De schoonheid van de lijn als onderdeel van een leerlandschap…

Hoe eindeloos mooi een lijn kan zijn weten kunstenaars heel goed…
3bbcb3a28f58596ea34f47b062822b2dDaarom kiezen zij heel bewust hun kwasten en penselen. Om leerlingen onderzoek te laten doen naar lijnen en penselen mochten ze hun eigen penseel maken. Vorige week was groep 4 hier als eerste mee bezig. Werk uit die groep liet ik weer zien aan de groep van vandaag die uit kleuters bestond. ‘Aaaahhh…’ riepen ze allemaal bij het zien van deze prinses…
c512a1ce59de2eff3575a7178f9449e5-e1538493039119.jpg

Ze mochten analyseren met welke zelfgemaakte penselen de haren, de rok en de gordijnen waren geschilderd…
IMG_2153

En daarna mochten ze snel zelf aan de slag.
IMG_2319.JPG Eerst op zoek naar materialen om mee te schilderen, die doen we in een knijper en dan maar proberen. Kleuters zijn voor mij als bovenbouwleerkracht een geheimzinnig volkje. Ik vind het altijd moeilijk te voorspellen hoe ze iets zullen oppakken. Maar kleuters vinden experimenteren met lijnen helemaal niet gek. Ook kleuters waarderen de schoonheid van de lijn. Het lijnen trekken vonden ze leuk. Voor hen hoefde het niet direct iets ‘voor te stellen’. Kleuters zijn heel verfrissende wezens! Er kwamen een hoop mooie lijnen uit…

 

In sommige lijntekeningen kwam er een geschilderd figuurtje bij, waardoor de lijnen een bos werden of een zebrapad…

 

En daarna mochten ze helemaal los met hun fantasie en overdachten de leerlingen wat ze met die lijnen nog meer zouden kunnen maken…

 

Van linksboven naar rechtsonder: Een boom met een huis, een geest, een unicorn (van boven gezien met krullend haar), dames met haren in de wind en een vulkaanuitbarsting… Wauw wat hebben kleuters een fantasie! Zij weten ook best raad met de schoonheid van de lijn.

Deze opdracht kan onderdeel zijn van een breder thema over schilderen, tekenen en schrijven. Activiteiten waar leerlingen dagelijks mee bezig zijn maar waar je binnen zo’n thema anders naar kan kijken. Rita Baptiste maakte er een leerlandschap van dat ik heb gefotografeerd en vormgegeven in een folder…
2spread_aanzet leerlandschap_schrijven3

2spread_aanzet leerlandschap_schrijven2

Hoe werkt een balpen? Waarom is de samenstelling van de inkt in een balpen zo belangrijk? Wat heeft capillaire werking te maken met kroontjespennen? Hoe maak ik een tekenmachine? En nog veeeel meer vragen en inspiratie…

 

De folder van het leerlandschap is hier als PDF te downloaden en te printen als tweezijdig A3 of A4. Door iedereen ter inspiratie te gebruiken voor o.a. projecten in het onderwijs. (Bij verdere verspreiding of lezingen vinden wij het wel fijn als je onze namen vermeldt: Rita Baptiste en Annemarie van Es)
2spread_aanzet leerlandschap_schrijven

Veel teken-, schrijf- en schilderplezier,
en natuurlijk wordt dit vervolgd,
Juf Annemarie

 

Techniek op school: Een onderzoekje naar tekengereedschap…

Tekenen, schilderen, schrijven: ieder kind doet dat op zijn eigen manier. Pennen, potloden, stiften, penselen, de iPad… Vaak beginnen leerlingen al heel jong met tekenen. Soms al zodra ze iets vast kunnen houden, maken ze hun eerste krabbels. Zonder dat ze erover nadenken gebruiken ze dus vanaf hun vroegste kindertijd al gereedschap: tekengereedschap. Vanmiddag was weer de eerste techniekles en stonden we eens stil bij dit teken-, schilder- en schrijfgereedschap. Welk soort gereedschap kies je? En waarom? Waarom maken mensen gereedschappen?

De eerste mensen op deze aarde gebruikten in hun grotschilderingen hun handen en vingers als gereedschap. Waarom doen wij dat niet? We probeerden het eens uit en gingen twee soorten lijnen vergelijken. Hierbij gebruikten we een vinger en een penseel. De leerlingen mochten voorspellen welke lijn langer zou worden na 1 keer dopen in de verfpot…

Alle leerlingen hadden al wel voorspeld dat het penseel een langere lijn zou kunnen maken. Maar dat die lijn zoveeeeel langer zou zijn vonden ze leuk om te zien.

De lengte van de lijn vinden de leerlingen een belangrijke reden om een penseel te gebruiken. We hebben het dan nog niet gehad over het soort lijn. Wat voor soorten lijnen hebben we? Natuurlijk heb je dikke en dunne lijnen, maar je hebt ook lijnen met een heel eigen karakter. En dan spreek je over ontelbare mogelijkheden…
IMG_2158
Bovenstaande lijnen zijn gemaakt met een zelfgemaakt tekengereedschap…
IMG_2160 Je ziet het goed: Een knijper met een watje…
Dus dit gereedschap is nog multifunctioneel ook. Zonder vieze vingers te maken kunnen we allerlei materialen uitproberen…

Daar gingen de leerlingen uit groep 4 mee aan de slag. Sponsjes, restjes wol en stof, watjes, veertjes… Alles kan met behulp van een knijper een kwast worden…

Welke lijnen levert dat op?

Er werd geoefend met verschillende kwasten en ontdekt welke lijnen er met allerlei materiaal getrokken konden worden…

Sommige lijnen deden ons denken aan water, vuur of de haren van Rapunzel. Dat wilden we uitproberen in onze tekeningen…

Expressieve prinsessen schudden hun haren…
IMG_2149 IMG_2157
Hongerige wolven komen uit het woud tevoorschijn…
IMG_2150 Er groeit een heel bos met mooi gepenseelde boomstammetjes…
img_2153.jpg
En een prachtige dame met een mooie jurk en lange haren doet haar gordijnen open. Voor het gezichtje koos de maakster wel voor een bestaand fijn penseel. Voor de foto hebben we de kwasten waarmee de diverse onderdelen zijn geschilderd naast de tekening gelegd. Ook de ‘gewone’ kwasten en penselen kwamen in deze fase van de les weer de klas in maar werden nu bewuster gekozen…
IMG_2161
De onderste kwast op de foto hierboven maakte ik van de rietpluimen die nu zo mooi rond de school staan…
IMG_2095
Ook onze binnentuin gaf inspiratie…

Materiaal uit de natuur is er in de herfst in overvloed. Misschien een leuke opdracht voor als de klassen herfstwandelingen gaan maken. Materiaal voor eigen kwasten en penselen is dus overal te vinden.
Wat vinden de leerlingen er zelf van? Wat hebben zij deze middag geleerd?

Voor wie nog meer inspiratie zoekt over lijnen, sporen en tekengereedschappen, kan ook een kijkje nemen op mijn Pinterestbord:


Rond het thema schrijven, tekenen en schilderen zijn uiteraard nog een schat meer aan lesideeën aan te dragen. Ik zal daarover meer schrijven in mijn volgende blog.

