Een lichtlab in de school…

Wie zien we hier in het donker? Het is een oud-leerling van me die geschminkt is met speciale UV-schmink. Maar we zien meer. Met deze schmink is ze even iemand anders. Ze zit helemaal in haar rol. Het spel tussen oplichtende kleuren en juist het ontbreken ervan is magisch. Licht en donker zijn niet voor niets metaforen in al onze verhalen. Met een lichtlab haal je die magie de school in.

OBS het Galjoen
Mijn taak is om mee te denken met scholen bij hun vragen over thematisch werken, kunst & techniek en O&OL (Ontwerpend en Onderzoekend Leren). Vaak gaan vragen dan over de inrichting van onderwijs en in het verlengde daarvan de inrichting van lokalen. We kijken altijd naar wat al aanwezig is in de school. Op OBS het Galjoen trof ik een donkere hoek waar nauwelijks daglicht binnenkwam. Mijn hart maakte een sprongetje. Zelden zag ik zo’n ideaal plekje voor een lichtlab.

En zo gebeurde het…

 

Wat haalt het Galjoen in huis met hun lichtlab?

  • Van een poppenkast maakten we een schaduwtheater. Met techniek leren we hier over schaduwen. Dichtbij en ver weg: wat doet dat met je schaduw? Hoe kan ik mooie lichteffecten bereiken? Kan ik poppen maken die bewegen? Hoe doe ik dat? Waar zitten onze eigen gewrichten? Hé, dan zit ik eigenlijk al in het vak biologie. Zo komt direct al de overlap met andere vakken aan het licht en zie je vanzelf eindeloos veel combinaties:
    – Taal: hoe schrijf ik een goed verhaal voor mijn voorstelling?
    – Burgerschap/aardrijkskunde: Hoe gebruiken andere culturen het schaduwspel? (denk aan Wajang uit Indonesië)?
    – Muziek: Hoe kan ik geluiden en muziek bij mijn voorstelling gebruiken?
    – Techniek/ICT: Hoe kan ik mijn voorstelling filmen en online delen?
  • De school schafte UV lampen aan en verf, strijkkralen en schmink die oplichten als glow in the dark onder UV-Licht. Ook hier gaat de kruisbestuiving van techniek met kunst en andere vakken bijna vanzelf:
    – Techniek: wat zijn de toepassingen van UV-licht? Welke plek neemt UV licht in in het elektromagnetisch spectrum?
    – Biologie: Hoe maken dieren gebruik van UV-licht?
    – Kunst: Hoe maak ik werkstukken die oplichten onder UV-licht. Hoe kan ik d.m.v. schmink een karakter neerzetten?
  • In het lichtlab werden rode, groene en blauwe spots geplaatst om te kijken hoe licht mengt. In deze hoek kunnen de leerlingen kennis opdoen van:
    – Techniek: hoe mengt licht en hoe werkt dat in diverse apparaten als ons mobieltje en onze TV?
    – Biologie: hoe mengt het licht tot gekleurde beelden in ons eigen oog?
    – Kunst: Hoe maak ik mooie foto’s van de gekleurde schaduwen?

Al met al leidt een rijke leeromgeving tot het stellen van een hoop onderzoeksvragen die weer leiden tot een eigen manier van leren.

Mogelijkheden
In vogelvlucht schetste ik hierboven de schat aan mogelijkheden en combinaties van mogelijkheden die een lichtlab kan bieden. Voor de onderbouw en de bovenbouw staan hier op deze site al lessuggesties met foto’s, filmpjes en downloads van eerdere projecten met licht. Onderaan die lessen is ook een link te vinden naar een Padlet (digitaal prikbord) met op downloads op A4-formaat van allerlei lesbladen die ik samengesteld heb bij dit lab. Ze kunnen naar eigen inzicht van de leerkracht worden ingezet binnen en buiten het lab, zodat er ook maakopdrachten en onderzoekjes in het eigen lokaal kunnen plaatsvinden en leerlingen in kleine groepjes in het lichtlab kunnen rouleren.

Eigenaarschap
En daar kom ik bij het laatste punt dat zeker niet het minst belangrijke is: eigenaarschap. Als leraren meedenken over hun eigen onderwijsvragen en samen gaan bouwen aan de mogelijkheden worden ze eigenaar, voelen ze zich ook eigenaar. Leerlingen worden eigenaar als ze wat ze hebben geleerd mogen doorgeven aan andere leerlingen. Dat gaat op het Galjoen ook gebeuren. De leerlingen van groep 7 zullen ambassadeur worden van het lab en hun kennis gaan overdragen aan de onder- en middenbouw. In het verlengde daarvan denkt men direct ook aan het opzetten van een leerlingenraad.

Zo zie je maar waar een donker hoekje in de school toe kan leiden…

Wordt vervolgd,
Annemarie

PS onderstaande bestanden maakte ik over het concept licht samen met Rita Baptiste. Ze zijn dubbelzijdig als vouwbare folder te printen op A3 of groter als poster voor in de klas. Je kunt ze via de eerder beschreven Padlet downloaden.

https://padlet.com/annemarievanes65/licht

 

Storytelling: de eerste stap

IMG_2314Astrid Abbing van Historische Vereniging Buitenplaats Ypenburg kwam bij mij met een vraag: hoe maken we kinderen bewust van de geschiedenis van de buurt waarin ze wonen? De wijk Ypenburg heeft een hele rijke geschiedenis (die op dit moment weer even heel actueel is). Er zijn vondsten gedaan uit de steentijd toen mensen hier op een duin leefden. Er is hier ook een slag geleverd met de Duitsers aan het begin van de Tweede Wereldoorlog. De vinexwijk is gebouwd op de plek waar vroeger een vliegveld was. De buurt is één en al geschiedenis, maar weten de kinderen die hier wonen dat ook?

OBS Ypenburg
Het zou natuurlijk mooi zijn als leerlingen op school leren over de geschiedenis van hun eigen buurt. Op OBS Ypenburg zijn ze daar al langere tijd actief mee bezig. De school heeft een monument geadopteerd van de Grenadiers en Jagers die hier jaarlijks op 10 mei de slag om de residentie herdenken. De school heeft een goede band opgebouwd met de Grenadiers en Jagers en heeft een traditie opgebouwd om geschiedenislessen te koppelen aan de eigen identiteit en de eigen wijk.

Storytelling
‘Het zou nog mooier zijn als de leerlingen op 10 mei op hun eigen manier het verhaal  kunnen doorvertellen,’ zei Astrid. ‘Hoe pakken we dat aan?’, vroeg ze aan mij. We begrepen dat we dan eerst een heleboel aan de leerlingen moesten vragen: Wat weten ze al? Hoe leren ze graag? Welke eigen talenten kunnen ze kwijt in het vertellen van hun verhaal? Op welke manier zouden ze hun verhaal willen vertellen?

Gisteren, maandag 26 oktober, konden we onze vragen stellen aan de leerlingen van groep 8 van OBS Ypenburg. Met voorzorgsmaatregelen: registreren, handen ontsmetten, mondkapjes op, maar het kon. En daar waren we blij mee.

Met de oogst kunnen we ons project verder gaan vormgeven.

