Didactisch coachen in de klas…

Afgelopen vrijdag 20 april mocht ik mijn certificaat Didactisch coachen voor gevorderde beeldcoaches ontvangen uit handen van Lia Voerman, die aan de basis staat van dit gedachtengoed.

Wat is didactisch coachen en hoe vertaalt zich dat naar de klas?
Didactisch coachen is eenvoudig uit te leggen maar veel lastiger toe te passen. Het gaat uit van een leerkracht die hoge verwachtingen heeft van de leerling. Zo’n leerkracht geeft weinig aanwijzingen, stelt veel vragen en geeft veel feedback (Ruby & Davies, 2011).

Verwachtingen Hoog Laag
Interventies Veel vragen Weinig vragen
Veel feedback Weinig feedback
Weinig aanwijzingen Veel aanwijzingen
Resultaat Hoge leerresultaten Lage leerresultaten

Vragen stellen en feedback geven liggen in elkaars verlengde. Als je antwoorden krijgt op goed gestelde vragen, kan daarop weer effectieve feedback volgen. Maar hoe stellen we vragen die de leerling aan het denken zet? En hoe geven we feedback die het leren bevordert? Leerprocessen zijn uiterst complex (Korthagen, 2010). Er gebeurt veel
tegelijk in een klas. Om hierop adequaat in te spelen ontwikkelen leerkrachten routines (Eraut, 2004). Daar valt men vaak op terug in de waan van de dag of als er onverwachte dingen gebeuren. Een gedragsverandering is er dus niet zomaar.

Als je school met didactisch coachen aan de slag wil ga je een heel traject in. Binnen leerteams analyseren leerkrachten hun manier van lesgeven. Gezamenlijk en onder begeleiding van de didactisch coach stellen ze zichzelf doelen. Didactisch coachen zet video interactie begeleiding (SVIB) in om de stappen naar deze leerdoelen in te slijpen. Dat is dus een heel proces.

Elk leerteam wordt een schooljaar getraind in didactisch coachen. Er zijn onderling diverse coach- en intervisie-momenten die aan het eind van het jaar worden afgesloten met een presentatie aan het team over het leerproces. Bij ons op school ondersteunt
Jan Vermeij, die werkzaam is bij V&F Onderwijs Consult van Lia Voerman en
Frans Faber, al twee jaar ons team in didactisch coachen.

Didactisch coachen is datagestuurd…
Iedere leerkracht binnen het leerteam krijgt als nulmeting een uitdraai van zijn eigen profiel. Dit profiel toont een telling van 20 minuten filmen in de klas, waarbij is geturfd welke categorie vragen de leerkracht stelt en welke dimensies feedback worden gegeven.

De categorieën m.b.t. vragen bij didactisch coachen zijn:

  1. Gesloten vragen, retorische vragen en vragen die regels en orde betreffen.
    Wil je die tas even op de grond zetten?
    Wat is de hoofdstad van Griekenland?
  2. Vragen die het denken en redeneren op gang brengen. Dit kan gaan over inhoud, strategie en modus.
    Waarom is een ijsbeer wit?
    Hoe heb je dit aangepakt?
  3. Vragen over zelfregulatie.
    Hoe bereid je jezelf het beste voor op dit proefwerk?
    Wat vind jij een goede eigenschap van jezelf?

De dimensies feedback bij didactisch coachen zijn:

  1. Feedback over de inhoud.
    (meest gegeven/minst effectief)
  2. Feedback over de aanpak of strategie.
    (algemene strategie, vakstrategie, metacognitie)
  3. Feedback over de leerstand/modus.
  4. Feedback over persoonlijke kwaliteiten.

Hieronder staat een uitdraai van hoe zo’n telling er uit kan zien. Onderstaande telling is echter niet van een leerkracht maar het gemiddelde van een aantal groepen die de opleiding tot didactisch coachen voor gevorderde beeldcoaches hebben gevolgd.

IMG_8856.JPG

Naar aanleiding van zo’n profiel als beginmeting krijgt een leerkracht inzicht in zijn eigen handelen. Zo kan hij/zij gericht doelen stellen: bijvoorbeeld minder aanwijzingen geven, meer een bepaalde categorie vragen stellen of een bepaalde dimensie feedback inoefenen. Bij leerkrachten die zich nog niet eerder in de materie hebben verdiept worden categorie 1 vragen het meest gesteld en niet specifieke feedback het vaakst gebruikt.

Veel meer over de voorwaarden en aanpak die daarbij van belang zijn staan beschreven in het boek over didactisch coachen. Ook het boek ‘Krachtgericht coachen’ van Fred Korthagen en Ellen Nuijten, heeft mij veel inzichten opgeleverd.

Mijn eigen leerdoelen…
Door de cursus didactisch coachen kwam ik erachter dat ik graag analyseer. Daar ben ik sterk in. Maar de analyse van een probleem of zelfs de oplossing ervan is niet altijd hetgeen wat een coachee of leerling verder helpt. We kunnen leren met ons verstand, maar Korthagen leert ons dat we ‘in flow’ zijn als verstand, gevoel en wil gezamenlijk optrekken. In mijn contact met leerlingen was ik meestal bezig met cognitie. Als de leerling de lesstof ‘snapte’ was het doel bereikt. En als de coachee doorhad waar het probleem lag, was naar mijn idee de oplossing gevonden en het coachen geslaagd.