Wordt vervolgd,
Juf Annemarie

Waarom ik blog over onderwijs…

Het was een dag in maart 2017. Ik probeerde me door een overvloed aan werk heen te worstelen en allerlei losse eindjes af te wikkelen. Dat gaat niet altijd even makkelijk in een levendige school, in een  kantoortje waar juist die dag keer op keer leerlingen en collega’s in en uit liepen met hun eigen losse eindjes. Tamelijk pissed bij de zoveelste klop op mijn deur, opende die aarzelend na mijn barse ‘Jahaaaah…’ en zag ik twee leuke jongemannen met in hun midden een prachtige jongedame in de deuropening… oud-leerlingen. Ze kwamen eens buurten en kijken hoe het met me ging. Zij waren letterlijk en figuurlijk gegroeid en stonden op de drempel van volwassenheid en ik was in al die jaren sinds ik hen lesgaf inmiddels grijs geworden (hieronder een foto uit die tijd met leerlingen uit dat jaar 2009).

dsc_0240.jpg

Weg was mijn wrevel over de bulk werk op mijn bureau. We spraken over hun leven en studies en haalden herinneringen op aan de Woord&beeldclub die met hun was begonnen. Zij waren de eerste club leerlingen met wie ik in 2009 een plusklas was gestart met thema’s die allemaal te maken hadden met woord en/of beeld en waarover ook op dit blog in woord en beeld verslag werd gedaan. En zij waren ook benieuwd naar mij. Wat had ik gedaan in al die jaren? Was mijn werk veranderd? Wat deed ik nu en had ik er nog lol in? Er ontspon zich een hartelijk gesprek dat ook een surrealistische gevoel met zich meebracht omdat zo direct voor ons allemaal zo duidelijk voelbaar was hoe de tijd verstrijkt. Achter je ogen draaien films van herinneringen over deze leerlingen. Ongemerkt heb je veel gedeeld. Vragen over adoptie, een moeder die sterft, een zusje dat nog op school zit… Het onzekere meisje dat voor de zomervakantie alvast even in de volgende klas kwam wennen was een zelfbewuste jonge vrouw geworden, die zich smaakvol weet te kleden en zelfs niet onder de indruk was van haar studie geneeskunde: ‘Goed te doen…’. Op mijn vraag of ze zomaar gezellig even kwamen babbelen antwoordden ze serieus: ‘We zijn gaan stemmen.’ Onder de gezelligheid slik je iets weg, ontroering, herinneringen en een diep bewustzijn waar je het voor doet, dit werk, dit volle bureau…

Dit brengt mij op de vraag waarom ik eigenlijk blog. De plusklas met deze leerlingen was de aanleiding om in 2009 dit blog te beginnen. Waarom vertrouw ik mijn belevenissen, gedachten en lessen eigenlijk toe aan dit blog? Zijn de redenen waarom ik dit doe ook veranderd in de loop der jaren? Is mijn werk veranderd? Ben ik veranderd?

Communiceren
Ik ben dit blog begonnen omdat ik het werkproces wilde vastleggen en delen met andere leerlingen, ouders en collega’s. Dit begon binnen de eigen school. Leerlingen vinden het fantastisch om hun eigen verrichtingen terug te zien. ‘We zijn op TV!’, hebben leerlingen weleens enthousiast geroepen. Het werd gewoonte altijd even gezamenlijk terug te kijken naar het blog bij de start van iedere les. Zo bekijken de leerlingen hun eigen werk in de context van het project en leren ze ook beter kijken naar het werk van anderen. Andere klassen kregen op deze manier een inkijkje in de projecten waarmee schoolgenootjes aan de slag zijn. Zo kunnen ze leren van elkaar. En via het blog kunnen ook ouders en andere belangstellenden het leerproces volgen.

Lessen
Dit was een kleine stap naar het vastleggen van lessen en projecten die voorbij waren. Je inzichten, ontwikkelde lesmaterialen, links en leveranciers, verdwijnen zo niet in de la, maar orden ik na afloop in het linkerblok op deze site. Zo kan ik zelf makkelijk teruggrijpen, maar kan ik het ook delen met collega’s.

Delen
Dit delen gebeurt in steeds bredere kring. Gemiddeld trekt de Woord&beeldclub inmiddels ruim honderd kijkers per dag uit de hele wereld. Niet te vergelijken met een hip youtube kanaal met miljoenen volgers, maar voor mij een onverwachte stimulans. Er is een publiek dat meeleest met interesse in onderwijs. Achter de schermen kan ik zien waar men vandaan komt en welke items veel worden bekeken. Hieronder staan de statistieken van gisteren 8 september 2018.

 

Grappig om te zien is dat in een heel jaar wel bijna overal in de wereld iemand de Woord&beeldclub heeft bezocht. Zie hieronder de statistieken van 2017. Het blijft een vreemde gewaarwording hoeveel en hoever je lezers kunt bereiken met een blog…
Schermafbeelding 2018-09-08 om 16.54.55
Andersom is er voor mij ook ook veel te lezen van andere collega’s die bloggen over hun visie op het onderwijs. Daarbij is het aanbod breed en van hoog niveau. Er is een schat aan inspirerende onderwijsblogs. Dat kan bijvoorbeeld gaan over de Makerspaces en ontdeklabs van Tessa van zadelhof  en Astrid Poot of het waarderen van onderzoek van Pedro de Bruyckere.  Beschouwende blogs over onderwijs die ik graag volg zijn Komenskypost (actualiteit), Wij-leren (inhoud van het onderwijsvak) en Pim Pollen (visie op innovatie en leiderschap) en dan ben ik nog maar net begonnen en verre van compleet. Willem Karssenberg (Trendmatcher tussen ICT en onderwijs)  heeft op zijn blog een overzicht van een groot aantal nederlandstalige edubloggers, ieder met een eigen specialisme of invalshoek. Ondergetekende is voorlopig nummer 113 op deze lijst. Je kunt blijven lezen en leren van elkaar.

Mede door mijn blog kreeg ik veel onderwijscontacten buiten mijn werkplek op de Startbaan. Ik kijk graag naar hoe andere collega’s werken maar door het blog keken ze nu ook naar mij. De Woord&beeldclub verscheen o.a. in de Vives, in komenskypost en in de Nieuwe leraar. Door het internet gaat het uitwisselen van kennis en het delen van informatie in een rap tempo. De hele wereld komt je huiskamer en je brein binnen. Naast smullen van dit alles is er wel een gevaar voor overload en verzuipen. Belangrijker dan ooit is je eigen rode draad.

Rode draad
Die eigenheid en balans is meer dan ooit nodig in deze prachtige maar ook woelige wereld. Ook daarbij help een blog, al zou je dat in de eerste plaats niet denken. Dit blog is inmiddels mijn geheugen. Er staan vele jaren verhalen, lessen en ervaringen op beschreven. Over de communicatie naar buiten die dit bewerkstelligt heb ik het net gehad, maar schrijven over je werk en ervaringen scherpt ook je denken. De laatste tijd probeer ik mijn gedachten zo precies mogelijk te formuleren. Door iets zo nauwkeurig mogelijk onder woorden te brengen, ontwikkel je je eigen taal en daarmee het beeld dat je in je hoofd over bepaalde zaken vormt. Iets helder onder woorden kunnen brengen betekent tevens een helderheid van geest over dat onderwerp. Schrijven, hardop nadenken en gesprekken, helpen allemaal die eigen rode draad helder voor ogen te krijgen.

