De supermarkt van ideeën is gesloten: zouden bibliotheken weer voorzichtig open kunnen?

Veel krantenartikelen zijn er dit weekend te lezen over de vraag in hoeverre wij mensen gelijk zijn. We zouden in ieder geval gelijkwaardig moeten zijn en ja, we worden allemaal geboren en we gaan allemaal dood. Maar het gaat nu vooral om de vraag: HOE ga je dood en HOE zit je nu thuis af te wachten tot dit over is. Heb je als kind een eigen kamer waarin je op je eigen laptop kan inloggen op het thuisonderwijs?; woon je in een klein appartement en moet je op driehoog achter vechten om die ene huiscomputer?; woon je in een onveilig huis waarin die computer wel het laatste is waar je je druk om maakt?; zit je in een vluchtelingenkamp waar 1 kraan is per 130 mensen, in tentjes, hutjemutje op elkaar? We weten het. We zijn niet gelijk.

Ongelijkheid is net zo normaal als ademen, ook hier in het rijke Nederland. Ongelijkheid van huizen, buurten en beurzen. Ongelijkheid van keuzes en kansen. Het is nu, het groeit en het wordt door Corona nog pijnlijker zichtbaar. Een ramp treft altijd de zwaksten het hardst.

De macht van woorden
School is een plek waar we proberen iets te doen aan ongelijkheid. Scholing kan dubbeltjes tot kwartjes maken. Op school leren we lezen. En juist lezen draagt bij aan meer kansen. In groep drie en voor sommigen al eerder gaat er een wereld open. Voor de één langzaam en moeizaam, voor de ander als een raket naar de ruimte. Op school zijn we vooral bezig met de technische kant van lezen. Ik wil het nu hebben over de macht die woorden hebben. Eerst moet je als kind die woorden leren grijpen. Dat kan veel tijd en moeite kosten maar dan… Dan kan het gebeuren dat er iets omklapt en de woorden jou grijpen. En als je eenmaal gegrepen bent door de magie van lezen laat het je niet meer los. Naomi Wolf verwoordt dit prachtig:
‘Waarom lezen?’
Omdat we maar één leven hebben en lezen geeft ons vele levens.’
Lezen laat ons ervaren en voelen wat anderen denken en dromen. Lezen overschrijdt grenzen van afstand en tijd. In een oogwenk kan een goed verhaal je meenemen naar verre oorden. Mensen die allang zijn gestorven kun je weer horen praten in je hoofd. Het ervaren van de schoonheid van taal kan je verpletteren en kan je inzicht veranderen en vergroten. Lezen verbaast je, lezen ontregelt je, lezen ontroert, vormt en maakt je.

Zoveel redenen…
Er is een heelal aan redenen – van minuscuul tot enorm, van haast onbeduidend tot levensreddend – waarom lezen zo’n rijkdom schenkt. Bovenstaande uitspraak van Naomi Wolf komt uit een boek dat Maria Popova heeft samengesteld: A velocity of being, letters to a young reader.
IMG_9808 2Op elke pagina van dit boek staat een brief van een schrijver (of andere wijze, belangrijke mensen) aan de jonge lezer. En iedere pagina wordt ook weer geïllustreerd door steeds een andere kunstenaar. Dit boek is dus een heelal vol sterretjes van 256 brieven en illustraties.

Rijkdom dus
Rijkdom waar niet iedereen even makkelijk bij kan. Want het ene kind wordt liefdevol voorgelezen en het andere kind moet zichzelf uitvinden. Het ene kind leest zoals het praat het andere worstelt met dyslexie. Het ene kind kan alle boeken van de wereld online kopen en de ander moet ze lenen. We hadden het al over ongelijheid. Bibliotheken spelen een belangrijke rol iets aan die ongelijkheid te doen. Niet ieder kind heeft toegang tot inspirerende boeken die – juist nu – even een magisch tapijt kunnen zijn naar een andere wereld. Juist nu de scholen dicht zijn en de vraag om mentaal uit te vliegen groter dan ooit, zijn ook de bibliotheken dicht.

De bibliotheek
De bibliotheek is een plek waar je zo’n magisch tapijtje normaliter kan lenen en weer terugbrengen. De bibliotheek is een instelling die kinderen gratis kan verrijken en op die manier iets doet aan ongelijkheid tussen kinderen. Alleen niet nu. Uit veiligheid. Begrijpelijk. Maar we gaan ook naar de supermarkt. En daar blijken de rijen geduldig en de klanten over het algemeen begripvol en beleefd op anderhalve meter van elkaar. Het blijkt dat het kan in de supermarkt. Zou het met die ingrepen ook mogelijk zijn in de bibliotheek, die supermarkt van ideeën? Of dan in ieder geval in de kleinere buurtbibliotheken? Ik hoop het. Ik hoop dat ze gauw weer opengaan.

Tot slot
Dit stuk gaat over de kracht van woorden, de kracht van taal en van verhaal. Ik wil afsluiten met een groep jonge kunstenaars. Songwriters die woorden op muziek zetten. Momenteel zonder werk en opgesloten in een getroffen New York. De zangeres Leonoor is een Nederlands meisje, dochter van een collega van mij. Ze zingt hier voor u en voor mij hun verhaal over Corona en probeert zo op een creatieve en optimistische manier het hoofd boven water te houden.

Wie de andere muzikanten zijn ziet u op: https://www.breakoutchronicles.com/ Wanneer deze dochter haar moeder in Nederland weer zal zien? Inderdaad: Time will tell… De tijd zal ons nog een heleboel vertellen net als al die prachtige nog ongelezen boeken…

Wordt vervolgd,
Annemarie

 

 

 

Zaagtand of anticlimatisch? Wat betekenen deze tijden voor u?

Wat we nu meemaken raakt ons allemaal op een andere manier. We weten wereldwijd dat dit jaar 2020 in de geschiedenisboekjes komt. Dat we bovendien niet kunnen voorzien hoe het onze toekomst zal beïnvloeden. 

Als zoiets ingrijpends gebeurt geven we er eigen woorden aan. Mijn zoon Jan die nu zijn VWO examen zou moeten doen noemt het ‘anticlimatisch’. ‘Heel mijn schoolleven werkte ik hier naartoe,’ zei hij gisteren. ‘En nu zitten we thuis en mag ik veel vrienden niet zien. Een anticlimax. Ik kan niet echt bewijzen dat ik het kan. Geen feest. Geen reis. Alles is anticlimatisch.’ Ik sprak mijn vader van over de tachtig over de telefoon en vertelde hem dat ik het jammer vond voor Jan. ‘Ja Marie,’ zei hij, ‘het leven is als een zaagtand. Weet je wel die tandjes op een zaag. Ze hebben punten en dan komt er weer een dal. Voor ons was het dal de oorlog. Daarna klommen we weer op. Voor jullie is het nu Corona. Daarna gaan jullie ook weer klimmen en bouwen.’

Welke betekenis geeft u aan Corona?
En u. Wat overkomt u? Wat haalt u uit deze tijden? Moet u alle zeilen bijzetten of zit u thuis? Bent u bang? Bent u alleen? Wat doet de stilte met u? Welke dingen worden voor u weer kostbaar? Toiletpapier? Saamhorigheid? Waar vindt u steun? De bijbel of Koran? Muziek? Initiatieven van mensen? Ontplooit u zelf initiatieven? Deel het hier.

Mijn zoon kwam met nieuwe woorden, mijn vader kwam met aloude wijze raad. Maar misschien zingt u wel, of tekent u of heeft u iets uitgevonden waarmee anderen geholpen zijn. Ter inspiratie hieronder Corona-tekeningen van mijn vriendin Ilona Senghore, een geweldig stukje Corona-muziek en een overpeinzing van mijzelf over de vraag in het programma DWDD van gisteren waarin men elkaar vroeg voor welke drie dingen zij die dag dankbaar waren.

 

3 dingen om vandaag dankbaar voor te zijn

Ik ben dankbaar voor:

Het tongetje van Tip – mijn kat –
zoals dat lep lep lept in haar waterbakje.
Een ruw roze flapje waar ik verliefd op ben.

Mijn strakke hoofd haar, vanochtend in de spiegel
dat ik net voor de lockdown nog heb laten knippen
door mijn favoriete kapper.

Mijn kinderen die plotseling zwemmen in tijd
hulpeloos en dapper tegelijk, zoekend naar
invulling, houvast, betekenis in wat er is,
turend in de toekomst die zich draait naar iets anders.

Ons. Dat IK veranderde in WIJ. Dat ik ooit mijn huis
en boekenkast durfde delen met iemand die geen familie was.

Dat je vreemden tot familie kan maken.

Dat het goede altijd blijft tussen mensen.
Hoe zwaarder de tijd, hoe lager de instincten
maar ook hoe buitengewoon goed het goede.
Soms van zichzelf ontstijgende adel.

Hoe het goede blijft staan op het netvlies
van ons geheugen.

Dat mensen een mooi beeld willen vormen
op het netvlies van een ander mens.

