Hefbomen: Een dier met een scharnier in de onderbouw…

In de onderbouw zijn we de afgelopen technieklessen bezig geweest met het begrip hefbomen. Hoe werkt dit principe en waar zien we het in het dagelijks leven. Omdat plaatjes meer zeggen dan duizend woorden hieronder wat de leerlingen in een korte instructie leerden…

We begonnen met een wip van blokken en het begrip van kracht, last en draaipunt (of scharnier). En toen merkten we dat een zware last met een hefboom makkelijk kan worden opgelicht…

Er waren al hele jonge leerlingen die intuïtief begrepen dat de last met minder kracht omhoog te krijgen is als je het draaipunt verplaatst in de richting van de last en de arm
(a in het middelste plaatje) langer maakt.

Toepassingen in het dagelijks leven te over…

En dan lekker maken en doen met het schaarprincipe… Kijk naar de resultaten in ons filmpje…

U zag ook ouders in het filmpje die onze lessen kwamen ondersteunen en ook veel plezier hadden met de kinderen. Wederom dank voor uw inzet! Hier zag u vast de werkstukken van de onderbouw. Ben benieuwd wat de bovenbouw met deze onderzoekjes gaat doen. Want uiteraard is er veel meer mogelijk…

Prachtig toch dit werk van Federico Tobon! Ook volwassenen spelen graag met techniek. En wat heerlijk dat je dan op de bank in den Haag via internet het werk kan bewonderen van deze kunstenaar uit Los Angeles. Dus ik ben benieuwd of de bovenbouw zich kan laten inspireren en zelf verdere onderzoeksvragen kan bedenken om dit principe in te zetten…

Wordt dus weer vervolgd,
Groet,
Juf Annemarie

De Nederlandse identiteit: Groep 6 dacht er over na…

De leerkracht uit groep 6 kwam naar mij toe met de vraag op welke manier ze het beste zou kunnen filosoferen over ‘Nederland’. Wat maakt ons Nederlands? Een interessante vraag die al vele jaren vanuit vele invalshoeken is belicht is en die nog niets aan belang heeft verloren.

Ik bedacht een opzet voor deze leerkracht om de leerlingen in groepjes te laten nadenken over ‘ja maar’ stellingen (hierbij bijgevoegd: Groep 6 Stappenplan filosofieles over Nederland). Bijvoorbeeld: ‘De Nederlander is lang, heeft blond haar en blauwe ogen’… Ja dat is waar, maar niet altijd… Wanneer wel, wanneer niet… Wat zien de leerlingen zelf in hun directe omgeving, thuis, in hun familie, bij vrienden, op school?… En zijn er cijfers en feiten over te vinden?

De gedachte erachter was dat verschillende groepjes zich zouden buigen over een eigen vraag en hun bevindingen op een poster aan de klas zouden presenteren. Op deze manier kan er voor de hele klas een totaalbeeld ontstaan. De vraag: ‘Wie is de Nederlander?’, hebben de leerlingen dan op deze wijze samen ontrafeld.

Ik ging de leerlingen interviewen hoe dit proces was gelopen en was verrast door hun open houding en de weloverwogen wijze waarop ze hierover hebben nagedacht. Dit resulteerde in het volgende filmpje…

Veiligheid, vriendschappen, taal en familie vinden onze leerlingen belangrijk. Ze hebben het prachtig verwoord. Het is met 10 minuten een beetje lang geworden maar ik wilde al hun ideeën over ‘De Nederlander’ aan het woord laten. Mooi om te zien hoe open en zonder vooroordeel deze leerlingen hun gedachten verwoorden. Ik ben benieuwd of u als kijker net zo trots op ze bent als ik.

Dankjewel groep 6! Ik heb van jullie genoten!
Juf Annemarie

 

Waarom ik als leerkracht een ‘Maker’ ben…

Onderstaande gesprek op Twitter met Per_Ivar Kloen, die als docent ook actief is in de ‘Maker Movement’, was de aanleiding om eens te gaan nadenken waarom ik zelf een ‘makende leerkracht’ en ‘lerende maker’ geworden ben.

Schermafbeelding 2017-10-28 om 21.24.24Schermafbeelding 2017-10-28 om 21.24.41Schermafbeelding 2017-10-28 om 21.24.57Schermafbeelding 2017-10-28 om 21.25.10

Dus ja, als je de 50 bent gepasseerd bent word je sentimenteel en ga je terugblikken. Hoe ben je geworden wie je bent? Een collega in het onderwijs vertelde mij eens dat hij leerkracht was geworden omdat de school voor hem altijd een veilige plek was. Zijn visie was dat je die veilige plek ook in je verdere leven blijft opzoeken.