Dit wordt dus een onderzoek, samen met de leerlingen van OBS Ypenburg, naar het doorvertellen van verhalen. De leerlingen zullen een hoop kennis, maar ook vaardigheden moeten gaan inzetten. Astrid en ik gaan dat samen met ze doen. En wij niet alleen. We zijn al in gesprek met partners (zoals het pas weer geopende Musem voor Beeld en Geluid) die veel beter dan wij de techniek beheersen om op een eigentijdse manier verhalen te vertellen. Zij kunnen straks de leerlingen begeleiden als het bijvoorbeeld gaat om het bouwen van een site, een webinar vormgeven of een film maken.

Wordt dus vervolgd,
Annemarie

De kracht en rijkdom van taal…

Er is de laatste tijd veel gepraat en geschreven over hoe taalzwak de meeste Nederlandse leerlingen zijn. Een groot deel komt als analfabeet van school. Weinig van hen lezen nog een boek. De cijfers zijn somber en toch…

Gedicht

Ik kwam vorige week dit gedicht tegen.

IMG_2173

Een gedicht in een school in een wijk in Den Haag. Het is geen wijk waar je met een gouden lepel in je mond geboren wordt en de kansen je om de oren vliegen. Het is eerder een wijk waar je als bewoner moeilijk uit komt. Letterlijk en figuurlijk. De meeste leerlingen uit deze wijk hebben nog nooit de zee gezien hoewel ze er maar enkele kilometers vandaan wonen. En dan vind je daar zomaar dit juweeltje.

Deze leerling uit groep 7 schrijft over iemand die vernederd wordt maar ook schatten in zich draagt en bovendien op wonderbaarlijke wijze zomaar overal kan zijn, bijvoorbeeld in Frankrijk of in Portugal. Zou de leerling zelf weleens die landen hebben bezocht? De ik-figuur uit het gedicht kan met zijn leven ook weer làten leven. Hoe komt zo’n jonge schrijfster aan zo’n geheimzinnig personage?

Een goede lezer heeft misschien al tussen de regels door begrepen waar dit gedicht over gaat. Het gaat over water. De leerlingen van deze school – OBS Het Galjoen – hebben net een project achter de rug: Nederland Waterland.

Werken met thema’s

Het is prachtig om te zien hoe een goede aanpak van thema’s taal stimuleert. De rijkdom van een thema is een bodem voor taal. Zo’n thema heeft zijn eigen woordenschat, of het nou over dijken gaat of over waterdiertjes. Al eerder maakte ik eens zichtbaar op een poster hoe je een thema kan openen door gewoon de eigenschappen van je onderwerp – in dit geval water – op een rijtje te zetten.

Dat op een rijtje zetten van eigenschappen konden de leerlingen ook…

IMG_2180

En met de woordenschat komen (onderzoeks)vragen, feedback, debat, filosofische gesprekken, verhalen, lezen, doorvertellen, overleggen, presenteren, evalueren, bijslijpen… Allemaal taalactiviteiten.

Taalwereld

Taal opent je wereld. Je neemt andere werelden in je op door te lezen en vertaalt het naar je eigen verhaal door erover te schrijven zoals deze leerling: Quinty uit groep 7 van OBS Het Galjoen. Prachtig Quinty! Dankjewel. En dank ook aan de leerkrachten van deze school die zich zo inzetten om een rijke leeromgeving te bieden.

Maken

Zogauw je iets maakt is het van jou. Of het nou een zandkasteel is, een filmpje of een regel tekst… De mogelijkheden zijn eindeloos. Met wat je maakt vertel je altijd iets over jezelf, iets van je eigen verhaal. En dat is mooi om te zien. Ik voel me zelf een maker en kijk ook altijd graag naar andere makers.

Wat mij betreft is de oplossing van taalarmoede gewoon met taal aan de slag gaan als een maker. Voorleven en voorlezen wat je mooi vindt en wat je raakt, vertellen waarom, vragen wat een leerling boeit en vooral veel (samen) maken. Gedichten, gedachten, verhalen, dialogen, betogen, liedjes, raps, vragen, scenario’s…

Voor wie nieuwsgierig is geworden. De andere gedichten uit dezelfde groep zijn hier te lezen. De leerlingen bogen zich over de vraag: Wat zou je doen als je water was? Hoe zou je je voelen?

Wordt vervolgd,

Annemarie

Ward Ruyslink-prijs

Ik was heel blij vorige week toen ik hoorde dat ik de Ward Ruylink-prijs voor het korte verhaal had gewonnen. Trots zette ik een bericht op LinkedIn. Veel mensen wilden toen het verhaal lezen en dat is natuurlijk ook de bedoeling van schrijven: dat je gelezen wordt.

Ik wilde het verhaal graag delen maar de uitgeverij die de prijsvraag organiseerde bundelt de zes winnende verhalen tot een boek. Ik moest dus even kortsluiten of ik het zo online kon zetten. Dat bleek geen probleem, dus ik plaats hem hieronder.

In het verhaal zitten autobiografische elementen. Dingen die je meemaakt, hoort en ziet verweven zich tot nieuwe verhalen. Bij mijn broertje in de klas zat ooit een jongetje dat een nietje door zijn vinger sloeg. Niet om de reden uit dit verhaal, maar gewoon om te kijken of het kon. Hoe het verhaal tot stand kwam doet er eigenlijk niet toe. Het gaat om het leesplezier en ik hoop dat jullie dat hebben tijdens het lezen en nog even daarna…

De dode(n)hoek

Ochtend

Machiel heeft een nietje door zijn vinger geslagen. Met de nietmachine van de juf. Hij is heel stil. Hij gilt niet. Gek, want krijsen is normaal zijn ding. De klas schreeuwt wel. De juf ook. Ze roept over de herrie heen dat het rustig moet zijn. Daar staat hij. Voor de klas. Zijn oren zijn rood, zijn gezicht wit als een spook. De zere wijsvinger houdt hij omhoog. Het nietje steekt eruit. Net een klein mini-mannetje – die vinger – met een kabouterpijltje dwars door zijn mini-hoofdje. De juf kijkt boos en een beetje bezorgd.

Dit is interessanter dan een normale les. Dit is een les over Machiel. Ik dacht dat hij maar twee standjes had: aan of uit, gillen of stil in een hoekje. Dit had ik niet van hem verwacht.

Rekenen

We moeten rekenen. Maar ik denk aan dat nietje. Machiel is de stomste jongen uit onze klas. Een jongen met vuile vingers met zwarte nagels en altijd die lubberjas aan, met vlekken en uitpuilende zakken. Iets uit zijn zakken wil ik al heel lang. Dat is de enige reden dat ik altijd op hem let.

En toch… Wat hij deed met dat nietje is juist iets wat ik heel goed snap. Ik denk weer aan die sloot vol kroos. Daar liep ik eens langs met pappa. Het leek wel groene vloerbedekking. Ik was klein. Ik vroeg:
‘Pappa, mag ik daar op lopen?’ Hij pakte een steentje van het pad en gooide het in de sloot. Plons. In het water. Dwars door het groen.
‘Het is kroos, Marie. Je kunt er niet op staan.’ Stiekem wil je het nog steeds proberen.
Hetzelfde heb ik met vliegen. Vooral als ik bij oma op de galerij van haar flat sta. Op twaalf hoog voel ik gewoon dat ik het kan: wegvliegen naar de volgende flat. Dan hou ik me vast aan de koude reling en waarschuw mezelf: blijf staan waar je bent.
‘Schiet op Marie, je hebt nog geen som gemaakt!’ De juf heeft het tegen mij. Maar ik denk aan Machiel. Hij heeft gedaan wat ik niet durf.