Dat dit veel meer, zo barstensveel meer is
dan drie dingen

vandaag
om dankbaar voor te zijn.

Tot slot
U hoort het. Mijn stem is een dankbare. Maar ik ben niet ziek. We hebben zorg om onze ouders maar het is zorg die we aankunnen. Bij ons geen eenzaamheid. Misschien is uw ervaring donkerder of zwaarder of heeft u belangrijke inzichten opgedaan. Deel uw ervaring hieronder zodat wij van elkaar kunnen leren en – door te weten wat een ander meemaakt – elkaar kunnen steunen.

Wordt vervolgd,
Annemarie

 

 

‘He who has a why to live can bear almost any how’: betekenis en zingeving in (thuis)onderwijs in tijden van Corona

De quote uit deze titel komt uit het boek ‘Man’s searching for meaning’ van Victor E. Frankl en is een parafrase van Nietsche: ‘Hat man sein Warum? des lebens, so verträgt man sich fast mit jedem Wie?’ Generaties voor ons hebben te maken gehad met rampen en hun eigen manieren gevonden daarmee om te gaan. Rampen die hen persoonlijk vaak nog zwaarder troffen dan Corona de meesten van ons nu treft. In DWDD bedacht men TroostTV omdat men in deze tijden behoefte heeft aan troost.

Ik denk dat zingeving en betekenis ons troost geeft. Ik wil de relatie tussen betekenis en troost in dit artikel onderzoeken en uiteraard ook omzetten naar praktische handvatten voor onderwijs, want daar gaat dit blog over en daar hebben ouders wellicht nu thuis ook behoefte aan. Niets is zo gek of je kunt er onderwijs van maken. Het WAT hebben de teams van de scholen al goed geregeld en mee naar huis gegeven en/of is online te vinden. Hieronder volgt een aanzet tot WAAROM en HOE.

Wie was Victor Frankl?
Victor E. Frankl (Wenen26 maart 1905 – Wenen, 2 september 1997) was een Oostenrijks neuroloog en psychiater, maar werd vooral ook bekend als overlever van de holocaust. Door het lijden dat hij en anderen hadden ondergaan in de concentratiekampen kwam hij tot de opzienbarende conclusie dat zelfs in de meest absurde, pijnlijke en inhumane situaties het leven potentieel zinvol is. Deze conclusie vormde de sterke basis voor Frankls logotherapie. (logos, λόγος, is Grieks voor ‘woord, reden, principe’; therapie, Θεραπεύω, betekent ‘ik genees’). Frankl heeft zich zijn hele leven beziggehouden met zingeving. Voor de oorlog legde hij zich toe op depressie en zelfmoord en later in de kampen behandelde hij medegevangenen om zwaarmoedigheid te verlichten en zelfmoord te voorkomen. Na de oorlog werd hij een wereldwijde bekendheid met zijn logotherapie.

Hoe vinden we zingeving en betekenis?
Als we dat wisten konden we er makkelijk een methode over schrijven en er bij wijze van spreken iedere dag een les aan wijden maar zo simpel is het niet. Voor elke situatie en voor ieders leven vraagt dit iets anders. Sommigen van ons zoeken het in plannen voor de toekomst en ‘bucketlists’, anderen zoeken het in hun werk. De mens is een dier dat leeft in de toekomst. Hij valt weg als zijn toekomstbeeld wegvalt. Frankl geldt als bedenker van de term Sunday neurosis, waarmee hij verwijst naar een soort depressie die optreedt bij mensen, zodra ze zich bewust worden van de leegte van hun leven als de werkweek voorbij is. Een soort mini- pensioendipje. Iets dergelijks gebeurt nu bij velen die thuis werken. De ruis valt weg. De stilte komt. Verveling overvalt een aantal van ons en de vraag draait om. Het gaat nu niet om wat wij vragen van het leven maar wat het leven vraagt van ons.

En nu praktisch
Voldoen aan wat het leven van je vraagt vereist zelfkennis en opmerkzaamheid voor het kleine om ons heen. In een goed stuk van in het parool: ‘Door corona tijd voor reflectie: ‘De natuur roept ons nu tot bezinning’ schrijft hij hoe mensen in de miljoenenstad Wuhan plotseling vogels horen fluiten: ‘Ik dacht dat ze er niet waren, maar nu begrijp ik dat we ze nooit hoorden door alle verkeer en mensen.’ Ook schrijft hij over het ‘lied der Italianen’, dat klonk in het Rome dat sinds ruim een week is afgesloten. Hierin zitten allemaal elementen van zingeving. Mijn eigen lijfspreuk is: ‘Beauty is in the eye of the beholder.’ Schoonheid zit in je eigen manier van kijken. Je kunt het ontwikkelen schoonheid te zien in gewone dingen om je heen. Dus hier wat tips om dat te oefenen:

  • Denk eens aan het eind van de dag en vraag uzelf af: ‘Welke hele gewone dingen hebben me vandaag geraakt of ontroerd? Wat wil ik onthouden? Welke zin? Welk beeld?’
  • Kunt u die dingen opschrijven? Hoe geeft u hier woorden aan? Hoe doet uw kind dat? U kunt gratis aan de slag met de poëzielessen op deze website. Voor meer mooie creatieve schrijfopdrachten om zinnen te maken van gedachten is het onuitputtelijke en prachtige boek van Mariet Lems een goudmijn: Weten waar de woorden zijn. Prijzig (52 euro) maar iedere euro waard en voor mij een onuitputtelijke schrijfbijbel met schrijfopdrachten voor peuter t/m puber. Wellicht samen aan te schaffen met andere ouders die ook thuisonderwijs geven.
    9200000024571745
  • Kunt u praten met uw kind over die gewone dingen uit de eerste bullet? Op filosovaardig.nl kunt u gratis lid worden om met een minicursus filosofie uw thuisgesprek met uw kind te verdiepen door verder te denken en door te vragen. Ze hebben ook mooie gratis vragenkaartjes als je lid wordt: Filosovaardig-gratis-30-Doorvraagkaarten.
  • De boekwinkels zijn nog open! Vier dat u tijd voor elkaar hebt en ga samen met uw kind een boek uitzoeken! Vraag uw kind waarom hij dit boek kiest. Praat erover. Lees voor. Onderzoek. Teken na. Maak samen een boek van de tekeningen van uw kind(eren) zoals ik zelf ooit eens deed van de prinsessen van mijn dochter. prinsesvoorblad(download: prinsesspread)
    Ziet u de zingeving in haar serieuse blik? Prinsessen zijn ongelofelijk belangrijk en Emma was een kenner. Ze is inmiddels bijna 22 en dit boekje is nu een dierbare herinnering. Over zingeving gesproken. Nu heeft u er wellicht tijd voor!
  • Laat uw kind eens een dagboek bijhouden. In de lessenserie op deze site over herdenken en identitieit zijn stappenplannetjes te downloaden en worden handvatten gegeven. U moet iets naar beneden scrollen in één van de laatste lessen. Een dagboek kan ook een getekende strip zijn of een mindmap. Je kunt er foto’s en andere herinneringen inplakken. Tegen leerlingen wil ik zeggen: ‘Beperk je niet maar zie een dagboek ruim. Als een plek voor ideeën. Als een aantekenboek waarin je uitspraken opschrijft van personen die iets zeggen dat je raakt. Ik heb er zelf altijd eentje bij mijn tv liggen. Maar ook mijn aantekeningen in mijn telefoon barsten van de krantenberichten, links en podcasts die ‘van mij’ zijn.’
  • Kijk eens samen met uw kind naar zijn vaardigheden. En leg daarbij eens uw eigen vaardigheden onder de loep. In dezelfde lessen op deze site over herdenken en identitieit zijn kaartjes te downloaden over vaardigheden als communiceren en samenwerken, uitgesplitst in kleine doelen met daarbijhorende succescriteria. Zo worden complexe vaardigheden bespreekbaar en daardoor zichtbaar.

    Die vaardigheden zijn deel van een leven lang leren. Wie durft te beweren ze allemaal onder de knie te hebben?
    Bij deze lessen treft u ook een mooi filmpje van hoe onze leerlingen hebben gekeken naar een ander (in dit geval Anne Frank) naar aanleiding van deze kaartjes. Ze kozen een kaartje en keken naar een film over haar. Hoe luisterde Anne naar anderen? En had ze lef? Waar bleek dat uit? Kijken met een vraag in je hoofd zorgt voor een nauwkeuriger observatie.

Tot slot
Bovenstaande punten gaan wat mij betreft allemaal over zingeving en betekenis. Ze staan al jaren op deze site. Ze zijn ook al jaren van groot belang. Er is niets nieuws onder de zon. Wel is, dankzij Corona, de focus nu even anders en beseffen we misschien nu des te meer hoe belangrijk betekenis is voor onze leerlingen, voor ons als mens. Daarbij wil ik benadrukken dat ik het belang van kennis niet over het hoofd zie. Een school is er om kennis over te dragen. Maar die kennis moet bij iedereen een eigen plekje krijgen, een kader worden, een rode draad vormen. Betekenisgeving helpt kennis om te zetten in begrip. Ik hoop dat deze tips u hiermee een beetje helpen. Ze zijn verre van volledig. Ze dienen slechts als een begin van inspiratie. Leert u het zien dan vindt u het overal.

