Balans in de klas…

Balans is een mooi concept. Je komt het overal tegen. Om de leerlingen letterlijk te laten voelen wat het begrip inhoudt mochten ze een vogel maken die kon balanceren op hun vinger. Dat leek een beetje op toveren en daarom zijn deze onderzoekjes zo leuk. Met veel Oooohs en Aaaahs bekijken de leerlingen een aantal beginselen in uit de natuurkunde. Daarna mochten ze lekker gaan uitproberen met een model van een zwaaipapegaai van Kidzlab waarbij je eigenlijk geen fouten kunt maken maar wel goed kan voelen hoe de vogel in balans op je vinger zijn evenwicht houdt…

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Er was veel plezier en er ontstonden paradijselijke vogels. Let hierbij ook op details van prachtige haakwerkjes van de oma van Jarl, die dienden als gewichtjes om de vogels in balans te krijgen maar ook een prachtig decoratie waren. De school kreeg een hele zak met haar haakwerkjes cadeau om mee te knutselen 🙂

Het achteraf onder woorden brengen hoe het nu precies zat met dat zwaartepunt, steunpunt en balans bleef voor sommigen lastig…

Hoe zet je wat je hebt geleerd om in taal en welke nieuwe termen horen daarbij? Dat is veel tegelijk en moet je soms diverse keren herhalen. Dat hebben we daarna nog weer gedaan in de klas maar vaak wil je alles toch nog eens terugkijken. Vandaar dat ik iedere geĂŻnteresseerde hierbij nog eens verwijs naar mijn lessen over balans op deze site, compleet met uitleg en downloads.

De volgende stap was om het thema ‘balans’ te kunnen toepassen op een verhaal, want daarover gaat ons huidige project. De les volgend op de balansvogel, hebben de leerlingen om het gevoel weer terug te halen de vogel nog eens op hun vinger gezet en hebben we gekeken naar het concept balans in verhalen en in ons eigen leven. Het zwaartepunt en het steunpunt zijn bij de vogel in balans. Daarom kan die vogel ook best een stootje hebben: Een sterke wind of een duwtje hier en daar zijn geen probleem. De vogel beweegt en wiebelt wat en hervindt daarna zijn evenwicht wel weer. Maar een enorme klap kan de papegaai wel uit balans halen en doen vallen.

Hoe zit dat in ons persoonlijk leven? Wat zijn de factoren die ons in balans houden? We spraken hier over andere vormen van evenwicht als die bij de vogel. Nu ging het over zaken als ‘geven en nemen’ over ‘werk en vrije tijd’ over ‘armoede en rijkdom’… Wanneer dergelijke zaken uit balans raken gebeuren er ongelukken. In ons eigen leven en in verhalen. We proberen in ons eigen leven steeds de balans te zoeken.

Maar in een spannend verhaal is het nooit ‘koek en ei’. In sprookjes en verhalen is het juist het ‘uit balans zijn’ wat een verhaal zo interessant maakt. Het volgende plaatje illustreert dat mooi. Een verhaal over een ezeltje dat goed wordt behandeld en iedere dag met veel plezier zijn karretje trekt is vrij saai. In het volgende plaatje is het tegenovergestelde het geval en is letterlijk sprake van een disbalans…
ezel

Deze situatie roept emoties op: ‘Wat zielig voor die ezel die hier wordt uitgebuit!’. Je kunt het ook zien als metafoor voor mensen (en dieren) die overbelast worden in hun leven met onmogelijke taken op hun bordje. En het roept vragen op: ‘Hoe gaat dit opgelost worden?’; ‘Wat voor leven heeft deze ezel eigenlijk?’; ‘Wat voor soort mensen zijn het baasje van deze ezel?’; ‘Waarom doen ze dit?’; ‘En welk leven hebben deze baasjes?’…

Naar aanleiding van die disbalans en de vragen die het oproept zijn interessante verhalen te schrijven. Na een korte oefening waarin de leerlingen bij bekende sprookjes als Sneeuwwitje analyseerden wanneer de situatie uit balans raakte, mochten ze zelf aan de slag. Ze dachten na over een sprookje of een verhaal waarin de balans verdween. Ze gaven aan op welk moment dit gebeurde en wat de oplossing was, want een sprookje hoort een happy end te hebben. Hieronder een mooie analyse over Assepoester…
IMG_7947

Maar ook in je persoonlijk leven kunnen zaken uit balans raken. De TV kan stukgaan en het nachtlampje kan kapot…
IMG_7945

IMG_7944

Dan ontstaat een gezamenlijke inspanning om het op te lossen of een persoonlijke overwinning om angst voor het donker de baas te worden. Ook kwam er een creatieve oplossing als je je kleine zusje wil troosten als ze is gevallen…

IMG_7946

Het thema ‘balans’ sluit dus mooi aan bij het karakter en de kwaliteiten van ‘de held’, waar we het eerder in deze klas over hebben gehad (Held les 1, Held les 2). Hoe zou ‘de held uit ons verhaal’ reageren op bepaalde problemen en verstoringen van de balans?

We gaan het zien…
Wordt vervolgd,
Juf Annemarie

 

Als onze leerlingen de baas zouden zijn…

Ja, de baas zijn van de wereld! Dat zou wat zijn! Veel macht om dingen te veranderen. Wat zouden onze leerlingen doen?