Maar leerdoelen kunnen ook affectief of sociaal zijn. Wij zetten allemaal onze wil en ons gevoel in bij het leren. Sterker nog: zonder willen en voelen komt er geen leerproces op gang. Ik heb me er daarom op toegelegd om feedback te gaan geven op de modus (leerstand) en de kwaliteiten van de leerlingen. Tevens ben ik gestart de leerlingen ervan bewust te maken welke kwaliteiten ze bezitten. Dat kan op individueel niveau maar het heeft mij ook geïnspireerd om bepaalde lessen zo in te richten dat de leerlingen gaan beseffen welke kwaliteiten ze hebben en hoe ze die kunnen inzetten.

In de klas…
Een voorbeeld van zo’n les viel binnen het project ‘verhalen’ in groep 5 waarin we het karakter van de held bespraken.

Voor het onderzoekje naar kwaliteiten begonnen we met het voorlezen van de fabel van Aesopus van De leeuw en de muis, waarin de muis de leeuw stoort in zijn slaap en de leeuw hem geïrriteerd grijpt met zijn klauw. De leeuw spaart de muis en wordt later weer door hem gered als hij is beland in de netten van jagers. De muis kan immers met zijn scherpe tandjes de netten doorknagen.

De leerlingen reflecteerden eerst zelf op het verhaal naar aanleiding van 4 korte vragen en gingen daarna in tweetallen bespreken wat de overeenkomsten en verschillen waren in hun observaties…

IMG_7825

Toen bespraken we klassikaal welke kwaliteiten een held kan hebben. Moet een held altijd de wereld redden of kan hij/zij ook gewoon in dagelijkse dingen een heldenrol vervullen? Kunnen de leerlingen zelf ‘helden’ zijn? Wat doet een held? Welke kwaliteiten heeft een held? Zien de leerlingen zulke kwaliteiten ook bij zichzelf? In tweetallen keken de leerlingen naar 1 kwaliteit van zichzelf en 1 kwaliteit van hun gesprekspartner…

IMG_7828

Een aantal leerlingen wilden wel voor de camera vertellen wat ze van deze les hadden opgestoken.

Alle lessen waarbij de leerlingen uit de bankjes mogen komen en mogen samenwerken, uitproberen en ervaren in een rijke leeromgeving, geven de leerkracht veel gelegenheid tot het stellen van diverse categorieën vragen en het geven van alle dimensies van feedback. De docent kan immers direct reageren op waar de leerlingen mee bezig zijn. Ook vaardigheden en kwaliteiten komen in deze lessituaties aan bod. Hierin zit wat mij betreft de kracht van het leren binnen concepten en thema’s waar de meeste posts in dit blog over gaan.

Iedere les heeft dus zowel doelen voor de leerling als voor de leerkracht en de school is hierbij een lerende organisatie waarin veel in beweging is. Binnen onze stichting
De Haagse Scholen hebben mijn collega Linda Sloots en ikzelf tijdens een uitwisselingsochtend voor intern begeleiders ook aan collega’s van andere scholen informatie gegeven over hoe wij hier op OBS De Startbaan mee bezig zijn.

Zowel leerkracht als leerling zijn dus op school aan het leren en het didactisch coachen is hierbij een krachtige tool die veel inzichten verschaft en waarmee je ook een leven lang kan stoeien zonder het ooit helemaal tot in perfectie te beheersen. Je kunt echter wel een heel eind komen.

Ik heb veel van Lia Voerman en Anne-Marie Gielen mogen leren binnen een fantastische groep gemotiveerde en getalenteerde collega’s uit alle hoeken van het land (en België), met allerlei verschillende achtergronden in het onderwijs. Genoten!

Iedereen bedankt!
We gaan ermee verder!
Groet,
Juf Annemarie

 

Kruisbestuiven en verbanden leggen: Hoe kan dat in ons onderwijs?

Deze week was ik als cultuurcoördinator van onze school in gesprek met medewerkers van De Cultuurschakel. Zij zijn de schakel tussen onderwijs en culturele sector in Den Haag. Bij de Cultuurschakel was de vraag uit het onderwijsveld neergelegd hoe men op de scholen binnen thema’s en projecten op een mooie manier dwarsverbanden tussen verschillende vakgebieden kan leggen. Kijkend naar dit blog was het hen opgevallen dat wij die dwarsverbanden op OBS De Startbaan vaak belichten. Hun vraag was hoe wij dat dan doen en wat daar voor nodig is. Die vraag vond ik nog niet zo makkelijk te beantwoorden. Ik wil in deze post nu proberen aan de hand van voorbeelden meer duidelijkheid te krijgen over hoe je dit kan aanpakken.

Allereerst zijn in onze wereld van alledag overal dwarsverbanden zichtbaar en zijn veel jonge bedrijfjes, kunstenaars en makers, dagelijks bezig met kruisbestuivingen tussen technologie, kunst, vormgeving en communicatie. Een geweldige denker en doener is de ontwerper Joris Laarman, die door The Wall Street Journal in 2011 is uitgeroepen tot ‘Innovator of the Year’. Met een digitale techniek om auto-onderdelen lichter te maken ontwierp hij de Bone Chair (2006). Het ontwerp is gebaseerd op het groeiprincipe van botten die van nature licht en stevig zijn.
cri_000000157214

Deze stoel tot voorbeeld nemend zijn er al dwarsverbanden tussen biologie, toegepaste kunst en technologie. Laarman is nu ook bezig met zijn bedrijf MX3D een voetgangersbrug geprint in roestvrij staal te voltooien. Een mooi interview met Joris Laarman stond in de Het Blad van NRC van 20 april. Wat deze ontwerper verwoordt over zowel de fascinatie als de zorg m.b.t. technologie en toekomst, zou verplichte kost moeten zijn voor leerkrachten ;-).