Terug

Juf Belinda brengt Machiel terug in de klas. Ze brengt ook altijd de melk rond en is goed met bloedneuzen en schaafwonden. Niet eens ziekenhuis dus. Alleen maar een klein pleistertje om zijn vinger. Op zijn plek rommelt hij in zijn laatje. Ik zit schuin achter hem en kan goed zien wat hij allemaal voor troep verzamelt. Natuurlijk heeft hij weer geen pen. Zijn rekenschrift is ook kwijt. Hé, hij heeft zijn knikkers bij zich. In zijn laatje. Dat mag niet van de juf. Die horen in je tas.
Die ene die ik heel graag wil houdt hij altijd in zijn zakken. Eentje met een echt klavertje vier erin. Die heeft niemand. Die zou ik zo graag van hem winnen. Maar hij durft niet meer met mij te knikkeren. Ik ben te goed.
‘Machiel hou op met rommelen. Waar is je schrift? Weer geen pen?’ De juf is ongeduldig. Ze moet voorzichtig zijn met…
‘Mieeeeehhhhhh!!!,’ Daar heb je het al. Machiel showt zijn toptalent: gillen. We houden onze oren dicht. We zijn het gewend. Nou ja, het went eigenlijk nooit. We weten precies wanneer het komt. Gek dat de juf dat nog steeds niet weet.

‘Goed dan, Machiel. Hier is weer een nieuw schrift. De zoveelste. En schrijf maar met potlood. Dat is netter ook.’ Ze zucht: ‘Ok, jullie hebben nog tien minuten. Dan moet het rekenen af zijn. Niet af, dan ga je maar door in de pauze.’ Tegen Machiel probeert ze aardig te zijn: ‘Geldt niet voor jou Machiel. Jij hebt tijd gemist.’ Maakt niet uit. Hij heeft het nooit af. Voor hem gelden andere regels.

Pauze

Eindelijk pauze. Machiel doet zijn knikkers in zijn jaszak. Ik kan het nog eens proberen:
‘Machiel! Machieltje!’ Hij heeft me gehoord maar kijkt niet om. Ik ga naast hem lopen. ‘Nog pijn aan je vinger?’ Hij haalt zijn schouders op. ‘Kun je nog knikkeren met die pleister?’
‘Die zit links en ik ben rechts.’ Mooi, hij zegt iets. Er zijn ook dagen dat er geen woord uit hem komt.
‘Potje?’
‘Niet met jou.’ Dat wist ik. Nu een grapje…
‘Ja, ik ben wereldklasse hè?’ Hij haalt weer zijn schouders op. Ik schud mijn volle knikkerzak. ‘Ik heb veel bij me, maar niemand wil tegen mij.’ Ik kijk er zielig bij.
‘Je bent te goed.’
‘Nou, ik tien op dan, tegen één van jou.’ Hij wacht. Ik wacht.
‘Ok dan,’ zegt hij.
‘Beet!’ denk ik.

Ik verlies. Expres. En weer, en weer. Ik doe alsof ik baal als een stekker.
‘Je bent veel beter geworden!’ roep ik steeds.
‘Welnee, jij bent gewoon slecht vandaag.’ Hij is niet gewend te winnen. Hij lacht. Het bevalt hem goed.
‘Ik heb last van mijn vinger,’ lieg ik. ‘Gekneusd. Tussen de deur gehad.’ De bel gaat. Ik verlies mijn laatste potje.
‘Jammer, we moeten stoppen,’ zegt Machiel.
‘Beet,’ denk ik weer.

Na school

Drie uur. Machiel staat bij de deur. ‘Potje?’ vraagt hij als ik mijn jas aan doe. Wauw, zo snel al! Nu moet ik slim zijn.
‘Eh, ik heb veel verloren.’ Hij kijkt teleurgesteld. Mooi. Een stapje verder nu. ‘Ik heb alleen nog porseleinen, die speel ik niet.’ Ik wacht een paar tellen, ‘En mijn vinger doet nog zeer. Later, misschien.’ Hij voelt in zijn broekzak. Daar bewaart hij die ene. Die geluksknikker. Hij haalt hem tevoorschijn.
‘Ik weet dat je deze wilt.’
‘Jaaaa,’ bonkt mijn hart.
‘Niet vandaag,’ zeg ik.
‘Laat me eens zien wat je bij je hebt,’ vraagt hij. Ik loop naar die knikkerpot waar ik altijd win. Daar ken ik ieder hobbeltje in het aangestampte zand. Ik laat mijn knikkerschat zachtjes in de pot rollen: Porseleinen, Tweetjes, Krulletjes, Chineesjes… Machiel haalt zijn handen erdoorheen. En dan roept hij plotseling:
‘Al jouw knikkers tegen deze,’ Ik maak nog net geen sprongetje. Dit is mijn geluksdag. Nog even doen alsof ik nadenk. Langzaam pak ik mijn knikkers uit de pot. ‘Het is eerlijk,’ zegt hij. ‘Die van mij kun je niet in de winkel kopen.’
‘Ok dan,’ Ik doe mijn best om niet te glimlachen. ‘Deze pot- laatst – moet wagen – mag niet motten.’

De winnaar

Langzaam raakt de pot vol. Hij denkt dat hij wint. Grappig dat het me zoveel moeite kost om slecht te spelen. Dan komen die vijf laatste knikkers. Machiel mist. Ik ben. Eén ver, maar te doen, twee dichterbij, de andere twee naast de pot. Eerst die verre. Die mag flink hard – de pot is vol – dat stopt zijn vaart. Strak… en raak. Nu is de rest een eitje. Ik concentreer me en…
‘Mieeeeehhhhhh!!!,’ zijn bekende harde gil in mijn oor. ‘Je speelt vals! Je bent een verrader! Je hebt helemaal geen zere vinger!’ Hij maakt een duik naar de volle pot. Onderin ligt de hoofdprijs, die hij kwijt is. Ik hou hem tegen en ga voor de pot staan. Als het op vechten aankomt kan ik van hem winnen. Met gemak duw ik hem terug.
‘Waarom krijs je eigenlijk altijd zo?’ vraag ik hem.
‘Ik ben in oorlog,’ Hij kijkt moeilijk, alsof hij nodig naar de wc moet.
‘Met wie dan?’
‘Met iedereen,’ en dan komen er tranen. Ik heb hem nog nooit zien huilen. Hij is lelijk als hij huilt. Nog lelijker dan normaal. Zijn bril beslaat. Ik had het kunnen weten. Het wordt een hoop gedoe. Ik moet iets.