Want onderwijs is complex. Er komen veel indrukken tegelijkertijd op een leraar af. Zeker in het basisonderwijs wordt van een leerkracht verwacht dat hij/zij een schaap met 5 poten is. Naast de didactische basis van rekenen en taal wordt verwacht dat de leraar ook een veilig pedagogisch klimaat schept en oog heeft voor hoe ieder kind leert. Daarnaast moet je ook aan de bak met techniek, zingen, gezondheid, mediawijsheid, creativiteit, 21ste eeuwse vaardigheden, executieve functies en noem maar op wat er verder allemaal op het bordje van de leerkracht gestort wordt. De leraar moet voortdurend zijn kennis up to date houden in een dynamische, steeds veranderende wereld. Door erover te schrijven vorm je een steeds bewuster beeld van hoe je in de wereld staat en hoe je je werk wil vormgeven. Je komt erachter dat een bepaalde doelgroep en manier van werken je goed ligt. Niet iedereen werkt even graag met kleuters. Niet iedereen houdt van techniek. De kunst is om als leerkracht je eigen identiteit te ontdekken en uit te vinden waar je sterk in bent en waardoor je geïnspireerd raakt. Bloggen hierover maakt je ervan bewust.

Verleden, heden, toekomst,
En is het onderwijs veranderd? Ben ik veranderd? Ik denk van wel. Als ik dit blog teruglees weet ik het zeker. Het blog is begonnen als verslag van lessen, uitjes en belevenissen. Op dit moment komen die dagelijkse gebeurtenissen nog steeds aan bod. Het verschil is dat ik er in het blog nu meer over na durf te denken wat de betekenis is van wat ik doe en wat de leerlingen doen. Oorspronkelijk deed ik dat meer voor mezelf en minder openlijk en bewust. Het vastleggen van lesmomenten in de klas in woorden en beelden laat je nadenken, analyseren, terugkijken en weer vooruitkijken. Het blog is een manier van reflecteren over wat je volgende stap zal zijn.

Daarbij ben ik me steeds meer bewust van andere manieren van onderwijs. De hele wereld ligt open en dat is niet alleen vanwege het internet. Buitenlandse studenten overspoelen onze universiteiten en Nederlandse studenten gaan op hun beurt de wereld in. Wij worden ons bewust van hoe er in andere landen wordt lesgegeven. Om je heen kijkend groeit het besef dat wij qua onderwijs een hoop kunnen leren van onderwijs in andere landen. Wij zijn geen eiland. Ons onderwijs is geen eiland.

Hoe verder…
Dit schooljaar ga ik samen met Rita Baptiste voor De Haagse Scholen binnen een professionele leergemeenschappen (PLG) units ontwerpen om techniek en leren onderzoeken en ontwerpen op de scholen op een laagdrempelige wijze in de klas te brengen. Met een andere PLG gaan wij ons buigen over bredere concepten: Hoe brengen we meer creativiteit in de klas? Hoe zetten we 21ste eeuwse vaardigheden in?

Een spannend proces waarin de eerste stappen alweer zijn gezet. Daarnaast blijf ik technieklessen geven op de Startbaan. Hiervan blijf ik in dit blog verslag doen. Om te delen, om feedback op te halen en samen te leren, en om voor mezelf steeds scherp te houden welke stappen we zetten…

Wordt dus vervolgd…
Anenmarie van Es

 

 

 

Waarom is slijm zo fijn?

Voor de laatste techniekles van dit schooljaar vroeg ik groep 5 wat ze wilden gaan doen. Het antwoord was SLIJM MAKEN! Dat leek me een goed idee. Ik had er net een leuk boek over aangeschaftboek en een aantal filmpjes over bekeken. Leuk om eens uit te proberen! Maar helaas! In de verre omtrek rond Ypenburg en Nootdorp was geen droge lijmpot meer te krijgen. Slijm maken is nog steeds een rage en alle schappen met de benodigde producten waren leeg.
Geen nood. We deden een andere techniekles over licht en ook groep 5 mocht in de weer met UV-schmink, alleen… ik had het wel beloofd. En zeker als juf moet je je aan je beloften houden. De laatste schoolweken breken aan, het lichtlab wordt afgebroken, het technieklokaal opgeruimd en iedere keer als ik leerlingen uit groep 5 tegenkwam werd er geroepen: ‘Gaan we nog slijm maken?’ Natuurlijk ga je dan toch overstag. Deze bofferds kregen dus een extra les.

Dat betekende op de valreep het web afstruinen om online de materialen te kopen, die in de buurt nog steeds niet te krijgen zijn. Met 1 muisklik was de lijm de volgende dag in huis. Had ik eerder moeten doen. Leerlingen worden namelijk gelukkig van slijm. Kijk maar naar hun gezichten…

In ‘het grote Slijmboek’ stond ook te lezen dat het spelen met slijm rust geeft. Dat heb ik eerlijk gezegd niet kunnen ontdekken. Het dak ging er af van al het enthousiasme. Wel is het de leerlingen gelukt om zelf te experimenteren met diverse kleuren en eigenschappen van slijm.

Dus waarom is slijm nou zo fijn? We hebben er samen diverse antwoorden op gevonden…

Dit was de laatste techniekles van dit schooljaar. Volgend schooljaar gaan we verder en ga ik samen met mijn collega juf Carola de technieklessen op OBS De Startbaan verzorgen.

Wordt dus vervolgd,
Juf Annemarie

De Giro van het Curriculum…

Het is heet, vrijdagmiddag 25 mei in het Speulderbos, waar alle ontwikkelteams van Curriculum.nu zich hebben verzameld om een volgende stap te zetten in het vormgeven van een toekomstgericht curriculum. Heet in de zalen van het hotel waar koortsachtig wordt overlegd en heet in de hoofden. Na drie dagen ingespannen nadenken, focus en overleg, kookt het flink in de denktank maar wordt men ook moe. En dan dansen enkele teamgenoten met verhitte koppen door de evaluatieronde: ‘Zooooo spannend was de Giro d Italia nog nooit! Het gaat tussen Froome en Dumoulin!!! Een aantal wielerfans moeten nu echt even kijken op hun mobiel en losbreken uit de tijdsdruk om hun opdrachten op te leveren. ‘Pffff, de Giro… Nu niet aan de orde. Deze informatie is ballast…,’ haalt een ander nuchter de schouders op. Maar is dat zo?

