Wie zijn de helden van onze leerlingen?

We zijn dit nieuwe jaar begonnen met een project over verhalen. Wij mensen zijn verhalendieren. Het aan elkaar vertellen van verhalen is zo oud als de mensheid. Het helpt ons bij het nadenken over ons eigen leven en onze plek in de wereld. Maar hoe leren we nu zelf een goed verhaal te schrijven? Wat komt daar allemaal bij kijken?

Op een site met lesmateriaal voor hoogbegaafden trof ik een prachtig lesboekje over de rol van de held: lesboekherosjourney kopie

De stappen in dit boekje en de rol van de held leek mij een mooie start om de leerlingen te laten begrijpen hoe karakters in een verhaal in elkaar zitten en wat een karakter interessant maakt. Wat is een held? Kun jij zelf een held zijn? Wie vind jij een held? Wat heeft een held voor eigenschappen? Kan een held ook zwak zijn? Met deze vragen hielden we ons bezig naar aanleiding van een sprookje. En wat is er fijner dan als juf een sprookje voor te lezen aan je klas uit je eigen oude stukgelezen sprookjesboek uit je kindertijd. En dan merken dat de leerlingen zich even ademloos verliezen in het verhaal als ik destijds… Dit sprookjesboek heet ‘De Verhalenreus’. Een prachtige titel met even prachtige en wonderschone illustraties. Vanwege mijn nostalgie hieronder even wat plaatjes uit dat oude sprookjesboek…

 

Ik las het Japanse sprookje uit dit boek voor van ‘De jongen die katten tekende’.

Ik vroeg de leerlingen of deze jongen, die niet sterk of moedig was maar wel geweldige katten kon tekenen, een held was. Wat is de definitie van een held? En wie beschouwen de leerlingen zelf als een held? Ze mochten hun eigen held tekenen en ik was benieuwd naar de eigenschappen en karaktertrekken van hun helden. Het was de bedoeling dat hun tekening een eerste stap zou zijn naar het beschrijven van een karakter in een eigen verhaal.

Het mooie van een dergelijke opdracht is dat ik er als leerkracht weer minstens net zoveel van opsteek als de leerlingen zelf. Het geeft inzicht in de wereld van mijn leerlingen. In deze groep 5 vonden veel leerlingen hun held in hun eigen omgeving: Ouders en vooral moeders werden gezien als hun helden. Zonder hun ouders waren ze immers niet geboren, maar ook eigenschappen als geduld en humor vonden de leerlingen belangrijk…

 

Voor een vergroting kunt u klikken op de foto’s om de teksten beter te lezen. Ook opmerkelijk was dat de leerlingen een aantal klasgenoten als held benoemden. Sommige leerlingen hebben elkaar kunnen helpen op een belangrijk moment…
IMG_7742

IMG_0004

En hieronder een filmpje van heldin Gusta met weer haar eigen helden…

 

Soms is er ook gewoon sprake van een mooie vriendschap…
IMG_0019

De leerlingen haalden de helden voor hun tekeningen dan ook graag uit hun dagelijks leven. Ook dieren en fantasiedieren werden door de leerlingen vaak gezien als helden…

 

Dieren kunnen hele andere eigenschappen hebben dan mensen. Om dierenfiguren te bedenken met magische eigenschappen was voor de leerlingen een kleinere stap dan om een eigen romanfiguur te bedenken met een heldenrol. Een eigen held bedenken die de hoofdrol speelt in een verhaal was voor veel leerlingen nog erg abstract. Veel helden waren dan ook een combinatie tussen mensen uit hun omgeving en helden uit games of TV series…

 

Ook grappig voor mij om te zien, was dat bij het tekenen van de vijand van de held, dit personage bijna als een tweelingfiguur werd afgebeeld. De held in de spiegel als het ware. Kijk maar eens naar deze helden en hun vijanden…

 

Wat de leerlingen in deze groep dus nog heel erg moeilijk vinden, is om de held te zien als een karakter in een verhaal. Een verhaal dat zij ook zelf kunnen bedenken en schrijven. Ook de gelaagdheid van zo’n karakter en welke eigenschappen de held zou kunnen hebben, is voor hen nog heel complex. Graag houden de leerlingen vast aan personen die ze al kennen uit hun omgeving of in tweede instantie aan personages uit games en films. Dat je je eigen fantasie mag gebruiken en bestaande beelden mag loslaten maar wel elementen hieruit kunt gebruiken, is voor de leerlingen een hele nieuwe weg.