Mijn basisschool in het Almelo van de jaren 70 was bij vlagen heel gezellig maar zeker niet altijd een veilige plek. Die tijd en het onderwijs dat erbij hoorde is niet te vergelijken met hoe het nu is. Kinderen hadden een groot eigen leven waar ouders en leerkrachten weinig van wisten. Er waren periodes dat ik veel last had van pesterijen en soms werd het hard uitgevochten, waarbij kleren scheurden en de volgende dag de sporen zichtbaar waren… Blauwe ogen, bulten op het hoofd die door het haar heen staken (en dat was niet MIJN hoofd. Ik was een woest kind als ik getergd werd)… Ouders kwamen daar meestal niet voor naar school. Ook mijn schoolwerk regelde ik zelf en keek ik zelf na. De hele schoolbibliotheek had ik uit maar met Blokrekenen zat ik 2 jaar lang in blok 5 zonder dat de leerkracht ernaar omkeek. In de vijfde klas (groep 7) kwam men er achter dat ik grote hiaten had. Mijn vader zei over de onvoldoende voor rekenen op mijn rapport dat ik ‘het als de donder in orde moest maken’. En zo geschiede. Ik ging aan het werk. Ook daar kwamen ouders niet direct voor naar school. Spelling en grammatica werden overgeslagen. We moesten het maar schrijven zoals we dachten dat het goed was. Op het Erasmus lyceum waar ik naar toe ging was men op de hoogte van deze gigantische hiaten op alle leergebieden, dus werden rekenen, spelling en grammatica van de basisschool in sneltreinvaart dunnetjes overgedaan in klas 1 en 2. En daar ben ik het Erasmus nog dankbaar voor. Op de middelbare school begon voor mij wat betreft de schoolvakken pas iets wat leek op een leerproces. De basisschool bestond vooral uit verveling en projectjes die ik niet echt serieus kon nemen… dus inspiratie uit mijn eigen jeugd om basisschoolleerkracht te worden… nee…

Als maker daarentegen koos ik mijn eigen leermeesters en bepaalde ik zelf wat ik zelf wilde leren. Want ik was een maker. Als kleuter al. Het zat in mijn bloed…

Ik moest maken anders werd ik ongelukkig. Mijn moeder zag dat. Ze zag ook dat de basisschool hieraan op geen enkele manier tegemoet kon komen en ze bracht me naar het Creatief Centrum. Ik stapte er als zesjarige binnen en ging er pas weg toen ik Almelo verliet voor de kunstacademie in Den haag. Er liepen daar echte kunstenaars rond met baarden en namen die ook van zeerovers hadden kunnen zijn: Barend, Berend en Anton… Het maakte indruk op mij als kind. Die mannen werden mijn helden. Er was enorm veel ruimte, een betonnen vloer waarop gemorst mocht worden en een schat aan materialen. Je had er 3 drukpersen van verschillend formaat, draaischijven voor pottenbakken, een variëteit aan gereedschappen en eindeloze hoeveelheden hout, klei, verf, wol, stoffen en papier in allerlei soorten, kleuren en maten. En je mocht pakken, maken en proberen wat je wilde. Als je dan bezig was kwamen ze langs, de kunstenaars, met hun blik op je werk, hun advies en waar nodig hun helpende hand. Hoe jong je ook was en hoe onbeholpen je poging, je werd serieus genomen.

In mijn tuin staan nog wat herinneringen aan die tijd. Links staat één van de vele kabouters die ik maakte. In de leeftijd van 8 tot 10 jaar las ik alle sprookjes die er te lezen waren (de bibliotheek in Almelo was ook geweldig) en boetseerde ik graag kabouters. De data staan nog gekerfd in de werkstukken. Veel later maakte ik als 17 jarige het betonnen konijn rechts voor mijn lieve tante Annie. Zij wilde een beeld voor bij haar vijver. Een beeld dat dus buiten kon staan in weer en wind. Nu zij is overleden staat het weer bij ons in de tuin. Het was een project waaraan ik een jaar heb gewerkt. Ik moest een armatuur lassen, het konijn daaromheen boetseren, een mal maken, beton storten en de mal weer weghakken. Uiteraard kon ik dat niet alleen. Ik besprak mijn plannen met
Jan Kip (Oldenzaals kunstenaar en maker van het Boeskoolmenneke). Hij gaf me bij iedere stap raad: ‘Ga naar een plek waar wordt gebouwd en haal daar betonijzer’, hak recht naar het beeld toe, maak het gips nog wat dikker etc, etc. Bovendien was er letterlijk mankracht voor nodig om het beeld te tillen en leerde hij me de technieken door het samen stap voor stap te doen. Jan Kip, Anton Guiljam en Antoinette de Ruiter waren de kunstenaars van wie ik het meeste leerde.

Bij Anton kon ik terecht als ik wilde etsen (zie hierboven) of met olieverf aan de slag wilde. Alles kon en mocht. Er waren geen limieten aan formaat of materiaal. De vrijheid die op de basisschool in mijn nadeel werkte en die ik misbruikte door twee jaar lang nauwelijks iets te doen voor rekenen en stiekem boekjes te lezen, werkte hier in mijn voordeel. Ik stelde mijn eigen doelen en had altijd een project onder handen. Nu zouden we dat eigenaarschap van de leerling noemen. Soms deed ik iets geheel op mezelf en had ik nauwelijks hulp nodig.

IMG_6542

Toen ik graag wilde batikken (zie wandkleed hierboven, ik heb er vele gemaakt) kon ik rustig mijn verfjes koken en mijn was warmen op een elektrische plaat. Ik voelde me net een heks met haar eigen magische brouwsels. Als ik Linoleumsnedes wilde maken stelde ik zelf de hoogte van de pers in. Vond ik stoer, een manshoge pers die helemaal voor mij was…

En bovenstaande lino’s zijn het formaat van een opengeslagen krant. Kom daar maar eens om op een school. Daar moet je altijd zuinig zijn met materialen. Deze lino’s maakte ik op mijn 16e en zijn al een leuk voorbeeld van onderzoek naar patronen en vlakverdeling. Als puber wil je de wereld zo echt mogelijk weergeven, zoals in de etsen ook duidelijk te zien is. En ‘echt’ is op deze leeftijd vaak detail en materiaalbeheersing. Deze lino’s gaan al een stapje verder en laten ook onderzoek zien naar wat kan worden weggelaten. Het beeld wordt er alleen maar spannender door. Alle makers en kunstenaars zijn ook onderzoekers. Elk werkstuk, hoe eenvoudig ook, is een onderzoek met een eigen vraagstelling.