Terugkijkend op de afgelopen drie dagen zie ik ook een soort topsport. Er is zo ongelofelijk hard gewerkt dat een kleine vergelijking met de Giro misschien niet eens zo gek is. En bovendien is het tijdens het werken juist belangrijk om stoom af te blazen van onze eigen pieken en dalen. Wat voetballen, gekke bekken en grappen en grollen tussendoor, maken het mogelijk om het vol te houden. Bijna vloeiend is op dag 1 de feedback uit het veld verwerkt op ons visiestuk. Meer dan duizend geschreven reacties zijn de afgelopen weken beoordeeld, gecatagoriseerd en verwerkt. Hier zetten we gezamenlijk de laatste puntjes op de i.

Op dag 2 fietsen we in groepen uiteen om brede concepten voor ons vakgebied te formuleren. We hebben wind mee. Hier zijn we goed in! In de middag gesprekken met andere ontwikkelteams over heikele kwesties. Welke plaatst krijgt ethiek? Welke overlap hebben we met andere teams? Daar gebeuren spannende dingen. Zowel demarrages van onverwachte inzichten, als schuren met verschillende pelotons…

En dan de laatste dag 3: presentaties, tijdsdruk, twijfel… Is dit correct geformuleerd? Halen we de finish? Hoe kan men dit vertalen naar de praktijk? We kijken kritisch naar onze producten maar zien terugkijkend dat er in deze drie dagen ook weer een hoop is neergezet. Afspraken worden gemaakt over de eindredactie die de komende week nog zal plaatsvinden om alle tussenproducten bij te schaven.

Thuisgekomen lees ik in de volkskrant van zaterdag een prachtige column van Bert Wagendorp over de Giro. Hij schrijft: ‘Het sportpubliek is wreed‘ en ‘tussen de juichkreten door klinkt altijd het verlangen naar vernedering… de verliezer is populairder dan de winnaar.’ Ook het Curriculum.nu heeft een publiek. De ontwikkelteams worden toegejuicht en gesteund omdat herkend wordt dat aandacht voor een toekomstgericht curriculum hard nodig is. Maar er is ook onbekendheid, onverschilligheid of regelrechte afkeer van ‘weer een onderwijsvernieuwing’. We zijn ervan doordrongen dat we niet alleen voor onszelf bezig zijn, maar werken aan een curriculum voor heel Nederland. Daarom willen we absoluut iets moois neerzetten. Verliezen is voor ons geen optie.

Bert Wagendorp schrijft ook in dezelfde column: ‘Volledige transparantie zou het einde van de sport betekenen… Niets interessanter dan het duistere raadsel van de wonderbaarlijke zege.’ Ook hierin zie ik parallellen met ons werk aan het curriculum. Het proces rond het vormgeven van dit curriculum is veelomvattend en complex. Een volledig beeld hiervan geven is ondoenlijk. Het is een rollercoaster net als de Giro. Er worden binnen allerlei ontmoetingen inzichten gevormd, vriendschappen gesmeed, plannen beraad… Er worden heel wat kilometers gemaakt. Van dit proces ziet u op 5 juni de tussenproducten online.

Toch een hoop paralellen dus tussen de Giro en ons werk. Toewijding, inspiratie en passie. Jazeker, onderwijs is spannend! We gaan ervoor en zijn weer een etappe verder…

Wordt vervolgd,
Annemarie van Es
Lid Ontwikkelteam Mens en Natuur

img_9743.jpg

Ontwikkelteam Mens en Natuur aan het werk…

 

Onze school met geadopteerd monument viert weer 10 mei herdenking met Grenadiers en Jagers…

Herdenken is verbinden: tussen oorlog en vrede, heden en verleden en oude veteranen en onze leerlingen, die aan het begin van hun leven staan. De gezamenlijke herdenking van OBS De Startbaan met de Grenadiers en Jagers is traditie, ieder jaar op 10 mei bij hun monument, dat wij als school hebben geadopteerd.
IMG_1671
Onze school ligt aan het Böttgerwater. Velen weten niet dat deze plek vernoemd is naar kapitein Böttger, die hier op 10 mei 1940 sneuvelde in de slag om Ypenburg. Velen weten ook niet dat Nederland deze slag won. De Duitsers verloren hierbij de helft van hun aanvallende luchtvloot van 1.100 toestellen plus de helft van de aanvallende manschappen van ongeveer 5.000 man. Maar ook aan Nederlandse zijde waren zware verliezen. Veel straatnamen in Ypenburg zijn vernoemd naar de soldaten, vaak jongens van net in de 20, die hier zijn gesneuveld.

Wie daarover echt kan meepraten is veteraan Paul Moerman, nu 101 jaar oud, die ieder jaar met de school de 10 mei herdenking bijwoont. Ook vandaag was hij er weer bij met om zijn nek een lijst met de namen van zijn gevallen kameraden.
IMG_1483
De school heeft inmiddels een gedegen traditie in herdenken en heeft door het adopteren van het monument tevens een jarenlange band met de Grenadiers en Jagers opgebouwd. Een terugblik op hoe we dit al langere tijd doen en wat daarbij komt kijken is na te lezen in de lessen in de linkerkolom op deze site: Herdenken: Hoe doen we dat?

Sven, Femke, Belinay en Phersephony, uit groep 7, zongen voor de genodigden. Jenna, Preeti, Boy en Anuga, uit groep 8, droegen hun eigen teksten en gedichten voor.

Hier staan met je lied, verhaal of gedicht is wel even wat anders dan het voor je eigen  klas doen, dus natuurlijk waren er zenuwen. Die zenuwen overwinnen is ook weer een leermoment.

Zo zitten er belangrijke voordelen voor de school aan de adoptie van dit monument en de band met de Grenadiers en Jagers. De jaarlijkse herdenking en uitjes naar Arnhem naar het Airborne museum en de begraafplaats Oosterbeek worden helemaal verzorgd door de Grenadiers en Jagers. Dit vergroot de betrokkenheid van de school en de leerlingen bij onze krijgsmacht. Het nodigt de leerlingen uit na te denken over wat de rol van ons leger heden ten dage is en in het verleden is geweest. Op hun beurt kan de krijgsmacht haar rol bij de jongere generatie onder het voetlicht brengen. Want vrede en veiligheid is een groot goed en is helaas niet gratis.

Een impressie van de herdenking volgt hieronder.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.


Voor mij is het ieder jaar opnieuw weer indrukwekkend.
IMG_1647Dank aan alle leerlingen met hun ouders, die hier ondanks de meivakantie aanwezig waren, de Grenadiers & Jagers en andere aanwezigen die van deze ochtend een mooie herdenking hebben gemaakt.

We gaan hiermee door,
dus wordt vervolgd,
Juf Annemarie

 

Curriculum.nu: Wat het betekent voor mij als leerkracht…

Leerling O. heeft extra uitdaging nodig. Zijn oogjes gaan glimmen als hij abstract mag denken en onderzoek mag doen. Feilloos legt hij uit (in groep 4) hoe additief en subtractief mengen met licht in zijn werk gaat. Maar bij teveel prikkels, op sportdagen of bij feestjes, wordt het soms teveel en wil hij zich het liefst verstoppen…

Leerling Q. kan moeilijk stilzitten. Een les duurt voor haar vaak heel erg lang. Maar oh, wat is het fijn om zelf te ontdekken en wat is ze prachtig als ze zich met UV schmink mag opmaken. Later komen dan haar vragen: ‘Zeg juf, hoe werkt dit nu?’ En gaat ze zelf op onderzoek: ‘Kijk juf, hoeveel spetters er zijn bij de wasbak, als ik schijn met de UV-zaklantaarn!’
IMG_0033_HDR IMG_1437

Beide verhalen komen uit onze dagelijkse lespraktijk. Ze tonen aan hoe verschillend leerlingen leren in deze technieklessen over licht. (zie op deze site lichtlessen voor onderbouw en bovenbouw). Gelukkig kunnen leerlingen binnen hetzelfde project op hun eigen wijze te werk gaan. Voorwaarde hiervoor is een goede voorbereiding en gedegen opzet van de lessen.