Idee

Er is nog iets anders dat ik graag wil hebben.
‘Je mag je knikker houden…’ begin ik. Hij stopt direct met huilen en veegt zijn tranen weg met zijn zwarte vingers. ‘… Als je mij vertelt waarom je dat nietje in je vinger sloeg.’ Hij knikt langzaam.
‘Oké,’ Hij neemt de tijd. ‘Ik wilde voelen hoe het zou zijn,’ zegt hij na een poosje, ‘en of het echt pijn zou doen.’
‘Niet goed genoeg,’ schud ik mijn hoofd. ‘Je vertelt niet alles.’ Hij gaat zitten naast de knikkerpot. Ik hurk snel naast hem en leg mijn hand op de knikkers.
‘Je mag niet lachen,’ Ik knik ernstig. Hij kijkt naar de grond. ‘Ik zocht de dodenhoek.’
‘Wat is dat?’
‘Die zie je normaal niet. Die zie je alleen als je erge pijn hebt.’ Hij meent het. Ik wacht. Er is meer. ‘Daar zit de dood.’ Hij gaat steeds zachter praten. ‘De dood die je normaal niet ziet. Die zit in zijn hoek. Zijn dodenhoek. En als je te dichtbij komt pakt hij je.’
‘Hoe weet je dat allemaal?’ mijn hand graaft in de pot naar de knikker die we allebei willen. Ik vind hem en hou hem omhoog. ‘Nou…?’
‘Door mijn zus.’ Hij is bijna niet meer te verstaan. ‘Een ongeluk met een vrachtwagen. Ze verdween in die dodenhoek. Ik wilde weten of ik haar weer kon zien.’
‘En is dat gelukt?’ Ik buig naar hem toe en spits mijn oren. Hij schudt van nee.
‘Het deed niet genoeg pijn, dat nietje.’

Ik geef hem zijn knikker terug.

 

Mijn nieuwe werkzaamheden: STEAM…

Ik heb een hele tijd niets geschreven op dit blog. Dat was niet omdat ik niet meer bezig was met onderwijs, dat was ook niet omdat het niet goed met me ging of omdat er veel stil lag vanwege corona. Het was omdat er juist zoveel veranderde dat ik nog niet wist welke kant ik op zou gaan.

De school waar ik werkte – OBS De Startbaan – heet nu OBS Ypenburg en ik werk er ook niet meer. Ik werk nu voor alle 52 basisscholen van stichting De Haagse Scholen als specialist STEAM (Science, Technology, Engineering, Art, Mathematics) en O&O (Onderzoeken en Ontwerpen).

Wat is STEAM?
De afgelopen jaren heb ik me in mijn lessen en projecten altijd bezig gehouden met MAKEN. Bij MAAK-processen ontstaan kruisbestuivingen tussen wetenschap, technologie en kunst en worden taal en rekenen gericht en creatief ingezet. Ik was hierin niet de enige. De term ‘STEAM Education’ staat voor een internationale beweging die al geruime tijd op deze manier bezig is met onderwijs in scholen, musea en bibliotheken. Onderstaand plaatje geeft het mooi weer en is afkomstig van https://steamedu.com/

Schermafbeelding 2020-09-06 om 14.06.35

Hoe pak je dat aan?
MAKEN onstaat altijd naar aanleiding van een wil of een vraag. Het kan puur de lol zijn om iets te scheppen maar ook een gericht doel hebben: hoe zet ik een stoel op een ongelijk oppervlak? En dat hoeft echt geen glad design te zijn zoals onderstaande afbeeldingen van fotograaf Michael Wolf laten zien.

Deze foto’s, waarvan ik weer foto’s maakte op een fototentoonstelling van Michael Wolf in het GEM in Den Haag, laten zien hoe speels en met hoe weinig middelen je zo’n vraag te lijf kan gaan. Er zijn vele wegen die leiden naar MAKEN. Het model waar Design Thinking gebruik van maakt geeft mooi inzicht in welke stappen/elementen onderdeel kunnen zijn van een MAAK/ontwerp-proces.

2MAALEE-_design_thinking

MAKEN heeft dus veel perspectieven. De STEAM-vakken worden erbij ingezet en overlappen en versterken elkaar. Design-thinking maakt zichtbaar welke stappen en invalshoeken er gedurende dit proces aan bod kunnen komen. En daaronder liggen weer vaardigheden – als voorspellen, waarnemen, registreren, analyseren, ect – die aangesproken worden als je iets maakt.

Onze leerlingen moeten hun eigen weg leren gaan in een tijd die in een noodtempo verandert. Ze moeten zichzelf MAKEN uit de mogelijkheden die ze hebben. Daarin is niet alleen kennis van belang, maar ook de manier waarop ze met die kennis omgaan: hun denkwijzen en vaardigheden. MAAK-ervaringen helpen de leerlingen dat eigen potentieel te ontdekken.

Mijn werk gaat over vragen
Wat voor de leerling geldt, geldt ook voor leerkrachten, teams en scholen. We brainstormen samen over hun vragen. Dat kan bijvoorbeeld gaan over de inrichting van een techniek- of onderzoekslokaal of over het inrichten van een thema. Op onderstaande foto, gemaakt bij Cultuurschakel Den Haag, is zichtbaar dat we ons ook in een breder gezelschap buigen over deze vragen. In dit geval ging het over de vraag: hoe koppelen we taal aan een thema?
cof

Die vraag hebben Rita Baptiste en ik zichtbaar gemaakt in een poster die inmiddels al verschillende plekken heeft gezien…
IMG_8185

Hier gaat het dus over het thema ‘water’ en dat eigenschappen van water te vangen zijn in woorden, dat die woorden op hun beurt aanleiding kunnen zijn voor allerlei onderzoek- en ontwerpvragen en dat die vragen weer aanleiding geven voor diverse denkstappen en activiteiten.

Een vraag kan leiden tot MAKEN tijdens een les in een lokaal of zelfstandig in een hoek. Een vraag kan ook aanleiding zijn om het als een groter project aan te pakken, juist de school uit te gaan en bedrijven of andere plekken te bezoeken waar je met je vraag terecht kan.

Ik ben bezig mijn netwerk van bedrijven, musea en andere stakeholders in onderwijs, uit te breiden zodat ik die kan koppelen aan de vragen van onze scholen.

Tot slot
Ik wil afsluiten met nog twee foto’s van Michael Wolf.

Wat we hier zien is hetzelfde vanuit verschillend perspectief: het wonen in een enorme flat, gestapelde levens van veraf en dichtbij.

Bij het bezoeken van de verschillende scholen met hun vragen over STEAM en O&O, is me opgevallen dat er verschillen zijn (zoals rechts op de foto wanneer je inzoemt) maar meer nog dat er altijd overeenkomsten zijn.

Die overeenkomsten zijn interessant. Die vormen als het ware de onderliggende wetten. Ik zie veel overeenkomstige vragen als:

  • Hoe haal ik uit een groep een goede gemeenschappelijke vraag op?
  • Hoe richt ik een onderzoeks/techniek/maak-lokaal in?
  • Hoe geef ik een thema inhoud?

Onder deze vragen liggen ook weer steeds dezelfde parameters die scholen, leerkrachten en leerlingen weer op hun eigen wijze vorm kunnen geven.

Naast het begeleiden van specifieke scholen wil ik mij dus ook richten op het zichtbaar maken van die algemene parameters in de vorm van leerlijnen, vragenkaartjes, spellen, instructiefilmpjes etc. Deze producten wil ik (online) delen met alle scholen zodat meer scholen zich tegelijkertijd kunnen bezighouden met waar ik me mee bezighoudt: MAAK-onderwijs voor leerlingen en alles wat daaronder ligt.

Nog een hoop te doen dus. En deze site is ook aan een opknapbeurt toe dus ook daar ga ik me over buigen.

Wordt dus weer vervolgd,
Groet,
Annemarie

 

 

Over het nut van de glimlach

Brengt dit filmpje een glimlach op uw gezicht? Bij mij wel. Het maakt ook nieuwsgierig. Ik wil dan gelijk weten welke machines Joseph nog meer heeft gemaakt. Het verwondert me. Ik kijkt nog eens. Welke techniek zit erachter? Welke geniale vondsten kan ik jatten van Joseph voor mijn eigen technieklessen? En wat trof u? Was het de humor, de baby, de stoïcijnse blik waarmee Joseph bleef dooreten?