Veel werk gaf ik weg. Mijn judoleraar heeft nog een loden beeldje van mij. Mijn blokfluitlerares, Ineke Ponten, gaf ik een beeld van de Rattenvanger van Hamelen. Dit heeft altijd bij haar op de vleugel gestaan en is bij haar overlijden met liefde doorgegeven aan één van haar jongere neven die het graag wilden hebben…

Zodra het werk af was vond ik het leuk als het de wereld in ging. Daarom wilde ik ook kunstenaar worden. Wat ik maakte verbond mij met andere mensen. Ik maakte het met plezier en beeldjes, wandkleden, schilderijen en tekeningen, vonden hun plek bij familie, vrienden, buren, bekenden, kinderen, volwassenen… Ik kom soms nog mensen tegen die zeggen dat ze nog iets van mij aan de muur hebben hangen terwijl ik dat alweer was vergeten en dat geeft me een warm gevoel. Je hebt een plek in iemands dagelijks leven met je werk.
IMG_6548
Dus ik ging naar de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag (KABK). Hier zie je me staan voor mijn eigen stillevens tijdens een uitleg (een beoordeling waarbij je al je werk moest ophangen en iedereen kon komen kijken). De kunstacademie voelde als thuiskomen, maar van de verkoop van mijn werk heb ik nooit kunnen leven.

Per Ivar Kloen zei een aantal mooie dingen in ons gesprek op Twitter waaronder ook dat een Maker Space een gemeenschap is. Zo’n gemeenschap was het Creatief Centrum in Almelo ook. Iedereen was er welkom. Welkom om je helemaal uit te leven in je werk zoals ik of om alleen wat te kletsen met een bekertje koffie en een sigaretje. Ik herinner me nog hoe een ouderpaar hun al volwassen verstandelijk gehandicapte zoon Hans binnen brachten. Vol twijfel lieten zij hem de eerste keer achter. Al gauw genoot hij net als ik. Hij maakte bijvoorbeeld van klei ‘echte flesje bier’ voor zijn lievelingspopgroep ‘Normaal’, een boom met een geheimzinnig gezicht, ‘de Boomman’, en meer prachtige werkstukken. Hij rookte al proestend een pijpje en als hij naar huis ging loeide hij met een enthousiaste groet de namen van iedereen die hij kende door het hele complex. Dat duurde lang want hij leerde steeds meer mensen kennen. Hij bracht iedereen aan het lachen en zijn zelfvertrouwen groeide. Dat doet maken met mensen…

Onze basisschool is ook een gemeenschap. En ik ben geen leerkracht geworden omdat de basisschool mij herinnert aan een veilige plek. Ik wilde juist kunstenaar worden omdat het Creatief Centrum voor mij een thuis en toevluchtsoord was waar ik mezelf kon zijn, veel meer dan op school. Waar je hulp kreeg wanneer je dat wilde en met rust gelaten werd als je daar behoefte aan had. Maar nu ik eenmaal via vele omwegen en eigenlijk ongepland leerkracht op die basisschool ben geworden wil ik hier een beetje mijn eigen creatief centrum creëren. Ik zeg ‘een beetje’ want ik moet het doen met zoveel minder ruimte, tijd, collega’s en materialen, maar wel met veel hart voor de zaak en steeds meer kennis van onderwijs. Voor leerlingen die al weten dat ze maker zijn, maar ook voor de leerlingen die dat (nog) niet weten, want iedereen is op zijn manier maker. En vooral voor de leerlingen die van de basisschool afgaan en denken dat ze ‘dom’ zijn omdat ze alleen zijn getest en afgerekend op vakken die ze minder goed beheersen en nooit iets hebben mogen doen waarin ze zichzelf konden vinden. In hun glanzende oogjes en enthousiasme herken ik iets van het kind dat ik zelf vroeger was en zie ik dat ‘maken op de basisschool’ een plek verdient.

Dus wordt vervolgd,
Juf Annemarie

 

Pinokkio, een terugblik op de technieklessen…

Met dit filmpje kijken we terug op onze technieklessen van voor de Herfstvakantie. In alle groepen zijn Pinokkio’s gemaakt. Hoe we dat precies doen is te lezen op de lessen op deze site. Ik heb er van genoten en volgens mij de leerlingen ook.

Een aantal klassen gaan door met het aankleden van de Pinokkio en/of een poppenspel in een theater of schaduwspel. Hierin kunnen dan weer andere technieklessen een rol gaan spelen. Licht en geluid bijvoorbeeld.

We blijven dus bezig met onze technieklessen.