Die technieklessen geef ik vorm voor onze school. Wie mijn blog volgt weet dat dit veel vragen met zich meebrengt. Hieronder staan enkele van die vragen met links naar eerdere blogposts of lessenseries waarin deze vragen aan de orde kwamen:

En kan ik dit alleen? Nee. Over zulke vragen moet je kunnen sparren. En doe je dit slechts binnen je schoolteam? Ook niet. Ik merk steeds meer dat je onderwijs niet ophoudt bij je klas en je team. De wereld is in beweging. Alles verandert razendsnel en beïnvloedt elkaar. Die invloeden komen ook van buiten de grenzen van je klaslokaal, school, bestuur of land.

Als leerkracht kan en wil je niet alles weten. Bovendien weet je niet wat je niet weet. Contacten met vakgenoten buiten de school zijn een belangrijk klankbord om een aanpak binnen je eigen school en klas vorm te kunnen geven.

Dit was voor mij de belangrijkste reden om deel te nemen aan Curriculum.nu. En op dit moment zie ik al dwarsverbanden van de visie van mijn ontwikkelteam Mens en Natuur met de aanpak binnen onze school. Onze zoektocht op school naar integratie van woordenschat en taalbesef binnen onze thema’s, projecten en technieklessen, zie ik op dezelfde manier terug in een prachtig schrijven van het ontwikkelteam Nederlands. De denkkracht uit Curriculum.nu ondersteunt nu al mijn eigen onderwijspraktijk.

Natuurlijk zij er ook kritische vragen uit het veld, waarover ik wel iets wil zeggen:

  • Wat kost dit wel niet?
    Vast een hoop, maar dat is een keuze en een investering. Er zijn andere recente politieke keuzes die een hoop meer kosten.
  • Gaat kennis nu verdwijnen ten koste van vage vaardigheden?
    Kennis is een voorwaarde om de wereld te begrijpen en vaardigheden zijn onmisbaar om die kennis in te zetten. Het één gaat niet zonder het ander. Dus kennis heeft een belangrijke plek in het onderwijs die nooit zal verdwijnen.
  • Hoe moeten leerkrachten en scholen nu wéér een onderwijsvernieuwing gaan invoeren?
    Curriculum.nu definieert het WAT en niet het HOE. In het HOE hebben scholen en teams hun eigen vrijheid. Voor sommige scholen zal dit een nieuwe aanpak vergen, voor andere scholen niet.
    Ik spreek mijn hoop uit dat de politiek zich zal committeren aan de weg die zij nu inslaat met Curriculum.nu door leerkrachten en teams blijvend te faciliteren in tijd, ruimte en scholing met meer erkenning voor het prachtige beroep van leerkracht. Dit zal hard nodig zijn om scholen te ondersteunen hun HOE vorm te blijven geven. Hier ben je nooit definitief mee klaar. Het is een beweging waar je dagelijks gezamenlijk aan moet blijven werken.

Wat op dit moment vooral telt voor mij, is dat ik nu samen met collega’s uit primair en voortgezet onderwijs in de gelegenheid wordt gesteld om te reflecteren over wat wij dagelijks doen en hoe wij de toekomst zien van ons onderwijs. Hierboven is te lezen dat het HOE bij ons op school al geruimde tijd dagelijkse kost is.

Zijn wij het binnen ons ontwikkelteam altijd eens? Zeker niet, maar juist de verschillende perspectieven zijn verdiepend en verrijkend. Andere landen als Finland gingen ons voor in het definiëren van een landelijk toekomstgericht curriculum, waarin de leerling centraal staat. Het is voor het eerst dat nu ook leerkrachten in Nederland op landelijk niveau mogen meedenken over hun eigen onderwijs en het samen mogen vormgeven.

En daar wil ik bij zijn!
groepsfoto
Groepsfoto van mijn ontwikkelteam ‘Mens en Natuur’.

Didactisch coachen in de klas…

Afgelopen vrijdag 20 april mocht ik mijn certificaat Didactisch coachen voor gevorderde beeldcoaches ontvangen uit handen van Lia Voerman, die aan de basis staat van dit gedachtengoed.

Wat is didactisch coachen en hoe vertaalt zich dat naar de klas?
Didactisch coachen is eenvoudig uit te leggen maar veel lastiger toe te passen. Het gaat uit van een leerkracht die hoge verwachtingen heeft van de leerling. Zo’n leerkracht geeft weinig aanwijzingen, stelt veel vragen en geeft veel feedback (Ruby & Davies, 2011).

Verwachtingen Hoog Laag
Interventies Veel vragen Weinig vragen
Veel feedback Weinig feedback
Weinig aanwijzingen Veel aanwijzingen
Resultaat Hoge leerresultaten Lage leerresultaten

Vragen stellen en feedback geven liggen in elkaars verlengde. Als je antwoorden krijgt op goed gestelde vragen, kan daarop weer effectieve feedback volgen. Maar hoe stellen we vragen die de leerling aan het denken zet? En hoe geven we feedback die het leren bevordert? Leerprocessen zijn uiterst complex (Korthagen, 2010). Er gebeurt veel
tegelijk in een klas. Om hierop adequaat in te spelen ontwikkelen leerkrachten routines (Eraut, 2004). Daar valt men vaak op terug in de waan van de dag of als er onverwachte dingen gebeuren. Een gedragsverandering is er dus niet zomaar.

Als je school met didactisch coachen aan de slag wil ga je een heel traject in. Binnen leerteams analyseren leerkrachten hun manier van lesgeven. Gezamenlijk en onder begeleiding van de didactisch coach stellen ze zichzelf doelen. Didactisch coachen zet video interactie begeleiding (SVIB) in om de stappen naar deze leerdoelen in te slijpen. Dat is dus een heel proces.

Elk leerteam wordt een schooljaar getraind in didactisch coachen. Er zijn onderling diverse coach- en intervisie-momenten die aan het eind van het jaar worden afgesloten met een presentatie aan het team over het leerproces. Bij ons op school ondersteunt
Jan Vermeij, die werkzaam is bij V&F Onderwijs Consult van Lia Voerman en
Frans Faber, al twee jaar ons team in didactisch coachen.

Didactisch coachen is datagestuurd…
Iedere leerkracht binnen het leerteam krijgt als nulmeting een uitdraai van zijn eigen profiel. Dit profiel toont een telling van 20 minuten filmen in de klas, waarbij is geturfd welke categorie vragen de leerkracht stelt en welke dimensies feedback worden gegeven.