Om die weg in te slaan ga ik de volgende les andersom werken en zal ik beginnen met het uitdiepen van een aantal karaktereigenschappen, bijvoorbeeld met behulp van het kinderkwaliteitenspel.
kwaliteitenspel.jpg

Het kwaliteitenspel laat een heleboel eigenschappen en kwaliteiten zien op verschillende kaartjes. Kwaliteiten waar leerlingen uit zichzelf waarschijnlijk niet altijd op zullen komen. Interessant om te bekijken welke kwaliteiten de leerlingen bij zichzelf herkennen en bij hun klasgenoten. Welke verschillen zijn er? Hoe zien zij zichzelf en elkaar?

En voor het schrijven van een verhaal is het interessant om te kijken welke kwaliteiten de leerlingen belangrijk vinden voor hun held. Welke held gaan de leerlingen bedenken bij deze gekozen kwaliteiten, bijvoorbeeld een combinatie van enthousiast, behendig en sterk. Hoe ziet zo iemand eruit? En wat zou zijn rol kunnen zijn als held in een verhaal? Zou hij, naast voordeel, soms ook weleens last kunnen hebben van zijn enthousiasme, of zijn kracht?

Spannend voor mij om te zien hoe de leerlingen hiermee aan de slag gaan. En hopelijk ook spannend voor de leerlingen.

Wordt dus vervolgd,
Juf Annemarie

 

Kerst op school: een kijkje achter de schermen…

Vaak delen we vooral de mooie plaatjes, de lichtjes en de stralende kindergezichtjes… Dat zagen we gisteravond bij het kerstdiner ook in overvloed. Trots staan we bij de kerstboom op de groepsfoto…
IMG_7404

En wie wil deze drie engeltjes nu niet mee naar huis nemen?

Naast deze beelden zijn er ook andere verhalen te vertellen. Het verhaal van de grote inspanning van vooral onze conciërge Belinda en onze vrijwilliger Marco. Zij toveren ieder jaar weer onze school direct na Sinterklaas om in een winterwonderland. En eigenlijk is de conciërge officieel al wegbezuinigd uit het onderwijs. Of het verhaal van tekorten aan leerkrachten en dat wij met een klein team wekenlang tot aan de Kerst ruim 1,6 FTE aan ziekte en lerarentekort hebben opgevangen met extra werken…

Zodoende stond ik als intern begeleider ook iedere week op donderdag voor groep 5. Al onze groepen zijn heel divers zoals ik ook al filmde in een vorig blog over de achtergrond en identiteit van onze leerlingen. We hebben in elke klas veel nationaliteiten, talenten en verhalen…

Zo vertelde een leerling mij op de dag van het kerstdiner dat ze het zo jammer vond dat ze haar vader moest missen met Kerst. Hij moet werken in Turkije en ze ziet hem gewoonlijk maar eens per jaar en dat is rond Kerst. Dit keer had hij geen toestemming gekregen van zijn werk om zijn dochter en Nederlandse vrouw te bezoeken…
Dit verhaal maakte indruk in de klas. Veel leerlingen wilden toen ook graag hun verhalen vertellen. Over die andere kant van Kerst, over verdriet en gemis dat altijd rond deze tijd extra voelbaar is…

De kinderen vertelden elkaar over vaders die werden gemist:
Ik heb mijn vader maar drie keer gezien
‘Ik zie mijn vader maar eens in de maand…’
Of ruzie in de familie:
‘Dan gaan we altijd extra stil spelen…’
En broertjes en zusjes die kort na hun geboorte zijn overleden:
‘Hij zou nu twee jaar zijn geweest…’
Er waren drie leerlingen die nog een extra broertje of zusje hadden kunnen hebben. Dit wisten ze niet van elkaar. Er vloeiden tranen en het rekenen dat gepland stond schoot erbij in. Maar ook dat is onderwijs: dat je weet met wie je in de klas zit en elkaar kan vinden en steunen als dat nodig is…

Niet alleen bij ouderen heerst dus rond Kerst vaak extra eenzaamheid en gemis. Dat is ook bij veel leerlingen het geval. Maar onze leerlingen zijn sterk en flexibel en voor het kerstdiner trokken ze allemaal hun allermooiste kleren aan en genoten ze samen van de goede dingen. Het heerlijke eten dat iedereen meebracht, de geweldige bediening door een aantal vaders (vaders die ober zijn met Kerst is een traditie bij ons op school), en natuurlijk kerstmuziek…

Onze groep 5 is heel muzikaal!