Wordt vervolgd,
Juf Annemarie

 

 

 

 

Curriculumcirkels…

ESU-BOGXcAAubYxDit artikel vat de insteek van het kamerdebat van gisteren 5 maart over een nieuw curriculum precies goed samen. Thijs Rover twitterde erover ‘Benieuwd naar debat vandaag. Wat er daar ook gezegd wordt: zonder draagvlak gaat dit echt niet werken. Dat draagvlak is er niet, nog los van wat je van de inhoud vindt (95% van mijn collega’s kent die inhoud overigens niet).’ En daar reageerde Marjolein Ploegman weer op met ‘Wat een probleem is, is de verdeeldheid vd beroepsgroep, incl. hun wetenschappelijke bases. Zodoende is er voor geen enkel voorstel draagvlak, blijft de status-quo gehandhaafd evenals de huidige problemen. Dat is onverteerbaar voor al die kinderen en leerkrachten die vastlopen.’ En dat vat mijn analyse van het hele gebeuren weer precies goed samen. Men verschanst zich in eigen meningen en is het verleerd te luisteren naar elkaar. Zo blijft men ronddraaien in zijn eigen cirkel.

Met plaatsvervangende schaamte lees ik de Twitterreacties van collega’s op het filmpje van Pieter Lossie, voorzitter van LAKS en voorstander van een nieuw curriculum dat meer aansluit bij de huidige tijd. Welk beeld moet een jongen van 17 ervaren van onze beroepsgroep? De reactie van Wouter de Jong ‘Hm, lesje drogredeneren zou niet verkeerd zijn,’ was nog één van de mildste. Laten we niet vergeten dat de leerling degene is voor wie we ons onderwijs optuigen. Pieter Lossie geeft terecht aan dat er zorg mag zijn om motivatie. De Nederlandse leerling is de minst gemotiveerde van Europa. En Pieter spreekt niet alleen voor zichzelf. Op de LAKS monitor  –  het tweejaarlijks tevredenheidsonderzoek onder leerlingen –  hebben ruim 74000 leerlingen gereageerd.

Datgene waar het kamerdebat over ging – de stand van zaken in onderwijsland en wat nu? – is complex en urgent genoeg. Het gesprek vindt plaats in tijden van werkdruk, een toenemend lerarentekort en een steeds lagere uitstroom van basiskwaliteit. In een rijk land als Nederland stijgt de laaggeletterdheid. In de PISA lijsten zijn wij al lang onze koppositie verloren.

Er is veel aan de orde in de maatschappij en dat komt allemaal op het bordje van het onderwijs. Westerveld (Groen Links) schetst dat zij honderden brieven kreeg van allerlei organisaties met wensenlijstjes. Verwachtingen over het nieuwe curriculum gaan alle kanten op en aan al die verwachtingen moet worden voldaan. Van tevoren weet je al dat dit niet gaat lukken. De vraag is: wat gaat er wel lukken? Want op al die wensenlijstjes moet toch een antwoord komen? De laatste 15 jaar is dat antwoord stelselmatig de verschraling van ons onderwijs geweest met de desastreuse gevolgen die we nu allemaal kennen. Vernieuwingen zijn even stelselmatig over de hoofden van het werkveld uitgestort, dus nu zou het anders gaan: leerkrachten en schoolleiders mochten zelf meedenken over de aansluiting van hun curriculum bij het onderwijs van deze tijd. ‘Teacher in the lead’ was het motto. Minister Slob kreeg die opdracht van de Tweede Kamer en ging ermee aan de slag.

Nu er bouwstenen liggen waar kerndoelen en eindtermen uit gedestilleerd moeten gaan worden toont het debat verwarring. Vaak werd de vraag door de kamerleden gesteld: ‘Waar zeggen we nu eigenlijk ja op?’ (van den Hul PVDA). Het ene kamerlid beschouwt wat er ligt als ‘niet zo heel veel nieuws’ (Bisschop SGP). Het andere kamerlid spreekt van een ‘revolutie’ (Beertema PVV). Terwijl Thijs Rover twittert over geen draagvlak, benadrukt de Minister dat raden, bonden, jongeren- en ouderorganisaties, vakverenigingen, scholen en wetenschappers gezamenlijk met hun achterban hebben meegedacht. Dat online consultaties tijdens het werkproces ruim 30.000 reacties hebben opgeleverd. ‘Hoe transparant wil je het hebben?’ vraagt de Minister. En dat is mijn (waarschijnlijk naïeve) vraag ook aan het werkveld: ‘Hoe kun je een mening hebben op twitter als je niet luistert en je inleest?’

De cirkel lijkt rond als Paul van Meenen (D66) roept ‘laten we nu de deskundigen in de lead brengen. Als we nu in deze mist blijven zitten, dan kunnen we net zo goed stoppen.’ Hij pleit voor een commissie van wetenschappers en curriculumprofessionals die een uitspraak moeten doen over wat er nu ligt en grapt tevens: ‘ik vind het wel leuk na mijn pensioen.’ Uit die woorden valt op te maken dat de leraren en schoolleiders die de bouwstenen hebben vormgegeven geen deskundigen zijn maar een tijdelijke oprisping. Gelukkig zijn we weer terug bij af en gaan de echte deskundigen het roer weer in handen nemen, zoals het altijd al was. De cirkel is weer rond. Nee niet helemaal. Minister Slob heeft in het begin van het debat de kamer erop gewezen dat het betrekken van docenten al voor zijn aantreden een opdracht was van diezelfde Tweede Kamer. Hij blijft nu ook naast die docenten staan en betoogt dat zij bij het proces betrokken moeten blijven.

Het debat eindigt met het draagvlak of liever gezegd het gebrek eraan. Ook hier is de cirkel weer rond als we de eerste alinea van dit verslag lezen. Er is op dit moment in de beroepsgroep voor geen enkele zaak algemeen draagvlak te vinden. Wellicht slechts voor een hoger loon.

Maar waar ging het nu allemaal om? Kwint (SP) zei heel mooi: ‘goede leraren waren diegene die het boek niet nodig hadden.’ En waarom hadden ze het boek niet nodig? Omdat ze vakkennis hadden en hun didactiek en pedagogiek in de vingers hadden. Zeker. Maar ook omdat ze heldere kerndoelen en eindtermen hadden waar ze naartoe konden werken. Nu moet ‘die leerkracht zonder boek’ zwerven door vaag geformuleerde kerndoelen van zo’n dertien jaar geleden. Toch maar meer toekomstgerichte kerndoelen dan? Hé, dat neigt naar een nieuw curriculum. De cirkel is inderdaad weer rond.

Wie de cirkels wil volgen waarin dit debat ronddraaide en geen kleine zes uur aan debat wil terugkijken adviseer ik de tweets van Esther Sloots (@Es7788  lobbyist bij AOB).

Wordt uiteraard vervolg. Hopelijk doorbreken we ooit een paar cirkels en kunnen we aan de slag,
Juf Annemarie

 

 

 

 

 

Wat scholen kunnen leren van kunstenaars (met Breitner als voorbeeld)

Momenteel is in het Kunstmuseum in Den haag de tentoonstelling: Breitner vs Israels. De schilders worden getoond als boksers in de ring. Ze leerden van elkaar, stuwden elkaar op tot grote hoogten, maar waren ook elkaars rivalen. De tentoonstelling portretteert beide meesters als boksers. Ik zie hierin veel paralellen met hoe scholen van en met elkaar leren maar net zo goed elkaar bevechten om de leerling. We kunnen veel opsteken van de blik van de kunstenaar. In dit artikel schets ik mijn gedachten hierover.

Wat doen kunstenaars?
Kunstenaars vertalen de tijdgeest in hun werk. En in de tijd van Breitner (1857 – 1923) kwam de fotografie. Met de komst van de camera kregen we een ander middel om de werkelijkheid vast te leggen. Dit was niet meer voorbehouden aan de schilder. Dus wat was dan nog de functie van het schilderij? Breitner was ook fotograaf en combineerde zijn fotografie en fotografisch oog met zijn schilderwerk waarvan onderstaand schilderij een mooi voorbeeld is:
attachment-1
Op de Singel in Amsterdam loopt een dame. De invloed van de fotografie is haar afgesneden lichaam en het standpunt vanwaaruit het schilderij is gemaakt: ooghoogte. Vanuit dit standpunt fotografeer je meestal ook.