De baas van de hele wereld is wel erg veel ineens dus in ons project ‘Utopie’ begonnen we met Nederland en met een afgebakend gebied: wat zouden de leerlingen willen veranderen in de zorg, in internationale samenwerking of aan onze omgang met het milieu? De leerlingen mochten zelf een ‘ministerie’ opzetten en zich presenteren in een filmpje. Dat viel nog niet mee. De techniek van het filmen roept een aantal vragen op: hoe breng ik iets in beeld?; wat is mijn camerastandpunt?; hoe monteer ik filmfragmenten?; hoe, waarom en wanneer gebruik ik special-effects?

Maar ook de inhoud van een filmpje moet goed in elkaar zitten. Daarvoor schreven de leerlingen eerst een storyboard waarin ze nadachten over hoe ze zich wilden presenteren, wat hun probleem was, hun utopie en wat mogelijke oplossingen zouden kunnen zijn. Zowel inhoudelijk als qua vorm een hele klus waar ze een aantal lessen aan hebben gewerkt. Hieronder 1 van de resultaten..

 

Om alle filmpjes te bekijken kunt u klikken op deze link. 

De bedoeling is dat alle leerlingen van onze school de filmpjes gaan zien en een stem gaan uitbrengen op hun favoriete presentatie. Ik ben benieuwd welke filmpjes onze leerlingen het meest waarderen. Het is dan spannend om te volgen waarom de leerlingen een presentatie of filmpje waarderen. Welke redenen voeren ze aan en kunnen ze dit ook goed onder woorden brengen? Hoe geven ze elkaar feedback?

Voor de leerkrachten is het altijd boeiend om te zien hoe leerlingen denken over de wereld en hoe ze die gedachten vormgeven. Bij het maken van de filmpjes ging dat soms heel gestructureerd en hadden leerlingen teksten op papier die ze onderaan hun camera/mobieltje plakten om tijdens het filmen te kunnen spieken en soms ging het spelenderwijs via bijvoorbeeld een toneelstukje.

Hierbij was samenwerking en meedenken met elkaar belangrijk. Om even achter de schermen te kijken en iets van dit proces mee te krijgen plaats ik hierbij een link naar een filmpje waarin de eerste filmles werd geëvalueerd en de leerlingen zich hadden beziggehouden met hoe ze zich als groep op film wilden presenteren. Een storyboard hadden ze toen al gemaakt. Het was mooi om te zien hoe betrokken de leerlingen waren en hoe ze met elkaar meedachten over de presentaties.

Tot slot zag ik ook een prachtig artikel in het AD van Ellen den Hollander over 6 kinderen van 11 jaar die zich onder andere bogen over de vraag wat ze zouden doen als ze de baas over de wereld zouden zijn. Mooie portretten van deze kinderen!

Het project ‘Utopie’ is afgesloten en de onderbouw/middenbouw gaat zich bezighouden met het thema ‘Verhalen, de bovenbouw met ‘Identiteit’.

Wordt dus weer vervolgd,
Groet,
Juf Annemarie

Verhalen in de klas…

De vorige les hebben we ons beziggehouden met het karakter van ‘de held’ van een verhaal. De leerlingen mochten zelf een held bedenken. Veelal kwamen ze met personen uit hun eigen leven zoals hun ouders, vrienden en vriendinnen. Dit keer gingen we er nog dieper op in: wat maakt iemand tot een held? Welke eigenschappen heeft een held? Belangrijk voor de leerlingen is tevens het besef dat ze ook zelf het verschil kunnen maken en een held kunnen zijn.

We lazen de fabel van Aesopus van De leeuw en de muis, waarin de muis de leeuw stoort in zijn slaap en de leeuw hem geïrriteerd grijpt met zijn klauw. De leeuw spaart de muis en wordt later weer door hem gered als hij is beland in de netten van jagers. De muis kan immers met zijn scherpe tandjes de netten doorknagen.

De leerlingen reflecteerden eerst zelf op het verhaal naar aanleiding van 4 korte vragen en gingen daarna in tweetallen bespreken wat de overeenkomsten en verschillen waren in hun observaties…

IMG_7825

Toen bespraken we klassikaal welke kwaliteiten een held kan hebben. Moet een held altijd de wereld redden of kan hij/zij ook gewoon in dagelijkse dingen een heldenrol vervullen? Kunnen de leerlingen zelf ‘helden’ zijn? Wat doet een held? Welke kwaliteiten heeft een held? Zien de leerlingen zulke kwaliteiten ook bij zichzelf? In tweetallen keken de leerlingen naar 1 kwaliteit van zichzelf en 1 kwaliteit van hun gesprekspartner…

IMG_7828

Een aantal leerlingen wilden wel voor de camera vertellen wat ze van deze les hadden opgestoken…

In de hele school is men bezig met het belichten van kwaliteiten van leerlingen. Leerlingen mogen elkaar in het zonnetje zetten bij het kiezen van ‘de kanjer van de week’. Ze mogen een klasgenoot kiezen van wie zij vinden dat deze zich positief inzet. De leerlingen leren zo elkaars kwaliteiten herkennen en benoemen. In deze groep 5 was onze Nikita de afgelopen week de kanjer (of de heldin ;-))

IMG_7816

Zo wordt er bij ons op school nagedacht over het concept van ‘de held’. We hebben weer ondervonden dat verhalen een krachtig middel kunnen zijn om na te denken over onze eigen standpunten en eigenschappen. Stap voor stap zullen we het concept ‘verhalen’ dan ook uitbouwen in onze volgende lessen.

Wordt weer vervolgd,
Groet,
Juf Annemarie

 

 

 

Wie zijn de helden van onze leerlingen?