De categorieën m.b.t. vragen bij didactisch coachen zijn:

  1. Gesloten vragen, retorische vragen en vragen die regels en orde betreffen.
    Wil je die tas even op de grond zetten?
    Wat is de hoofdstad van Griekenland?
  2. Vragen die het denken en redeneren op gang brengen. Dit kan gaan over inhoud, strategie en modus.
    Waarom is een ijsbeer wit?
    Hoe heb je dit aangepakt?
  3. Vragen over zelfregulatie.
    Hoe bereid je jezelf het beste voor op dit proefwerk?
    Wat vind jij een goede eigenschap van jezelf?

De dimensies feedback bij didactisch coachen zijn:

  1. Feedback over de inhoud.
    (meest gegeven/minst effectief)
  2. Feedback over de aanpak of strategie.
    (algemene strategie, vakstrategie, metacognitie)
  3. Feedback over de leerstand/modus.
  4. Feedback over persoonlijke kwaliteiten.

Hieronder staat een uitdraai van hoe zo’n telling er uit kan zien. Onderstaande telling is echter niet van een leerkracht maar het gemiddelde van een aantal groepen die de opleiding tot didactisch coachen voor gevorderde beeldcoaches hebben gevolgd.

IMG_8856.JPG

Naar aanleiding van zo’n profiel als beginmeting krijgt een leerkracht inzicht in zijn eigen handelen. Zo kan hij/zij gericht doelen stellen: bijvoorbeeld minder aanwijzingen geven, meer een bepaalde categorie vragen stellen of een bepaalde dimensie feedback inoefenen. Bij leerkrachten die zich nog niet eerder in de materie hebben verdiept worden categorie 1 vragen het meest gesteld en niet specifieke feedback het vaakst gebruikt.

Veel meer over de voorwaarden en aanpak die daarbij van belang zijn staan beschreven in het boek over didactisch coachen. Ook het boek ‘Krachtgericht coachen’ van Fred Korthagen en Ellen Nuijten, heeft mij veel inzichten opgeleverd.

Mijn eigen leerdoelen…
Door de cursus didactisch coachen kwam ik erachter dat ik graag analyseer. Daar ben ik sterk in. Maar de analyse van een probleem of zelfs de oplossing ervan is niet altijd hetgeen wat een coachee of leerling verder helpt. We kunnen leren met ons verstand, maar Korthagen leert ons dat we ‘in flow’ zijn als verstand, gevoel en wil gezamenlijk optrekken. In mijn contact met leerlingen was ik meestal bezig met cognitie. Als de leerling de lesstof ‘snapte’ was het doel bereikt. En als de coachee doorhad waar het probleem lag, was naar mijn idee de oplossing gevonden en het coachen geslaagd.

Maar leerdoelen kunnen ook affectief of sociaal zijn. Wij zetten allemaal onze wil en ons gevoel in bij het leren. Sterker nog: zonder willen en voelen komt er geen leerproces op gang. Ik heb me er daarom op toegelegd om feedback te gaan geven op de modus (leerstand) en de kwaliteiten van de leerlingen. Tevens ben ik gestart de leerlingen ervan bewust te maken welke kwaliteiten ze bezitten. Dat kan op individueel niveau maar het heeft mij ook geïnspireerd om bepaalde lessen zo in te richten dat de leerlingen gaan beseffen welke kwaliteiten ze hebben en hoe ze die kunnen inzetten.

In de klas…
Een voorbeeld van zo’n les viel binnen het project ‘verhalen’ in groep 5 waarin we het karakter van de held bespraken.

Voor het onderzoekje naar kwaliteiten begonnen we met het voorlezen van de fabel van Aesopus van De leeuw en de muis, waarin de muis de leeuw stoort in zijn slaap en de leeuw hem geïrriteerd grijpt met zijn klauw. De leeuw spaart de muis en wordt later weer door hem gered als hij is beland in de netten van jagers. De muis kan immers met zijn scherpe tandjes de netten doorknagen.

De leerlingen reflecteerden eerst zelf op het verhaal naar aanleiding van 4 korte vragen en gingen daarna in tweetallen bespreken wat de overeenkomsten en verschillen waren in hun observaties…

IMG_7825

Toen bespraken we klassikaal welke kwaliteiten een held kan hebben. Moet een held altijd de wereld redden of kan hij/zij ook gewoon in dagelijkse dingen een heldenrol vervullen? Kunnen de leerlingen zelf ‘helden’ zijn? Wat doet een held? Welke kwaliteiten heeft een held? Zien de leerlingen zulke kwaliteiten ook bij zichzelf? In tweetallen keken de leerlingen naar 1 kwaliteit van zichzelf en 1 kwaliteit van hun gesprekspartner…

IMG_7828

Een aantal leerlingen wilden wel voor de camera vertellen wat ze van deze les hadden opgestoken.

Alle lessen waarbij de leerlingen uit de bankjes mogen komen en mogen samenwerken, uitproberen en ervaren in een rijke leeromgeving, geven de leerkracht veel gelegenheid tot het stellen van diverse categorieën vragen en het geven van alle dimensies van feedback. De docent kan immers direct reageren op waar de leerlingen mee bezig zijn. Ook vaardigheden en kwaliteiten komen in deze lessituaties aan bod. Hierin zit wat mij betreft de kracht van het leren binnen concepten en thema’s waar de meeste posts in dit blog over gaan.

Iedere les heeft dus zowel doelen voor de leerling als voor de leerkracht en de school is hierbij een lerende organisatie waarin veel in beweging is. Binnen onze stichting
De Haagse Scholen hebben mijn collega Linda Sloots en ikzelf tijdens een uitwisselingsochtend voor intern begeleiders ook aan collega’s van andere scholen informatie gegeven over hoe wij hier op OBS De Startbaan mee bezig zijn.

Zowel leerkracht als leerling zijn dus op school aan het leren en het didactisch coachen is hierbij een krachtige tool die veel inzichten verschaft en waarmee je ook een leven lang kan stoeien zonder het ooit helemaal tot in perfectie te beheersen. Je kunt echter wel een heel eind komen.

Ik heb veel van Lia Voerman en Anne-Marie Gielen mogen leren binnen een fantastische groep gemotiveerde en getalenteerde collega’s uit alle hoeken van het land (en België), met allerlei verschillende achtergronden in het onderwijs. Genoten!

Iedereen bedankt!
We gaan ermee verder!
Groet,
Juf Annemarie

 

Kruisbestuiven en verbanden leggen: Hoe kan dat in ons onderwijs?

Deze week was ik als cultuurcoördinator van onze school in gesprek met medewerkers van De Cultuurschakel. Zij zijn de schakel tussen onderwijs en culturele sector in Den Haag. Bij de Cultuurschakel was de vraag uit het onderwijsveld neergelegd hoe men op de scholen binnen thema’s en projecten op een mooie manier dwarsverbanden tussen verschillende vakgebieden kan leggen. Kijkend naar dit blog was het hen opgevallen dat wij die dwarsverbanden op OBS De Startbaan vaak belichten. Hun vraag was hoe wij dat dan doen en wat daar voor nodig is. Die vraag vond ik nog niet zo makkelijk te beantwoorden. Ik wil in deze post nu proberen aan de hand van voorbeelden meer duidelijkheid te krijgen over hoe je dit kan aanpakken.