Wij delen veel met elkaar op school. Een school is niet alleen een plek waar je leert lezen en rekenen. Een school is ook een gemeenschap waar allerlei verhalen samenkomen en nieuwe verhalen ontstaan. Veel verhalen kennen we van elkaar, maar veel weten we ook niet. De school moet dus ook een plek zijn waar leerlingen hun verhalen kunnen delen…

Met die kerstgedachte sluit ik af en wil ik iedereen bedanken voor weer een goed jaar op De Startbaan. Hierbij wens ik jullie allemaal, leerlingen, collega’s en ouders hele fijne dagen.

Tot in 2018,
Juf Annemarie

Hefbomen: Een dier met een scharnier in de onderbouw…

In de onderbouw zijn we de afgelopen technieklessen bezig geweest met het begrip hefbomen. Hoe werkt dit principe en waar zien we het in het dagelijks leven. Omdat plaatjes meer zeggen dan duizend woorden hieronder wat de leerlingen in een korte instructie leerden…

We begonnen met een wip van blokken en het begrip van kracht, last en draaipunt (of scharnier). En toen merkten we dat een zware last met een hefboom makkelijk kan worden opgelicht…

Er waren al hele jonge leerlingen die intuïtief begrepen dat de last met minder kracht omhoog te krijgen is als je het draaipunt verplaatst in de richting van de last en de arm
(a in het plaatje hierboven) langer maakt.

Toepassingen in het dagelijks leven te over…

En dan lekker maken en doen met het schaarprincipe… Kijk naar de resultaten in ons filmpje…

 

U zag ook ouders in het filmpje die onze lessen kwamen ondersteunen en ook veel plezier hadden met de kinderen. Wederom dank voor uw inzet! Hier zag u vast de werkstukken van de onderbouw. Ben benieuwd wat de bovenbouw met deze onderzoekjes gaat doen. Want uiteraard is er veel meer mogelijk…

Prachtig toch dit werk van Federico Tobon! Ook volwassenen spelen graag met techniek. En wat heerlijk dat je dan op de bank in den Haag via internet het werk kan bewonderen van deze kunstenaar uit Los Angeles. Dus ik ben benieuwd of de bovenbouw zich kan laten inspireren en zelf verdere onderzoeksvragen kan bedenken om dit principe in te zetten…

Wordt dus weer vervolgd,
Groet,
Juf Annemarie

De Nederlandse identiteit: Groep 6 dacht er over na…

De leerkracht uit groep 6 kwam naar mij toe met de vraag op welke manier ze het beste zou kunnen filosoferen over ‘Nederland’. Wat maakt ons Nederlands? Een interessante vraag die al vele jaren vanuit vele invalshoeken is belicht is en die nog niets aan belang heeft verloren.

Ik bedacht een opzet voor deze leerkracht om de leerlingen in groepjes te laten nadenken over ‘ja maar’ stellingen (hierbij bijgevoegd: Groep 6 Stappenplan filosofieles over Nederland). Bijvoorbeeld: ‘De Nederlander is lang, heeft blond haar en blauwe ogen’… Ja dat is waar, maar niet altijd… Wanneer wel, wanneer niet… Wat zien de leerlingen zelf in hun directe omgeving, thuis, in hun familie, bij vrienden, op school?… En zijn er cijfers en feiten over te vinden?

De gedachte erachter was dat verschillende groepjes zich zouden buigen over een eigen vraag en hun bevindingen op een poster aan de klas zouden presenteren. Op deze manier kan er voor de hele klas een totaalbeeld ontstaan. De vraag: ‘Wie is de Nederlander?’, hebben de leerlingen dan op deze wijze samen ontrafeld.

Ik ging de leerlingen interviewen hoe dit proces was gelopen en was verrast door hun open houding en de weloverwogen wijze waarop ze hierover hebben nagedacht. Dit resulteerde in het volgende filmpje…

Veiligheid, vriendschappen, taal en familie vinden onze leerlingen belangrijk. Ze hebben het prachtig verwoord. Het is met 10 minuten een beetje lang geworden maar ik wilde al hun ideeën over ‘De Nederlander’ aan het woord laten. Mooi om te zien hoe open en zonder vooroordeel deze leerlingen hun gedachten verwoorden. Ik ben benieuwd of u als kijker net zo trots op ze bent als ik.