We zijn dit nieuwe jaar begonnen met een project over verhalen. Wij mensen zijn verhalendieren. Het aan elkaar vertellen van verhalen is zo oud als de mensheid. Het helpt ons bij het nadenken over ons eigen leven en onze plek in de wereld. Maar hoe leren we nu zelf een goed verhaal te schrijven? Wat komt daar allemaal bij kijken?

Op een site met lesmateriaal voor hoogbegaafden trof ik een prachtig lesboekje over de rol van de held: lesboekherosjourney kopie

De stappen in dit boekje en de rol van de held leek mij een mooie start om de leerlingen te laten begrijpen hoe karakters in een verhaal in elkaar zitten en wat een karakter interessant maakt. Wat is een held? Kun jij zelf een held zijn? Wie vind jij een held? Wat heeft een held voor eigenschappen? Kan een held ook zwak zijn? Met deze vragen hielden we ons bezig naar aanleiding van een sprookje. En wat is er fijner dan als juf een sprookje voor te lezen aan je klas uit je eigen oude stukgelezen sprookjesboek uit je kindertijd. En dan merken dat de leerlingen zich even ademloos verliezen in het verhaal als ik destijds… Dit sprookjesboek heet ‘De Verhalenreus’. Een prachtige titel met even prachtige en wonderschone illustraties. Vanwege mijn nostalgie hieronder even wat plaatjes uit dat oude sprookjesboek…

 

Ik las het Japanse sprookje uit dit boek voor van ‘De jongen die katten tekende’.

Ik vroeg de leerlingen of deze jongen, die niet sterk of moedig was maar wel geweldige katten kon tekenen, een held was. Wat is de definitie van een held? En wie beschouwen de leerlingen zelf als een held? Ze mochten hun eigen held tekenen en ik was benieuwd naar de eigenschappen en karaktertrekken van hun helden. Het was de bedoeling dat hun tekening een eerste stap zou zijn naar het beschrijven van een karakter in een eigen verhaal.

Het mooie van een dergelijke opdracht is dat ik er als leerkracht weer minstens net zoveel van opsteek als de leerlingen zelf. Het geeft inzicht in de wereld van mijn leerlingen. In deze groep 5 vonden veel leerlingen hun held in hun eigen omgeving: Ouders en vooral moeders werden gezien als hun helden. Zonder hun ouders waren ze immers niet geboren, maar ook eigenschappen als geduld en humor vonden de leerlingen belangrijk…

 

Voor een vergroting kunt u klikken op de foto’s om de teksten beter te lezen. Ook opmerkelijk was dat de leerlingen een aantal klasgenoten als held benoemden. Sommige leerlingen hebben elkaar kunnen helpen op een belangrijk moment…
IMG_7742

IMG_0004

En hieronder een filmpje van heldin Gusta met weer haar eigen helden…

 

Soms is er ook gewoon sprake van een mooie vriendschap…
IMG_0019

De leerlingen haalden de helden voor hun tekeningen dan ook graag uit hun dagelijks leven. Ook dieren en fantasiedieren werden door de leerlingen vaak gezien als helden…

 

Dieren kunnen hele andere eigenschappen hebben dan mensen. Om dierenfiguren te bedenken met magische eigenschappen was voor de leerlingen een kleinere stap dan om een eigen romanfiguur te bedenken met een heldenrol. Een eigen held bedenken die de hoofdrol speelt in een verhaal was voor veel leerlingen nog erg abstract. Veel helden waren dan ook een combinatie tussen mensen uit hun omgeving en helden uit games of TV series…

 

Ook grappig voor mij om te zien, was dat bij het tekenen van de vijand van de held, dit personage bijna als een tweelingfiguur werd afgebeeld. De held in de spiegel als het ware. Kijk maar eens naar deze helden en hun vijanden…

 

Wat de leerlingen in deze groep dus nog heel erg moeilijk vinden, is om de held te zien als een karakter in een verhaal. Een verhaal dat zij ook zelf kunnen bedenken en schrijven. Ook de gelaagdheid van zo’n karakter en welke eigenschappen de held zou kunnen hebben, is voor hen nog heel complex. Graag houden de leerlingen vast aan personen die ze al kennen uit hun omgeving of in tweede instantie aan personages uit games en films. Dat je je eigen fantasie mag gebruiken en bestaande beelden mag loslaten maar wel elementen hieruit kunt gebruiken, is voor de leerlingen een hele nieuwe weg.

Om die weg in te slaan ga ik de volgende les andersom werken en zal ik beginnen met het uitdiepen van een aantal karaktereigenschappen, bijvoorbeeld met behulp van het kinderkwaliteitenspel.
kwaliteitenspel.jpg

Het kwaliteitenspel laat een heleboel eigenschappen en kwaliteiten zien op verschillende kaartjes. Kwaliteiten waar leerlingen uit zichzelf waarschijnlijk niet altijd op zullen komen. Interessant om te bekijken welke kwaliteiten de leerlingen bij zichzelf herkennen en bij hun klasgenoten. Welke verschillen zijn er? Hoe zien zij zichzelf en elkaar?

En voor het schrijven van een verhaal is het interessant om te kijken welke kwaliteiten de leerlingen belangrijk vinden voor hun held. Welke held gaan de leerlingen bedenken bij deze gekozen kwaliteiten, bijvoorbeeld een combinatie van enthousiast, behendig en sterk. Hoe ziet zo iemand eruit? En wat zou zijn rol kunnen zijn als held in een verhaal? Zou hij, naast voordeel, soms ook weleens last kunnen hebben van zijn enthousiasme, of zijn kracht?

Spannend voor mij om te zien hoe de leerlingen hiermee aan de slag gaan. En hopelijk ook spannend voor de leerlingen.