Maar we hoeven geen bruggen te printen om op school een kruisbestuiving te bewerkstelligen tussen kunst en techniek. Die is er namelijk altijd. Elk werkstuk, zelfs het meest eenvoudige, vereist techniek. Kijkend naar bijvoorbeeld schilderen. Dan verdiepen we ons artistiek gezien in het mengen van kleuren, handschrift, compositie en dergelijke. En technisch gezien onderzoeken we het maken van verf uit pigmenten, het prepareren van het doek en dat soort zaken. Dan hangt het van je onderwerp af of je je verder gaat verdiepen in bijvoorbeeld stilleven, landschap, perspectief of portret. Ik heb nu al verbanden genoemd tussen de vakken tekenen, scheikunde, wiskunde en anatomie/biologie. Verbanden zijn in het dagelijks leven dus altijd aanwezig. Het is alleen lastig voor de leerkrachten om die verbanden binnen lessen of thema’s een plek te geven.

Daarom wil ik als voorbeeld in deze post in woord en beeld hardop nadenken over ons lichtlab en welke verbanden je vanuit een natuurkundig begrip (licht en donker) kunt leggen naar andere vakken. In ons lichtlab heb ik voor de school materialen in 1 lokaal gezet om leerlingen diverse aspecten van licht te laten ervaren. Ik schreef al over dit lichtlab in eerdere posts waarom doen, aanraken, uitproberen en ervaren zo belangrijk zijn. In een lokaal zijn diverse lampen en materialen neergezet waardoor de leerlingen in de gelegenheid worden gesteld dit in de praktijk te brengen.

Laten we nu eens kijken naar de dwarsverbanden die hier mogelijk zijn. In het lichtlab staan een lichtbak, een ontdekhoek met UV lamp en een schaduwtheater en RGB (rood, groen, blauw) spots. De leerlingen mogen bovendien het theater en de lichtbak ook fotograferen met tablets die de school heeft. Hieronder geef ik per onderdeel een toelichting op de praktijk van het lichtlab met in rood de dwarsverbanden naar andere vakgebieden en en in blauw links naar inspirerende sites of eerdere blogposts en Pinterestpagina’s.

  1. Op de lichtbak kun je met zand mooie tekeningen maken maar ook met allerlei materialen gave figuren leggen. Ook kun je er met transparanten kleuren op mengen of röntgenfoto’s op bekijken. Fantastisch voor kleuters maar groep 7 genoot er ook nog van. Dwarsverbanden zijn hier genoemd met creativiteit, biologie of aardrijkskunde. Leg er maar eens agaten op en kijk hoe gesteenten zich vormen in lagen. Of maak mooie mandala’s met allerlei doorzichtige gekleurde voorwerpen die er op de lichtbak heel anders uitzien.
  2. Met het schaduwspel kun je leerlingen leren over hoe een schaduw werkt: lichtbron, object, dichtbij veraf etc. Schaduwen met handen maar ook met zelfgemaakte poppen zijn leuk. Onderzoek naar de stand van de zon, dag en nacht en de lengte van je schaduw of het maken van een zonnewijzer, kunnen hier ook deel van uitmaken (Aardrijkskunde). Je kunt de poppen met splitpennen gewrichten geven. Waar zitten onze eigen gewrichten (Biologie). Hoe buigen die? Je kunt de leerlingen verhalen laten vertellen en scenes laten schrijven (Nederlands). Dit kun je opluisteren met geluid van eigengemaakte instrumentjes of downloads van geluiden (vindbaar op het web van krakende deuren t/m opstijgende ruimteschepen) (ICT, Muziek). Bovendien kun je links leggen met andere culturen en hun schaduwspelen (aardrijkskunde). Onderstaand filmpje hebben onze leerlingen gemaakt binnen een grotere film over kinderrechten. (Maatschappijleer)

    En nog wat beelden ter inspiratie…

  3. Met spots met rood, groen en blauw licht kunnen de leerlingen mooie schaduwen bouwen en ervaren (constructie) maar ook leren hoe schermen van TV en mobieltje hun beelden in kleur opbouwen (technologie).
    IMG_0018
     
  4. Met de UV lamp kunnen leerlingen bekend raken met ultra violet licht. Uitleg over golflengten van soorten licht die het blote oog niet waarneemt maar wel hun werking hebben is leuk voor de midden/bovenbouw. Denk ook aan infrarood licht (afstandsbediening) en röntgen. Ook de toepassingen van UV zijn interessant. Van UV wordt je bruin, dus lampen van de zonnebank maken er gebruik van. Maar ook bij controle van hygiene en bij opsporing wordt UV ingezet. Bloedspetters en urine lichten op onder UV straling. Informatief en leuk is dus om met een UV lamp de schooltoiletten eens te inspecteren. Het bekijken van mineralen die onder veel verschillende kleuren kunnen oplichten onder UV licht is heel boeiend en spannend voor leerlingen. En dan is er mooie schmink in de handel die oplicht onder UV licht. Leerlingen kunnen zich schminken en zich daardoor helemaal inleven in een bepaalde rol. Zowel meiden als jongens leven zich helemaal uit. Voor schmink-inspiratie zie mijn pinterestbord hierover.
    Hier zijn dus al dwarsverbanden genoemd met aardrijkskunde, biologie, technologie en expressie/theater.