Wordt vervolgd,
Juf Annemarie

Terugblik: Toptalent in Nederlands onderwijs… maar ook stakingen

Ik had de eer te mogen deelnemen aan een panel bij de de uitreiking van de OnderwijsTopTalentPrijs. Jong onderwijstalent presenteerde zich op 5 oktober in de Hogeschool Arnhem Nijmegen…

37768946101_d1c4ffe838_o

Indrukwekkend om te zien met hoeveel kennis, kunde en passie deze nieuwe lichting onderwijsmensen zich liet zien. Ze studeerden af met prachtige leervragen. Hieronder slechts een greep uit wat er allemaal door deze groep afgestudeerden is onderzocht:
Hoe kan muziek autistische kinderen helpen?
Hoe stimuleer ik eigenaarschap bij leerlingen?
Wat is creativiteit en hoe ontwikkel je dat bij je leerlingen?
Hoe zet je literatuur in bij multicultureel onderwijs?

Prijswinnares Zuzana Molcanova (Fontys Lerarenopleiding Tilburg) vertelde haar leerlingen dat het boek ‘De Vliegeraar’ van Khaled Hosseini hun leven zou gaan veranderen. Een dappere en bevlogen uitspraak. Zuzana zei verder dat haar voorspelling niet direct bij alle leerlingen overkwam maar dat een leerling die eerst sceptisch was haar later kwam vertellen dat het boek inderdaad haar leven had veranderd. Dat is wat leerkrachten doen in het onderwijs. Wij hebben invloed op het leven en de toekomst van onze leerlingen.

De presentatie van al dit werk toont opnieuw aan hoe veelzijdig en complex onderwijs is en wat je als leerkracht eigenlijk allemaal moet kennen, kunnen en tot in je vingertoppen moet beheersen. Bovendien wil je toetsen of je je doelen hebt behaald en of de vragen die je hierboven hebt gesteld ook een effect lieten zien in je groep leerlingen. Hoe meet je dat? Wat zijn je instrumenten? Welke analyse maak je naar aanleiding van je metingen? Dat waren allemaal vragen die in het panel gezamenlijk met de zaal werden belicht.

Ik zocht nog eens even na wat een ‘gewone leraar basisonderwijs’ met een LA schaal eigenlijk allemaal behoort te doen in zijn/haar werk. Die lijst (van de PO raad) is niet mis en is slechts een basis. Hieronder geef ik hem nog even weer:

Werkzaamheden

1. Onderwijs en leerlingbegeleiding.
* bereidt de dagelijkse onderwijsactiviteiten voor;
* geeft les aan en begeleidt leerlingen;
* hanteert verschillende didactische werkvormen en leeractiviteiten, aansluitend op de leer‐ en opvoedingsdoelen van de school;
* creëert een pedagogisch klimaat waarin alle leerlingen zich veilig en gewaardeerd voelen;
* stimuleert en begeleidt sociale vaardigheden bij leerlingen met verschillende sociaal‐culturele achtergronden;
* structureert en coördineert activiteiten van de leerlingen, organiseert en plant activiteiten in homogene en heterogene groepen, inclusief subgroepen;
* kijkt onderwijsactiviteiten van leerlingen na en corrigeert;
* speelt in de les in op ontwikkelingen op terreinen als maatschappij en cultuur, natuur en techniek, gezondheid en milieu, politiek en levensbeschouwing;
* registreert en evalueert ontwikkelings‐ en leerprocessen van leerlingen en stelt op basis daarvan handelingsplannen op;
* signaleert (sociaal) pedagogische problemen bij leerlingen en stelt een diagnose;
* begeleidt individuele leerlingen aan de hand van handelingsplannen;
* coördineert de leerlingenzorg voor de eigen groep;
* begeleidt leerlingen op basis van het zorgplan;
* bespreekt probleemleerlingen met de seniorleraar of intern begeleider en/of de directeur;
* begeleidt de lerarenondersteuner, onderwijsassistent en/of stagiaires in de eigen les/groep;
* bespreekt de voortgang en de ontwikkeling van leerlingen met ouders/verzorgers;
* houdt het leerlingdossier bij;
* geeft voorlichting aan ouders/groepen ouders en verzorgers over de situatie van het kind in het kader van het bevorderen van hun deskundigheid;
* neemt deel aan teamvergaderingen;
* organiseert overige schoolactiviteiten en voert deze uit;
* onderhoudt contacten met de ouderraad.

2. Bijdrage onderwijsvoorbereiding en ‐ontwikkeling.
* draagt bij aan de formulering van leer‐ en opvoedingsdoelen van de school, in onderlinge samenhang en voor één of meerdere leerjaren;
* vertaalt ontwikkelingen op terreinen als maatschappij en cultuur, natuur en techniek, gezondheid en milieu, politiek en levensbeschouwing naar didactische werkvormen en leeractiviteiten;
* doet voorstellen voor nieuwe lesmethoden en programma’s;
* zet mede, in teamverband, de pedagogische koers uit, voert hierover overleg met betrokkenen en verwerkt de koers in didactische werkvormen en leeractiviteiten.

3. Professionalisering.
* houdt de voor het beroep vereiste bekwaamheden op peil en breidt deze zo nodig uit; * neemt deel aan scholings‐ en ontwikkelingsactiviteiten en o.a. collegiale consultatie;
* houdt zich op de hoogte van de ontwikkelingen op het vakgebied, bestudeert relevante vakliteratuur.

En bovenstaande lijst is de start. Veel collega’s houden zich daarnaast nog bezig met eigen specialismen en zaken die hen boeien zoals het doen van onderzoek binnen de lespraktijk of het opzetten van ‘Makerspaces’, om maar gewoon eens wat te noemen.

