgroeien tot het uitwerken van een interessante hypothese op grond van uitgebreide kennis over een onderwerp.

Binnen onze werkgroep van De Haagse Scholen die zich met het HOE in de klas bezighoudt aangaande projecten en MAAKonderwijs hebben we m.b.t. het leren onderzoeken een aantal vaardigheden onderscheiden:

  • Het stellen van vragen
  • observeren
  • vergelijken (overeenkomst – verschil)
  • indelen/classificeren
  • registreren (aantekenen – optekenen)
  • interpreteren
  • analyseren
  • verklaringen bedenken
  • voorspellen
  • een experiment zuiver houden

Het wetenschapsknooppunt Zuid Holland heeft hierover ook nagedacht en komt eveneens tot een set van onderzoeksvaardigheden en ontwerpvaardigheden (zie hieronder).

Hieruit valt al af te leiden in hoeverre in onderwijsland gedachten over vaardigheden elkaar kunnen overlappen en/of aanvullen. Het is vooral van belang dat we onderkennen dat bij leren ontwerpen en leren onderzoeken een uitgebreide set vaardigheden aan de orde komen. Bij het vormgeven van MAAKonderwijs binnen de scholen is het van belang dat teams en werkgroepen die zich hiermee bezighouden zich bewust worden van die vaardigheden en dat ook de leerkrachten ze meenemen in hun rugzak. Leerkrachten moeten in staat zijn omstandigheden te herkennen waarin de leerling bepaalde vaardigheden in kan zetten en ze moeten de leerling kunnen begeleiden bij het ontwikkelen ervan. Want als de leerkracht zich er niet van bewust is, hoe moet de leerling dit bewustzijn dan ontwikkelen?

Generieke vaardigheden
Datzelfde geldt voor generieke vaardigheden die door anderen ook wel 21ste eeuwse vaardigheden worden genoemd. En ook daaronder verstaat niet iedereen hetzelfde…

rainbow_final_outlines

Onze school, OBS De Startbaan, heeft in het verleden meegedaan aan een internationaal project onder de vleugels van Michael Fullan die werkte met de 6C’s. Een voorbeeld van hoe wij die 6 C’s hebben aangepakt in onze lessen en projecten is te lezen in ons project over Anne Frank.

Tenslotte
Concluderend kunnen we stellen dat vaardigheden, kennis en denkwijzen samenhangen en geïntegreerd aangeboden zouden moeten worden in ons onderwijs. Dat is nog niet eenvoudig want er is geen staalkaart voor te geven die een sluitende aanpak garandeert. Leerkrachten, teams en scholen zullen zich moeten buigen over welke vaardigheden ze aandacht willen schenken en zullen zich bewust moeten worden van wat ze al dagelijks hieraan doen in de klassen. Net als kennis zitten er binnen vaardigheden ook leerlijnen die zich laten uitdiepen tot ver in de volwassenheid. Met vaardigheden zijn we eigenlijk nooit klaar. In een volgend blog wil ik daar iets over schrijven want de kunst is voor de leerkracht om juist complexe vaardigheden ook te kunnen inzetten in een kleuterklas, uiteraard op hun eigen niveau.

Wordt dus vervolgd,
Juf Annemarie

MAKEN in het PO: Maar hoe dan?

MAKEN maakt je blij. Voor sommige mensen, waaronder ikzelf, is maken een noodzaak en kun je de moeilijke kanten van het leven het hoofd bieden, door geregeld dingen met je handen te maken. Dat betekent zeker niet dat je je hoofd er niet bij nodig hebt. Dat je  hoofd en handen beide nodig hebt maakt het juist zo spannend! Maken is inmiddels ook hot. Internationaal zie je prachtige inspirerende dingen gebeuren, er ontstaan online makerspaces en ook in ons eigen land ontwikkelen zich de laatste jaren talloze initiatieven. Zo was er onlangs in Eindhoven weer een Maker Faire. Hier werden veel van die ontwikkelingen gepresenteerd.

Het zal niemand verbazen dat ook het onderwijs in Nederland zich steeds meer bezig gaat houden met MAKEN. Hartstikke nodig! Op de Maker Faire Eindhoven zette Paulo Blikstein van Stanford University het voor ons nog eens op een rijtje:

  • Maakonderwijs schept voor leerlingen de mogelijkheid om op verschillende manieren te leren.
  • Hierdoor stimuleert het gelijkere kansen voor leerlingen die moeilijker uit de boekjes leren of gewoon anders leren.
  • Onderwerpen ontdekken via maken en doen vergroot het leerrendement.
  • Een goede afwisseling tussen denken en doen, blijkt uit onderzoek de beste voorspeller voor leren.

img_2226.jpg
Reden genoeg om in het onderwijs ruimte te geven voor MAKEN. Maar dat het leuk, inspirerend en nodig is, wil nog niet zeggen dat het ook makkelijk is. Het antwoord op de vraag: ‘Maar hoe dan?’, is complex en wordt daarom ook zo vaak door leerkrachten geuit. Voor stichting ‘De Haagse Scholen’ die het primair openbaar onderwijs in
Den Haag verzorgt, mag ik mij samen met Rita Baptiste buigen over dit ‘Hoe dan?’ en is er ook een professionele leergemeenschap opgericht die meedenkt (zie afbeelding hieronder).
IMG_0057Astrid Poot
Wij zijn niet de enige die ons hiermee bezighouden. De titel van dit blog heb ik bijna letterlijk overgenomen van mede-MAKER Astrid Poot, die in haar blog van 12 oktober zich dezelfde vraag stelt. Daarin somt ze ook precies de problemen op waar we mee te maken hebben: ‘Dat maaklessen losse incidenten blijven, dat het gastles-schap de makkelijke oplossing zal zijn, dat het niet speels zal zijn. Dat er geen goede context voor het maken is: dat het alleen techniek is, of alleen beeldend, of alleen W&T.