Allereerst zijn in onze wereld van alledag overal dwarsverbanden zichtbaar en zijn veel jonge bedrijfjes, kunstenaars en makers, dagelijks bezig met kruisbestuivingen tussen technologie, kunst, vormgeving en communicatie. Een geweldige denker en doener is de ontwerper Joris Laarman, die door The Wall Street Journal in 2011 is uitgeroepen tot ‘Innovator of the Year’. Met een digitale techniek om auto-onderdelen lichter te maken ontwierp hij de Bone Chair (2006). Het ontwerp is gebaseerd op het groeiprincipe van botten die van nature licht en stevig zijn.
cri_000000157214

Deze stoel tot voorbeeld nemend zijn er al dwarsverbanden tussen biologie, toegepaste kunst en technologie. Laarman is nu ook bezig met zijn bedrijf MX3D een voetgangersbrug geprint in roestvrij staal te voltooien. Een mooi interview met Joris Laarman stond in de Het Blad van NRC van 20 april. Wat deze ontwerper verwoordt over zowel de fascinatie als de zorg m.b.t. technologie en toekomst, zou verplichte kost moeten zijn voor leerkrachten ;-).

Maar we hoeven geen bruggen te printen om op school een kruisbestuiving te bewerkstelligen tussen kunst en techniek. Die is er namelijk altijd. Elk werkstuk, zelfs het meest eenvoudige, vereist techniek. Kijkend naar bijvoorbeeld schilderen. Dan verdiepen we ons artistiek gezien in het mengen van kleuren, handschrift, compositie en dergelijke. En technisch gezien onderzoeken we het maken van verf uit pigmenten, het prepareren van het doek en dat soort zaken. Dan hangt het van je onderwerp af of je je verder gaat verdiepen in bijvoorbeeld stilleven, landschap, perspectief of portret. Ik heb nu al verbanden genoemd tussen de vakken tekenen, scheikunde, wiskunde en anatomie/biologie. Verbanden zijn in het dagelijks leven dus altijd aanwezig. Het is alleen lastig voor de leerkrachten om die verbanden binnen lessen of thema’s een plek te geven.

Daarom wil ik als voorbeeld in deze post in woord en beeld hardop nadenken over ons lichtlab en welke verbanden je vanuit een natuurkundig begrip (licht en donker) kunt leggen naar andere vakken. In ons lichtlab heb ik voor de school materialen in 1 lokaal gezet om leerlingen diverse aspecten van licht te laten ervaren. Ik schreef al over dit lichtlab in eerdere posts waarom doen, aanraken, uitproberen en ervaren zo belangrijk zijn. In een lokaal zijn diverse lampen en materialen neergezet waardoor de leerlingen in de gelegenheid worden gesteld dit in de praktijk te brengen.

Laten we nu eens kijken naar de dwarsverbanden die hier mogelijk zijn. In het lichtlab staan een lichtbak, een ontdekhoek met UV lamp en een schaduwtheater en RGB (rood, groen, blauw) spots. De leerlingen mogen bovendien het theater en de lichtbak ook fotograferen met tablets die de school heeft. Hieronder geef ik per onderdeel een toelichting op de praktijk van het lichtlab met in rood de dwarsverbanden naar andere vakgebieden en en in blauw links naar inspirerende sites of eerdere blogposts en Pinterestpagina’s.

  1. Op de lichtbak kun je met zand mooie tekeningen maken maar ook met allerlei materialen gave figuren leggen. Ook kun je er met transparanten kleuren op mengen of röntgenfoto’s op bekijken. Fantastisch voor kleuters maar groep 7 genoot er ook nog van. Dwarsverbanden zijn hier genoemd met creativiteit, biologie of aardrijkskunde. Leg er maar eens agaten op en kijk hoe gesteenten zich vormen in lagen. Of maak mooie mandala’s met allerlei doorzichtige gekleurde voorwerpen die er op de lichtbak heel anders uitzien.
  2. Met het schaduwspel kun je leerlingen leren over hoe een schaduw werkt: lichtbron, object, dichtbij veraf etc. Schaduwen met handen maar ook met zelfgemaakte poppen zijn leuk. Onderzoek naar de stand van de zon, dag en nacht en de lengte van je schaduw of het maken van een zonnewijzer, kunnen hier ook deel van uitmaken (Aardrijkskunde). Je kunt de poppen met splitpennen gewrichten geven. Waar zitten onze eigen gewrichten (Biologie). Hoe buigen die? Je kunt de leerlingen verhalen laten vertellen en scenes laten schrijven (Nederlands). Dit kun je opluisteren met geluid van eigengemaakte instrumentjes of downloads van geluiden (vindbaar op het web van krakende deuren t/m opstijgende ruimteschepen) (ICT, Muziek). Bovendien kun je links leggen met andere culturen en hun schaduwspelen (aardrijkskunde). Onderstaand filmpje hebben onze leerlingen gemaakt binnen een grotere film over kinderrechten. (Maatschappijleer)

    En nog wat beelden ter inspiratie…

  3. Met spots met rood, groen en blauw licht kunnen de leerlingen mooie schaduwen bouwen en ervaren (constructie) maar ook leren hoe schermen van TV en mobieltje hun beelden in kleur opbouwen (technologie).
    IMG_0018
     
  4. Met de UV lamp kunnen leerlingen bekend raken met ultra violet licht. Uitleg over golflengten van soorten licht die het blote oog niet waarneemt maar wel hun werking hebben is leuk voor de midden/bovenbouw. Denk ook aan infrarood licht (afstandsbediening) en röntgen. Ook de toepassingen van UV zijn interessant. Van UV wordt je bruin, dus lampen van de zonnebank maken er gebruik van. Maar ook bij controle van hygiene en bij opsporing wordt UV ingezet. Bloedspetters en urine lichten op onder UV straling. Informatief en leuk is dus om met een UV lamp de schooltoiletten eens te inspecteren. Het bekijken van mineralen die onder veel verschillende kleuren kunnen oplichten onder UV licht is heel boeiend en spannend voor leerlingen. En dan is er mooie schmink in de handel die oplicht onder UV licht. Leerlingen kunnen zich schminken en zich daardoor helemaal inleven in een bepaalde rol. Zowel meiden als jongens leven zich helemaal uit. Voor schmink-inspiratie zie mijn pinterestbord hierover.
    Hier zijn dus al dwarsverbanden genoemd met aardrijkskunde, biologie, technologie en expressie/theater.

    IMG_1371

  5. Tot slot mochten de leerlingen in het lichtlab gebruik maken van fotografie om hun acties en werkstukken vast te leggen. Over fotografie is enorm veel te vertellen en de inzet in het onderwijs heeft eindeloos veel mogelijkheden. Zowel de technische kant als belichten, lenzen en diafragma als de artistieke kant waarin zaken als kader, standpunt en onderwerp belangrijk zijn. Fotografie is typisch een onderwerp waarbij altijd zowel de artistieke als de technische aspecten beiden van belang zijn. Meer over fotografie en inspirerende opdrachten zijn ook te vinden op mijn pinterestpagina hierover. Fotografie heeft dus veel raakvlakken met kunst en cultuur en met technologie, ICT en natuurkunde.