Velen van ons zijn gedragspecialist, specialist in rekenen of taal of geschoold in Remedial Teaching. Op onze basisschool zijn niet alleen de leerlingen maar ook de leerkrachten hard bezig zich te steeds scholen en hun talenten te ontplooien. Een leven lang leren moet je immers ‘voorleven’.

Maar nu kom ik toch op de voorwaarden die aanwezig moeten zijn voor dit leven lang leren en voor een innovatieve organisatie. Helaas hebben onze leerkrachten voor hun specialismen en passies nauwelijks de tijd en staan collega’s als legbatterijen voor de groep. Mijn directeur is dagen kwijt om bij ziekte vervangend personeel te vinden. En eigenlijk is onze kanjer van een conciërge ook al jaren wegbezuinigd en en wordt ieder jaar bekeken of ze nog kan blijven omdat ze uit een speciaal potje wordt betaald, dus mogelijk moeten wij volgend schooljaar zelf de melk rondbrengen, de telefoon aannemen, de deur opendoen, het magazijn aanvullen, bestellingen doen, etc, etc…. Daar sta je dan met je talenten en je mooie opleiding(en). En onze school is echt geen uitzondering. Zie ook het heldere stuk van Rienkje van der Eijnden, directeur basisschool De Zuiderzee…

Dus 5 oktober was niet alleen de dag van het TopTalent. Op 5 oktober was er natuurlijk ook de staking van basisschoolleraren en de manifestatie in het Zuiderpark in Den Haag. Onze school was dicht. Terecht denk ik dan. Wij hebben niet alleen gestaakt voor een fatsoenlijk loon. Wij hebben gestaakt om al die mooie onderwijsvragen van dit toptalent te kunnen behouden. In een totaal uitgeklede organisatie die ons onderwijs is, is er geen tijd voor reflectie of innovatie (behalve dan op je vrije zondagmiddag of in je vakantie waaraan door de laatste CAO’s ook al is geknaagd).

IMG_6338

Ik zie net op Twitter dat Arie Slob de nieuwe minister van onderwijs gaat worden. Ik zou hem willen vragen: Geef ons alstublieft de ruimte om ons mooie vak op een goede manier te kunnen uitoefenen. We zitten op een kantelpunt: gaat er eindelijk geluisterd worden naar het werkveld en kunnen we in de toekomst ten volle gebruik gaan maken van ons toptalent of zal ons onderwijs desintegreren ondanks alle passie en inspanningen op de werkvloer…

Wordt vervolgd,
Juf Annemarie

Techniek is niet alleen techniek…

Even een foto maken in de techniekles van collega Carola. De camera richt zich diagonaal door het lokaal en registreert allemaal aandachtige leerlingen…IMG_1015

Lekker aan het werk. Nu even niet in de boeken, lezen of luisteren maar eens leren door te doen. Juist die afwisseling motiveert. ‘Techniek is niet alleen techniek’, denk ik bij mezelf, terwijl ik deze beelden schiet. De vorige blogpost ging ook al over deze techniekopdracht, het maken van een Pinokkio, die juf Carola en ik momenteel aan alle klassen van OBS De Startbaan geven. Hierbij leren de leerlingen zagen, boren, schuren, vijlen, meten en timmeren. Maar dat is het niet alleen… De leerlingen kunnen en mogen veel meer doen. En ze mogen het ZELF doen. Zelf kiezen of ze lekker bij elkaar gaan staan of een eigen plekje kiezen…

Zelf ontdekken hoe ze gereedschap hanteren en of dat makkelijker samen gaat of alleen…

Zelf een helpende hand zoeken of kijken of je het alleen kunt… En ontdekken hoe leuk het is om een helpende hand toe te steken. Leerlingen van groep 7 waren afgelopen week verdeeld bij de kleuters en werden direct door juf Anneke ingezet om de kleuters te helpen hun Pinokkio af te maken. Leuk voor beide partijen…

Techniek is ook zelf nadenken over je eigen doelen: Is dit nu af? Vind ik het goed zo? Of wil ik er nog meer aan doen? Wat zijn de vervolgstappen? Welk materiaal heb ik daarbij nodig? Trots kwamen een paar leerlingen vanmiddag aan het eind van hun les naar mijn kantoortje. Ze wilden even het resultaat laten zien. De Pinokkio’s zagen er prachtig uit. Laten we ze zo in hun blootje of niet? De leerlingen zaten boordenvol plannen om hun poppen aan te kleden, haren te geven, een muts op te zetten en oh ja… Piniokkio hoefde niet altijd een jongen te zijn. Het mocht ook best een meisje worden: Pinokkia. En dan is breien of haken ook wel weer leuk om te leren. Misschien hebben ze nog wol en stof thuis liggen. Vilt is ook een goed idee. Dat hoef je niet af te hechten.

IMG_1043

Hoe maak je er nu eigenlijk een marionet van? En wie had deze opdracht bedacht? Was ik dat? Ik vertelde dat Rita Baptiste een belangrijk aandeel had in dit idee. Oh, was dat zo? Wie is dat dan? Dan moest Juf Rita als ze volgende week toch langskomt beslist ook even bij hun in de groep komen kijken… Even kennismaken en het werk bewonderen…

Dus inderdaad… Techniek is niet alleen techniek…

Voor wie wat meer foto’s wil bekijken en/of downloaden hieronder wat linkjes naar fotoalbums:

Groep Paars, Groep Blauw, Groep 5, Groep 6, Groep 7. De andere groepen volgen nog.