In haar eigen herkenbare frisse tekenstijl maakte Astrid een strip over hoe zij aankijkt tegen Makeronderwijs met daarin het model van Patrick Benfields als uitgangspunt voor een HOE in het po.

Schermafbeelding 2018-10-29 om 16.23.22In dit HOE schetst Astrid een opzet voor het gebruik van een leerlijn voor gereedschap. Zij beschrijft hiervoor een mogelijke opbouw voor het po en een aanpak via drie stappen: Ontdekken, vaardigheden opdoen en toepassen…

alles-in-een-cirkel01opbouw
Bij het ontdekken en het opdoen van vaardigheden hoeft nog geen ‘af’ product vervaardigd te worden. Astrid schetst een voorbeeldles waarbij de werking van de zaag wordt ervaren door er zelf één van karton te maken en uit te proberen hoe hij werkt als je door een blok oase zaagt. Ik zie hierbij grappige parallellen met mijn eigen lessen over het zelf maken van kwasten. Dit was een onderzoek naar tekengereedschap en welk materiaal welke lijnen maakt. Hierbij ging het ook eerst om het onderzoek naar de lijnen op zich en pas later om wat je ermee zou willen maken…

Als we spreken over gereedschap is kennis over het gebruik ervan belangrijk en ook leuk om leerlingen bij te brengen. Astrid tipt hierbij de geschiedenis aan. Verbanden met
Schermafbeelding 2018-10-29 om 20.53.37andere kennisgebieden als techniek, natuurkunde of biologie zijn er ook. Veel gereedschappen werken immers als een verlengstuk van ons lichaam en als we denken aan de hefboomwerking van de hamer snappen we ook ineens beter hoe we hem vast moeten houden. Zelfs kleuters kun je daar leuke lessen over geven. Verbanden zijn dus belangrijk. MAAK-onderwijs moet daarom ook kennis bieden binnen context en concepten, anders worden de maaklessen zoals Astrid al beschreef, losse incidenten. Rita Baptiste en ik trachten voor de leerkracht ideeën over context behapbaar en inspirerend vorm te geven. Bovenstaande les over het zelf maken en uitproberen van kwasten kun je zien binnen een bredere context van schrijven, tekenen en schilderen.
(download hier: 2spread_aanzet leerlandschap_schrijven)
2spread_aanzet leerlandschap_schrijven22spread_aanzet leerlandschap_schrijven3
En uiteraard zie je binnen zo’n thema weer verbanden met allerlei andere vakken, denkwijzen en vaardigheden…
IMG_0058
Zoals Astrid een kader schetst waarbinnen gewerkt kan worden met gereedschappen en daarvan voorbeeldlessen laat zien en een opbouw binnen de school, zo maken Rita en ik thema’s en concepten zichtbaar met betrekking tot de kennis die nodig is om te MAKEN. (vaardigheden en denkwijzen zijn minstens zo belangrijk, maar die bewaar ik voor een volgende blogpost). Hieronder een voorbeeld van concept. Het concept constructie. (download hier: spread_leerlandschap_constructie)
constructie
constructie2
Constructies gaan in beginsel eigenlijk altijd over het aan elkaar maken van twee of meer losse elementen. Zo’n verbinding kan permanent zijn (bijvoorbeeld met lijm), los-vast (bijvoorbeeld schoenveters), of bewegelijk (bijvoorbeeld tandwielen). Of zo’n verbinding stevig is en hoe je dat gaat oplossen heeft alles te maken met MAKEN. En of je materiaal sterk is en hoe je materiaal sterk kan maken (bijvoorbeeld d.m.v profielen), hoort ook bij de kennis van een MAKER. Alles wat met MAKEN te maken heeft maakt gebruik van constructie. Zonder kennis van dit concept dondert je ontwerp in elkaar. Wij proberen daarom die kennis zo helder mogelijk over het voetlicht te brengen. Op dezelfde wijze willen wij andere thema’s uit natuur en techniek voor het po in beeld brengen zoals o.a. elektriciteit en mechanica.

Per Ivar Kloen: Recept, Kader of vrijheid
In een prachtig blog over maken beschrijft Per Ivar Kloen dat binnen een schoolcurriculum sprake is van diverse benaderingen van maakonderwijs:

  • een vrije situatie waarbinnen de leerling geheel zelf besluit wat hij gaat maken,
  • een kader waar binnen gestelde grenzen van een opdracht, probleemstelling, onderzoek of materiaal de leerling aan de slag gaat,
  • en een recept waarbij een voorgeschreven stappenplan voor het maken wordt gehanteerd.