    IMG_1371

  5. Tot slot mochten de leerlingen in het lichtlab gebruik maken van fotografie om hun acties en werkstukken vast te leggen. Over fotografie is enorm veel te vertellen en de inzet in het onderwijs heeft eindeloos veel mogelijkheden. Zowel de technische kant als belichten, lenzen en diafragma als de artistieke kant waarin zaken als kader, standpunt en onderwerp belangrijk zijn. Fotografie is typisch een onderwerp waarbij altijd zowel de artistieke als de technische aspecten beiden van belang zijn. Meer over fotografie en inspirerende opdrachten zijn ook te vinden op mijn pinterestpagina hierover. Fotografie heeft dus veel raakvlakken met kunst en cultuur en met technologie, ICT en natuurkunde.

Vanuit 1 thema: Licht en schaduw, is dus beschreven hoe breed dit kan worden aangevlogen. En dan heb ik het nog beknopt gehouden. Een heel aantal dwarsverbanden zijn hierboven nog niet belicht. Veel hangt af van de kennis, kwaliteiten en didactische vaardigheden van de leerkracht. Er zijn wel technieken om thema’s te openen en verbanden te leggen. Dit zal ik in mijn volgende blog behandelen.

Wordt dus vervolgd,
Juf Annemarie

Technieklabs: Op welke lagen onderwijs stuiten we bij het geven van technieklessen?

Van een traditionele school met zaakvakken vanuit de methoden willen wij steeds meer naar thematisch onderwijs waarbinnen de zaakvakken in projecten worden vormgegeven. Daarnaast komen er nieuwe vakken als techniek, die tevens een plek moeten krijgen en het gebruik van ICT dat ook moet worden onderwezen. Hoe laten we de leerlingen samenhang ervaren, kennis opdoen en hoe leren we ze ontwerpen en onderzoeken?

Een les staat niet op zichzelf. Afgelopen studiedag bekeken we als team een opzet voor de leerlijnen die we in onze projecten willen terugzien. Binnen 2 grote leergebieden, ‘Mens en Maatschappij’ en ‘Natuur en Techniek’, hebben we de zaakvakken neergelegd in mindmaps. Deze mindmaps hebben ook takken naar ICT, Techniek en ‘Kunst en Cultuur’ en maken onderlinge verbanden mooi zichtbaar. Ieder teamlid kon reflecteren op de opzet die binnen een kleine werkgroep was ontwikkeld.

De reacties op de mindmaps binnen het team waren positief. Men zag veel verbanden en mogelijkheden om de leerlijnen op deze wijze ook voor ouders en leerlingen inzichtelijk te maken. De stap om dit te verwerken in een digitaal portfolio ligt ook voor de hand. Binnen onze stichting doen wij mee aan een pilot voor MijnRapportfolio. Een volgende stap zal zijn om te evalueren en te testen welke kennis en vaardigheden de leerlingen hebben opgedaan binnen de projecten en hoe we dat gaan toetsen en vastleggen. Ook daarvoor is een digitaal portfolio een belangrijk medium. Op dit moment zijn presentaties van de leerlingen belangrijke momenten om te checken wat er geleerd is, maar ook rubrics, programma’s van eisen voor werkstukken en lijstjes succescriteria kunnen worden ingezet.

Bij de diverse vakgebieden lopen wij er als leerkracht tegenaan dat je in het basisonderwijs eigenlijk een schaap met 5 poten moet zijn. Naast rekenen en taal, moeten we ook interesse hebben voor geschiedenis, aardrijkskunde en biologie en oh ja, Engels moet ook gegeven worden en kennis van ICT moet up to date zijn en daarnaast dient het complete pakket aan techniek te worden gegeven. Mechanica, elektriciteit en constructie dienen geen geheimen voor je te hebben…. Tja dan krijg je al gauw binnen het team te horen: ‘Oh en moeten we dat er ook nog bij doen?’

Om het vak techniek goed te kunnen geven hebben we het team proberen te trainen en zijn door Rita Baptiste van het VanKinderenMuseum diverse onderdelen van techniek als mechanica en elektriciteit uitgeschreven in ateliers met daarin verwijzingen naar kleine proefjes en onderzoekjes om kennis op te doen. Er zijn ook borden gemaakt om technische inzichten per onderdeel aan zowel leerlingen als leerkrachten te verschaffen. Hieronder 1 van de borden over mechanica…

Het eigen maken van deze kennis bleek voor een heel team een brug te ver. Daarom hebben we gekozen voor twee techniekdocenten. Voordeel is dat deze docenten de kennis in huis hebben. Nadeel is dat 2 docenten de hele school moeten bedienen (naast hun andere werkzaamheden) en er dus niet zoveel techniek uren zijn per klas.

Dit proberen we nu op te lossen door de ateliers te vertalen naar labs. Een omgeving waar per thema apparatuur en onderzoeksmateriaal staat opgesteld gezamenlijk met info- en inspiratiekaarten die door de opzet aanzetten tot leren onderzoeken en leren ontwerpen. Momenteel hebben we een pilot voor een lichtlab, waarover ik al eerder schreef in dit blog. De klassen worden hierin met hun leerkracht geïntroduceerd door de techniekdocent. Ze kunnen zelf de hoeken en materialen onderzoeken en ook veel deelopdrachtjes later in de klas nog uitvoeren. Bovendien kan de klas na de introductie nog meer tijd doorbrengen in het lab voor verder onderzoek zonder bijzijn van de techniekdocent. Zo kan de leerkracht ook beoordelen hoe onderdelen uit het lab deel uit kunnen maken van een lopend thema.
IMG_8795

Na observatie in de rijke leeromgeving van de labs kunnen de leerkrachten in de kleuterbouwen beoordelen welke onderdelen er nog moeten worden voorgespeeld met de methodiek speelplezier. Er worden in het lab veel nieuwe dingen geïntroduceerd. Soms pakken de kleuters die vanzelf op en soms kan de leerkracht een mogelijkheid of probleem modellen of voorspelen waardoor de kleuters ermee bekend raken en hun spel verrijkt wordt. De leerkrachten in de onderbouw worden in deze methodiek opgeleid.