Kunst van het weglaten
Mogelijk nog interessanter is de kunst van het ‘weglaten’. Alles in de compositie van dit schilderij leidt naar de blik van de jongedame die niet heel duidelijk is geschilderd. Sterker nog: ze draagt een voile over haar ogen. Het schept mysterie. Het laat ruimte voor de toeschouwer om zelf dit mysterie invulling te geven. Op zich is dit niet nieuw, ook Rembrandt verstond als geen ander de kunst om in zijn spel met donker en licht te verduidelijken of te verhullen.
download    IMG_9298

Innovatief schilderen
Nu dus de fotografie alles tot in de kleinste details kan weergeven moet de schilderkunst iets extra’s toevoegen. En dat doet het werk van Breitner en zijn tijdgenoten. Ze zoeken naar de betekenis en bedoeling onder de afbeelding. Eigenheid wordt belangrijker. Wat willen ze weergeven? Wat voegt de kunstenaar toe? Is het zijn handschrift? Is het kleurgebruik? Is het atmosfeer?
IMG_9538
In bovenstaand schilderij gaat het niet om een levensechte weergave van drie dames maar om de wind die met hun rokken speelt. Beweging en herhaling zijn hier een thema dat bijna een abstractie is geworden door de grove, gedurfde verfstreken.
IMG_9554
In bovenstaand schilderij is de koets geen koets en het paard geen paard. Het gaat hier om patronen, ritme en spiegeling. Dat heeft Breitner hier als focus. De ramen van de grachtenhuizen en de koets zijn slechts de drager van die abstractie.

Voor de scholen
Wat zijn de lessen van deze schilders voor de scholen?

  1. Timmer niet alles dicht
    Onderwijsmensen zijn gewend om heldere doelen te stellen en die SMART te formuleren compleet met succescriteria. Daar is niets mis mee maar bij werkelijke innovatie gaat het over iets scheppen wat er nog niet is. Geen wetenschapper, uitvinder of schilder heeft ooit zijn werk SMART geformuleerd. Ze hebben wel degelijk iets voor ogen maar laten de ruimte aan de situatie en de tijd om te bepalen wat het precies gaat worden (zie hierover ook mijn vorige blog). Zoals Breitner de ruimte laat voor ritme en mysterie zo dient iedere les ruimte te laten voor het leerproces van de leerling en iedere innovatie plek te laten voor de mensen die er gezamenlijk aan deelnemen met hun diverse kwaliteiten.
  2. Neem afstand
    Kijk af en toe met afstand naar je werk in de klas of in de school. Waarin ben jij een meester? Wat zijn de thema’s die jou boeien? Waar ben je goed in? Wat past bij je? Komt dat in je klas en in je school tot zijn recht? Welke motivatie ligt er onder jouw lessen? Welk mysterie en welke patronen zoek jij op? Vaak ligt er een dieper verhaal onder wat we zien. Denk je na over je eigen verhaal en over de reden waarom je voor de klas staat of een school leidt? En hoe is dat zichtbaar in de klas en in het schoolgebouw?
  3. Laat nieuwe ontwikkelingen toe in de school
    Zoals Breitner het fototoestel hanteerde willen leerlingen van deze tijd bezig met programmeren, microbit, robotica en ontwerpen van 2D naar 3D. Spelen met fotografie, stop-motion en film is ook nog steeds niet verouderd, zeker niet als er combinaties plaatsvinden met nieuwere technologie als een green screen. Dit is uitdagend voor leerlingen en soms lastig bij te houden voor scholen. Daarom zouden scholen hierin ook kennis en materialen kunnen bundelen en gezamenlijk inkopen.
  4. Breng in praktijk: maak
    Graag doen we inspiratie op in workshops en congressen. We komen thuis met nieuwe mogelijkheden en ideeën op ons netvlies en gaan vervolgens over tot de orde van de dag. Doe onmiddellijk wat met je nieuw inzichten. Probeer ze uit en vertaal die ervaring en verwondering in een les, een thema, de inrichting van een hoek of een lokaal, een samenwerking, een project, een spel, etc, etc. Wees niet bezorgd dat het niet perfect is. Leer van imperfectie en evalueer, slijp bij en maak het van jezelf en samen met de leerlingen.
  5. Leer van en met elkaar
    Deel je ervaringen en producten en trek samen op om het beter te maken. Je weet niet wat je niet weet. Combineren met andere kennis en een ander perspectief hebben mij persoonlijk binnen Curriculum.nu veel inzichten geboden. Primair onderwijs keek over de grenzen naar voortgezet onderwijs en andersom. Maar ook contacten met ouders, bedrijven, buurt en andere stakeholders in onderwijs als musea, kunnen je blik verrijken.

Tot slot
Bij het verlaten van de tentoonstelling mocht de bezoeker een enquête invullen wie er de winnaar moest zijn van de ‘bokswedstrijd’ Breitner vs Israels. Ik heb hem niet ingevuld. Beide schilders zijn op hun eigen wijze meester in hun vak. Beiden hebben elkaar bewonderd en bestreden en oorlog en vriendschap beleefd. Ze hebben elkaar opgestuwd naar beter. Daarbij zijn naar mijn idee geen winnaars of verliezers. Ik zou er voor tekenen om een Breitner of een Israels aan de muur te hebben. Daarin ben ik niet kieskeurig wie het moet worden ;-). Allebei geweldig op hun eigen manier.

Bij scholen is het ook vaak zo dat kennis en ideeën graag gedeeld worden maar dat men er tegelijkertijd beducht voor is leerlingen aan elkaar kwijt te raken. Ik zie daarin wel een kentering komen en merk een voorzichtig begin van verschillende besturen om meer samen op te trekken. De wereld verandert snel. Het onderwijs is behoudend. Aantakken bij de tijd is een mindset. Een krachtige mindset die nog steeds afspat van het werk van Breitner en Israels.

Laten we durven…

Wordt vervolgd,
Juf Annemarie

Curriculum.nu of curriculum.niet?

Curriculum_PNH1635.jpg

Kijkt u eens naar deze foto. Al deze professionals uit het basisonderwijs en voortgezet onderwijs hebben samen nagedacht over een nieuw curriculum. Ze kwamen vanuit heel Nederland. Uit steden en dorpen, uit dure buurten en achterstandswijken, met allerlei soorten leerlingen van moeilijk lerend tot hoogbegaafd. Ik mocht ertussen staan.
Voor mij was het hele proces vooral een geweldige leerschool. Een betere manier van professionaliseren bestaat bijna niet, dan zo samen te mogen nadenken over je vak. Maar er kwam ook veel kritiek. Hieronder volgt mijn visie op de laatste stand van zaken.

Cijfers en feiten,
Vanaf december 2017 hebben 143 leraren en schoolleiders in negen ontwikkelteams een basis gedefinieerd voor een nieuw curriculum. Daarin werden ze ondersteund door procesbegeleiders van SLO en hebben 84 ontwikkelscholen tussenproducten getoetst aan hun onderwijspraktijk. Daarnaast was er een onafhankelijke wetenschappelijke adviesgroep betrokken bij het proces en kon heel Nederland in diverse feedbackrondes reageren. Per ronde kwamen er 2000 tot 8000 reacties binnen van leerlingen, ouders, vakgroepen, professionals en ieder die zich betrokken voelde en de moeite had genomen zich in de materie te verdiepen. Alle reacties zijn serieus bekeken, getoetst en verwerkt.

En dan volgt stilte en kritiek,
Nadat op 10 oktober 2019 de bouwstenen voor een nieuw curriculum aan de Minister zijn aangeboden volgt vooral stilte vanuit de scholen. Het onderwijs is moe. Het onderwijs is lam. Het heeft te maken gehad met jarenlange verschraling die uitmondde in het huidige schrijnende lerarentekort. Men heeft geen tijd ellenlange epistels te lezen. Wat moet het werkveld hiermee? Het curriculum wordt gezien als een verlengstuk van het onderwijsbeleid uit Den Haag. Daar moet men weinig van hebben. Elke ‘onderwijsvernieuwing’ is immers een verkapte bezuiniging geweest. Elke onderwijswet van de laatste 10 jaar is immers zonder overleg met het veld over de hoofden van de leraren heen gestort.
Ook vanuit wetenschappelijke hoek klinkt kritiek. Waar is de analyse vooraf? Welk onderzoek is gedaan naar de tekortkomingen van het huidige curriculum? Welke rol heeft persoonsvorming? Welke definitie willen we eigenlijk hanteren als we spreken over de invulling van ‘het curriculum’? Wat verstaan we onder denkwijzen en vaardigheden en hoe verhouden die zich tot kennis? Hoe vinden mondiale thema’s als duurzaamheid, technologie en gezondheid een plek in het curriculum? Kan een curriculum wel puur een WAT (kennis) beschrijven en dat scheiden van een HOE (didactiek en pedagogiek)? Men spreekt over een kerncurriculum van 70% en 30% vrijheid voor invulling hiervan voor de scholen. Hoe komt men aan die getallen en kloppen ze wel?