Astrid maakt van deze inzichten gebruik voor het uitdenken van een schoolsysteem waarbij leerlingen via kleine projecten toewerken naar een grote (vrije) totaalopdracht.
heleschool

Bij ons op OBS De Startbaan valt het ervaring opdoen en het oefenen m.b.t. MAKEN binnen overkoepelende thema’s en projecten. Binnen ieder project wordt zoveel mogelijk toegewerkt naar steeds meer eigenaarschap van de leerling. Het afsluiten met een grote vrije Meesterproef doen wij niet maar is een interessante gedachte. Het is belangrijk om als school na te denken over hoe men het maakonderwijs wil inrichten en die gedachten gezamenlijk steeds bij te slijpen. Een bouwhuis als bovenstaand schema dat past bij het team en de school, waarbinnen de school zijn eigen werkwijze bouwt en borgt is van groot belang.

Aan de andere kant blijft het beoordelingsvermogen van de leerkracht tevens een factor van betekenis. De leerkracht moet immers in staat zijn de onderwijsbehoefte van de leerling goed in te schatten. Dat is afhankelijk van de persoonlijkheid van de leerling en van het moment. Binnen een grote vrije opdracht zou een leerling heel goed behoefte kunnen hebben aan een recept omdat hij zich nieuwe kennis moet eigen maken. Het kan evengoed zijn dat een groep 5 na een aantal gekaderde opdrachten en recepten even helemaal in vrijheid los wil/kan gaan, terwijl er leerlingen uit groep 8 zijn die dit (nog) niet aankunnen.

Als Maakonderwijs wil slagen moet het op diverse niveaus ondersteund worden: In de klas, schoolbreed en op bestuursniveau. Mijn ervaring is dat leerkrachten in het po veel op hun bordje hebben. En dat wordt niet minder met het huidige lerarentekort. Bovendien is MAAK-onderwijs niet iets wat je er zomaar ‘bij doet’. Het vereist veel lesvoorbereiding en kennis. Sommige scholen kiezen er daarom voor om een vakleerkracht in te zetten. Daarbij zijn overlegmomenten cruciaal, zodat men van elkaar weet wat het lesaanbod is en verbanden gelegd kunnen worden tussen MAKEN en andere vakken en projecten die lopen in de school. Maar ook buiten de school moeten we ontwikkelingen volgen en van elkaar blijven leren. ‘Een leven lang leren’ geldt dus net zo goed voor de leerkrachten als voor de leerlingen. Je kunt het niet alleen, vandaar dat ik in dit blog weer reageer op gedachten van Astrid en Per-Ivar, waar ik veel inspiratie uithaalde…

Over MAKEN is nog een hoop meer te zeggen en te schrijven. Dit is eigenlijk pas een schuchter begin dat verre van volledig is. Maar een blog kan niet eindeloos doorgaan dus voorlopig stop ik hier. Ik wil deze post afsluiten waar ik mee begon, met een beeld van de presentatie van Paulo Blikstein over MAKEN: Een kans die we moeten grijpen…
Dus ja, wordt vervolgd,
Juf Annemarie
img_2228.jpg

De schoonheid van de lijn als onderdeel van een leerlandschap…

Hoe eindeloos mooi een lijn kan zijn weten kunstenaars heel goed…
3bbcb3a28f58596ea34f47b062822b2dDaarom kiezen zij heel bewust hun kwasten en penselen. Om leerlingen onderzoek te laten doen naar lijnen en penselen mochten ze hun eigen penseel maken. Vorige week was groep 4 hier als eerste mee bezig. Werk uit die groep liet ik weer zien aan de groep van vandaag die uit kleuters bestond. ‘Aaaahhh…’ riepen ze allemaal bij het zien van deze prinses…
c512a1ce59de2eff3575a7178f9449e5-e1538493039119.jpg

Ze mochten analyseren met welke zelfgemaakte penselen de haren, de rok en de gordijnen waren geschilderd…
IMG_2153

En daarna mochten ze snel zelf aan de slag.
IMG_2319.JPG Eerst op zoek naar materialen om mee te schilderen, die doen we in een knijper en dan maar proberen. Kleuters zijn voor mij als bovenbouwleerkracht een geheimzinnig volkje. Ik vind het altijd moeilijk te voorspellen hoe ze iets zullen oppakken. Maar kleuters vinden experimenteren met lijnen helemaal niet gek. Ook kleuters waarderen de schoonheid van de lijn. Het lijnen trekken vonden ze leuk. Voor hen hoefde het niet direct iets ‘voor te stellen’. Kleuters zijn heel verfrissende wezens! Er kwamen een hoop mooie lijnen uit…

 

In sommige lijntekeningen kwam er een geschilderd figuurtje bij, waardoor de lijnen een bos werden of een zebrapad…

 

En daarna mochten ze helemaal los met hun fantasie en overdachten de leerlingen wat ze met die lijnen nog meer zouden kunnen maken…

 

Van linksboven naar rechtsonder: Een boom met een huis, een geest, een unicorn (van boven gezien met krullend haar), dames met haren in de wind en een vulkaanuitbarsting… Wauw wat hebben kleuters een fantasie! Zij weten ook best raad met de schoonheid van de lijn.