Wordt dus vervolgd,
Juf Annemarie

 

Kerst op school: een kijkje achter de schermen…

Vaak delen we vooral de mooie plaatjes, de lichtjes en de stralende kindergezichtjes… Dat zagen we gisteravond bij het kerstdiner ook in overvloed. Trots staan we bij de kerstboom op de groepsfoto…
IMG_7404

En wie wil deze drie engeltjes nu niet mee naar huis nemen?

Naast deze beelden zijn er ook andere verhalen te vertellen. Het verhaal van de grote inspanning van vooral onze conciĂ«rge Belinda en onze vrijwilliger Marco. Zij toveren ieder jaar weer onze school direct na Sinterklaas om in een winterwonderland. En eigenlijk is de conciĂ«rge officieel al wegbezuinigd uit het onderwijs. Of het verhaal van tekorten aan leerkrachten en dat wij met een klein team wekenlang tot aan de Kerst ruim 1,6 FTE aan ziekte en lerarentekort hebben opgevangen met extra werken…

Zodoende stond ik als intern begeleider ook iedere week op donderdag voor groep 5. Al onze groepen zijn heel divers zoals ik ook al filmde in een vorig blog over de achtergrond en identiteit van onze leerlingen. We hebben in elke klas veel nationaliteiten, talenten en verhalen…

Zo vertelde een leerling mij op de dag van het kerstdiner dat ze het zo jammer vond dat ze haar vader moest missen met Kerst. Hij moet werken in Turkije en ze ziet hem gewoonlijk maar eens per jaar en dat is rond Kerst. Dit keer had hij geen toestemming gekregen van zijn werk om zijn dochter en Nederlandse vrouw te bezoeken…
Dit verhaal maakte indruk in de klas. Veel leerlingen wilden toen ook graag hun verhalen vertellen. Over die andere kant van Kerst, over verdriet en gemis dat altijd rond deze tijd extra voelbaar is…

De kinderen vertelden elkaar over vaders die werden gemist:
Ik heb mijn vader maar drie keer gezien
‘Ik zie mijn vader maar eens in de maand…’
Of ruzie in de familie:
‘Dan gaan we altijd extra stil spelen…’
En broertjes en zusjes die kort na hun geboorte zijn overleden:
‘Hij zou nu twee jaar zijn geweest…’
Er waren drie leerlingen die nog een extra broertje of zusje hadden kunnen hebben. Dit wisten ze niet van elkaar. Er vloeiden tranen en het rekenen dat gepland stond schoot erbij in. Maar ook dat is onderwijs: dat je weet met wie je in de klas zit en elkaar kan vinden en steunen als dat nodig is…

Niet alleen bij ouderen heerst dus rond Kerst vaak extra eenzaamheid en gemis. Dat is ook bij veel leerlingen het geval. Maar onze leerlingen zijn sterk en flexibel en voor het kerstdiner trokken ze allemaal hun allermooiste kleren aan en genoten ze samen van de goede dingen. Het heerlijke eten dat iedereen meebracht, de geweldige bediening door een aantal vaders (vaders die ober zijn met Kerst is een traditie bij ons op school), en natuurlijk kerstmuziek…

Onze groep 5 is heel muzikaal!

Wij delen veel met elkaar op school. Een school is niet alleen een plek waar je leert lezen en rekenen. Een school is ook een gemeenschap waar allerlei verhalen samenkomen en nieuwe verhalen ontstaan. Veel verhalen kennen we van elkaar, maar veel weten we ook niet. De school moet dus ook een plek zijn waar leerlingen hun verhalen kunnen delen…

Met die kerstgedachte sluit ik af en wil ik iedereen bedanken voor weer een goed jaar op De Startbaan. Hierbij wens ik jullie allemaal, leerlingen, collega’s en ouders hele fijne dagen.

Tot in 2018,
Juf Annemarie

Hefbomen: Een dier met een scharnier in de onderbouw…

In de onderbouw zijn we de afgelopen technieklessen bezig geweest met het begrip hefbomen. Hoe werkt dit principe en waar zien we het in het dagelijks leven. Omdat plaatjes meer zeggen dan duizend woorden hieronder wat de leerlingen in een korte instructie leerden…

We begonnen met een wip van blokken en het begrip van kracht, last en draaipunt (of scharnier). En toen merkten we dat een zware last met een hefboom makkelijk kan worden opgelicht…

Er waren al hele jonge leerlingen die intuĂŻtief begrepen dat de last met minder kracht omhoog te krijgen is als je het draaipunt verplaatst in de richting van de last en de arm
(a in het plaatje hierboven) langer maakt.

Toepassingen in het dagelijks leven te over…

En dan lekker maken en doen met het schaarprincipe… Kijk naar de resultaten in ons filmpje…

 

U zag ook ouders in het filmpje die onze lessen kwamen ondersteunen en ook veel plezier hadden met de kinderen. Wederom dank voor uw inzet! Hier zag u vast de werkstukken van de onderbouw. Ben benieuwd wat de bovenbouw met deze onderzoekjes gaat doen. Want uiteraard is er veel meer mogelijk…

Prachtig toch dit werk van Federico Tobon! Ook volwassenen spelen graag met techniek. En wat heerlijk dat je dan op de bank in den Haag via internet het werk kan bewonderen van deze kunstenaar uit Los Angeles. Dus ik ben benieuwd of de bovenbouw zich kan laten inspireren en zelf verdere onderzoeksvragen kan bedenken om dit principe in te zetten…

Wordt dus weer vervolgd,
Groet,
Juf Annemarie

De Nederlandse identiteit: Groep 6 dacht er over na…

De leerkracht uit groep 6 kwam naar mij toe met de vraag op welke manier ze het beste zou kunnen filosoferen over ‘Nederland’. Wat maakt ons Nederlands? Een interessante vraag die al vele jaren vanuit vele invalshoeken is belicht is en die nog niets aan belang heeft verloren.