Dus wordt vervolgd,
Groet,
Juf Annemarie

 

 

Technieklessen op OBS De Startbaan…

Met de start van het nieuwe schooljaar gingen ook de technieklessen beginnen. In ons mooie technieklokaal lagen materiaal en gereedschappen al klaar om door vele kinderhanden te worden ontdekt.

En een heel leger Pinokkio’s wandelden deze week met bewegende ledematen aan de hand van trotse leerlingen het lokaal weer uit. Dinsdag was als eerste de kleutergroep van juf Anneke aan de beurt…

Meten, zagen, vijlen, timmeren en boren waren allemaal dingen die je als kleuter niet dagelijks doet. Juf Anneke en juf Annemarie waren zo druk bezig met de helpende hand hier en daar, dat er weinig tijd overbleef om foto’s te maken. Toch was het opvallend hoe goed vooral sommige meisjes zich al thuis voelden in de techniek…

Mooi is het dan om vandaag het verschil te zien met groep 5. Op deze regenachtige vrijdagmiddag kwamen 30 leerlingen uit deze groep het technieklokaal binnen. Ze moesten hun energie kwijt want lekker even buitenspelen was er in de pauze niet bij met dit weer. Zou dat wel goed gaan tussen de zagen en de hamers? Maar het werd een geweldige middag. Dat kwam mede dankzij de extra helpende handen van 2 moeders, Ingrid en Carola. Nu was er voor de juf ook tijd om even een foto te maken…

Na een korte instructie en uitleg over het gebruik van het gereedschap stonden de leerlingen te popelen om aan de slag te gaan. Daarbij werd handig samengewerkt…

Het is heel fijn als iemand tijdens het zagen je helpt met vasthouden. Maar ook een momentje geconcentreerd op jezelf is mogelijk in de twee ruime lokalen…

En dan is er de trots over het behaalde resultaat…

We nemen altijd even de tijd om te evalueren en elkaars werk te bekijken. Hierbij viel op dat er veel creatieve eigen oplossingen en ideeën waren: Mooie gezichtjes, eigen oplossingen voor verbindingen en zelfs een Pinokkio met 4 armen van Dylano, een soort Superheld-Pinokkio. Het opruimen verliep ook als een zonnetje op deze regenachtige middag. Tot slot nog een groepsfoto van de Pinokkio’s en hun makers…
IMG_0053.jpgZo ga je als juf blij het weekend in…

We gaan nog verder met de Pinokkio’s en nog verder met techniek in de andere klassen.

Wordt dus vervolgd,
Juf Annemarie

Brief aan de nieuwe minister van OCW…

Vakantietijd, komkommertijd, tijd om uit te rusten en de balans op te maken van het afgelopen jaar en plannen uit te werken voor het komend jaar. Daarbij ligt mijn focus vooral op de zaken boeien, energie geven en inspireren en zo min mogelijk op zaken die frustreren.

Maar wat schrijf je nu aan de minister van OCW als hij of zij werkelijk de moeite zou nemen die brief ook te lezen en ernaar te handelen? Dat was de vraag die werd gesteld in de online lerarencommunity van OCW. In deze online community werden diverse vragen door OCW voorgelegd aan het veld, zoals het dreigende lerarentekort.

Ik was verrast om via de mail te vernemen dat mijn brief is verkozen als beste brief. Ik las hem nog eens door en kan er nog helemaal achter staan. Wel overheerst in deze brief in grote lijnen toch de frustratie over wetgeving die naar mijn idee goed onderwijs belemmert. Niet aan de orde komen mijn grote nieuwsgierigheid naar hoe mensen leren en mijn passie voor lesontwerp. Van deze passie wordt je door de waan van de dag en het toenemende woud aan regeltjes te vaak weggehouden.

Ik verwacht het niet maar hoop wel dat de nieuwe minister van Onderwijs deze brief zal lezen en een start zal maken het Nederlandse onderwijs weer meer aantrekkelijk te maken voor de leerkracht en daarmee ook voor de leerling.

Hieronder is mijn brief aan de nieuwe minister nog eens te lezen…

Brief aan de minister van onderwijs…

Waarom dreigen er tekorten in het onderwijs?
Waarom zijn onderwijsmensen zo boos? Waarom dreigen er stakingen van een beroepsgroep die in principe nooit leerlingen en ouders wil duperen? Het antwoord is heel simpel: Als je de fabel kent van de kip met de gouden eieren en we zien goed onderwijs als gouden ei en de leerkrachten als de kip die dat ei moeten leggen, dan weet je het antwoord al: De leerkrachten zijn legbatterijen geworden…

Hoe is dat zo gekomen?
Iedereen in het onderwijs kent wel het model van Luc Stevens. Hij beschrijft 3 basisbehoeften van leerlingen: relatie, competentie en autonomie. Voor leerlingen doen we wat dit betreft erg ons best. Wat betreft leerkrachten wordt dit model al jaren met voeten getreden. Een diep gevoel van verwijdering en onvrede is het gevolg. Wat betreft autonomie is het onderwijs lang kleingehouden in een afrekencultuur en wat betreft competentie wordt de leerkracht steeds minder als professional gezien.