Deze opdracht kan onderdeel zijn van een breder thema over schilderen, tekenen en schrijven. Activiteiten waar leerlingen dagelijks mee bezig zijn maar waar je binnen zo’n thema anders naar kan kijken. Rita Baptiste maakte er een leerlandschap van dat ik heb gefotografeerd en vormgegeven in een folder…
2spread_aanzet leerlandschap_schrijven3

2spread_aanzet leerlandschap_schrijven2

Hoe werkt een balpen? Waarom is de samenstelling van de inkt in een balpen zo belangrijk? Wat heeft capillaire werking te maken met kroontjespennen? Hoe maak ik een tekenmachine? En nog veeeel meer vragen en inspiratie…

 

De folder van het leerlandschap is hier als PDF te downloaden en te printen als tweezijdig A3 of A4. Door iedereen ter inspiratie te gebruiken voor o.a. projecten in het onderwijs. (Bij verdere verspreiding of lezingen vinden wij het wel fijn als je onze namen vermeldt: Rita Baptiste en Annemarie van Es)
2spread_aanzet leerlandschap_schrijven

Veel teken-, schrijf- en schilderplezier,
en natuurlijk wordt dit vervolgd,
Juf Annemarie

 

Techniek op school: Een onderzoekje naar tekengereedschap…

Tekenen, schilderen, schrijven: ieder kind doet dat op zijn eigen manier. Pennen, potloden, stiften, penselen, de iPad… Vaak beginnen leerlingen al heel jong met tekenen. Soms al zodra ze iets vast kunnen houden, maken ze hun eerste krabbels. Zonder dat ze erover nadenken gebruiken ze dus vanaf hun vroegste kindertijd al gereedschap: tekengereedschap. Vanmiddag was weer de eerste techniekles en stonden we eens stil bij dit teken-, schilder- en schrijfgereedschap. Welk soort gereedschap kies je? En waarom? Waarom maken mensen gereedschappen?

De eerste mensen op deze aarde gebruikten in hun grotschilderingen hun handen en vingers als gereedschap. Waarom doen wij dat niet? We probeerden het eens uit en gingen twee soorten lijnen vergelijken. Hierbij gebruikten we een vinger en een penseel. De leerlingen mochten voorspellen welke lijn langer zou worden na 1 keer dopen in de verfpot…

Alle leerlingen hadden al wel voorspeld dat het penseel een langere lijn zou kunnen maken. Maar dat die lijn zoveeeeel langer zou zijn vonden ze leuk om te zien.

De lengte van de lijn vinden de leerlingen een belangrijke reden om een penseel te gebruiken. We hebben het dan nog niet gehad over het soort lijn. Wat voor soorten lijnen hebben we? Natuurlijk heb je dikke en dunne lijnen, maar je hebt ook lijnen met een heel eigen karakter. En dan spreek je over ontelbare mogelijkheden…
IMG_2158
Bovenstaande lijnen zijn gemaakt met een zelfgemaakt tekengereedschap…
IMG_2160 Je ziet het goed: Een knijper met een watje…
Dus dit gereedschap is nog multifunctioneel ook. Zonder vieze vingers te maken kunnen we allerlei materialen uitproberen…

Daar gingen de leerlingen uit groep 4 mee aan de slag. Sponsjes, restjes wol en stof, watjes, veertjes… Alles kan met behulp van een knijper een kwast worden…

Welke lijnen levert dat op?

Er werd geoefend met verschillende kwasten en ontdekt welke lijnen er met allerlei materiaal getrokken konden worden…

Sommige lijnen deden ons denken aan water, vuur of de haren van Rapunzel. Dat wilden we uitproberen in onze tekeningen…

Expressieve prinsessen schudden hun haren…
IMG_2149 IMG_2157
Hongerige wolven komen uit het woud tevoorschijn…
IMG_2150 Er groeit een heel bos met mooi gepenseelde boomstammetjes…
img_2153.jpg
En een prachtige dame met een mooie jurk en lange haren doet haar gordijnen open. Voor het gezichtje koos de maakster wel voor een bestaand fijn penseel. Voor de foto hebben we de kwasten waarmee de diverse onderdelen zijn geschilderd naast de tekening gelegd. Ook de ‘gewone’ kwasten en penselen kwamen in deze fase van de les weer de klas in maar werden nu bewuster gekozen…
IMG_2161
De onderste kwast op de foto hierboven maakte ik van de rietpluimen die nu zo mooi rond de school staan…
IMG_2095
Ook onze binnentuin gaf inspiratie…

Materiaal uit de natuur is er in de herfst in overvloed. Misschien een leuke opdracht voor als de klassen herfstwandelingen gaan maken. Materiaal voor eigen kwasten en penselen is dus overal te vinden.
Wat vinden de leerlingen er zelf van? Wat hebben zij deze middag geleerd?

Voor wie nog meer inspiratie zoekt over lijnen, sporen en tekengereedschappen, kan ook een kijkje nemen op mijn Pinterestbord:


Rond het thema schrijven, tekenen en schilderen zijn uiteraard nog een schat meer aan lesideeën aan te dragen. Ik zal daarover meer schrijven in mijn volgende blog.