Voor de midden- en bovenbouw geldt dat het stellen van vragen en het geven van feedback zowel voor leerlingen als leerkrachten belangrijke vaardigheden zijn. Het geven van effectieve feedback die het leren bevordert is niet iets wat automatisch bij iedere leerkracht aanwezig is. Bewustwording hiervan en inslijpen van een werkwijze vergen inzet en tijd. Het team op de Startbaan is hiermee bezig middels didactisch coachen, ontwikkeld door Lia Voerman. In leerteams ondersteund door school video interactie begeleiding (SVIB = het samen analyseren van videobeelden uit de klas) leren de leerkrachten hun manier van vragen stellen en feedback geven ontwikkelen tot effectieve instrumenten die het leren bevorderen.

De technieklabs kunnen voor zowel de methodiek Speelplezier als voor het effectief stellen van vragen en het geven van feedback binnen Didactisch coachen, een rijke basis zijn waar de leerling via verwondering gaat leren en groeien.

Het verder ontwikkelen van deze labs zal tijd vergen. Voorlopig lijkt het de moeite waard. Onze pilot, het lichtlab, prikkelt de nieuwsgierigheid van de leerlingen en zowel onderbouw als bovenbouw willen kijken, ervaren en zich verdiepen in wat daar te zien is. De leerkrachten kijken mee en borduren erop voort. Zo leren we allemaal…

Nog een hoop te doen dus,
wordt vervolgd,
Juf Annemarie

 

Woord&beeldclub in blad ‘De nieuwe leraar’…

In het blad ‘De nieuwe leraar’ staat een interview met mij over de Woord&beeldclub. In vogelvlucht komt aan de orde waar de Woord&beeldclub voor staat, waarom en met welke werkwijze we zijn gestart en wat de plannen voor de toekomst zijn.
De nieuwe leraar links

De nieuwe leraar rechts

Wordt dus vervolgd,
Juf Annemarie

Via verwondering naar kennis: lichtlab voor groep 1 t/m 8…

Hoe doen we dat, laten verwonderen? Vaak is instructie bij kleuters minder effectief. Ze willen spelen, voelen, doen en ervaren. Hoe brengen we dat op gang? Een rijke leeromgeving is een goed uitgangspunt. Zo kwamen we voor de technieklessen op het idee om die rijke leeromgeving gewoon eens neer te zetten in een lokaal en dan te kijken of en hoe dat spelen en verwonderen op gang komt. Spannend voor zowel leerkracht als leerlingen. We begonnen met een lichtlab. De start en vuurproef was vanochtend in kleutergroep Paars van juf Yvonne.

We hadden een eenvoudige lichtbak die erg in trek bleek…
IMG_0031_HDR

Gewone doorzichtige spulletjes blijken magisch. Voelen, rangschikken, componeren en kijken bleek leuk en zelfs het opruimen en sorteren ging als een trein aan het eind van de les…
IMG_8680

En wie bouwt de mooiste schaduw achter 3 RGB spots? Een schaduw hoeft niet grijs te zijn!

Met schaduwen kun je ook spannend theater maken. Bij het schaduwtheater werd al een beetje naar elkaars spel en gebaren gekeken. Met je  handen kun je schaduwen maken die lijken op dieren. Schaduwpoppen kun je alle vormen geven die je fantasie je influistert. Simpel met zwart papier, stokjes, doorzichtig gekleurd papier en splitpennen voor de gewrichten en beweging…

En hoe kun je dan zien wat je aan het doen bent? Door elkaar te filmen en te fotograferen…
IMG_8591
Fotografie is een vak apart. Leuk om vroeg mee te beginnen. En fotografie betekent: Schrijven met licht, dus het past helemaal in het lichtlab. Kader en standpunt werden al verkend…
IMG_8676

Ook met andere soorten licht zoals UV werd geëxperimenteerd. Wat doet UV met verschillende materialen?

De kleuters zijn nog lang niet uitgespeeld want speciaal UV schmink ligt nog voor hun klaar. De leerlingen die geschminkt wilden worden waren al hard bezig de eerste ontwerpen te maken voor hoe ze er de volgende les uit willen zien…

Kleutertekeningen blijven altijd fascineren en geven tevens ook een goed beeld van hun ontwikkeling. Onder UV licht zijn ze extra interessant…

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Het was vandaag de eerste kennismaking dus de kleuters kunnen hun ervaringen met schimmenspel, RGB spots en UV licht nog verder gaan uitdiepen. Ze kunnen daarbij inspiratie opdoen bij wat er al op onze school is gedaan in het verleden en wat er hier op de Woord&beeldclub staat aan lessen, verslagen en beelden