Waaruit blijkt dat?
Een steeds dikker wordende schil van managers en ondersteuners bemoeit zich met het onderwijs met salarissen waar leerkrachten niet aan kunnen tippen. Is die expertise niet aanwezig in de klas? Jawel hoor, wij hebben reken-, taal-, en gedragsspecialisten, coaches, video interactiebegeleiders, en leerkrachten met een Master SEN of academische graad. Zij hebben met de lerarenbeurs kunnen studeren en waren daar ook dankbaar voor. Echter zodra het diploma behaald was moesten ze weer rap als legbatterij terug naar de klas… meer eieren leggen. Geen tijd voor de kip zelf in de vorm van tijd voor reflectie, toepassing van verworven expertise of uitleven van interesses… Nee dat voorrecht behoort aan het legertje externen.

Is er dan geen geld voor?
Natuurlijk wel, maar dat geld zit niet in de scholen maar ligt bij de samenwerkingsverbanden. Kunnen we daar niet bij dan? Jawel maar dan moet je eerst dikke dossiers schrijven die jaarlijks moeten worden geëvalueerd ook weer door externen natuurlijk. Hoe kan de minister dit oplossen? Heel simpel door het geld weg te halen bij die samenwerkingsverbanden en de basisondersteuning van de scholen flink te verhogen. Zo komt het geld waar het nodig is: bij de leerlingen, de leerkrachten en de scholen. Op die manier kan de school haar eigen expertise gebruiken en vlucht talent niet de klas uit wat nu het geval is. De leerkracht kan zich weer competent voelen als hij de vruchten van zijn scholing, ervaring en interesses kan inzetten. Scholen en leerkrachten worden minder afgerekend door externe professionals en zullen meer autonomie voelen.

Wat kan de minister nog meer doen?
Hij of zij kan die schil van management en professionals die om het onderwijs zitten nog meer afpellen en bij de kern terechtkomen door eens dwars door het woud van raden, coöperaties en instituten heen, direct aan de leerkracht te vragen wat zijn mening is over bepaalde onderwijswetgeving. We nemen op dit forum toch ook de moeite om mee te denken en het op te schrijven? Heel moeilijk is dat niet. En is dat alles? Het lijkt mij een heleboel. Want de minister moet echt gaan luisteren naar het onderwijsveld en dan bedoel ik de LEERKRACHT. En als er werkelijk is geluisterd moet daarnaar gehandeld worden. Dat is niet moeilijk maar wel een hele cultuursomslag. Want de minister heeft zelfs niet geluisterd naar de eigen onderzoekscommissies. De commissie Dijsselbloem riep al dat het onderwijs met rust moest worden gelaten en dat onderwijsvernieuwingen even moesten uitblijven. En wat kregen we: Passend Onderwijs. De Arena zat destijds vol met protesterende leraren. Ik was er ook en wist toen al dat het niet zou helpen en de politiek niet zou luisteren. We zijn het gewend. Dus minister, wilt u gouden eieren? Zorg dan vooral voor de kip en begin met luisteren. Als u dan heeft geluisterd en nagedacht weet u wat ze nodig heeft aan relatie, competentie en autonomie en als laatste geeft u haar een extra graantje, maar dat laatste is echt niet de hoofdmoot van onze boosheid.

En nu maar hopen dat we volgend jaar een kanjer van een minister krijgen zodat we onze handen weer vrij krijgen om ons als leerkracht echt met het onderwijs bezig te houden.

Ik geniet nog even van mijn vakantie maar heb al een hoop ideeën voor komend schooljaar. Ook daarover zal meer volgen in dit blog.

Wordt vervolgd,
Juf Annemarie

Grenadiers en Jagers: Bezoek groepen 7…

Gisteren zijn de groepen 7 van OBS De Startbaan op bezoek geweest in Arnhem bij het Airborne museum en de begraafplaats Oosterbeek. Dit was op uitnodiging van de Grenadiers en Jagers, die voor ons een prachtige dag hadden verzorgd, inclusief busvervoer en lunch.

Op eerdere blogs is te lezen dat wij als basisschool het monument van de Grenadiers hebben geadopteerd en daarom traditioneel op 10 mei gezamenlijk de slag om Ypenburg herdenken. De steeds hechtere band van onze school met dit regiment is belangrijk voor onze leerlingen. De herdenkingen zijn steeds een aanleiding onze eigen geschiedenis te leren kennen en te blijven nadenken over vrede en vrijheid.

Het was in de eerste plaats fijn om op stap te zijn met 2 groepen waarin een goede sfeer heerste en leerlingen elkaar een handje hielpen als dat even nodig was…

En er was daarnaast ook weer een hoop te leren: Over de slag om Arnhem en hoe dat tegenviel voor de geallieerden; over de rollen van de Polen en de Engelsen hierbij; en over hoe deze gebeurtenissen van invloed waren op de levens van mensen in die tijd… Het museum liet de leerlingen deze levens ontdekken door middel van koffertjes. Hierin zaten spullen, aanwijzingen en vragen die stap voor stap inzicht gaven in het leven van iemand die de slag om Arnhem had meegemaakt. Dit vormde een handleiding voor een route en speurtocht door het museum. Na een algemene uitleg kregen de leerlingen allemaal eigen koffertjes met andere personages. Een ontdekkingstocht door het museum kon beginnen…

Het museumbezoek werd afgesloten door een gezamenlijke wandeling door een ‘ervaring’: In de kelder van het museum was een indruk van de slag om Arnhem nagebouwd. Na de eerste euforie waarin men dacht al bevrijd te zijn kwam het taaie gevecht met de Duitsers.