Wordt vervolgd,
Juf Annemarie

Waarom ik blog over onderwijs…

Het was een dag in maart 2017. Ik probeerde me door een overvloed aan werk heen te worstelen en allerlei losse eindjes af te wikkelen. Dat gaat niet altijd even makkelijk in een levendige school, in een  kantoortje waar juist die dag keer op keer leerlingen en collega’s in en uit liepen met hun eigen losse eindjes. Tamelijk pissed bij de zoveelste klop op mijn deur, opende die aarzelend na mijn barse ‘Jahaaaah…’ en zag ik twee leuke jongemannen met in hun midden een prachtige jongedame in de deuropening… oud-leerlingen. Ze kwamen eens buurten en kijken hoe het met me ging. Zij waren letterlijk en figuurlijk gegroeid en stonden op de drempel van volwassenheid en ik was in al die jaren sinds ik hen lesgaf inmiddels grijs geworden (hieronder een foto uit die tijd met leerlingen uit dat jaar 2009).

dsc_0240.jpg

Weg was mijn wrevel over de bulk werk op mijn bureau. We spraken over hun leven en studies en haalden herinneringen op aan de Woord&beeldclub die met hun was begonnen. Zij waren de eerste club leerlingen met wie ik in 2009 een plusklas was gestart met thema’s die allemaal te maken hadden met woord en/of beeld en waarover ook op dit blog in woord en beeld verslag werd gedaan. En zij waren ook benieuwd naar mij. Wat had ik gedaan in al die jaren? Was mijn werk veranderd? Wat deed ik nu en had ik er nog lol in? Er ontspon zich een hartelijk gesprek dat ook een surrealistische gevoel met zich meebracht omdat zo direct voor ons allemaal zo duidelijk voelbaar was hoe de tijd verstrijkt. Achter je ogen draaien films van herinneringen over deze leerlingen. Ongemerkt heb je veel gedeeld. Vragen over adoptie, een moeder die sterft, een zusje dat nog op school zit… Het onzekere meisje dat voor de zomervakantie alvast even in de volgende klas kwam wennen was een zelfbewuste jonge vrouw geworden, die zich smaakvol weet te kleden en zelfs niet onder de indruk was van haar studie geneeskunde: ‘Goed te doen…’. Op mijn vraag of ze zomaar gezellig even kwamen babbelen antwoordden ze serieus: ‘We zijn gaan stemmen.’ Onder de gezelligheid slik je iets weg, ontroering, herinneringen en een diep bewustzijn waar je het voor doet, dit werk, dit volle bureau…

Dit brengt mij op de vraag waarom ik eigenlijk blog. De plusklas met deze leerlingen was de aanleiding om in 2009 dit blog te beginnen. Waarom vertrouw ik mijn belevenissen, gedachten en lessen eigenlijk toe aan dit blog? Zijn de redenen waarom ik dit doe ook veranderd in de loop der jaren? Is mijn werk veranderd? Ben ik veranderd?

Communiceren
Ik ben dit blog begonnen omdat ik het werkproces wilde vastleggen en delen met andere leerlingen, ouders en collega’s. Dit begon binnen de eigen school. Leerlingen vinden het fantastisch om hun eigen verrichtingen terug te zien. ‘We zijn op TV!’, hebben leerlingen weleens enthousiast geroepen. Het werd gewoonte altijd even gezamenlijk terug te kijken naar het blog bij de start van iedere les. Zo bekijken de leerlingen hun eigen werk in de context van het project en leren ze ook beter kijken naar het werk van anderen. Andere klassen kregen op deze manier een inkijkje in de projecten waarmee schoolgenootjes aan de slag zijn. Zo kunnen ze leren van elkaar. En via het blog kunnen ook ouders en andere belangstellenden het leerproces volgen.

Lessen
Dit was een kleine stap naar het vastleggen van lessen en projecten die voorbij waren. Je inzichten, ontwikkelde lesmaterialen, links en leveranciers, verdwijnen zo niet in de la, maar orden ik na afloop in het linkerblok op deze site. Zo kan ik zelf makkelijk teruggrijpen, maar kan ik het ook delen met collega’s.

Delen
Dit delen gebeurt in steeds bredere kring. Gemiddeld trekt de Woord&beeldclub inmiddels ruim honderd kijkers per dag uit de hele wereld. Niet te vergelijken met een hip youtube kanaal met miljoenen volgers, maar voor mij een onverwachte stimulans. Er is een publiek dat meeleest met interesse in onderwijs. Achter de schermen kan ik zien waar men vandaan komt en welke items veel worden bekeken. Hieronder staan de statistieken van gisteren 8 september 2018.