En wat is het nut?
In deze tijden krijgen weer hele andere zaken nut. Nut is maar net de zin die wij zelf ergens aan willen geven. Natuurlijk heeft u alle recht om te roepen: ‘compleet zinloos dit filmpje!’ Dan vraag ik u: ‘en die glimlach dan?’ Tot zover vormden vooral winstmodellen het nut waarin wij ons leven verpakten. Ramsey Nasr schrijft in een geweldig artikel in de NRC: In tijden van Corona biedt kunst houvast door mee te wankelen over hoe zorg, onderwijs en kunst ‘zich geen van de drie lieten oppakken en wegen als een koffer met geld’. En ja, geld is natuurlijk immer synoniem voor nut geweest. Vooral de laatste jaren. Helaas zijn de pijlers zorg, onderwijs en kunst al tijden gewoon voor lief genomen, tot protocol gemaakt door managers (die het ECHT wisten) en uitgekleed om daarna tot op het bot te worden ‘schoongeschraapt’. En nu? Nu blijken ze bakens waaraan we ons vastklampen. Nu worden ineens al die slechtbetaalde werkers die het echte werk verzetten helden genoemd. Ook daarom moet ik als leraar glimlachen.

Plezier
Over glimlachen gesproken. Volgens Ramsey Nasr heeft plezier een urgent doel. Hij noemt het een antivirus. Echt plezier houdt je gezond. Diep plezier vind je meestal niet op de kermis, waar je het kan kopen en het zo voorbij is. Voor plezier moet je meestal toch iets doen wil het blijven hangen en zich in je nestelen. Het vergt een investering. Werkelijk naar iets kijken, echt luisteren, iets je aandacht geven, laat plezier groeien. En dat gebeurt nu meer dan anders. Nu de theaters gesloten zijn vinden we andere manieren om elkaar verhalen te vertellen zoals het Decamerone project waarin acteurs iedere dag een nieuw verhaal voorlezen uit Boccaccio’s Decamerone. We lezen weer La Peste van Camus (download hier gratis en doe nog meer: haal uw Frans weer op: Camus-La_Peste). We zoeken steun in verhalen uit andere tijden hoe mensen toen omgingen met ziekte en dood. Er worden weer gedichten gelezen.
Toch weer kunst dus en literatuur. Dat is geen plezier dat altijd kietelt. Kunst kan je van je stuk brengen, schuren, beklemmen, je opschudden, je ergeren, je aan het denken zetten, je boos maken… Dat is ook plezier. Groot plezier, alleen niet altijd even lichtvoetig.

Creativiteit
In deze tijd worden onze waarden flink door elkaar geschud. We zien nu nog duidelijker dat wat we waardevol vinden meestal niet is uit te drukken in spullen of geld. We zien nu dat beroepen waar we altijd een beetje lacherig op neerkeken als vuilnisman, pakjesbezorger en vakkenvuller ons leven omhoog houden. We moeten onszelf opnieuw uitvinden in ons eentje en met zijn allen. Dat vergt nieuwe waarden maar ook andere combinaties daarmee. Het Decamerone project laat zien dat vanuit lege theaterzalen nieuwe samenwerkingen en mogelijkheden ontstaan. Nieuwe accenten worden gelegd.
Thijmen Sprakel schrijft op LinkedIn dat hij teleurgesteld is in de weekplanner van zijn elfjarige zoon: rekenen, taal, spelling, Muiswerk, Engels… Hij vind dat er niets relevants tussen staat om je tijd en energie in te steken tijdens deze crisis. Hij had graag gezien dat zijn zoon òver de crisis zou leren en niet ondanks de crisis. Welke dingen dat zijn kunt u lezen via de link en staan voor een deel ook in mijn andere artikelen. Machiel Karels vraagt zich openlijk af waarom leerlingen niet gewoon een paar weken vrij kunnen hebben. Hij geeft daar 10 redenen voor en pleit voor bezinning.

Veel van ons hebben nu volop tijd voor bezinning. Bezinning en verveling, iets waar we weer mee moeten leren omgaan. Ik pleit tevens voor een lach en voor veel creativiteit en dan voorspel ik dat als we weer terugkomen op onze oude werkplekken er veel zal veranderen. En dat is goed. Daar waren we hard aan toe.

Wordt vervolgd,
Annemarie

De supermarkt van ideeën is gesloten: zouden bibliotheken weer voorzichtig open kunnen?

Veel krantenartikelen zijn er dit weekend te lezen over de vraag in hoeverre wij mensen gelijk zijn. We zouden in ieder geval gelijkwaardig moeten zijn en ja, we worden allemaal geboren en we gaan allemaal dood. Maar het gaat nu vooral om de vraag: HOE ga je dood en HOE zit je nu thuis af te wachten tot dit over is. Heb je als kind een eigen kamer waarin je op je eigen laptop kan inloggen op het thuisonderwijs?; woon je in een klein appartement en moet je op driehoog achter vechten om die ene huiscomputer?; woon je in een onveilig huis waarin die computer wel het laatste is waar je je druk om maakt?; zit je in een vluchtelingenkamp waar 1 kraan is per 130 mensen, in tentjes, hutjemutje op elkaar? We weten het. We zijn niet gelijk.

Ongelijkheid is net zo normaal als ademen, ook hier in het rijke Nederland. Ongelijkheid van huizen, buurten en beurzen. Ongelijkheid van keuzes en kansen. Het is nu, het groeit en het wordt door Corona nog pijnlijker zichtbaar. Een ramp treft altijd de zwaksten het hardst.

De macht van woorden
School is een plek waar we proberen iets te doen aan ongelijkheid. Scholing kan dubbeltjes tot kwartjes maken. Op school leren we lezen. En juist lezen draagt bij aan meer kansen. In groep drie en voor sommigen al eerder gaat er een wereld open. Voor de één langzaam en moeizaam, voor de ander als een raket naar de ruimte. Op school zijn we vooral bezig met de technische kant van lezen. Ik wil het nu hebben over de macht die woorden hebben. Eerst moet je als kind die woorden leren grijpen. Dat kan veel tijd en moeite kosten maar dan… Dan kan het gebeuren dat er iets omklapt en de woorden jou grijpen. En als je eenmaal gegrepen bent door de magie van lezen laat het je niet meer los. Naomi Wolf verwoordt dit prachtig:
‘Waarom lezen?’
Omdat we maar één leven hebben en lezen geeft ons vele levens.’
Lezen laat ons ervaren en voelen wat anderen denken en dromen. Lezen overschrijdt grenzen van afstand en tijd. In een oogwenk kan een goed verhaal je meenemen naar verre oorden. Mensen die allang zijn gestorven kun je weer horen praten in je hoofd. Het ervaren van de schoonheid van taal kan je verpletteren en kan je inzicht veranderen en vergroten. Lezen verbaast je, lezen ontregelt je, lezen ontroert, vormt en maakt je.

Zoveel redenen…
Er is een heelal aan redenen – van minuscuul tot enorm, van haast onbeduidend tot levensreddend – waarom lezen zo’n rijkdom schenkt. Bovenstaande uitspraak van Naomi Wolf komt uit een boek dat Maria Popova heeft samengesteld: A velocity of being, letters to a young reader.
IMG_9808 2Op elke pagina van dit boek staat een brief van een schrijver (of andere wijze, belangrijke mensen) aan de jonge lezer. En iedere pagina wordt ook weer geïllustreerd door steeds een andere kunstenaar. Dit boek is dus een heelal vol sterretjes van 256 brieven en illustraties.