Kritiek of vraagstukken?
Bovenstaande vragen zijn maar een kleine greep uit wat ik langs zie komen in de eerste oriënterende debatten in de Tweede Kamer. Ik ben hier lang niet volledig en kan ze bovendien niet zomaar eventjes te beantwoorden in dit blog. Het zijn zinnige, complexe vraagstukken naar aanleiding van het curriculum, die opnieuw aantonen hoe veelomvattend onderwijs is.
Als ik deze debatten aanhoor komt mijn denken hierover op gang zonder dat ik direct van mezelf een pasklaar antwoord of standpunt verwacht. De voorzitter van deze debatten, mevrouw Tellegen, verwoordde bij aanvang heel mooi dat men zich er ‘terdege van bewust was dat je voorstanders en critici niet strikt kunt scheiden’. Daar ligt voor mij de kern van de zaak en begon mijn trots op onze democratie voorzichtig te gloeien. In deze setting liet men elkaar in ieder geval uitpraten. Hopelijk wordt er ook terdege nagedacht over elkaars ‘vraagstukken’, wat wellicht een betere term is dan ‘kritiek’. Als medeschrijver van de aanzet van dit curriculum zetten vragen van critici mij wel degelijk aan het denken. In mij huist namelijk net zo zeer een criticus als als een voorstander. Ik kan kritisch naar mijn eigen werk kijken en er tegelijkertijd trots op zijn. Want trots ben ik zeker op wat hier ligt. En de criticus in mij is boven alles van zins het product nog beter te maken. Binnen de gelederen van mijn ontwikkelteam is trouwens ook over een aantal van deze vragen keer op keer gestecheld. Hoe vaak hebben wij het niet gehad over het WAT en het HOE en of dat wel te scheiden is? Nadenken over dergelijke complexe zaken kan juist het beste vanuit diverse standpunten en vanuit verschillende expertise.

Samen nadenken
Ja, samen nadenken dus. Dat is wat wij gedaan hebben binnen Curriculum.nu. Dat betekent – zoals Wim van de Hulst dat goed verwoordt tijdens het debat – iets anders dan zwart-wit denken. Op Twitter wordt Curriculum.nu door een aantal collega’s en wetenschappers afgeserveerd. Daar is een mooi recept voor: men neme een onderdeel uit Curriculum.nu (bijvoorbeeld “breuken”), nuanceer het vooral niet, blaas het vervolgens op, maak er een hype van en kraak tot slot het complete werk dat verricht is af. Natuurlijk weet ik dat dit binnen bepaalde kringen op Twitter usance is. Het lijkt me alleen weinig vruchtbaar en bovendien juist niet getuigen van een wetenschappelijke, onderzoekende houding maar vooral van een houding die graag het eigen gelijk streelt ten koste van een ander.

Het kan wel
Dat dit heel anders kan blijkt uit de reactie van Gert Biesta. Omdat hij niet aanwezig kon zijn bij het debat schreef hij een brief aan de Commissie Onderwijs van de Tweede Kamer. De volledige tekst van die brief is gepubliceerd in het blad Didactief. Biesta zegt te hopen dat het iets bijdraagt aan de discussie. Dat doet het zeker. Het is voor mij, en ik denk voor vele leden van mijn ontwikkelteam met mij, in ieder geval heel herkenbaar om te lezen.
Als leerkracht vraag ik me – zoals Biesta beschrijft – steeds af ‘waartoe’ ik dingen doe. Daarmee begint in feite iedere les. En in bredere zin: ‘Wat willen we als samenleving met het onderwijs? Wat willen als school met ons onderwijs?’ Hij is van mening dat het curriculum met die vraag zou moeten beginnen. Biesta stipt meer onderwerpen aan waar ik al langere tijd over nadenk. Mij is als leerkracht ook al vaker opgevallen dat dat ‘veel onderwijsleerprocessen juist niet lineair verlopen’ en we dan ook niet alles in ‘leerlijnen’ kunnen gieten. Er staan een hoop inzichten in de brief van Biesta die ik van harte deel en die mij verder brengen in mijn eigen visie op onderwijs.

Dus Curriculum.nu of curriculum.niet?
Ook deze vraag kan niet zwart-wit beantwoord worden. Biesta schrijft: ‘De voorstellen van curriculum.nu zijn mijns inziens vooral waardevol voor de impuls die ze hebben gegeven aan de discussie over de inhoud van het onderwijs, inclusief de aandacht voor de aansluiting tussen primair en voortgezet onderwijs… Mijns inziens is er eerst een stap ‘terug’ nodig – naar het omkaderende onderwijsconcept – om vervolgens in de ene richting de verdere ontwikkeling van curricula ter hand te kunnen nemen en in de andere richting aan bijstellen en herformuleren van kerndoelen en eindtermen te kunnen werken. Deze stappen moeten helder van elkaar onderscheiden blijven.’ Dit zou inderdaad heel goed een zinnige volgende stap kunnen zijn. Een aanzet is neergelegd, het begin van een taal en een manier van kijken is ontwikkeld. Als we uit ons Twitter-standje stappen kunnen we reflecteren op wat er nu ligt. Het bevat in ieder geval meer dan voldoende voedsel voor de debatten die nu waarempel over onderwijsinhoud gaan.

Men spreekt inmiddels ook steeds vaker over een vervolgcommissie en een ‘permanente’ commissie om het curriculum te ‘onderhouden’. Laten we dan voor 1 ding waken: dat wij als leraren niet opnieuw worden weggezet en opgesloten in het klaslokaal, maar blijvend mogen meedenken. Naast wetenschappers en onderwijskundigen vertegenwoordigen leraren en schoolleiders een belangrijk perspectief. Een blik op de praktijk die tot Curriculum.nu letterlijk over het hoofd werd gezien. Ik pleit voor een stem van de leraar die – in tegenstelling tot Ad Verbrugge – wel weet hoe een basisschool-leerling kan modelleren (zie onderstaande link naar debatfilmpje). Zelfs kleuters kunnen dat onder begeleiding van een goede leerkracht, die de juiste vragen weet te stellen en feedback kan leveren die het leren bevordert. En omgekeerd kan een goed vormgegeven curriculum de leraar hierin ondersteunen.

Voor diegene die belangstelling heeft hier een link naar het debat  en hieronder een filmpje dat het debat inleidt:

Film inleiding debat

Wordt vervolgd,
Juf Annemarie

Mijn wens voor 2020: ruimte voor wat er (nog) niet is…

car-puzzle

Out of the box denken. Kunt u het? Het helpt u om dit raadsel op te lossen. Welk nummer moet er op de parkeerplaats staan onder deze auto? Als ik zelf zo’n plaatje zie denk ik direkt: ‘oh, oh, reeksen!’ om vervolgens onmiddellijk in een kramp te schieten, want reeksen zijn mijn nachtmerrie. Ook na vele keren oefenen bleek dat deze reeksen maar één ding met mij doen en dat is mijn IQ cijfer bij iedere beroepstest met vele punten verlagen. Zoals ik voor taal en ruimtelijk inzicht tienen kan halen zo blijven reeksen bij mij op nul staan. Een platte nul. Ik zie het niet. Wat ik ook oefen.

Mark Mieras
Wij gingen na de Kersvakantie op maandag 6 januari weer aan de slag en startten met een gezamenlijke studiedag. Mark Mieras gaf een lezing en legde ons in een steenkoude gymzaal dit vraagstuk voor. Hij gaf ons mee dat ‘out of the box denken’ zou helpen om dit plaatje op te lossen. Verstijfd wachtte ik in mijn koude stoel op het antwoord. ‘Ohh, je moet het plaatje omkeren,’ dan zie je de makkelijkste reeks ever. Nu weet iedereen vast het antwoord wel: 87

car-puzzle

‘Veel kinderen zien het vaak al binnen een minuut,’ vertelde Mieras erbij. ‘Weinig geruststellend, zo’n versteende juf’, dacht ik over mezelf. Toen zei hij iets wat voor mij een eye opener was: ‘Je kunt niet “out of the box” denken, want je gedachten beseffen niet dat ze in een box zitten.’ Dat was nou precies wat ik had ervaren. Ik KON helemaal niet op commando ‘out of the box’ zitten denken. Want als je niet eens beseft dat je in een box zit – en snapt in welke box je dan zit – dan ga je er ook niet uit. In mijn geval zat ik gevangen in de box ‘Reeksen’. Muurvast opgesloten in mijn meest gehate box waar ik dus helemaal niet in had hoeven zitten.

Creatief proces
Mark Mieras verwoordde hier de kern van menig creatief proces. Want wat moet je doen als je niet je box uit kunt om het antwoord te vinden? Dan moet je geduldig en nieuwsgierig wachten tot het inzicht in jouw box valt. Vertrouw op het toeval. Laat het. Ga wandelen. Durf je over te geven. Grote denkers doen het. Wiskundigen doen het. Wetenschappers idem. Als ze hun complexe probleem vanuit alle perspectieven hebben bekeken, besproken en doorgerekend en ze komen er niet uit, dan laten ze het los, vertrouwend dat het inzicht hen zal vinden. Het lijkt wel mindfulness en dat is het waarschijnlijk ook.