 

Grappig om te zien is dat in een heel jaar wel bijna overal in de wereld iemand de Woord&beeldclub heeft bezocht. Zie hieronder de statistieken van 2017. Het blijft een vreemde gewaarwording hoeveel en hoever je lezers kunt bereiken met een blog…
Schermafbeelding 2018-09-08 om 16.54.55
Andersom is er voor mij ook ook veel te lezen van andere collega’s die bloggen over hun visie op het onderwijs. Daarbij is het aanbod breed en van hoog niveau. Er is een schat aan inspirerende onderwijsblogs. Dat kan bijvoorbeeld gaan over de Makerspaces en ontdeklabs van Tessa van zadelhof  en Astrid Poot of het waarderen van onderzoek van Pedro de Bruyckere.  Beschouwende blogs over onderwijs die ik graag volg zijn Komenskypost (actualiteit), Wij-leren (inhoud van het onderwijsvak) en Pim Pollen (visie op innovatie en leiderschap) en dan ben ik nog maar net begonnen en verre van compleet. Willem Karssenberg (Trendmatcher tussen ICT en onderwijs)  heeft op zijn blog een overzicht van een groot aantal nederlandstalige edubloggers, ieder met een eigen specialisme of invalshoek. Ondergetekende is voorlopig nummer 113 op deze lijst. Je kunt blijven lezen en leren van elkaar.

Mede door mijn blog kreeg ik veel onderwijscontacten buiten mijn werkplek op de Startbaan. Ik kijk graag naar hoe andere collega’s werken maar door het blog keken ze nu ook naar mij. De Woord&beeldclub verscheen o.a. in de Vives, in komenskypost en in de Nieuwe leraar. Door het internet gaat het uitwisselen van kennis en het delen van informatie in een rap tempo. De hele wereld komt je huiskamer en je brein binnen. Naast smullen van dit alles is er wel een gevaar voor overload en verzuipen. Belangrijker dan ooit is je eigen rode draad.

Rode draad
Die eigenheid en balans is meer dan ooit nodig in deze prachtige maar ook woelige wereld. Ook daarbij help een blog, al zou je dat in de eerste plaats niet denken. Dit blog is inmiddels mijn geheugen. Er staan vele jaren verhalen, lessen en ervaringen op beschreven. Over de communicatie naar buiten die dit bewerkstelligt heb ik het net gehad, maar schrijven over je werk en ervaringen scherpt ook je denken. De laatste tijd probeer ik mijn gedachten zo precies mogelijk te formuleren. Door iets zo nauwkeurig mogelijk onder woorden te brengen, ontwikkel je je eigen taal en daarmee het beeld dat je in je hoofd over bepaalde zaken vormt. Iets helder onder woorden kunnen brengen betekent tevens een helderheid van geest over dat onderwerp. Schrijven, hardop nadenken en gesprekken, helpen allemaal die eigen rode draad helder voor ogen te krijgen.

Want onderwijs is complex. Er komen veel indrukken tegelijkertijd op een leraar af. Zeker in het basisonderwijs wordt van een leerkracht verwacht dat hij/zij een schaap met 5 poten is. Naast de didactische basis van rekenen en taal wordt verwacht dat de leraar ook een veilig pedagogisch klimaat schept en oog heeft voor hoe ieder kind leert. Daarnaast moet je ook aan de bak met techniek, zingen, gezondheid, mediawijsheid, creativiteit, 21ste eeuwse vaardigheden, executieve functies en noem maar op wat er verder allemaal op het bordje van de leerkracht gestort wordt. De leraar moet voortdurend zijn kennis up to date houden in een dynamische, steeds veranderende wereld. Door erover te schrijven vorm je een steeds bewuster beeld van hoe je in de wereld staat en hoe je je werk wil vormgeven. Je komt erachter dat een bepaalde doelgroep en manier van werken je goed ligt. Niet iedereen werkt even graag met kleuters. Niet iedereen houdt van techniek. De kunst is om als leerkracht je eigen identiteit te ontdekken en uit te vinden waar je sterk in bent en waardoor je geïnspireerd raakt. Bloggen hierover maakt je ervan bewust.

Verleden, heden, toekomst,
En is het onderwijs veranderd? Ben ik veranderd? Ik denk van wel. Als ik dit blog teruglees weet ik het zeker. Het blog is begonnen als verslag van lessen, uitjes en belevenissen. Op dit moment komen die dagelijkse gebeurtenissen nog steeds aan bod. Het verschil is dat ik er in het blog nu meer over na durf te denken wat de betekenis is van wat ik doe en wat de leerlingen doen. Oorspronkelijk deed ik dat meer voor mezelf en minder openlijk en bewust. Het vastleggen van lesmomenten in de klas in woorden en beelden laat je nadenken, analyseren, terugkijken en weer vooruitkijken. Het blog is een manier van reflecteren over wat je volgende stap zal zijn.

Daarbij ben ik me steeds meer bewust van andere manieren van onderwijs. De hele wereld ligt open en dat is niet alleen vanwege het internet. Buitenlandse studenten overspoelen onze universiteiten en Nederlandse studenten gaan op hun beurt de wereld in. Wij worden ons bewust van hoe er in andere landen wordt lesgegeven. Om je heen kijkend groeit het besef dat wij qua onderwijs een hoop kunnen leren van onderwijs in andere landen. Wij zijn geen eiland. Ons onderwijs is geen eiland.

Hoe verder…
Dit schooljaar ga ik samen met Rita Baptiste voor De Haagse Scholen binnen een professionele leergemeenschappen (PLG) units ontwerpen om techniek en leren onderzoeken en ontwerpen op de scholen op een laagdrempelige wijze in de klas te brengen. Met een andere PLG gaan wij ons buigen over bredere concepten: Hoe brengen we meer creativiteit in de klas? Hoe zetten we 21ste eeuwse vaardigheden in?