Dankjewel groep 6! Ik heb van jullie genoten!
Juf Annemarie

 

Waarom ik als leerkracht een ‘Maker’ ben…

Onderstaande gesprek op Twitter met Per_Ivar Kloen, die als docent ook actief is in de ‘Maker Movement’, was de aanleiding om eens te gaan nadenken waarom ik zelf een ‘makende leerkracht’ en ‘lerende maker’ geworden ben.

Schermafbeelding 2017-10-28 om 21.24.24Schermafbeelding 2017-10-28 om 21.24.41Schermafbeelding 2017-10-28 om 21.24.57Schermafbeelding 2017-10-28 om 21.25.10

Dus ja, als je de 50 bent gepasseerd bent word je sentimenteel en ga je terugblikken. Hoe ben je geworden wie je bent? Een collega in het onderwijs vertelde mij eens dat hij leerkracht was geworden omdat de school voor hem altijd een veilige plek was. Zijn visie was dat je die veilige plek ook in je verdere leven blijft opzoeken.

Mijn basisschool in het Almelo van de jaren 70 was bij vlagen heel gezellig maar zeker niet altijd een veilige plek. Die tijd en het onderwijs dat erbij hoorde is niet te vergelijken met hoe het nu is. Kinderen hadden een groot eigen leven waar ouders en leerkrachten weinig van wisten. Er waren periodes dat ik veel last had van pesterijen en soms werd het hard uitgevochten, waarbij kleren scheurden en de volgende dag de sporen zichtbaar waren… Blauwe ogen, bulten op het hoofd die door het haar heen staken (en dat was niet MIJN hoofd. Ik was een woest kind als ik getergd werd)… Ouders kwamen daar meestal niet voor naar school. Ook mijn schoolwerk regelde ik zelf en keek ik zelf na. De hele schoolbibliotheek had ik uit maar met Blokrekenen zat ik 2 jaar lang in blok 5 zonder dat de leerkracht ernaar omkeek. In de vijfde klas (groep 7) kwam men er achter dat ik grote hiaten had. Mijn vader zei over de onvoldoende voor rekenen op mijn rapport dat ik ‘het als de donder in orde moest maken’. En zo geschiede. Ik ging aan het werk. Ook daar kwamen ouders niet direct voor naar school. Spelling en grammatica werden overgeslagen. We moesten het maar schrijven zoals we dachten dat het goed was. Op het Erasmus lyceum waar ik naar toe ging was men op de hoogte van deze gigantische hiaten op alle leergebieden, dus werden rekenen, spelling en grammatica van de basisschool in sneltreinvaart dunnetjes overgedaan in klas 1 en 2. En daar ben ik het Erasmus nog dankbaar voor. Op de middelbare school begon voor mij wat betreft de schoolvakken pas iets wat leek op een leerproces. De basisschool bestond vooral uit verveling en projectjes die ik niet echt serieus kon nemen… dus inspiratie uit mijn eigen jeugd om basisschoolleerkracht te worden… nee…

Als maker daarentegen koos ik mijn eigen leermeesters en bepaalde ik zelf wat ik zelf wilde leren. Want ik was een maker. Als kleuter al. Het zat in mijn bloed…

Ik moest maken anders werd ik ongelukkig. Mijn moeder zag dat. Ze zag ook dat de basisschool hieraan op geen enkele manier tegemoet kon komen en ze bracht me naar het Creatief Centrum. Ik stapte er als zesjarige binnen en ging er pas weg toen ik Almelo verliet voor de kunstacademie in Den haag. Er liepen daar echte kunstenaars rond met baarden en namen die ook van zeerovers hadden kunnen zijn: Barend, Berend en Anton… Het maakte indruk op mij als kind. Die mannen werden mijn helden. Er was enorm veel ruimte, een betonnen vloer waarop gemorst mocht worden en een schat aan materialen. Je had er 3 drukpersen van verschillend formaat, draaischijven voor pottenbakken, een variëteit aan gereedschappen en eindeloze hoeveelheden hout, klei, verf, wol, stoffen en papier in allerlei soorten, kleuren en maten. En je mocht pakken, maken en proberen wat je wilde. Als je dan bezig was kwamen ze langs, de kunstenaars, met hun blik op je werk, hun advies en waar nodig hun helpende hand. Hoe jong je ook was en hoe onbeholpen je poging, je werd serieus genomen.