Rijkdom dus
Rijkdom waar niet iedereen even makkelijk bij kan. Want het ene kind wordt liefdevol voorgelezen en het andere kind moet zichzelf uitvinden. Het ene kind leest zoals het praat het andere worstelt met dyslexie. Het ene kind kan alle boeken van de wereld online kopen en de ander moet ze lenen. We hadden het al over ongelijheid. Bibliotheken spelen een belangrijke rol iets aan die ongelijkheid te doen. Niet ieder kind heeft toegang tot inspirerende boeken die – juist nu – even een magisch tapijt kunnen zijn naar een andere wereld. Juist nu de scholen dicht zijn en de vraag om mentaal uit te vliegen groter dan ooit, zijn ook de bibliotheken dicht.

De bibliotheek
De bibliotheek is een plek waar je zo’n magisch tapijtje normaliter kan lenen en weer terugbrengen. De bibliotheek is een instelling die kinderen gratis kan verrijken en op die manier iets doet aan ongelijkheid tussen kinderen. Alleen niet nu. Uit veiligheid. Begrijpelijk. Maar we gaan ook naar de supermarkt. En daar blijken de rijen geduldig en de klanten over het algemeen begripvol en beleefd op anderhalve meter van elkaar. Het blijkt dat het kan in de supermarkt. Zou het met die ingrepen ook mogelijk zijn in de bibliotheek, die supermarkt van ideeën? Of dan in ieder geval in de kleinere buurtbibliotheken? Ik hoop het. Ik hoop dat ze gauw weer opengaan.

Tot slot
Dit stuk gaat over de kracht van woorden, de kracht van taal en van verhaal. Ik wil afsluiten met een groep jonge kunstenaars. Songwriters die woorden op muziek zetten. Momenteel zonder werk en opgesloten in een getroffen New York. De zangeres Leonoor is een Nederlands meisje, dochter van een collega van mij. Ze zingt hier voor u en voor mij hun verhaal over Corona en probeert zo op een creatieve en optimistische manier het hoofd boven water te houden.

Wie de andere muzikanten zijn ziet u op: https://www.breakoutchronicles.com/ Wanneer deze dochter haar moeder in Nederland weer zal zien? Inderdaad: Time will tell… De tijd zal ons nog een heleboel vertellen net als al die prachtige nog ongelezen boeken…

Wordt vervolgd,
Annemarie

 

 

 

Zaagtand of anticlimatisch? Wat betekenen deze tijden voor u?

Wat we nu meemaken raakt ons allemaal op een andere manier. We weten wereldwijd dat dit jaar 2020 in de geschiedenisboekjes komt. Dat we bovendien niet kunnen voorzien hoe het onze toekomst zal beïnvloeden. 

Als zoiets ingrijpends gebeurt geven we er eigen woorden aan. Mijn zoon Jan die nu zijn VWO examen zou moeten doen noemt het ‘anticlimatisch’. ‘Heel mijn schoolleven werkte ik hier naartoe,’ zei hij gisteren. ‘En nu zitten we thuis en mag ik veel vrienden niet zien. Een anticlimax. Ik kan niet echt bewijzen dat ik het kan. Geen feest. Geen reis. Alles is anticlimatisch.’ Ik sprak mijn vader van over de tachtig over de telefoon en vertelde hem dat ik het jammer vond voor Jan. ‘Ja Marie,’ zei hij, ‘het leven is als een zaagtand. Weet je wel die tandjes op een zaag. Ze hebben punten en dan komt er weer een dal. Voor ons was het dal de oorlog. Daarna klommen we weer op. Voor jullie is het nu Corona. Daarna gaan jullie ook weer klimmen en bouwen.’

Welke betekenis geeft u aan Corona?
En u. Wat overkomt u? Wat haalt u uit deze tijden? Moet u alle zeilen bijzetten of zit u thuis? Bent u bang? Bent u alleen? Wat doet de stilte met u? Welke dingen worden voor u weer kostbaar? Toiletpapier? Saamhorigheid? Waar vindt u steun? De bijbel of Koran? Muziek? Initiatieven van mensen? Ontplooit u zelf initiatieven? Deel het hier.

Mijn zoon kwam met nieuwe woorden, mijn vader kwam met aloude wijze raad. Maar misschien zingt u wel, of tekent u of heeft u iets uitgevonden waarmee anderen geholpen zijn. Ter inspiratie hieronder Corona-tekeningen van mijn vriendin Ilona Senghore, een geweldig stukje Corona-muziek en een overpeinzing van mijzelf over de vraag in het programma DWDD van gisteren waarin men elkaar vroeg voor welke drie dingen zij die dag dankbaar waren.

 

3 dingen om vandaag dankbaar voor te zijn

Ik ben dankbaar voor:

Het tongetje van Tip – mijn kat –
zoals dat lep lep lept in haar waterbakje.
Een ruw roze flapje waar ik verliefd op ben.

Mijn strakke hoofd haar, vanochtend in de spiegel
dat ik net voor de lockdown nog heb laten knippen
door mijn favoriete kapper.

Mijn kinderen die plotseling zwemmen in tijd
hulpeloos en dapper tegelijk, zoekend naar
invulling, houvast, betekenis in wat er is,
turend in de toekomst die zich draait naar iets anders.

Ons. Dat IK veranderde in WIJ. Dat ik ooit mijn huis
en boekenkast durfde delen met iemand die geen familie was.

Dat je vreemden tot familie kan maken.

Dat het goede altijd blijft tussen mensen.
Hoe zwaarder de tijd, hoe lager de instincten
maar ook hoe buitengewoon goed het goede.
Soms van zichzelf ontstijgende adel.

Hoe het goede blijft staan op het netvlies
van ons geheugen.

Dat mensen een mooi beeld willen vormen
op het netvlies van een ander mens.

Dat dit veel meer, zo barstensveel meer is
dan drie dingen

vandaag
om dankbaar voor te zijn.

Tot slot
U hoort het. Mijn stem is een dankbare. Maar ik ben niet ziek. We hebben zorg om onze ouders maar het is zorg die we aankunnen. Bij ons geen eenzaamheid. Misschien is uw ervaring donkerder of zwaarder of heeft u belangrijke inzichten opgedaan. Deel uw ervaring hieronder zodat wij van elkaar kunnen leren en – door te weten wat een ander meemaakt – elkaar kunnen steunen.

Wordt vervolgd,
Annemarie

 

 

‘He who has a why to live can bear almost any how’: betekenis en zingeving in (thuis)onderwijs in tijden van Corona

De quote uit deze titel komt uit het boek ‘Man’s searching for meaning’ van Victor E. Frankl en is een parafrase van Nietsche: ‘Hat man sein Warum? des lebens, so verträgt man sich fast mit jedem Wie?’ Generaties voor ons hebben te maken gehad met rampen en hun eigen manieren gevonden daarmee om te gaan. Rampen die hen persoonlijk vaak nog zwaarder troffen dan Corona de meesten van ons nu treft. In DWDD bedacht men TroostTV omdat men in deze tijden behoefte heeft aan troost.