Een spannend proces waarin de eerste stappen alweer zijn gezet. Daarnaast blijf ik technieklessen geven op de Startbaan. Hiervan blijf ik in dit blog verslag doen. Om te delen, om feedback op te halen en samen te leren, en om voor mezelf steeds scherp te houden welke stappen we zetten…

Wordt dus vervolgd…
Anenmarie van Es

 

 

 

Waarom is slijm zo fijn?

Voor de laatste techniekles van dit schooljaar vroeg ik groep 5 wat ze wilden gaan doen. Het antwoord was SLIJM MAKEN! Dat leek me een goed idee. Ik had er net een leuk boek over aangeschaftboek en een aantal filmpjes over bekeken. Leuk om eens uit te proberen! Maar helaas! In de verre omtrek rond Ypenburg en Nootdorp was geen droge lijmpot meer te krijgen. Slijm maken is nog steeds een rage en alle schappen met de benodigde producten waren leeg.
Geen nood. We deden een andere techniekles over licht en ook groep 5 mocht in de weer met UV-schmink, alleen… ik had het wel beloofd. En zeker als juf moet je je aan je beloften houden. De laatste schoolweken breken aan, het lichtlab wordt afgebroken, het technieklokaal opgeruimd en iedere keer als ik leerlingen uit groep 5 tegenkwam werd er geroepen: ‘Gaan we nog slijm maken?’ Natuurlijk ga je dan toch overstag. Deze bofferds kregen dus een extra les.

Dat betekende op de valreep het web afstruinen om online de materialen te kopen, die in de buurt nog steeds niet te krijgen zijn. Met 1 muisklik was de lijm de volgende dag in huis. Had ik eerder moeten doen. Leerlingen worden namelijk gelukkig van slijm. Kijk maar naar hun gezichten…

In ‘het grote Slijmboek’ stond ook te lezen dat het spelen met slijm rust geeft. Dat heb ik eerlijk gezegd niet kunnen ontdekken. Het dak ging er af van al het enthousiasme. Wel is het de leerlingen gelukt om zelf te experimenteren met diverse kleuren en eigenschappen van slijm.

Dus waarom is slijm nou zo fijn? We hebben er samen diverse antwoorden op gevonden…

Dit was de laatste techniekles van dit schooljaar. Volgend schooljaar gaan we verder en ga ik samen met mijn collega juf Carola de technieklessen op OBS De Startbaan verzorgen.

Wordt dus vervolgd,
Juf Annemarie

De Giro van het Curriculum…

Het is heet, vrijdagmiddag 25 mei in het Speulderbos, waar alle ontwikkelteams van Curriculum.nu zich hebben verzameld om een volgende stap te zetten in het vormgeven van een toekomstgericht curriculum. Heet in de zalen van het hotel waar koortsachtig wordt overlegd en heet in de hoofden. Na drie dagen ingespannen nadenken, focus en overleg, kookt het flink in de denktank maar wordt men ook moe. En dan dansen enkele teamgenoten met verhitte koppen door de evaluatieronde: ‘Zooooo spannend was de Giro d Italia nog nooit! Het gaat tussen Froome en Dumoulin!!! Een aantal wielerfans moeten nu echt even kijken op hun mobiel en losbreken uit de tijdsdruk om hun opdrachten op te leveren. ‘Pffff, de Giro… Nu niet aan de orde. Deze informatie is ballast…,’ haalt een ander nuchter de schouders op. Maar is dat zo?

Terugkijkend op de afgelopen drie dagen zie ik ook een soort topsport. Er is zo ongelofelijk hard gewerkt dat een kleine vergelijking met de Giro misschien niet eens zo gek is. En bovendien is het tijdens het werken juist belangrijk om stoom af te blazen van onze eigen pieken en dalen. Wat voetballen, gekke bekken en grappen en grollen tussendoor, maken het mogelijk om het vol te houden. Bijna vloeiend is op dag 1 de feedback uit het veld verwerkt op ons visiestuk. Meer dan duizend geschreven reacties zijn de afgelopen weken beoordeeld, gecatagoriseerd en verwerkt. Hier zetten we gezamenlijk de laatste puntjes op de i.

Op dag 2 fietsen we in groepen uiteen om brede concepten voor ons vakgebied te formuleren. We hebben wind mee. Hier zijn we goed in! In de middag gesprekken met andere ontwikkelteams over heikele kwesties. Welke plaatst krijgt ethiek? Welke overlap hebben we met andere teams? Daar gebeuren spannende dingen. Zowel demarrages van onverwachte inzichten, als schuren met verschillende pelotons…

En dan de laatste dag 3: presentaties, tijdsdruk, twijfel… Is dit correct geformuleerd? Halen we de finish? Hoe kan men dit vertalen naar de praktijk? We kijken kritisch naar onze producten maar zien terugkijkend dat er in deze drie dagen ook weer een hoop is neergezet. Afspraken worden gemaakt over de eindredactie die de komende week nog zal plaatsvinden om alle tussenproducten bij te schaven.