In mijn tuin staan nog wat herinneringen aan die tijd. Links staat één van de vele kabouters die ik maakte. In de leeftijd van 8 tot 10 jaar las ik alle sprookjes die er te lezen waren (de bibliotheek in Almelo was ook geweldig) en boetseerde ik graag kabouters. De data staan nog gekerfd in de werkstukken. Veel later maakte ik als 17 jarige het betonnen konijn rechts voor mijn lieve tante Annie. Zij wilde een beeld voor bij haar vijver. Een beeld dat dus buiten kon staan in weer en wind. Nu zij is overleden staat het weer bij ons in de tuin. Het was een project waaraan ik een jaar heb gewerkt. Ik moest een armatuur lassen, het konijn daaromheen boetseren, een mal maken, beton storten en de mal weer weghakken. Uiteraard kon ik dat niet alleen. Ik besprak mijn plannen met
Jan Kip (Oldenzaals kunstenaar en maker van het Boeskoolmenneke). Hij gaf me bij iedere stap raad: ‘Ga naar een plek waar wordt gebouwd en haal daar betonijzer’, hak recht naar het beeld toe, maak het gips nog wat dikker etc, etc. Bovendien was er letterlijk mankracht voor nodig om het beeld te tillen en leerde hij me de technieken door het samen stap voor stap te doen. Jan Kip, Anton Guiljam en Antoinette de Ruiter waren de kunstenaars van wie ik het meeste leerde.

Bij Anton kon ik terecht als ik wilde etsen (zie hierboven) of met olieverf aan de slag wilde. Alles kon en mocht. Er waren geen limieten aan formaat of materiaal. De vrijheid die op de basisschool in mijn nadeel werkte en die ik misbruikte door twee jaar lang nauwelijks iets te doen voor rekenen en stiekem boekjes te lezen, werkte hier in mijn voordeel. Ik stelde mijn eigen doelen en had altijd een project onder handen. Nu zouden we dat eigenaarschap van de leerling noemen. Soms deed ik iets geheel op mezelf en had ik nauwelijks hulp nodig.

IMG_6542

Toen ik graag wilde batikken (zie wandkleed hierboven, ik heb er vele gemaakt) kon ik rustig mijn verfjes koken en mijn was warmen op een elektrische plaat. Ik voelde me net een heks met haar eigen magische brouwsels. Als ik Linoleumsnedes wilde maken stelde ik zelf de hoogte van de pers in. Vond ik stoer, een manshoge pers die helemaal voor mij was…

En bovenstaande lino’s zijn het formaat van een opengeslagen krant. Kom daar maar eens om op een school. Daar moet je altijd zuinig zijn met materialen. Deze lino’s maakte ik op mijn 16e en zijn al een leuk voorbeeld van onderzoek naar patronen en vlakverdeling. Als puber wil je de wereld zo echt mogelijk weergeven, zoals in de etsen ook duidelijk te zien is. En ‘echt’ is op deze leeftijd vaak detail en materiaalbeheersing. Deze lino’s gaan al een stapje verder en laten ook onderzoek zien naar wat kan worden weggelaten. Het beeld wordt er alleen maar spannender door. Alle makers en kunstenaars zijn ook onderzoekers. Elk werkstuk, hoe eenvoudig ook, is een onderzoek met een eigen vraagstelling.

Veel werk gaf ik weg. Mijn judoleraar heeft nog een loden beeldje van mij. Mijn blokfluitlerares, Ineke Ponten, gaf ik een beeld van de Rattenvanger van Hamelen. Dit heeft altijd bij haar op de vleugel gestaan en is bij haar overlijden met liefde doorgegeven aan één van haar jongere neven die het graag wilden hebben…

Zodra het werk af was vond ik het leuk als het de wereld in ging. Daarom wilde ik ook kunstenaar worden. Wat ik maakte verbond mij met andere mensen. Ik maakte het met plezier en beeldjes, wandkleden, schilderijen en tekeningen, vonden hun plek bij familie, vrienden, buren, bekenden, kinderen, volwassenen… Ik kom soms nog mensen tegen die zeggen dat ze nog iets van mij aan de muur hebben hangen terwijl ik dat alweer was vergeten en dat geeft me een warm gevoel. Je hebt een plek in iemands dagelijks leven met je werk.
IMG_6548
Dus ik ging naar de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag (KABK). Hier zie je me staan voor mijn eigen stillevens tijdens een uitleg (een beoordeling waarbij je al je werk moest ophangen en iedereen kon komen kijken). De kunstacademie voelde als thuiskomen, maar van de verkoop van mijn werk heb ik nooit kunnen leven.