Ruimte
Ruimte. We snakken ernaar. In onze overvolle banen en ons dichtgetimmerd onderwijs. Meer dan ooit schrijven we over creatieve processen en mindful zijn. Vaker dan ooit hebben we het erover. Waarom? Omdat we het minder dan ooit in onze dagelijkse praktijk werkelijk doen. We zijn vervreemd van ruimte, intuïtie, verveling en loze momenten. We hebben alles gevat in leerlijnen, eindtermen, protocollen, doelen en wat al niet meer. We jagen maar door in een veel te strak pak. En dat doen we onze kinderen ook aan. We leren hen niet meer vertrouwen te hebben en even los te laten al roepen we van wel. Mark Mieras reikte me weer een stukje extra inzicht aan.

MAKEN
Het is een deel van de complexe puzel over waarom ik zo dol ben op MAKEN in het onderwijs. Zelf ben ik een MAKER in hart en nieren en ik snap steeds meer waarom. MAKEN schept die ruimte. Het laat je doen wat je (nog) niet begrijpt. MAKEN is de wereld tussen weten en begrijpen. En ja, ook het MAKEN komt steeds minder aan bod op de basisschool al roepen we er wel veel over.

Hiermee wil ik vooral niet zeggen dat we geen kennis moeten onderwijzen. Ik wil ermee aangeven dat er ruimte moet zijn om die kennis een plek te geven. Een eigen plek die er bij ieder individu anders uitziet. En daarbij speelt falen en zelfs onkunde een rol. Waar men faalt of waar onmacht ons blokkeert kan een omweg je leiden naar een heel andere oogst. We moeten het aandurven die omweg te maken. 

Monet
Een intrigerend voorbeeld van stug door blijven werken met een enorme onmacht is wel de grote MAKER Monet. Hij heeft het gedurfd omdat hij niet anders kon.
Wat is er erger voor een schilder dan langzaam blind worden? Het overkwam hem. Hij bleef schilderen, met ander kleurgebruik, met meer abstractie, op grotere doeken. Zijn toenemende slechtziendheid bracht hem een andere aanpak en ander werk. Iets wat hij ziende nooit zou hebben gemaakt. Op latere leeftijd kreeg hij door een operatie zijn gezichtsvermogen gedeeltelijk weer terug. Ik vraag me af hoe hij zelf terugkeek op zijn werk uit zijn ‘blinde periode’. Tegenwoordig beschouwen we het als revolutionair voor die tijd. Dat wil niet zeggen dat het makkelijk was. Uiteraard wordt je er niet blij van als je blind wordt en in vele momenten van wanhoop heeft Monet zijn doeken willen vernietigen en dat een aantal keren ook gedaan. Een weg zoeken om je onmacht heen is verre van makkelijk. In april 1914 kreeg Monet door de operatie wel weer zelfvertrouwen en begon hij met een grootschalig project: Les Grandes Decorations. Enorme panelen geïnspireerd op zijn lelievijver waar hij tot zijn dood aan heeft gewerkt. Tot 2 februari is Monet nog te zien in het Kunstmuseum in Den Haag. Een aanrader. Ik heb ervan genoten! Hieronder wat details van twee van zijn waterlelie-doeken.

IMG_9149.jpg

IMG_9150Toon Tellegen
Voor 2020 wens ik alle lezers van dit blog daarom ruimte. Ruimte voor wat er niet is maar kan komen, ruimte voor toeval en het onverwachte dus vooral ook ruimte voor jezelf. Te vaak gedragen wij ons als de mus uit onderstaand prachtig verhaaltje van
Toon Tellegen. Laten wij als mus nu eens gaan genieten van zon en maan…
IMG_9389.jpg
IMG_9390

Dit waren twee pagina’s uit dit mooie verhalenboekje ‘Middenin de nacht’:
IMG_9391
Wordt vervolg,
Juf Annemarie

Zelfportretten in de klas: er is moed voor nodig…

Het gebeurt me de laatste tijd vaker als leerkracht: ik zoek naar iets tijdens mijn lessen en stuit op iets heel anders. Klinkt dat vaag? Misschien wel. Het is in ieder geval geheimzinnig, ook voor mijzelf. In mijn vorige blog schreef ik over mijn zoektocht naar orde en stilte. Ik vond zelfreflectie en eigenaarschap. Dit keer wilde ik gewoon makkelijke schilderopdrachten geven en ik kwam erachter dat ze moeilijk waren.

Workshops
Dit jaar is onze basisschool gestart met workshops. In klassendoorbrekende groepen – in mijn geval een combi van groep 7 en 8 – geven we workshops. De zaakvakken worden hierbij benaderd via meer praktische onderzoeken en opdrachten en de kunstvakken komen aan bod. Ik wilde iets doen met een combinatie van fotografie en tekenen/schilderen en koos als onderwerp het zelfportret. Mijn ervaring de afgelopen jaren tijdens de technieklessen leerde mij dat de leerlingen over het algemeen moeite hebben met verbeelden en observeren. Ze zijn het niet gewend. Daarom koos ik voor opdrachten die bijna een invuloefening zijn. Kleurplaten en overtrekplaten als het ware van hun eigen portretten. In het verleden had ik er al muren mee volgehangen. ‘Eitje’… dacht ik. Maar oh, wat stuitten we op barrières…

De lessen
Zo was er een les waarin ze hun eigen portret als harde zwart-wit foto mochten inkleuren. Er kan niets fout gaan. Over de lijntjes kleuren is hierbij juist prachtig. Als inleiding liet ik zien dat Andy Warhol met zijn zeefdrukken van o.a. Marilyn Monroe hierin pionierde.

Ik vertel de leerlingen iets over zijn sterrenstatus en PopArt in het algemeen. In het verleden had ik met deze opdracht enthousiasme en verwondering gewekt. Hele muren had ik met de resultaten volgehangen (zie hieronder een foto van 25-5-2013).

Nu stuitte ik op angst en weerstand. ‘Ik ben lelijk!’ ‘Ik weet niks!’ ‘Ik kan hier helemaal niets mee!’ Portretten die ik op mijn vrije zondag had voorbewerk in Photoshop verdwenen onaangeraakt in de prullenbak. Er ontstond totaal geen verwondering over hun portretten die, puur en alleen door gebruik van zwart op wit, een heel karakter konden laten zien. Veel leerlingen kwamen daar niet eens aan toe. Want ze keken niet. Ze durfden niet te kijken.

Dus
Dus wat deed ik? Ik vond een tussenoplossing. Ze mochten opnieuw op de foto en een pose aannemen waarbij ze hun gezicht gedeeltelijk bedekten. Dat was uiteraard niet de oorspronkelijke opdracht, maar wel een stap om ze aan het werk te krijgen. Dat lukte. Ook bij de vervolgopdracht – het maken van reverse paintings, waarbij ze op een transparant blad met watervaste stift hun eigen portret overtrokken en daarna de achtergrond schilderden – gingen ze in ieder geval aan het werk.

Verschillen
Niet iedere leerling ondervond zoveel weerstand bij deze opdrachten. Er waren er ook die hier prima mee uit de voeten konden en zich totaal niet stoorden aan welke flapoor of beugel dan ook.

‘Wat is er anders dan vroeger? En vanwaar deze enorme verschillen?’ vroeg ik mezelf af. Diep van binnen wist ik het antwoord wel, maar ik kon het nog niet goed formuleren. Ik was nog teveel bezig met de weerstand van de leerlingen.

Churchill
Tot ik gisteren naar een aflevering van een ‘The Crown’ keek. Een geweldige serie met prachtige dialogen. In deze aflevering werd Churchill geportretteerd door Graham Sutherland als geschenk van het Parlement voor zijn 80ste verjaardag in 1954. Churchill haatte het schilderij direct en noemde het portret malignant … filthy’. Zijn vrouw Clementine sprak erover als ‘really quite alarmingly like him’. Het portret werd kort voor Churchill’s overlijden in opdracht van zijn vrouw in 1965 in het geheim vernietigd.

Waarom?
Grappig om te constateren is, dat de weerzin tegen een (zelf)portret dus in alle rangen, standen, tijden en leeftijden voorkomt. Was het portret werkelijk zo ‘disgusting’, of speelt hier iets anders? En waren de afbeeldingen van de leerlingen werkelijk zo weerzinwekkend dat de prullenbak de enige plek was die er recht aan deed? De serie geeft een prachtige inkijk in een verklaring. Tijdens het poseren voor de schetsen zegt Sutherland tegen Churchill: ‘I never let accuracy come in the way of truth’ (Ik laat de precieze weergave nooit de waarheid in de weg staan). Dit was zijn antwoord op Churchill’s vraag of Sutherland wel in staat was hem ‘precies’ te portretteren. Sutherland antwoordt dus dat hij ‘de waarheid’ zoekt. Kunstenaars zoeken altijd naar ‘de waarheid’. Maar zelfs als je er niet naar zoekt durf ik te beweren dat bij elke tekening, hoe hulpeloos ook, een waarheid zich vanzelf openbaart. En soms willen we die waarheid niet zien. Churchill wilde waarschijnlijk geen 80-jarige man zien maar slechts een krachtig leider. Met het vernietigen van het portret komen we alleen nog niet los van de waarheid.