Vanuit 1 thema: Licht en schaduw, is dus beschreven hoe breed dit kan worden aangevlogen. En dan heb ik het nog beknopt gehouden. Een heel aantal dwarsverbanden zijn hierboven nog niet belicht. Veel hangt af van de kennis, kwaliteiten en didactische vaardigheden van de leerkracht. Er zijn wel technieken om thema’s te openen en verbanden te leggen. Dit zal ik in mijn volgende blog behandelen.

Wordt dus vervolgd,
Juf Annemarie

Technieklabs: Op welke lagen onderwijs stuiten we bij het geven van technieklessen?

Van een traditionele school met zaakvakken vanuit de methoden willen wij steeds meer naar thematisch onderwijs waarbinnen de zaakvakken in projecten worden vormgegeven. Daarnaast komen er nieuwe vakken als techniek, die tevens een plek moeten krijgen en het gebruik van ICT dat ook moet worden onderwezen. Hoe laten we de leerlingen samenhang ervaren, kennis opdoen en hoe leren we ze ontwerpen en onderzoeken?

Een les staat niet op zichzelf. Afgelopen studiedag bekeken we als team een opzet voor de leerlijnen die we in onze projecten willen terugzien. Binnen 2 grote leergebieden, ‘Mens en Maatschappij’ en ‘Natuur en Techniek’, hebben we de zaakvakken neergelegd in mindmaps. Deze mindmaps hebben ook takken naar ICT, Techniek en ‘Kunst en Cultuur’ en maken onderlinge verbanden mooi zichtbaar. Ieder teamlid kon reflecteren op de opzet die binnen een kleine werkgroep was ontwikkeld.

De reacties op de mindmaps binnen het team waren positief. Men zag veel verbanden en mogelijkheden om de leerlijnen op deze wijze ook voor ouders en leerlingen inzichtelijk te maken. De stap om dit te verwerken in een digitaal portfolio ligt ook voor de hand. Binnen onze stichting doen wij mee aan een pilot voor MijnRapportfolio. Een volgende stap zal zijn om te evalueren en te testen welke kennis en vaardigheden de leerlingen hebben opgedaan binnen de projecten en hoe we dat gaan toetsen en vastleggen. Ook daarvoor is een digitaal portfolio een belangrijk medium. Op dit moment zijn presentaties van de leerlingen belangrijke momenten om te checken wat er geleerd is, maar ook rubrics, programma’s van eisen voor werkstukken en lijstjes succescriteria kunnen worden ingezet.

Bij de diverse vakgebieden lopen wij er als leerkracht tegenaan dat je in het basisonderwijs eigenlijk een schaap met 5 poten moet zijn. Naast rekenen en taal, moeten we ook interesse hebben voor geschiedenis, aardrijkskunde en biologie en oh ja, Engels moet ook gegeven worden en kennis van ICT moet up to date zijn en daarnaast dient het complete pakket aan techniek te worden gegeven. Mechanica, elektriciteit en constructie dienen geen geheimen voor je te hebben…. Tja dan krijg je al gauw binnen het team te horen: ‘Oh en moeten we dat er ook nog bij doen?’

Om het vak techniek goed te kunnen geven hebben we het team proberen te trainen en zijn door Rita Baptiste van het VanKinderenMuseum diverse onderdelen van techniek als mechanica en elektriciteit uitgeschreven in ateliers met daarin verwijzingen naar kleine proefjes en onderzoekjes om kennis op te doen. Er zijn ook borden gemaakt om technische inzichten per onderdeel aan zowel leerlingen als leerkrachten te verschaffen. Hieronder 1 van de borden over mechanica…

Het eigen maken van deze kennis bleek voor een heel team een brug te ver. Daarom hebben we gekozen voor twee techniekdocenten. Voordeel is dat deze docenten de kennis in huis hebben. Nadeel is dat 2 docenten de hele school moeten bedienen (naast hun andere werkzaamheden) en er dus niet zoveel techniek uren zijn per klas.

Dit proberen we nu op te lossen door de ateliers te vertalen naar labs. Een omgeving waar per thema apparatuur en onderzoeksmateriaal staat opgesteld gezamenlijk met info- en inspiratiekaarten die door de opzet aanzetten tot leren onderzoeken en leren ontwerpen. Momenteel hebben we een pilot voor een lichtlab, waarover ik al eerder schreef in dit blog. De klassen worden hierin met hun leerkracht geïntroduceerd door de techniekdocent. Ze kunnen zelf de hoeken en materialen onderzoeken en ook veel deelopdrachtjes later in de klas nog uitvoeren. Bovendien kan de klas na de introductie nog meer tijd doorbrengen in het lab voor verder onderzoek zonder bijzijn van de techniekdocent. Zo kan de leerkracht ook beoordelen hoe onderdelen uit het lab deel uit kunnen maken van een lopend thema.
IMG_8795

Na observatie in de rijke leeromgeving van de labs kunnen de leerkrachten in de kleuterbouwen beoordelen welke onderdelen er nog moeten worden voorgespeeld met de methodiek speelplezier. Er worden in het lab veel nieuwe dingen geïntroduceerd. Soms pakken de kleuters die vanzelf op en soms kan de leerkracht een mogelijkheid of probleem modellen of voorspelen waardoor de kleuters ermee bekend raken en hun spel verrijkt wordt. De leerkrachten in de onderbouw worden in deze methodiek opgeleid.

Voor de midden- en bovenbouw geldt dat het stellen van vragen en het geven van feedback zowel voor leerlingen als leerkrachten belangrijke vaardigheden zijn. Het geven van effectieve feedback die het leren bevordert is niet iets wat automatisch bij iedere leerkracht aanwezig is. Bewustwording hiervan en inslijpen van een werkwijze vergen inzet en tijd. Het team op de Startbaan is hiermee bezig middels didactisch coachen, ontwikkeld door Lia Voerman. In leerteams ondersteund door school video interactie begeleiding (SVIB = het samen analyseren van videobeelden uit de klas) leren de leerkrachten hun manier van vragen stellen en feedback geven ontwikkelen tot effectieve instrumenten die het leren bevorderen.

De technieklabs kunnen voor zowel de methodiek Speelplezier als voor het effectief stellen van vragen en het geven van feedback binnen Didactisch coachen, een rijke basis zijn waar de leerling via verwondering gaat leren en groeien.

Het verder ontwikkelen van deze labs zal tijd vergen. Voorlopig lijkt het de moeite waard. Onze pilot, het lichtlab, prikkelt de nieuwsgierigheid van de leerlingen en zowel onderbouw als bovenbouw willen kijken, ervaren en zich verdiepen in wat daar te zien is. De leerkrachten kijken mee en borduren erop voort. Zo leren we allemaal…

Nog een hoop te doen dus,
wordt vervolgd,
Juf Annemarie