Ik bedacht een opzet voor deze leerkracht om de leerlingen in groepjes te laten nadenken over ‘ja maar’ stellingen (hierbij bijgevoegd: Groep 6 Stappenplan filosofieles over Nederland). Bijvoorbeeld: ‘De Nederlander is lang, heeft blond haar en blauwe ogen’… Ja dat is waar, maar niet altijd… Wanneer wel, wanneer niet… Wat zien de leerlingen zelf in hun directe omgeving, thuis, in hun familie, bij vrienden, op school?… En zijn er cijfers en feiten over te vinden?

De gedachte erachter was dat verschillende groepjes zich zouden buigen over een eigen vraag en hun bevindingen op een poster aan de klas zouden presenteren. Op deze manier kan er voor de hele klas een totaalbeeld ontstaan. De vraag: ‘Wie is de Nederlander?’, hebben de leerlingen dan op deze wijze samen ontrafeld.

Ik ging de leerlingen interviewen hoe dit proces was gelopen en was verrast door hun open houding en de weloverwogen wijze waarop ze hierover hebben nagedacht. Dit resulteerde in het volgende filmpje…

Veiligheid, vriendschappen, taal en familie vinden onze leerlingen belangrijk. Ze hebben het prachtig verwoord. Het is met 10 minuten een beetje lang geworden maar ik wilde al hun ideeĂ«n over ‘De Nederlander’ aan het woord laten. Mooi om te zien hoe open en zonder vooroordeel deze leerlingen hun gedachten verwoorden. Ik ben benieuwd of u als kijker net zo trots op ze bent als ik.

Dankjewel groep 6! Ik heb van jullie genoten!
Juf Annemarie

 

Waarom ik als leerkracht een ‘Maker’ ben…

Onderstaande gesprek op Twitter met Per_Ivar Kloen, die als docent ook actief is in de ‘Maker Movement’, was de aanleiding om eens te gaan nadenken waarom ik zelf een ‘makende leerkracht’ en ‘lerende maker’ geworden ben.

Schermafbeelding 2017-10-28 om 21.24.24Schermafbeelding 2017-10-28 om 21.24.41Schermafbeelding 2017-10-28 om 21.24.57Schermafbeelding 2017-10-28 om 21.25.10

Dus ja, als je de 50 bent gepasseerd bent word je sentimenteel en ga je terugblikken. Hoe ben je geworden wie je bent? Een collega in het onderwijs vertelde mij eens dat hij leerkracht was geworden omdat de school voor hem altijd een veilige plek was. Zijn visie was dat je die veilige plek ook in je verdere leven blijft opzoeken.

Mijn basisschool in het Almelo van de jaren 70 was bij vlagen heel gezellig maar zeker niet altijd een veilige plek. Die tijd en het onderwijs dat erbij hoorde is niet te vergelijken met hoe het nu is. Kinderen hadden een groot eigen leven waar ouders en leerkrachten weinig van wisten. Er waren periodes dat ik veel last had van pesterijen en soms werd het hard uitgevochten, waarbij kleren scheurden en de volgende dag de sporen zichtbaar waren… Blauwe ogen, bulten op het hoofd die door het haar heen staken (en dat was niet MIJN hoofd. Ik was een woest kind als ik getergd werd)… Ouders kwamen daar meestal niet voor naar school. Ook mijn schoolwerk regelde ik zelf en keek ik zelf na. De hele schoolbibliotheek had ik uit maar met Blokrekenen zat ik 2 jaar lang in blok 5 zonder dat de leerkracht ernaar omkeek. In de vijfde klas (groep 7) kwam men er achter dat ik grote hiaten had. Mijn vader zei over de onvoldoende voor rekenen op mijn rapport dat ik ‘het als de donder in orde moest maken’. En zo geschiede. Ik ging aan het werk. Ook daar kwamen ouders niet direct voor naar school. Spelling en grammatica werden overgeslagen. We moesten het maar schrijven zoals we dachten dat het goed was. Op het Erasmus lyceum waar ik naar toe ging was men op de hoogte van deze gigantische hiaten op alle leergebieden, dus werden rekenen, spelling en grammatica van de basisschool in sneltreinvaart dunnetjes overgedaan in klas 1 en 2. En daar ben ik het Erasmus nog dankbaar voor. Op de middelbare school begon voor mij wat betreft de schoolvakken pas iets wat leek op een leerproces. De basisschool bestond vooral uit verveling en projectjes die ik niet echt serieus kon nemen… dus inspiratie uit mijn eigen jeugd om basisschoolleerkracht te worden… nee…

Als maker daarentegen koos ik mijn eigen leermeesters en bepaalde ik zelf wat ik zelf wilde leren. Want ik was een maker. Als kleuter al. Het zat in mijn bloed…

Ik moest maken anders werd ik ongelukkig. Mijn moeder zag dat. Ze zag ook dat de basisschool hieraan op geen enkele manier tegemoet kon komen en ze bracht me naar het Creatief Centrum. Ik stapte er als zesjarige binnen en ging er pas weg toen ik Almelo verliet voor de kunstacademie in Den haag. Er liepen daar echte kunstenaars rond met baarden en namen die ook van zeerovers hadden kunnen zijn: Barend, Berend en Anton… Het maakte indruk op mij als kind. Die mannen werden mijn helden. Er was enorm veel ruimte, een betonnen vloer waarop gemorst mocht worden en een schat aan materialen. Je had er 3 drukpersen van verschillend formaat, draaischijven voor pottenbakken, een variĂ«teit aan gereedschappen en eindeloze hoeveelheden hout, klei, verf, wol, stoffen en papier in allerlei soorten, kleuren en maten. En je mocht pakken, maken en proberen wat je wilde. Als je dan bezig was kwamen ze langs, de kunstenaars, met hun blik op je werk, hun advies en waar nodig hun helpende hand. Hoe jong je ook was en hoe onbeholpen je poging, je werd serieus genomen.