Per Ivar Kloen zei een aantal mooie dingen in ons gesprek op Twitter waaronder ook dat een Maker Space een gemeenschap is. Zo’n gemeenschap was het Creatief Centrum in Almelo ook. Iedereen was er welkom. Welkom om je helemaal uit te leven in je werk zoals ik of om alleen wat te kletsen met een bekertje koffie en een sigaretje. Ik herinner me nog hoe een ouderpaar hun al volwassen verstandelijk gehandicapte zoon Hans binnen brachten. Vol twijfel lieten zij hem de eerste keer achter. Al gauw genoot hij net als ik. Hij maakte bijvoorbeeld van klei ‘echte flesje bier’ voor zijn lievelingspopgroep ‘Normaal’, een boom met een geheimzinnig gezicht, ‘de Boomman’, en meer prachtige werkstukken. Hij rookte al proestend een pijpje en als hij naar huis ging loeide hij met een enthousiaste groet de namen van iedereen die hij kende door het hele complex. Dat duurde lang want hij leerde steeds meer mensen kennen. Hij bracht iedereen aan het lachen en zijn zelfvertrouwen groeide. Dat doet maken met mensen…

Onze basisschool is ook een gemeenschap. En ik ben geen leerkracht geworden omdat de basisschool mij herinnert aan een veilige plek. Ik wilde juist kunstenaar worden omdat het Creatief Centrum voor mij een thuis en toevluchtsoord was waar ik mezelf kon zijn, veel meer dan op school. Waar je hulp kreeg wanneer je dat wilde en met rust gelaten werd als je daar behoefte aan had. Maar nu ik eenmaal via vele omwegen en eigenlijk ongepland leerkracht op die basisschool ben geworden wil ik hier een beetje mijn eigen creatief centrum creëren. Ik zeg ‘een beetje’ want ik moet het doen met zoveel minder ruimte, tijd, collega’s en materialen, maar wel met veel hart voor de zaak en steeds meer kennis van onderwijs. Voor leerlingen die al weten dat ze maker zijn, maar ook voor de leerlingen die dat (nog) niet weten, want iedereen is op zijn manier maker. En vooral voor de leerlingen die van de basisschool afgaan en denken dat ze ‘dom’ zijn omdat ze alleen zijn getest en afgerekend op vakken die ze minder goed beheersen en nooit iets hebben mogen doen waarin ze zichzelf konden vinden. In hun glanzende oogjes en enthousiasme herken ik iets van het kind dat ik zelf vroeger was en zie ik dat ‘maken op de basisschool’ een plek verdient.

Dus wordt vervolgd,
Juf Annemarie

 

Pinokkio, een terugblik op de technieklessen…

Met dit filmpje kijken we terug op onze technieklessen van voor de Herfstvakantie. In alle groepen zijn Pinokkio’s gemaakt. Hoe we dat precies doen is te lezen op de lessen op deze site. Ik heb er van genoten en volgens mij de leerlingen ook.

Een aantal klassen gaan door met het aankleden van de Pinokkio en/of een poppenspel in een theater of schaduwspel. Hierin kunnen dan weer andere technieklessen een rol gaan spelen. Licht en geluid bijvoorbeeld.

We blijven dus bezig met onze technieklessen.

Wordt vervolgd,
Juf Annemarie

Terugblik: Toptalent in Nederlands onderwijs… maar ook stakingen

Ik had de eer te mogen deelnemen aan een panel bij de de uitreiking van de OnderwijsTopTalentPrijs. Jong onderwijstalent presenteerde zich op 5 oktober in de Hogeschool Arnhem Nijmegen…

37768946101_d1c4ffe838_o

Indrukwekkend om te zien met hoeveel kennis, kunde en passie deze nieuwe lichting onderwijsmensen zich liet zien. Ze studeerden af met prachtige leervragen. Hieronder slechts een greep uit wat er allemaal door deze groep afgestudeerden is onderzocht:
Hoe kan muziek autistische kinderen helpen?
Hoe stimuleer ik eigenaarschap bij leerlingen?
Wat is creativiteit en hoe ontwikkel je dat bij je leerlingen?
Hoe zet je literatuur in bij multicultureel onderwijs?