Ook de hogere groepen worden nieuwsgierig en hebben al iets in de wandelgangen gemerkt van de opbouw van dit lab. Voor hen staan hier op de site ook al lessen die veel dieper gaan. Om het eigen onderzoek te vergemakkelijken zullen opdrachtkaarten en info, zoals hieronder afgebeeld, aan het lab worden toegevoegd…

Dan zullen leerlingen in de bovenbouw zelf antwoorden kunnen vinden op vragen als: hoe werken de kleuren op je TV of beeldscherm? en hoe komt de regenboog aan haar kleuren? En dan… is mogelijk de stap te maken naar eigen onderzoeksvragen en eigen ontwerpen die stoelen op deze kennis. Te oud om ons te verwonderen zijn we nooit. Kijk maar eens naar wat Daan Roosegaarde en zijn team maakt en doet met licht…

Ik neem afscheid vandaag met een kleine twinkeling, maar zoals u heeft kunnen lezen: we zijn er nog niet…

IMG_8609_HDR
Dus wordt vervolgd,
juf Annemarie

Plezier met pneumatiek…

Wikipedia geeft een mooie definitie van pneumatiek: zij spreken over de studie van samengeperste gassen (meestal lucht) en hoe je daarmee apparaten kan aandrijven. Maar je kunt er ook monsters hun bek mee laten openen en sluiten. Kijk maar…

De leerlingen hadden er veel plezier mee. Het lijkt een beetje op magie! Kennis is macht en wie weet hoe het werkt kan een tovenaar worden!

Bovenstaande monsters werden gemaakt in de groepen 5 en 6. Groep 7 koos ervoor om een ander ontwerp te onderzoeken: Een vrachtwagen waarvan de bak pneumatisch naar achteren kan worden gekiept…

De meisjes in deze groep bleken vooral techniektoppers. Dus verschenen er ook roze kiepwagens. Deze prachtige bouwpakketjes zijn te koop bij Opitec.

Dit zijn nog steeds allemaal standaard onderzoekjes waarbij de leerlingen bekend raken met het principe. Ze leren het materiaal kennen en stappenplannetjes lezen en uitvoeren. Daarna kunnen ze kun ontwerp aanpassen en hun eigen monster of hun eigen auto maken.

Nog interessanter gaat het worden als de leerlingen gaan snappen dat ze een heel eigen beweging kunnen maken in een heel eigen ontwerp. Wat dat dan mag worden is geheel aan hen… Hieronder 2 filmpjes die daarin een eerste stap zetten en waarin naast de pneumatiek ook hydrauliek is onderzocht…

En wilt u nu thuis toch weten hoe die leerlingen die monstertjes hebben gemaakt dan wil ik iedereen dat prachtige filmpje dat ik vond op youtube ook niet onthouden…

Ook nog wat beelden van het werken in ons fijne technieklokaal willen we u niet onthouden…

Wat de volgende stap gaat worden kunt u raden… Na de basiskennis en het uitproberen en toepassen gaan we sturen op het maken van meer eigen ontwerpen… We gaan het zien. Het blijft altijd weer spannend 😉

Wordt dus vervolgd,
Juf Annemarie

Leren door ervaren…

Op de laatste dag voor de voorjaarsvakantie ging groep 4 nog even naar buiten om antwoorden te vinden op hun vraag: Hoe meten we tijd? Want we houden van boeken, daarin vinden we veel kennis en spannende verhalen… maar we houden er ook van om dingen te ontdekken door te kijken, te voelen en te ruiken…

Maar wat was er buiten dan te zien? En wat voor antwoorden geeft dat ons op onze vraag?
IMG_8090

Op een prachtige dag als dit was er een lekker zonnetje. Dus waren onze schaduwen goed te zien. Wat is eigenlijk een schaduw? Heb je altijd schaduw? En waarom zijn onze schaduwen vandaag zo lang? Is dat altijd zo?

Op al die vragen zochten de leerlingen samen naar een antwoord…

Natuurlijk wisten ze dat niet meteen en hadden ze in andere lessen in de klas ook al kennis opgedaan over seizoenen, de stand van de aarde, dag en nacht…

Maar nu mochten ze buiten zelf ervaren hoe dat zit met hun schaduw en met het verstrijken van de tijd. De schaduw van een potlood werd ieder uur gevolgd door een streepje op het papier. Zo ontstond een hele eenvoudige zonnewijzer en zagen de leerlingen met eigen ogen hoe een schaduw, net als een klok, de tijd kan aanduiden. En dan nog onder woorden brengen wat je hebt geleerd… Lastig als het Nederlands niet je moedertaal is. Maar al doende leer je, gaat het steeds beter en durf je steeds meer…

Leren door te ervaren geeft kennis meer diepte. En andersom zien we ook weer meer als we ergens meer kennis over hebben. Ik denk dat deze leerlingen na deze lessen van juf Cora voor altijd anders zijn gaan kijken naar de zon en hun eigen schaduw. En misschien opent het ook een luikje in hun hoofd naar verwondering en nieuwsgierigheid. Je hoeft dat luikje maar open te zetten en je kunt iedere dag op ontdekkingsreis… ook in je eigen achtertuin en je eigen stad…
Dat brengt mij op een leuke tip voor deze voorjaarsvakantie: Ga eens naar de documentaire ‘De Wilde Stad’, die vanaf 1 maart in de bioscoop draait. Daar zie je het geheime leven van allerlei dieren om ons heen in onze eigen stad. Na het zien van deze film kijk je ook weer anders naar de stad waarin je woont en de dieren om je heen. Want je gaat het pas zien als je het doorhebt…