In mijn tuin staan nog wat herinneringen aan die tijd. Links staat Ă©Ă©n van de vele kabouters die ik maakte. In de leeftijd van 8 tot 10 jaar las ik alle sprookjes die er te lezen waren (de bibliotheek in Almelo was ook geweldig) en boetseerde ik graag kabouters. De data staan nog gekerfd in de werkstukken. Veel later maakte ik als 17 jarige het betonnen konijn rechts voor mijn lieve tante Annie. Zij wilde een beeld voor bij haar vijver. Een beeld dat dus buiten kon staan in weer en wind. Nu zij is overleden staat het weer bij ons in de tuin. Het was een project waaraan ik een jaar heb gewerkt. Ik moest een armatuur lassen, het konijn daaromheen boetseren, een mal maken, beton storten en de mal weer weghakken. Uiteraard kon ik dat niet alleen. Ik besprak mijn plannen met
Jan Kip (Oldenzaals kunstenaar en maker van het Boeskoolmenneke). Hij gaf me bij iedere stap raad: ‘Ga naar een plek waar wordt gebouwd en haal daar betonijzer’, hak recht naar het beeld toe, maak het gips nog wat dikker etc, etc. Bovendien was er letterlijk mankracht voor nodig om het beeld te tillen en leerde hij me de technieken door het samen stap voor stap te doen. Jan Kip, Anton Guiljam en Antoinette de Ruiter waren de kunstenaars van wie ik het meeste leerde.

Bij Anton kon ik terecht als ik wilde etsen (zie hierboven) of met olieverf aan de slag wilde. Alles kon en mocht. Er waren geen limieten aan formaat of materiaal. De vrijheid die op de basisschool in mijn nadeel werkte en die ik misbruikte door twee jaar lang nauwelijks iets te doen voor rekenen en stiekem boekjes te lezen, werkte hier in mijn voordeel. Ik stelde mijn eigen doelen en had altijd een project onder handen. Nu zouden we dat eigenaarschap van de leerling noemen. Soms deed ik iets geheel op mezelf en had ik nauwelijks hulp nodig.

IMG_6542

Toen ik graag wilde batikken (zie wandkleed hierboven, ik heb er vele gemaakt) kon ik rustig mijn verfjes koken en mijn was warmen op een elektrische plaat. Ik voelde me net een heks met haar eigen magische brouwsels. Als ik Linoleumsnedes wilde maken stelde ik zelf de hoogte van de pers in. Vond ik stoer, een manshoge pers die helemaal voor mij was…

En bovenstaande lino’s zijn het formaat van een opengeslagen krant. Kom daar maar eens om op een school. Daar moet je altijd zuinig zijn met materialen. Deze lino’s maakte ik op mijn 16e en zijn al een leuk voorbeeld van onderzoek naar patronen en vlakverdeling. Als puber wil je de wereld zo echt mogelijk weergeven, zoals in de etsen ook duidelijk te zien is. En ‘echt’ is op deze leeftijd vaak detail en materiaalbeheersing. Deze lino’s gaan al een stapje verder en laten ook onderzoek zien naar wat kan worden weggelaten. Het beeld wordt er alleen maar spannender door. Alle makers en kunstenaars zijn ook onderzoekers. Elk werkstuk, hoe eenvoudig ook, is een onderzoek met een eigen vraagstelling.

Veel werk gaf ik weg. Mijn judoleraar heeft nog een loden beeldje van mij. Mijn blokfluitlerares, Ineke Ponten, gaf ik een beeld van de Rattenvanger van Hamelen. Dit heeft altijd bij haar op de vleugel gestaan en is bij haar overlijden met liefde doorgegeven aan Ă©Ă©n van haar jongere neven die het graag wilden hebben…

Zodra het werk af was vond ik het leuk als het de wereld in ging. Daarom wilde ik ook kunstenaar worden. Wat ik maakte verbond mij met andere mensen. Ik maakte het met plezier en beeldjes, wandkleden, schilderijen en tekeningen, vonden hun plek bij familie, vrienden, buren, bekenden, kinderen, volwassenen… Ik kom soms nog mensen tegen die zeggen dat ze nog iets van mij aan de muur hebben hangen terwijl ik dat alweer was vergeten en dat geeft me een warm gevoel. Je hebt een plek in iemands dagelijks leven met je werk.
IMG_6548
Dus ik ging naar de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag (KABK). Hier zie je me staan voor mijn eigen stillevens tijdens een uitleg (een beoordeling waarbij je al je werk moest ophangen en iedereen kon komen kijken). De kunstacademie voelde als thuiskomen, maar van de verkoop van mijn werk heb ik nooit kunnen leven.