Het overleden kind
Een andere dialoog uit The Crown tussen Churchill en Sutherland gaat over hun schilderijen. Churchill schildert ook en heeft Sutherland’s werk bestudeerd. Sutherland heeft op zijn beurt het werk van Churchill bekeken. Een intrigerend gesprek ontvouwt zich over de waarheid onder de afbeelding. Churchill vraagt aan Sutherland welke van zijn schilderijen hij heeft bekeken en wat hij ervan vond. Sutherland antwoordt dat hij Churchill’s schilderijen van de vijver in zijn tuin interessant vond:

(Churchill & Sutherland)

The pond? Why the pond? It’s just a pond.

It’s very much more than that.

As borne out by the fact that you’ve returned to it again and again.

More than 20 times.

Well, yes, because it’s such a technical challenge.

– It eludes me.

– Well, perhaps you elude yourself, sir.

That’s why it’s more revealing than a self-portrait.

Oh, that’s nonsense.

It’s the water, the play of light.

The trickery.

The fish, down below.

I think all our work is unintentionally revealing and I find it especially so with your pond.

Beneath the tranquility and the elegance and the light playing on the surface, I saw honesty and pain, terrible pain.

The framing itself, indicated to me that you wanted us to see something beneath all the muted colors, deep down in the water.

Terrible despair.

Hiding like a Leviathan.

Like a sea monster.

Sutherland bespeurt dus een zeemonster van pijn diep in de vijver van Churchill. Wat het voor monster is komt naar boven als Churchill ‘terugslaat’ en opmerkt wat hij ‘Malevolent’ (kwaadaardig) vindt aan een werk van Sutherland:

It’s about one of your paintings.

The one you call “Pastoral.

” With all that gnarled and twisted wood.

Those great ugly dabs of black.

I found something malevolent in it.

Where did that come from? Well, that’s very perceptive.

That was a very dark time.

My My son, John, passed away, aged two months.

Oh, my.

I am sorry.

Yes.

Thank you.

– You have five, yes? – Four.

Marigold was the fifth.

She left us at age two years, nine months.

Septicemia (= bloedvergiftiging).

I’m so sorry.

I had no idea.

We settled on the name Marigold, on account of her wonderful golden curls.

The most extraordinary color.

Regretfully, but though perhaps mercifully, I was not present when she died.

When I came home, Clemmie (= Churchill’s vrouw) roared like a wounded animal.

We bought Chartwell (= Churchill’s huis en landgoed) a year after Marigold died.

That was when I put in the the pond.

Beiden hebben ze een kind verloren. En het verdriet over het verloren kind komt bij Churchill boven in zijn vele schilderijen van de vijver. Sutherland heeft er de wanhoop in gelezen die Churchill van zichzelf niet eens vermoedde. Hij realiseert het zich pas in zijn gesprek met Sutherland.

Zelfportretten in de klas
Dus voor zelfportretten in de klas is moed nodig. Moed om de waarheid onder ogen te zien. Welke waarheid dat is weet je als leerkracht nooit helemaal. Het kan heel diep zitten, zoals bij Churchill’s vijvers. Is het nodig naar die waarheid op zoek te blijven gaan? Ik denk het wel. Meer dan ooit waarschijnlijk omdat het ook meer dan ooit stuit op weerstand. Hieronder dus een aantal portretten uit de workshops. U mag zelf bepalen welke waarheid u er in ziet…

Deze diashow vereist JavaScript.

Wordt vervolgd,
Juf Annemarie

 

 

 

 

Op zoek naar de stilte in groep 7 …

Ik wilde alleen maar dat het stil was. Dat ze met hun eindeloze gebabbel niet keer op keer mijn instructie verstoorden. Ik wilde ook alleen maar dat ze snapten wat het gevolg was van dat eeuwige gekakel. Dat ze zo niet oppikten wat ze moesten leren. Dat ze zo niet konden denken. Dat anderen die het wel wilden snappen er zo niet aan toe kwamen. Dat hun kletsen leidde tot herrie; herrie tot irritatie; irritatie tot conflict en conflict tot vechten. De dag zonder kleerscheuren doorkomen in deze groep 7 met eenendertig leerlingen was een hele toer. Daarom begon ik met ze te laten schrijven. In stilte. 

Stilte is zeldzaam in deze tijd. Overal dringt de buitenwereld zich op. Stilte gaat niet alleen over geluid. Ook vermaak en afleiding zijn overvloedig aanwezig en zoveel makkelijker dan focus en concentratie. Je merkt het in de klas. De aandachtsspanne is kort, evenals veel lontjes.

Stilte is een voorwaarde om na te kunnen denken. Er is zoveel om over na te denken. Voor alle leren is denken nodig. En wat is er heerlijker dan op pad te gaan met je eigen gedachten? Maar toch, als je een leerkracht vraagt hoe hij/zij zijn leerlingen stimuleert om na te denken, krijg je vaak glazige blikken. Leren wordt op de meeste basisscholen vooral gezien als reproduceren van kennis. Over ‘denken’ spreekt men nauwelijks. ‘Creativiteit’ staat wel vaak als belangrijk punt in de schoolgids, maar daarmee bedoelt men vaak ‘knutselen’, een vreselijk woord. En dan heb ik het nog niet eens over dat kwetsbare knooppunt van aandacht, toeval en tijd: inspiratie. Maar goed. Je moet ergens beginnen. En ik begon bij stilte.

Voor de eerste les geef ik ze allemaal een schrijfschrift en zeg tegen ze: ‘woorden hebben macht. Soms kunnen verhalen je uit de meest hopeloze situatie redden.’ Ik vertel over de Koerdische vluchteling, dichter en journalist – Behrouz Boochani – die op het eiland Manus illegaal gevangen werd gezet. Ik beschrijf hoe zijn woorden op een geheime telefoon stiekem via tekstberichten de vrijheid invlogen en uiteindelijk een boek werden, bekroond met vele belangrijke prijzen. ‘Dat lukt je niet zomaar,’ vertel ik ze. ‘Deze man heeft geoefend voor hij goed kon schrijven en vandaag gaan jullie je eerste schrijfoefening doen.’

We analyseren wat Boochani allemaal is kwijtgeraakt. Zo komen de leerlingen vooral op ‘vrijheid’. Ze proberen in eigen woorden te vertellen waarom ze dit zo’n belangrijk gemis vinden. ‘Iedereen heeft wel herinneringen aan iets wat we zijn verloren,’ ga ik verder. ‘Dat kan zoiets kleins zijn als een haarknipje maar ook een geliefd iemand of een belangrijke vriendschap.’ Ze moeten dus gaan schrijven over iets dat ze zijn kwijtgeraakt. ‘Schrijven is van jezelf,’ verklaar ik plechtig. ‘Je doet het in stilte. je moet je eigen gedachten kunnen horen.’ 

‘Nee,’ schudt mijn hoofd tegen de leerling die direct al naar mijn tafel wil komen. ‘Denk eerst rustig na, dan komt het vanzelf,’ zeg ik tegen een ander die niet gelijk weet wat hij moest schrijven. Ik werp ze terug op zichzelf. En voor het eerst in dit schooljaar is het stil. Echt stil. De rust overvalt me. Een zalig kwartier lang. Daarna zijn ze enthousiast en trots. ‘Wie durft er zijn werk voor te lezen?’ vraag ik. Bijna alle vingers gaan omhoog.

De oogst van de eerste opdracht heeft me overweldigd. De leerlingen kunnen verlies raker beschrijven dan ik had verwacht. Er komt van alles langs: Een geliefde oma die eindigt aan een zuurstofapparaat; achtergelaten scholen, vrienden en buurten na een verhuizing; broertjes en zusjes die wel zijn geboren maar slechts kort het levenslicht zagen; een moeder die overleed toen de leerling een peuter was en zo altijd een geliefde onbekende blijft… Het is veel. Heel veel. Je realiseer je dan wat je allemaal in de klas hebt. Eenendertig levens. 

Ook in de daaropvolgende opdrachten gaan ze hard aan het werk. Ze kunnen hun herinneringen en gedachten vaak goed onder woorden brengen. Niet iedere klas krijgt dit voor elkaar en niet elke groep heeft zo’n open sfeer dat iedereen zijn werk graag wil voorlezen. Ik benoem hun talenten, benadruk mooie stukjes tekst en ondersteun ze met technieken. Wat kun je allemaal vertellen over een personage? Hoe schrijf je dialogen? Hoe gebruik je je zintuigen in een verhaal? Wat wil je zeggen met je einde? 

Ik draag mooie voorbeelden aan en krijg stukjes uit hun belevingswereld terug. Ik lees gedichtjes van Joke van Leeuwen voor. Eén over schrammen, blaren en builen:

‘Hoe komt daar die blaar? Hoe komt daar die blaar?
Dat komt: ik heb prachtige schoenen. Vandaar.

Ik vraag naar herinneringen bij hun littekens, vlekjes en spotjes. Daardoor kom ik te weten dat H. nog geopereerd moet worden aan zijn arm waar de pinnen nog uit moeten. Daardoor komt N. de volgende dag bij me met een foto van haar vader op haar mobiel.
‘Wilt u het echt nog steeds zien?’