Daarna kregen we in de tuin bij het museum een verzorgde lunch van de Grenadiers en Jagers…

Even eten en spelen voor we doorgingen naar het volgende serieuze onderdeel van de excursie: De begraafplaats Oosterbeek. Ook hier weer werden we er door de goede rondleiding en de indringende verhalen bewust van dat iedere grafsteen een geschiedenis heeft. Een geschiedenis waarin diverse nationaliteiten een rol spelen. De slechte behandeling van de Poolse soldaten is hiervan een voorbeeld…

De Polen hebben keihard gevochten voor onze bevrijding maar kregen hiervoor in eerste instantie weinig dankbaarheid. De Poolse officier waarover hier wordt verteld verloor zijn functie, moest jarenlang werken als portier en mocht bij een herdenking eigenlijk niet ons land in zonder visum. De Polen kregen oorspronkelijk de schuld van het mislukken van Market Garden (het plan om via Arnhem Nederland van de Duitsers te bevrijden). Gelukkig denken we hier nu anders over en krijgen de Polen nu wel de erkenning die ze verdienen.

We treffen dus diverse nationaliteiten aan op dit kerkhof maar ook diverse symbolen. Waar staan ze voor en wat is hun betekenis?

En wat kan een naam betekenen of voor gevolgen hebben?

Deze Joodse soldaat diende in het leger onder een andere naam…

Zoveel namen, symbolen en geschiedenissen… We konden er maar enkelen leren kennen en dat was al erg indrukwekkend. Eigenlijk bijna niet te bevatten hoeveel verhalen en geschiedenissen een plek hebben op dit kerkhof. Sommige graven zijn van mensen die zich als helden hebben gedragen.

Wat zou je zelf doen in oorlogstijd? Dat antwoord is niet makkelijk te geven en waarschijnlijk weet je dat ook pas als je in zo’n situatie belandt.

Dankzij de gastvrijheid van de Grenadiers en Jagers en de boeiende uitleg van de mensen van het Airborne museum hadden we een mooie en leerzame dag. Een dag waarop we veel te weten kwamen en waardoor we ons nog veel meer gaan afvragen. Burgerschap en nadenken over je eigen plek in de wereld is voor onze leerlingen meer dan ooit van belang.

Wij willen iedereen die ons heeft gereden, ontvangen, onze lunch heeft verzorgd, en boeiende uitleg heeft gegeven heel hartelijk danken! We blijven erover nadenken deze excursie nog beter in te bedden in onze projecten en willen dit graag blijven doen en toevoegen aan de tradities binnen de school.

Niet alle foto’s zijn geplaatst in dit verslag. Het volledige album is voor iedereen te vinden onder deze link. Al het foto- en film materiaal is hier te bekijken en te downloaden.

Wordt vervolgd,
Juf Annemarie

 

 

Kijkavond projecten…

Gisteravond hebben we onze projecten over ‘Onze stad’ en ‘Identiteit’ op de kijkavond gepresenteerd. Alle ouders en andere belangstellenden waren welkom en op het grote presentatiescherm trokken de beelden van het afgelopen schooljaar nog eens voorbij. In de klaslokalen kon worden getoond hoe er met deze projecten was gewerkt en soms vroegen de leerlingen ouders om actief deel te nemen. Dit gebeurde in groep 7 van Juf Pauline waar leerlingen het BMI van ouders berekenden…

Hieronder kijken we nog even terug op de Engels presentaties bij het project Identiteit in de groepen 8. Door over de afbeelding te bewegen met de muis, kan worden doorgeklikt naar filmpjes van de individuele presentaties van de leerlingen…

Het bestuderen van Anne Frank en de tijd waarin zij leefde hoorde ook bij het project identiteit…

Gedichten maken voor de herdenking op 10 mei ook… En ze durven voordragen aan een groot publiek met allerlei belangrijke gasten zoals de burgermeester van Den Haag…

Later werd er nog verder gedicht in groep 6 van juf Robin. Dit leidde tot mooie resultaten voor de kijkavond…

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

En natuurlijk keken we ook terug op het project ‘Onze stad’. Juf Marjolijn van groep 3 maakte er een mooi filmpje van…

De leerlingen hebben zich binnen deze projecten beziggehouden met diverse onderzoeksvragen. Datzelfde geldt voor de leerkrachten. Wij zoeken steeds naar hoe we ons onderwijs kunnen verbeteren en onze vragen binnen de projecten waren o.a.:

  • Hoe creëren we een boeiende leeromgeving waarin leerlingen steeds meer eigenaar worden van hun leerproces?
  • Hoe betrekken we techniek en ICT daarbij?
  • Hoe leren we vaardigheden als samenwerken, communiceren en burgerschap aan?
  • Hoe toetsen we die vaardigheden en vinden we bewijs van wat er is geleerd?
  • Hoe zetten we hierbij portfolio’s in?
  • Hoe halen we de wereld in de school en betrekken we ouders, bedrijven, oud-leerlingen, musea en andere belangrijke instellingen bij ons onderwijs?

Dit zijn maar een paar vragen waarin wij ons blijven verdiepen. Ook bij de plannen voor volgend schooljaar. Iedereen die dit blog leest en die hierover suggesties of ideeën heeft kan reageren en meedenken.

Wordt dus vervolgd…
Groet,
Juf Annemarie