Prijswinnares Zuzana Molcanova (Fontys Lerarenopleiding Tilburg) vertelde haar leerlingen dat het boek ‘De Vliegeraar’ van Khaled Hosseini hun leven zou gaan veranderen. Een dappere en bevlogen uitspraak. Zuzana zei verder dat haar voorspelling niet direct bij alle leerlingen overkwam maar dat een leerling die eerst sceptisch was haar later kwam vertellen dat het boek inderdaad haar leven had veranderd. Dat is wat leerkrachten doen in het onderwijs. Wij hebben invloed op het leven en de toekomst van onze leerlingen.

De presentatie van al dit werk toont opnieuw aan hoe veelzijdig en complex onderwijs is en wat je als leerkracht eigenlijk allemaal moet kennen, kunnen en tot in je vingertoppen moet beheersen. Bovendien wil je toetsen of je je doelen hebt behaald en of de vragen die je hierboven hebt gesteld ook een effect lieten zien in je groep leerlingen. Hoe meet je dat? Wat zijn je instrumenten? Welke analyse maak je naar aanleiding van je metingen? Dat waren allemaal vragen die in het panel gezamenlijk met de zaal werden belicht.

Ik zocht nog eens even na wat een ‘gewone leraar basisonderwijs’ met een LA schaal eigenlijk allemaal behoort te doen in zijn/haar werk. Die lijst (van de PO raad) is niet mis en is slechts een basis. Hieronder geef ik hem nog even weer:

Werkzaamheden

1. Onderwijs en leerlingbegeleiding.
* bereidt de dagelijkse onderwijsactiviteiten voor;
* geeft les aan en begeleidt leerlingen;
* hanteert verschillende didactische werkvormen en leeractiviteiten, aansluitend op de leer‐ en opvoedingsdoelen van de school;
* creëert een pedagogisch klimaat waarin alle leerlingen zich veilig en gewaardeerd voelen;
* stimuleert en begeleidt sociale vaardigheden bij leerlingen met verschillende sociaal‐culturele achtergronden;
* structureert en coördineert activiteiten van de leerlingen, organiseert en plant activiteiten in homogene en heterogene groepen, inclusief subgroepen;
* kijkt onderwijsactiviteiten van leerlingen na en corrigeert;
* speelt in de les in op ontwikkelingen op terreinen als maatschappij en cultuur, natuur en techniek, gezondheid en milieu, politiek en levensbeschouwing;
* registreert en evalueert ontwikkelings‐ en leerprocessen van leerlingen en stelt op basis daarvan handelingsplannen op;
* signaleert (sociaal) pedagogische problemen bij leerlingen en stelt een diagnose;
* begeleidt individuele leerlingen aan de hand van handelingsplannen;
* coördineert de leerlingenzorg voor de eigen groep;
* begeleidt leerlingen op basis van het zorgplan;
* bespreekt probleemleerlingen met de seniorleraar of intern begeleider en/of de directeur;
* begeleidt de lerarenondersteuner, onderwijsassistent en/of stagiaires in de eigen les/groep;
* bespreekt de voortgang en de ontwikkeling van leerlingen met ouders/verzorgers;
* houdt het leerlingdossier bij;
* geeft voorlichting aan ouders/groepen ouders en verzorgers over de situatie van het kind in het kader van het bevorderen van hun deskundigheid;
* neemt deel aan teamvergaderingen;
* organiseert overige schoolactiviteiten en voert deze uit;
* onderhoudt contacten met de ouderraad.

2. Bijdrage onderwijsvoorbereiding en ‐ontwikkeling.
* draagt bij aan de formulering van leer‐ en opvoedingsdoelen van de school, in onderlinge samenhang en voor één of meerdere leerjaren;
* vertaalt ontwikkelingen op terreinen als maatschappij en cultuur, natuur en techniek, gezondheid en milieu, politiek en levensbeschouwing naar didactische werkvormen en leeractiviteiten;
* doet voorstellen voor nieuwe lesmethoden en programma’s;
* zet mede, in teamverband, de pedagogische koers uit, voert hierover overleg met betrokkenen en verwerkt de koers in didactische werkvormen en leeractiviteiten.

3. Professionalisering.
* houdt de voor het beroep vereiste bekwaamheden op peil en breidt deze zo nodig uit; * neemt deel aan scholings‐ en ontwikkelingsactiviteiten en o.a. collegiale consultatie;
* houdt zich op de hoogte van de ontwikkelingen op het vakgebied, bestudeert relevante vakliteratuur.