Per Ivar Kloen zei een aantal mooie dingen in ons gesprek op Twitter waaronder ook dat een Maker Space een gemeenschap is. Zo’n gemeenschap was het Creatief Centrum in Almelo ook. Iedereen was er welkom. Welkom om je helemaal uit te leven in je werk zoals ik of om alleen wat te kletsen met een bekertje koffie en een sigaretje. Ik herinner me nog hoe een ouderpaar hun al volwassen verstandelijk gehandicapte zoon Hans binnen brachten. Vol twijfel lieten zij hem de eerste keer achter. Al gauw genoot hij net als ik. Hij maakte bijvoorbeeld van klei ‘echte flesje bier’ voor zijn lievelingspopgroep ‘Normaal’, een boom met een geheimzinnig gezicht, ‘de Boomman’, en meer prachtige werkstukken. Hij rookte al proestend een pijpje en als hij naar huis ging loeide hij met een enthousiaste groet de namen van iedereen die hij kende door het hele complex. Dat duurde lang want hij leerde steeds meer mensen kennen. Hij bracht iedereen aan het lachen en zijn zelfvertrouwen groeide. Dat doet maken met mensen…

Onze basisschool is ook een gemeenschap. En ik ben geen leerkracht geworden omdat de basisschool mij herinnert aan een veilige plek. Ik wilde juist kunstenaar worden omdat het Creatief Centrum voor mij een thuis en toevluchtsoord was waar ik mezelf kon zijn, veel meer dan op school. Waar je hulp kreeg wanneer je dat wilde en met rust gelaten werd als je daar behoefte aan had. Maar nu ik eenmaal via vele omwegen en eigenlijk ongepland leerkracht op die basisschool ben geworden wil ik hier een beetje mijn eigen creatief centrum creĂ«ren. Ik zeg ‘een beetje’ want ik moet het doen met zoveel minder ruimte, tijd, collega’s en materialen, maar wel met veel hart voor de zaak en steeds meer kennis van onderwijs. Voor leerlingen die al weten dat ze maker zijn, maar ook voor de leerlingen die dat (nog) niet weten, want iedereen is op zijn manier maker. En vooral voor de leerlingen die van de basisschool afgaan en denken dat ze ‘dom’ zijn omdat ze alleen zijn getest en afgerekend op vakken die ze minder goed beheersen en nooit iets hebben mogen doen waarin ze zichzelf konden vinden. In hun glanzende oogjes en enthousiasme herken ik iets van het kind dat ik zelf vroeger was en zie ik dat ‘maken op de basisschool’ een plek verdient.

Dus wordt vervolgd,
Juf Annemarie

 

Pinokkio, een terugblik op de technieklessen…

Met dit filmpje kijken we terug op onze technieklessen van voor de Herfstvakantie. In alle groepen zijn Pinokkio’s gemaakt. Hoe we dat precies doen is te lezen op de lessen op deze site. Ik heb er van genoten en volgens mij de leerlingen ook.

Een aantal klassen gaan door met het aankleden van de Pinokkio en/of een poppenspel in een theater of schaduwspel. Hierin kunnen dan weer andere technieklessen een rol gaan spelen. Licht en geluid bijvoorbeeld.

We blijven dus bezig met onze technieklessen.

Wordt vervolgd,
Juf Annemarie

Terugblik: Toptalent in Nederlands onderwijs… maar ook stakingen

Ik had de eer te mogen deelnemen aan een panel bij de de uitreiking van de OnderwijsTopTalentPrijs. Jong onderwijstalent presenteerde zich op 5 oktober in de Hogeschool Arnhem Nijmegen…

37768946101_d1c4ffe838_o

Indrukwekkend om te zien met hoeveel kennis, kunde en passie deze nieuwe lichting onderwijsmensen zich liet zien. Ze studeerden af met prachtige leervragen. Hieronder slechts een greep uit wat er allemaal door deze groep afgestudeerden is onderzocht:
Hoe kan muziek autistische kinderen helpen?
Hoe stimuleer ik eigenaarschap bij leerlingen?
Wat is creativiteit en hoe ontwikkel je dat bij je leerlingen?
Hoe zet je literatuur in bij multicultureel onderwijs?

Prijswinnares Zuzana Molcanova (Fontys Lerarenopleiding Tilburg) vertelde haar leerlingen dat het boek ‘De Vliegeraar’ van Khaled Hosseini hun leven zou gaan veranderen. Een dappere en bevlogen uitspraak. Zuzana zei verder dat haar voorspelling niet direct bij alle leerlingen overkwam maar dat een leerling die eerst sceptisch was haar later kwam vertellen dat het boek inderdaad haar leven had veranderd. Dat is wat leerkrachten doen in het onderwijs. Wij hebben invloed op het leven en de toekomst van onze leerlingen.

De presentatie van al dit werk toont opnieuw aan hoe veelzijdig en complex onderwijs is en wat je als leerkracht eigenlijk allemaal moet kennen, kunnen en tot in je vingertoppen moet beheersen. Bovendien wil je toetsen of je je doelen hebt behaald en of de vragen die je hierboven hebt gesteld ook een effect lieten zien in je groep leerlingen. Hoe meet je dat? Wat zijn je instrumenten? Welke analyse maak je naar aanleiding van je metingen? Dat waren allemaal vragen die in het panel gezamenlijk met de zaal werden belicht.