Ik denk dat zingeving en betekenis ons troost geeft. Ik wil de relatie tussen betekenis en troost in dit artikel onderzoeken en uiteraard ook omzetten naar praktische handvatten voor onderwijs, want daar gaat dit blog over en daar hebben ouders wellicht nu thuis ook behoefte aan. Niets is zo gek of je kunt er onderwijs van maken. Het WAT hebben de teams van de scholen al goed geregeld en mee naar huis gegeven en/of is online te vinden. Hieronder volgt een aanzet tot WAAROM en HOE.

Wie was Victor Frankl?
Victor E. Frankl (Wenen26 maart 1905 – Wenen, 2 september 1997) was een Oostenrijks neuroloog en psychiater, maar werd vooral ook bekend als overlever van de holocaust. Door het lijden dat hij en anderen hadden ondergaan in de concentratiekampen kwam hij tot de opzienbarende conclusie dat zelfs in de meest absurde, pijnlijke en inhumane situaties het leven potentieel zinvol is. Deze conclusie vormde de sterke basis voor Frankls logotherapie. (logos, λόγος, is Grieks voor ‘woord, reden, principe’; therapie, Θεραπεύω, betekent ‘ik genees’). Frankl heeft zich zijn hele leven beziggehouden met zingeving. Voor de oorlog legde hij zich toe op depressie en zelfmoord en later in de kampen behandelde hij medegevangenen om zwaarmoedigheid te verlichten en zelfmoord te voorkomen. Na de oorlog werd hij een wereldwijde bekendheid met zijn logotherapie.

Hoe vinden we zingeving en betekenis?
Als we dat wisten konden we er makkelijk een methode over schrijven en er bij wijze van spreken iedere dag een les aan wijden maar zo simpel is het niet. Voor elke situatie en voor ieders leven vraagt dit iets anders. Sommigen van ons zoeken het in plannen voor de toekomst en ‘bucketlists’, anderen zoeken het in hun werk. De mens is een dier dat leeft in de toekomst. Hij valt weg als zijn toekomstbeeld wegvalt. Frankl geldt als bedenker van de term Sunday neurosis, waarmee hij verwijst naar een soort depressie die optreedt bij mensen, zodra ze zich bewust worden van de leegte van hun leven als de werkweek voorbij is. Een soort mini- pensioendipje. Iets dergelijks gebeurt nu bij velen die thuis werken. De ruis valt weg. De stilte komt. Verveling overvalt een aantal van ons en de vraag draait om. Het gaat nu niet om wat wij vragen van het leven maar wat het leven vraagt van ons.

En nu praktisch
Voldoen aan wat het leven van je vraagt vereist zelfkennis en opmerkzaamheid voor het kleine om ons heen. In een goed stuk van in het parool: ‘Door corona tijd voor reflectie: ‘De natuur roept ons nu tot bezinning’ schrijft hij hoe mensen in de miljoenenstad Wuhan plotseling vogels horen fluiten: ‘Ik dacht dat ze er niet waren, maar nu begrijp ik dat we ze nooit hoorden door alle verkeer en mensen.’ Ook schrijft hij over het ‘lied der Italianen’, dat klonk in het Rome dat sinds ruim een week is afgesloten. Hierin zitten allemaal elementen van zingeving. Mijn eigen lijfspreuk is: ‘Beauty is in the eye of the beholder.’ Schoonheid zit in je eigen manier van kijken. Je kunt het ontwikkelen schoonheid te zien in gewone dingen om je heen. Dus hier wat tips om dat te oefenen:

  • Denk eens aan het eind van de dag en vraag uzelf af: ‘Welke hele gewone dingen hebben me vandaag geraakt of ontroerd? Wat wil ik onthouden? Welke zin? Welk beeld?’
  • Kunt u die dingen opschrijven? Hoe geeft u hier woorden aan? Hoe doet uw kind dat? U kunt gratis aan de slag met de poëzielessen op deze website. Voor meer mooie creatieve schrijfopdrachten om zinnen te maken van gedachten is het onuitputtelijke en prachtige boek van Mariet Lems een goudmijn: Weten waar de woorden zijn. Prijzig (52 euro) maar iedere euro waard en voor mij een onuitputtelijke schrijfbijbel met schrijfopdrachten voor peuter t/m puber. Wellicht samen aan te schaffen met andere ouders die ook thuisonderwijs geven.
    9200000024571745
  • Kunt u praten met uw kind over die gewone dingen uit de eerste bullet? Op filosovaardig.nl kunt u gratis lid worden om met een minicursus filosofie uw thuisgesprek met uw kind te verdiepen door verder te denken en door te vragen. Ze hebben ook mooie gratis vragenkaartjes als je lid wordt: Filosovaardig-gratis-30-Doorvraagkaarten.
  • De boekwinkels zijn nog open! Vier dat u tijd voor elkaar hebt en ga samen met uw kind een boek uitzoeken! Vraag uw kind waarom hij dit boek kiest. Praat erover. Lees voor. Onderzoek. Teken na. Maak samen een boek van de tekeningen van uw kind(eren) zoals ik zelf ooit eens deed van de prinsessen van mijn dochter. prinsesvoorblad(download: prinsesspread)
    Ziet u de zingeving in haar serieuse blik? Prinsessen zijn ongelofelijk belangrijk en Emma was een kenner. Ze is inmiddels bijna 22 en dit boekje is nu een dierbare herinnering. Over zingeving gesproken. Nu heeft u er wellicht tijd voor!
  • Laat uw kind eens een dagboek bijhouden. In de lessenserie op deze site over herdenken en identitieit zijn stappenplannetjes te downloaden en worden handvatten gegeven. U moet iets naar beneden scrollen in één van de laatste lessen. Een dagboek kan ook een getekende strip zijn of een mindmap. Je kunt er foto’s en andere herinneringen inplakken. Tegen leerlingen wil ik zeggen: ‘Beperk je niet maar zie een dagboek ruim. Als een plek voor ideeën. Als een aantekenboek waarin je uitspraken opschrijft van personen die iets zeggen dat je raakt. Ik heb er zelf altijd eentje bij mijn tv liggen. Maar ook mijn aantekeningen in mijn telefoon barsten van de krantenberichten, links en podcasts die ‘van mij’ zijn.’
  • Kijk eens samen met uw kind naar zijn vaardigheden. En leg daarbij eens uw eigen vaardigheden onder de loep. In dezelfde lessen op deze site over herdenken en identitieit zijn kaartjes te downloaden over vaardigheden als communiceren en samenwerken, uitgesplitst in kleine doelen met daarbijhorende succescriteria. Zo worden complexe vaardigheden bespreekbaar en daardoor zichtbaar.

    Die vaardigheden zijn deel van een leven lang leren. Wie durft te beweren ze allemaal onder de knie te hebben?
    Bij deze lessen treft u ook een mooi filmpje van hoe onze leerlingen hebben gekeken naar een ander (in dit geval Anne Frank) naar aanleiding van deze kaartjes. Ze kozen een kaartje en keken naar een film over haar. Hoe luisterde Anne naar anderen? En had ze lef? Waar bleek dat uit? Kijken met een vraag in je hoofd zorgt voor een nauwkeuriger observatie.