Fijne vakantie,
Juf Annemarie

Balans in de klas…

Balans is een mooi concept. Je komt het overal tegen. Om de leerlingen letterlijk te laten voelen wat het begrip inhoudt mochten ze een vogel maken die kon balanceren op hun vinger. Dat leek een beetje op toveren en daarom zijn deze onderzoekjes zo leuk. Met veel Oooohs en Aaaahs bekijken de leerlingen een aantal beginselen in uit de natuurkunde. Daarna mochten ze lekker gaan uitproberen met een model van een zwaaipapegaai van Kidzlab waarbij je eigenlijk geen fouten kunt maken maar wel goed kan voelen hoe de vogel in balans op je vinger zijn evenwicht houdt…

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Er was veel plezier en er ontstonden paradijselijke vogels. Let hierbij ook op details van prachtige haakwerkjes van de oma van Jarl, die dienden als gewichtjes om de vogels in balans te krijgen maar ook een prachtig decoratie waren. De school kreeg een hele zak met haar haakwerkjes cadeau om mee te knutselen 🙂

Het achteraf onder woorden brengen hoe het nu precies zat met dat zwaartepunt, steunpunt en balans bleef voor sommigen lastig…

Hoe zet je wat je hebt geleerd om in taal en welke nieuwe termen horen daarbij? Dat is veel tegelijk en moet je soms diverse keren herhalen. Dat hebben we daarna nog weer gedaan in de klas maar vaak wil je alles toch nog eens terugkijken. Vandaar dat ik iedere geïnteresseerde hierbij nog eens verwijs naar mijn lessen over balans op deze site, compleet met uitleg en downloads.

De volgende stap was om het thema ‘balans’ te kunnen toepassen op een verhaal, want daarover gaat ons huidige project. De les volgend op de balansvogel, hebben de leerlingen om het gevoel weer terug te halen de vogel nog eens op hun vinger gezet en hebben we gekeken naar het concept balans in verhalen en in ons eigen leven. Het zwaartepunt en het steunpunt zijn bij de vogel in balans. Daarom kan die vogel ook best een stootje hebben: Een sterke wind of een duwtje hier en daar zijn geen probleem. De vogel beweegt en wiebelt wat en hervindt daarna zijn evenwicht wel weer. Maar een enorme klap kan de papegaai wel uit balans halen en doen vallen.

Hoe zit dat in ons persoonlijk leven? Wat zijn de factoren die ons in balans houden? We spraken hier over andere vormen van evenwicht als die bij de vogel. Nu ging het over zaken als ‘geven en nemen’ over ‘werk en vrije tijd’ over ‘armoede en rijkdom’… Wanneer dergelijke zaken uit balans raken gebeuren er ongelukken. In ons eigen leven en in verhalen. We proberen in ons eigen leven steeds de balans te zoeken.

Maar in een spannend verhaal is het nooit ‘koek en ei’. In sprookjes en verhalen is het juist het ‘uit balans zijn’ wat een verhaal zo interessant maakt. Het volgende plaatje illustreert dat mooi. Een verhaal over een ezeltje dat goed wordt behandeld en iedere dag met veel plezier zijn karretje trekt is vrij saai. In het volgende plaatje is het tegenovergestelde het geval en is letterlijk sprake van een disbalans…
ezel

Deze situatie roept emoties op: ‘Wat zielig voor die ezel die hier wordt uitgebuit!’. Je kunt het ook zien als metafoor voor mensen (en dieren) die overbelast worden in hun leven met onmogelijke taken op hun bordje. En het roept vragen op: ‘Hoe gaat dit opgelost worden?’; ‘Wat voor leven heeft deze ezel eigenlijk?’; ‘Wat voor soort mensen zijn het baasje van deze ezel?’; ‘Waarom doen ze dit?’; ‘En welk leven hebben deze baasjes?’…

Naar aanleiding van die disbalans en de vragen die het oproept zijn interessante verhalen te schrijven. Na een korte oefening waarin de leerlingen bij bekende sprookjes als Sneeuwwitje analyseerden wanneer de situatie uit balans raakte, mochten ze zelf aan de slag. Ze dachten na over een sprookje of een verhaal waarin de balans verdween. Ze gaven aan op welk moment dit gebeurde en wat de oplossing was, want een sprookje hoort een happy end te hebben. Hieronder een mooie analyse over Assepoester…
IMG_7947

Maar ook in je persoonlijk leven kunnen zaken uit balans raken. De TV kan stukgaan en het nachtlampje kan kapot…
IMG_7945

IMG_7944

Dan ontstaat een gezamenlijke inspanning om het op te lossen of een persoonlijke overwinning om angst voor het donker de baas te worden. Ook kwam er een creatieve oplossing als je je kleine zusje wil troosten als ze is gevallen…

IMG_7946

Het thema ‘balans’ sluit dus mooi aan bij het karakter en de kwaliteiten van ‘de held’, waar we het eerder in deze klas over hebben gehad (Held les 1, Held les 2). Hoe zou ‘de held uit ons verhaal’ reageren op bepaalde problemen en verstoringen van de balans?

We gaan het zien…
Wordt vervolgd,
Juf Annemarie

 

Als onze leerlingen de baas zouden zijn…

Ja, de baas zijn van de wereld! Dat zou wat zijn! Veel macht om dingen te veranderen. Wat zouden onze leerlingen doen?