Thuisgekomen lees ik in de volkskrant van zaterdag een prachtige column van Bert Wagendorp over de Giro. Hij schrijft: ‘Het sportpubliek is wreed‘ en ‘tussen de juichkreten door klinkt altijd het verlangen naar vernedering… de verliezer is populairder dan de winnaar.’ Ook het Curriculum.nu heeft een publiek. De ontwikkelteams worden toegejuicht en gesteund omdat herkend wordt dat aandacht voor een toekomstgericht curriculum hard nodig is. Maar er is ook onbekendheid, onverschilligheid of regelrechte afkeer van ‘weer een onderwijsvernieuwing’. We zijn ervan doordrongen dat we niet alleen voor onszelf bezig zijn, maar werken aan een curriculum voor heel Nederland. Daarom willen we absoluut iets moois neerzetten. Verliezen is voor ons geen optie.

Bert Wagendorp schrijft ook in dezelfde column: ‘Volledige transparantie zou het einde van de sport betekenen… Niets interessanter dan het duistere raadsel van de wonderbaarlijke zege.’ Ook hierin zie ik parallellen met ons werk aan het curriculum. Het proces rond het vormgeven van dit curriculum is veelomvattend en complex. Een volledig beeld hiervan geven is ondoenlijk. Het is een rollercoaster net als de Giro. Er worden binnen allerlei ontmoetingen inzichten gevormd, vriendschappen gesmeed, plannen beraad… Er worden heel wat kilometers gemaakt. Van dit proces ziet u op 5 juni de tussenproducten online.

Toch een hoop paralellen dus tussen de Giro en ons werk. Toewijding, inspiratie en passie. Jazeker, onderwijs is spannend! We gaan ervoor en zijn weer een etappe verder…

Wordt vervolgd,
Annemarie van Es
Lid Ontwikkelteam Mens en Natuur

img_9743.jpg

Ontwikkelteam Mens en Natuur aan het werk…

 

Onze school met geadopteerd monument viert weer 10 mei herdenking met Grenadiers en Jagers…

Herdenken is verbinden: tussen oorlog en vrede, heden en verleden en oude veteranen en onze leerlingen, die aan het begin van hun leven staan. De gezamenlijke herdenking van OBS De Startbaan met de Grenadiers en Jagers is traditie, ieder jaar op 10 mei bij hun monument, dat wij als school hebben geadopteerd.
IMG_1671
Onze school ligt aan het Böttgerwater. Velen weten niet dat deze plek vernoemd is naar kapitein Böttger, die hier op 10 mei 1940 sneuvelde in de slag om Ypenburg. Velen weten ook niet dat Nederland deze slag won. De Duitsers verloren hierbij de helft van hun aanvallende luchtvloot van 1.100 toestellen plus de helft van de aanvallende manschappen van ongeveer 5.000 man. Maar ook aan Nederlandse zijde waren zware verliezen. Veel straatnamen in Ypenburg zijn vernoemd naar de soldaten, vaak jongens van net in de 20, die hier zijn gesneuveld.

Wie daarover echt kan meepraten is veteraan Paul Moerman, nu 101 jaar oud, die ieder jaar met de school de 10 mei herdenking bijwoont. Ook vandaag was hij er weer bij met om zijn nek een lijst met de namen van zijn gevallen kameraden.
IMG_1483
De school heeft inmiddels een gedegen traditie in herdenken en heeft door het adopteren van het monument tevens een jarenlange band met de Grenadiers en Jagers opgebouwd. Een terugblik op hoe we dit al langere tijd doen en wat daarbij komt kijken is na te lezen in de lessen in de linkerkolom op deze site: Herdenken: Hoe doen we dat?

Sven, Femke, Belinay en Phersephony, uit groep 7, zongen voor de genodigden. Jenna, Preeti, Boy en Anuga, uit groep 8, droegen hun eigen teksten en gedichten voor.

Hier staan met je lied, verhaal of gedicht is wel even wat anders dan het voor je eigen  klas doen, dus natuurlijk waren er zenuwen. Die zenuwen overwinnen is ook weer een leermoment.

Zo zitten er belangrijke voordelen voor de school aan de adoptie van dit monument en de band met de Grenadiers en Jagers. De jaarlijkse herdenking en uitjes naar Arnhem naar het Airborne museum en de begraafplaats Oosterbeek worden helemaal verzorgd door de Grenadiers en Jagers. Dit vergroot de betrokkenheid van de school en de leerlingen bij onze krijgsmacht. Het nodigt de leerlingen uit na te denken over wat de rol van ons leger heden ten dage is en in het verleden is geweest. Op hun beurt kan de krijgsmacht haar rol bij de jongere generatie onder het voetlicht brengen. Want vrede en veiligheid is een groot goed en is helaas niet gratis.

Een impressie van de herdenking volgt hieronder.

Deze diashow vereist JavaScript.


Voor mij is het ieder jaar opnieuw weer indrukwekkend.
IMG_1647Dank aan alle leerlingen met hun ouders, die hier ondanks de meivakantie aanwezig waren, de Grenadiers & Jagers en andere aanwezigen die van deze ochtend een mooie herdenking hebben gemaakt.

We gaan hiermee door,
dus wordt vervolgd,
Juf Annemarie