Tot slot
Bovenstaande punten gaan wat mij betreft allemaal over zingeving en betekenis. Ze staan al jaren op deze site. Ze zijn ook al jaren van groot belang. Er is niets nieuws onder de zon. Wel is, dankzij Corona, de focus nu even anders en beseffen we misschien nu des te meer hoe belangrijk betekenis is voor onze leerlingen, voor ons als mens. Daarbij wil ik benadrukken dat ik het belang van kennis niet over het hoofd zie. Een school is er om kennis over te dragen. Maar die kennis moet bij iedereen een eigen plekje krijgen, een kader worden, een rode draad vormen. Betekenisgeving helpt kennis om te zetten in begrip. Ik hoop dat deze tips u hiermee een beetje helpen. Ze zijn verre van volledig. Ze dienen slechts als een begin van inspiratie. Leert u het zien dan vindt u het overal.

Wordt vervolgd,
Juf Annemarie

 

 

 

 

Curriculumcirkels…

ESU-BOGXcAAubYxDit artikel vat de insteek van het kamerdebat van gisteren 5 maart over een nieuw curriculum precies goed samen. Thijs Rover twitterde erover ‘Benieuwd naar debat vandaag. Wat er daar ook gezegd wordt: zonder draagvlak gaat dit echt niet werken. Dat draagvlak is er niet, nog los van wat je van de inhoud vindt (95% van mijn collega’s kent die inhoud overigens niet).’ En daar reageerde Marjolein Ploegman weer op met ‘Wat een probleem is, is de verdeeldheid vd beroepsgroep, incl. hun wetenschappelijke bases. Zodoende is er voor geen enkel voorstel draagvlak, blijft de status-quo gehandhaafd evenals de huidige problemen. Dat is onverteerbaar voor al die kinderen en leerkrachten die vastlopen.’ En dat vat mijn analyse van het hele gebeuren weer precies goed samen. Men verschanst zich in eigen meningen en is het verleerd te luisteren naar elkaar. Zo blijft men ronddraaien in zijn eigen cirkel.

Met plaatsvervangende schaamte lees ik de Twitterreacties van collega’s op het filmpje van Pieter Lossie, voorzitter van LAKS en voorstander van een nieuw curriculum dat meer aansluit bij de huidige tijd. Welk beeld moet een jongen van 17 ervaren van onze beroepsgroep? De reactie van Wouter de Jong ‘Hm, lesje drogredeneren zou niet verkeerd zijn,’ was nog één van de mildste. Laten we niet vergeten dat de leerling degene is voor wie we ons onderwijs optuigen. Pieter Lossie geeft terecht aan dat er zorg mag zijn om motivatie. De Nederlandse leerling is de minst gemotiveerde van Europa. En Pieter spreekt niet alleen voor zichzelf. Op de LAKS monitor  –  het tweejaarlijks tevredenheidsonderzoek onder leerlingen –  hebben ruim 74000 leerlingen gereageerd.

Datgene waar het kamerdebat over ging – de stand van zaken in onderwijsland en wat nu? – is complex en urgent genoeg. Het gesprek vindt plaats in tijden van werkdruk, een toenemend lerarentekort en een steeds lagere uitstroom van basiskwaliteit. In een rijk land als Nederland stijgt de laaggeletterdheid. In de PISA lijsten zijn wij al lang onze koppositie verloren.

Er is veel aan de orde in de maatschappij en dat komt allemaal op het bordje van het onderwijs. Westerveld (Groen Links) schetst dat zij honderden brieven kreeg van allerlei organisaties met wensenlijstjes. Verwachtingen over het nieuwe curriculum gaan alle kanten op en aan al die verwachtingen moet worden voldaan. Van tevoren weet je al dat dit niet gaat lukken. De vraag is: wat gaat er wel lukken? Want op al die wensenlijstjes moet toch een antwoord komen? De laatste 15 jaar is dat antwoord stelselmatig de verschraling van ons onderwijs geweest met de desastreuse gevolgen die we nu allemaal kennen. Vernieuwingen zijn even stelselmatig over de hoofden van het werkveld uitgestort, dus nu zou het anders gaan: leerkrachten en schoolleiders mochten zelf meedenken over de aansluiting van hun curriculum bij het onderwijs van deze tijd. ‘Teacher in the lead’ was het motto. Minister Slob kreeg die opdracht van de Tweede Kamer en ging ermee aan de slag.

Nu er bouwstenen liggen waar kerndoelen en eindtermen uit gedestilleerd moeten gaan worden toont het debat verwarring. Vaak werd de vraag door de kamerleden gesteld: ‘Waar zeggen we nu eigenlijk ja op?’ (van den Hul PVDA). Het ene kamerlid beschouwt wat er ligt als ‘niet zo heel veel nieuws’ (Bisschop SGP). Het andere kamerlid spreekt van een ‘revolutie’ (Beertema PVV). Terwijl Thijs Rover twittert over geen draagvlak, benadrukt de Minister dat raden, bonden, jongeren- en ouderorganisaties, vakverenigingen, scholen en wetenschappers gezamenlijk met hun achterban hebben meegedacht. Dat online consultaties tijdens het werkproces ruim 30.000 reacties hebben opgeleverd. ‘Hoe transparant wil je het hebben?’ vraagt de Minister. En dat is mijn (waarschijnlijk naïeve) vraag ook aan het werkveld: ‘Hoe kun je een mening hebben op twitter als je niet luistert en je inleest?’

De cirkel lijkt rond als Paul van Meenen (D66) roept ‘laten we nu de deskundigen in de lead brengen. Als we nu in deze mist blijven zitten, dan kunnen we net zo goed stoppen.’ Hij pleit voor een commissie van wetenschappers en curriculumprofessionals die een uitspraak moeten doen over wat er nu ligt en grapt tevens: ‘ik vind het wel leuk na mijn pensioen.’ Uit die woorden valt op te maken dat de leraren en schoolleiders die de bouwstenen hebben vormgegeven geen deskundigen zijn maar een tijdelijke oprisping. Gelukkig zijn we weer terug bij af en gaan de echte deskundigen het roer weer in handen nemen, zoals het altijd al was. De cirkel is weer rond. Nee niet helemaal. Minister Slob heeft in het begin van het debat de kamer erop gewezen dat het betrekken van docenten al voor zijn aantreden een opdracht was van diezelfde Tweede Kamer. Hij blijft nu ook naast die docenten staan en betoogt dat zij bij het proces betrokken moeten blijven.

Het debat eindigt met het draagvlak of liever gezegd het gebrek eraan. Ook hier is de cirkel weer rond als we de eerste alinea van dit verslag lezen. Er is op dit moment in de beroepsgroep voor geen enkele zaak algemeen draagvlak te vinden. Wellicht slechts voor een hoger loon.

Maar waar ging het nu allemaal om? Kwint (SP) zei heel mooi: ‘goede leraren waren diegene die het boek niet nodig hadden.’ En waarom hadden ze het boek niet nodig? Omdat ze vakkennis hadden en hun didactiek en pedagogiek in de vingers hadden. Zeker. Maar ook omdat ze heldere kerndoelen en eindtermen hadden waar ze naartoe konden werken. Nu moet ‘die leerkracht zonder boek’ zwerven door vaag geformuleerde kerndoelen van zo’n dertien jaar geleden. Toch maar meer toekomstgerichte kerndoelen dan? Hé, dat neigt naar een nieuw curriculum. De cirkel is inderdaad weer rond.

Wie de cirkels wil volgen waarin dit debat ronddraaide en geen kleine zes uur aan debat wil terugkijken adviseer ik de tweets van Esther Sloots (@Es7788  lobbyist bij AOB).

Wordt uiteraard vervolg. Hopelijk doorbreken we ooit een paar cirkels en kunnen we aan de slag,
Juf Annemarie