‘Ja, natuurlijk.’ Ik zie een man met een ontblote buik en daarop een enorme jaap. ‘Zo dat is een groot litteken. Waaraan is je vader geopereerd?’

‘Een gezwel boven zijn nieren.’

‘Zo dan! Wanneer was dat?’

‘Vorig jaar juf.’

‘Dan hebben jullie zeker een heftig jaar gehad. Hoe is het nu?’

‘Ja juf. Zwaar juf. Nu wel iets beter.’

Bij de opdracht te beschrijven waar ze bang voor zijn – en uitgenodigd worden met ideeën te komen om hun angst te overwinnen – geef ik het voorbeeld van columnist en auteur James Worthy (39). Hij geeft zijn angsten hondennamen. Zijn angst voor de dood heet Benji, zijn vliegangst heet Jarno en zijn angst voor roltrappen heeft hij Arthur genoemd. De leerlingen waarderen zijn creativiteit en komen ook zelf met interessante ervaringen en gedachten. Ze beschrijven hun angsten voor jeugdzorg en vaders met messen tot en met clowns en vertellen over hun oplossingen: 

‘Een echte clown in het circus interviewen.’

‘Een bescherm-knuffel-eenhoorn.’ 

‘Je enge dromen opschrijven en aan je moeder voorlezen.’ 

Ondertussen vult hun taalrugzak zich met schatten. Bovendien leren ze luisteren naar elkaar, wat ook nog wel een dingetje is in deze groep. ‘Een echte schrijver kan goed luisteren en observeren,’ houdt ik ze voor. Want ze willen graag goed kunnen schrijven. Het schrijven heeft status gekregen in de groep. Ik heb voorgesteld hun beste werk te bundelen en een gezamenlijk boek uit te geven bij ‘Brave New Books’. Dat idee werd met gejuich ontvangen. Ze dromen alvast van gigantische opbrengsten. Mijn opmerking dat ze zich niet rijk moeten rekenen en dat waarschijnlijk alleen vrienden en familie zo’n boek zullen aanschaffen, mag de pret niet drukken. De één wil gezamenlijk gaan eten bij MacDonalds en de ander denkt aan een goed doel. Ik ben blij met de rust die langzamerhand steeds meer ruimte krijgt in de klas. 

Al moet ik nog steeds alle zeilen bijzetten. Lesgeven aan deze groep blijft een enorme kluif. En natuurlijk krijg ik op bepaalde momenten nog altijd een punthoofd van ze. Maar als ik dat dan roep zeggen ze: 

‘Dat is een metafoor juf,’ en dan zeg ik:

‘Ja, heel goed! Bedenken jullie eens een betere metafoor voor mijn ontplofte hoofd. Als jullie nu stil aan het werk gaan wil ik er straks wel een paar voorlezen.’ 

Wordt vervolgd,
Juf Annemarie

 

De magie van kunst in de school…

Deze week kwam De Dutch Don’t Dance Division bij ons op school met de voorstelling #Pest. Nou heb ik vraagtekens bij het onderwerp. Niet omdat ik het niet belangrijk vind. Ik ben ervaringsdeskundige. Het gevoel dat je nooit ergens bij zult horen blijft in je vezels zitten. Ik ben er alert op in mijn klas. Ook herken ik het gepeste kind als geen ander in prachtige moeders en stoere vaders met tattoos op hun armen. Maar moet je het er steeds over hebben? Het doet me een beetje denken aan het onderwerp ‘zelfmoord’. Daar hebben we het ook niet te veel over omdat anders de volgende dag zich nog meer mensen voor de trein gooien. Vermindert expliciete aandacht voor een onderwerp het probleem? Die vraag is complex. Pesten is complex. Ik ben er nog niet uit of al die aandacht de situatie verbetert.

Maar goed. Ik moest voor de school de voorstellingen boeken. Dat was een heel gepuzzel. We wilden reiskosten uitsparen. De voorstellingen moesten dus in de school plaatsvinden. Dat schrapte al flink wat opties. Dan gaan ze niet optreden voor twintig leerlingen. Nog meer puzzelen. Welke klassen kon ik combineren met welke voorstellingen. Er bleven er een paar over. Ik hou van dans. Vooruit dan maar met dat onderwerp over pesten…

Voor het zover is
En dan komen de vragenlijsjes: Kunnen jullie dit even invullen? Welke ruimte hebben jullie en welke muziekinstallatie? En kan er een laptop aan? Hebben jullie iemand voor het licht? Kan er na die tijd voor de workshops een lokaal leeg? Jajaja… en of we ook even telefonisch contact kunnen hebben. Kan ook, tuurlijk, ik heb als leerkracht toch niets te doen…

Ze kwamen vroeg in de ochtend voor de lessen en in de verschrikkelijkste hoosbui van deze herfst tot nu toe.
‘Moeten jullie veel uitladen?’
‘Ja.’ Glimlach. ‘Heel veel.’
Zonder morren sjouwden ze hun toneelspullen door de regen de school in.
‘Waar is de koffie?’ Ik wijs het ze. ‘Top!’
‘We gaan opbouwen. Om tien uur kunnen jullie komen met je klas.’

En dan begint het…
Het publiek bestaat uit groep 7 van mij en groep 8 van mijn collega. Ik moet ze goed in de gaten houden want mijn leerlingen kletsen altijd onophoudelijk. Ze kregen van mij instructies mee over het gedrag dat ik van ze verwacht. Dat is nodig want ik heb al diverse keren ervaren hoe deze groep een gastdocent kan opvreten. Ik hoop dat deze voorstelling goed gaat verlopen.

De muziek begint. Een danser in traditioneel kostuum en maillots laat klassieke passen zien. Sprongen en pirouettes. Prachtig. Het maakt indruk op de leerlingen al is het vreemd, zo’n jongen in een maillot. Dat blijkt ook de bedoeling. Vanachter de schermen komen stoere jongens en meisjes op in straatkleding. Ping – Pong, klink de muziek en bij elke klank raken ze hem aan, lachen ze hem uit en vernederen ze hem meer. Het is een sterk beeld. De balletjongen verkruimelt. Tot hij wijst op een kind in het midden van de voorste rij. Dat leidt de aandacht af. De pesters kijken nu naar haar… Gepeste is pester geworden.

IJzersterke beelden vullen daarna het toneel. Niets wordt uit de weg gegaan. En niets is wat het lijkt. Een straatjongen verruilt zijn gympen voor rode plateau-hakken. Een meisje laat haar haren zwieren. Uitdagend en agressief. ‘Ik kan dit doen. Jij niet…’ Lijkt ze te willen zeggen tegen een meisje met een hoofddoek. Maar later volgt verzoening, vriendschap en meer…

Emotie
De combinatie van dans en muziek opent herinneringen en emoties. Ik ben geraakt en krijg een brok in mijn keel. Ik slik hem weg. Tranen in het bijzijn van je klas is geen goed idee. Later hoor ik tijdens de lunch in de lerarenkamer dat mijn collega net zo geraakt was als ik. Zij vertelt dat ze wel heeft gehuild en een aantal leerlingen van haar ook.

Aan het eind van de voorstelling mogen de leerlingen vragen stellen aan de dansers. Ook dat is indrukwekkend. Jonge mensen van 20 – 21 jaar staan voor ons. Trots en kaarsrecht, zoals dansers van nature staan. Ze komen van over de hele wereld om hier te dansen. De meesten stellen zich voor in het Engels, er wordt vertaald, een paar van onze leerlingen halen hun beste Engels uit de kast, een Franse danser antwoordt in zangerig Nederlands. Daarna volgen er workshops waarin de leerlingen zelf al bewegend zaken als ‘vertrouwen’ kunnen ervaren. De dansers gaan aan de slag met mijn groep en dat is een krachtsinspanning want de aandachtspanne van de leerlingen is kort. Maar ze doen het gewoon en wat ze doen komt binnen.

Na de voorstelling
Later komen kinderen naar mij toe. Ze zitten vol van wat ze hebben gezien. Een meisje zegt: ‘Ik mag van mijn moeder niet lesbisch zijn maar ik kan me wel voorstellen dat iemand anders het wel is.’ Het zet ze aan het denken. Het zet mij aan het denken. Er is een wind de school binnengewaaid. Een wind die meer lef met zich meebracht dan welk pestprogramma of pestprotocol dan ook. Zaken die je normaal niet gauw bespreekt zijn gezien en gevoeld. Op deze manier is het inderdaad geen slecht idee om pesten aan de orde te stellen. Het is wat kunst kan doen. Het gaat over je plaatsbepaling, je identiteit. Niet alleen in lesjes en woorden, maar ook tussen de woorden, achter de woorden… Dat, diep in jezelf wat niet te vangen is in woorden, aanraken. Daar komen we niet vaak in ons onderwijs. Wat mij betreft veel te weinig…

Dankjewel Dutch Don’t Dance Division. Jullie mogen vaker komen!

Wordt vervolgd,
Juf Annemarie