Ik zocht nog eens even na wat een ‘gewone leraar basisonderwijs’ met een LA schaal eigenlijk allemaal behoort te doen in zijn/haar werk. Die lijst (van de PO raad) is niet mis en is slechts een basis. Hieronder geef ik hem nog even weer:

Werkzaamheden

1. Onderwijs en leerlingbegeleiding.
* bereidt de dagelijkse onderwijsactiviteiten voor;
* geeft les aan en begeleidt leerlingen;
* hanteert verschillende didactische werkvormen en leeractiviteiten, aansluitend op de leer‐ en opvoedingsdoelen van de school;
* creëert een pedagogisch klimaat waarin alle leerlingen zich veilig en gewaardeerd voelen;
* stimuleert en begeleidt sociale vaardigheden bij leerlingen met verschillende sociaal‐culturele achtergronden;
* structureert en coördineert activiteiten van de leerlingen, organiseert en plant activiteiten in homogene en heterogene groepen, inclusief subgroepen;
* kijkt onderwijsactiviteiten van leerlingen na en corrigeert;
* speelt in de les in op ontwikkelingen op terreinen als maatschappij en cultuur, natuur en techniek, gezondheid en milieu, politiek en levensbeschouwing;
* registreert en evalueert ontwikkelings‐ en leerprocessen van leerlingen en stelt op basis daarvan handelingsplannen op;
* signaleert (sociaal) pedagogische problemen bij leerlingen en stelt een diagnose;
* begeleidt individuele leerlingen aan de hand van handelingsplannen;
* coördineert de leerlingenzorg voor de eigen groep;
* begeleidt leerlingen op basis van het zorgplan;
* bespreekt probleemleerlingen met de seniorleraar of intern begeleider en/of de directeur;
* begeleidt de lerarenondersteuner, onderwijsassistent en/of stagiaires in de eigen les/groep;
* bespreekt de voortgang en de ontwikkeling van leerlingen met ouders/verzorgers;
* houdt het leerlingdossier bij;
* geeft voorlichting aan ouders/groepen ouders en verzorgers over de situatie van het kind in het kader van het bevorderen van hun deskundigheid;
* neemt deel aan teamvergaderingen;
* organiseert overige schoolactiviteiten en voert deze uit;
* onderhoudt contacten met de ouderraad.

2. Bijdrage onderwijsvoorbereiding en ‐ontwikkeling.
* draagt bij aan de formulering van leer‐ en opvoedingsdoelen van de school, in onderlinge samenhang en voor één of meerdere leerjaren;
* vertaalt ontwikkelingen op terreinen als maatschappij en cultuur, natuur en techniek, gezondheid en milieu, politiek en levensbeschouwing naar didactische werkvormen en leeractiviteiten;
* doet voorstellen voor nieuwe lesmethoden en programma’s;
* zet mede, in teamverband, de pedagogische koers uit, voert hierover overleg met betrokkenen en verwerkt de koers in didactische werkvormen en leeractiviteiten.

3. Professionalisering.
* houdt de voor het beroep vereiste bekwaamheden op peil en breidt deze zo nodig uit; * neemt deel aan scholings‐ en ontwikkelingsactiviteiten en o.a. collegiale consultatie;
* houdt zich op de hoogte van de ontwikkelingen op het vakgebied, bestudeert relevante vakliteratuur.

En bovenstaande lijst is de start. Veel collega’s houden zich daarnaast nog bezig met eigen specialismen en zaken die hen boeien zoals het doen van onderzoek binnen de lespraktijk of het opzetten van ‘Makerspaces’, om maar gewoon eens wat te noemen.

Velen van ons zijn gedragspecialist, specialist in rekenen of taal of geschoold in Remedial Teaching. Op onze basisschool zijn niet alleen de leerlingen maar ook de leerkrachten hard bezig zich te steeds scholen en hun talenten te ontplooien. Een leven lang leren moet je immers ‘voorleven’.

Maar nu kom ik toch op de voorwaarden die aanwezig moeten zijn voor dit leven lang leren en voor een innovatieve organisatie. Helaas hebben onze leerkrachten voor hun specialismen en passies nauwelijks de tijd en staan collega’s als legbatterijen voor de groep. Mijn directeur is dagen kwijt om bij ziekte vervangend personeel te vinden. En eigenlijk is onze kanjer van een conciĂ«rge ook al jaren wegbezuinigd en en wordt ieder jaar bekeken of ze nog kan blijven omdat ze uit een speciaal potje wordt betaald, dus mogelijk moeten wij volgend schooljaar zelf de melk rondbrengen, de telefoon aannemen, de deur opendoen, het magazijn aanvullen, bestellingen doen, etc, etc…. Daar sta je dan met je talenten en je mooie opleiding(en). En onze school is echt geen uitzondering. Zie ook het heldere stuk van Rienkje van der Eijnden, directeur basisschool De Zuiderzee…

Dus 5 oktober was niet alleen de dag van het TopTalent. Op 5 oktober was er natuurlijk ook de staking van basisschoolleraren en de manifestatie in het Zuiderpark in Den Haag. Onze school was dicht. Terecht denk ik dan. Wij hebben niet alleen gestaakt voor een fatsoenlijk loon. Wij hebben gestaakt om al die mooie onderwijsvragen van dit toptalent te kunnen behouden. In een totaal uitgeklede organisatie die ons onderwijs is, is er geen tijd voor reflectie of innovatie (behalve dan op je vrije zondagmiddag of in je vakantie waaraan door de laatste CAO’s ook al is geknaagd).

IMG_6338

Ik zie net op Twitter dat Arie Slob de nieuwe minister van onderwijs gaat worden. Ik zou hem willen vragen: Geef ons alstublieft de ruimte om ons mooie vak op een goede manier te kunnen uitoefenen. We zitten op een kantelpunt: gaat er eindelijk geluisterd worden naar het werkveld en kunnen we in de toekomst ten volle gebruik gaan maken van ons toptalent of zal ons onderwijs desintegreren ondanks alle passie en inspanningen op de werkvloer…

Wordt vervolgd,
Juf Annemarie