De baas van de hele wereld is wel erg veel ineens dus in ons project ‘Utopie’ begonnen we met Nederland en met een afgebakend gebied: wat zouden de leerlingen willen veranderen in de zorg, in internationale samenwerking of aan onze omgang met het milieu? De leerlingen mochten zelf een ‘ministerie’ opzetten en zich presenteren in een filmpje. Dat viel nog niet mee. De techniek van het filmen roept een aantal vragen op: hoe breng ik iets in beeld?; wat is mijn camerastandpunt?; hoe monteer ik filmfragmenten?; hoe, waarom en wanneer gebruik ik special-effects?

Maar ook de inhoud van een filmpje moet goed in elkaar zitten. Daarvoor schreven de leerlingen eerst een storyboard waarin ze nadachten over hoe ze zich wilden presenteren, wat hun probleem was, hun utopie en wat mogelijke oplossingen zouden kunnen zijn. Zowel inhoudelijk als qua vorm een hele klus waar ze een aantal lessen aan hebben gewerkt. Hieronder 1 van de resultaten..

 

Om alle filmpjes te bekijken kunt u klikken op deze link. 

De bedoeling is dat alle leerlingen van onze school de filmpjes gaan zien en een stem gaan uitbrengen op hun favoriete presentatie. Ik ben benieuwd welke filmpjes onze leerlingen het meest waarderen. Het is dan spannend om te volgen waarom de leerlingen een presentatie of filmpje waarderen. Welke redenen voeren ze aan en kunnen ze dit ook goed onder woorden brengen? Hoe geven ze elkaar feedback?

Voor de leerkrachten is het altijd boeiend om te zien hoe leerlingen denken over de wereld en hoe ze die gedachten vormgeven. Bij het maken van de filmpjes ging dat soms heel gestructureerd en hadden leerlingen teksten op papier die ze onderaan hun camera/mobieltje plakten om tijdens het filmen te kunnen spieken en soms ging het spelenderwijs via bijvoorbeeld een toneelstukje.

Hierbij was samenwerking en meedenken met elkaar belangrijk. Om even achter de schermen te kijken en iets van dit proces mee te krijgen plaats ik hierbij een link naar een filmpje waarin de eerste filmles werd geëvalueerd en de leerlingen zich hadden beziggehouden met hoe ze zich als groep op film wilden presenteren. Een storyboard hadden ze toen al gemaakt. Het was mooi om te zien hoe betrokken de leerlingen waren en hoe ze met elkaar meedachten over de presentaties.

Tot slot zag ik ook een prachtig artikel in het AD van Ellen den Hollander over 6 kinderen van 11 jaar die zich onder andere bogen over de vraag wat ze zouden doen als ze de baas over de wereld zouden zijn. Mooie portretten van deze kinderen!

Het project ‘Utopie’ is afgesloten en de onderbouw/middenbouw gaat zich bezighouden met het thema ‘Verhalen, de bovenbouw met ‘Identiteit’.

Wordt dus weer vervolgd,
Groet,
Juf Annemarie

Verhalen in de klas…

De vorige les hebben we ons beziggehouden met het karakter van ‘de held’ van een verhaal. De leerlingen mochten zelf een held bedenken. Veelal kwamen ze met personen uit hun eigen leven zoals hun ouders, vrienden en vriendinnen. Dit keer gingen we er nog dieper op in: wat maakt iemand tot een held? Welke eigenschappen heeft een held? Belangrijk voor de leerlingen is tevens het besef dat ze ook zelf het verschil kunnen maken en een held kunnen zijn.

We lazen de fabel van Aesopus van De leeuw en de muis, waarin de muis de leeuw stoort in zijn slaap en de leeuw hem geïrriteerd grijpt met zijn klauw. De leeuw spaart de muis en wordt later weer door hem gered als hij is beland in de netten van jagers. De muis kan immers met zijn scherpe tandjes de netten doorknagen.

De leerlingen reflecteerden eerst zelf op het verhaal naar aanleiding van 4 korte vragen en gingen daarna in tweetallen bespreken wat de overeenkomsten en verschillen waren in hun observaties…

IMG_7825

Toen bespraken we klassikaal welke kwaliteiten een held kan hebben. Moet een held altijd de wereld redden of kan hij/zij ook gewoon in dagelijkse dingen een heldenrol vervullen? Kunnen de leerlingen zelf ‘helden’ zijn? Wat doet een held? Welke kwaliteiten heeft een held? Zien de leerlingen zulke kwaliteiten ook bij zichzelf? In tweetallen keken de leerlingen naar 1 kwaliteit van zichzelf en 1 kwaliteit van hun gesprekspartner…

IMG_7828

Een aantal leerlingen wilden wel voor de camera vertellen wat ze van deze les hadden opgestoken…

In de hele school is men bezig met het belichten van kwaliteiten van leerlingen. Leerlingen mogen elkaar in het zonnetje zetten bij het kiezen van ‘de kanjer van de week’. Ze mogen een klasgenoot kiezen van wie zij vinden dat deze zich positief inzet. De leerlingen leren zo elkaars kwaliteiten herkennen en benoemen. In deze groep 5 was onze Nikita de afgelopen week de kanjer (of de heldin ;-))

IMG_7816

Zo wordt er bij ons op school nagedacht over het concept van ‘de held’. We hebben weer ondervonden dat verhalen een krachtig middel kunnen zijn om na te denken over onze eigen standpunten en eigenschappen. Stap voor stap zullen we het concept ‘verhalen’ dan ook uitbouwen in onze volgende lessen.

Wordt weer vervolgd,
Groet,
Juf Annemarie