En bovenstaande lijst is de start. Veel collega’s houden zich daarnaast nog bezig met eigen specialismen en zaken die hen boeien zoals het doen van onderzoek binnen de lespraktijk of het opzetten van ‘Makerspaces’, om maar gewoon eens wat te noemen.

Velen van ons zijn gedragspecialist, specialist in rekenen of taal of geschoold in Remedial Teaching. Op onze basisschool zijn niet alleen de leerlingen maar ook de leerkrachten hard bezig zich te steeds scholen en hun talenten te ontplooien. Een leven lang leren moet je immers ‘voorleven’.

Maar nu kom ik toch op de voorwaarden die aanwezig moeten zijn voor dit leven lang leren en voor een innovatieve organisatie. Helaas hebben onze leerkrachten voor hun specialismen en passies nauwelijks de tijd en staan collega’s als legbatterijen voor de groep. Mijn directeur is dagen kwijt om bij ziekte vervangend personeel te vinden. En eigenlijk is onze kanjer van een conciërge ook al jaren wegbezuinigd en en wordt ieder jaar bekeken of ze nog kan blijven omdat ze uit een speciaal potje wordt betaald, dus mogelijk moeten wij volgend schooljaar zelf de melk rondbrengen, de telefoon aannemen, de deur opendoen, het magazijn aanvullen, bestellingen doen, etc, etc…. Daar sta je dan met je talenten en je mooie opleiding(en). En onze school is echt geen uitzondering. Zie ook het heldere stuk van Rienkje van der Eijnden, directeur basisschool De Zuiderzee…

Dus 5 oktober was niet alleen de dag van het TopTalent. Op 5 oktober was er natuurlijk ook de staking van basisschoolleraren en de manifestatie in het Zuiderpark in Den Haag. Onze school was dicht. Terecht denk ik dan. Wij hebben niet alleen gestaakt voor een fatsoenlijk loon. Wij hebben gestaakt om al die mooie onderwijsvragen van dit toptalent te kunnen behouden. In een totaal uitgeklede organisatie die ons onderwijs is, is er geen tijd voor reflectie of innovatie (behalve dan op je vrije zondagmiddag of in je vakantie waaraan door de laatste CAO’s ook al is geknaagd).

IMG_6338

Ik zie net op Twitter dat Arie Slob de nieuwe minister van onderwijs gaat worden. Ik zou hem willen vragen: Geef ons alstublieft de ruimte om ons mooie vak op een goede manier te kunnen uitoefenen. We zitten op een kantelpunt: gaat er eindelijk geluisterd worden naar het werkveld en kunnen we in de toekomst ten volle gebruik gaan maken van ons toptalent of zal ons onderwijs desintegreren ondanks alle passie en inspanningen op de werkvloer…

Wordt vervolgd,
Juf Annemarie

Techniek is niet alleen techniek…

Even een foto maken in de techniekles van collega Carola. De camera richt zich diagonaal door het lokaal en registreert allemaal aandachtige leerlingen…IMG_1015

Lekker aan het werk. Nu even niet in de boeken, lezen of luisteren maar eens leren door te doen. Juist die afwisseling motiveert. ‘Techniek is niet alleen techniek’, denk ik bij mezelf, terwijl ik deze beelden schiet. De vorige blogpost ging ook al over deze techniekopdracht, het maken van een Pinokkio, die juf Carola en ik momenteel aan alle klassen van OBS De Startbaan geven. Hierbij leren de leerlingen zagen, boren, schuren, vijlen, meten en timmeren. Maar dat is het niet alleen… De leerlingen kunnen en mogen veel meer doen. En ze mogen het ZELF doen. Zelf kiezen of ze lekker bij elkaar gaan staan of een eigen plekje kiezen…

Zelf ontdekken hoe ze gereedschap hanteren en of dat makkelijker samen gaat of alleen…

Zelf een helpende hand zoeken of kijken of je het alleen kunt… En ontdekken hoe leuk het is om een helpende hand toe te steken. Leerlingen van groep 7 waren afgelopen week verdeeld bij de kleuters en werden direct door juf Anneke ingezet om de kleuters te helpen hun Pinokkio af te maken. Leuk voor beide partijen…

Techniek is ook zelf nadenken over je eigen doelen: Is dit nu af? Vind ik het goed zo? Of wil ik er nog meer aan doen? Wat zijn de vervolgstappen? Welk materiaal heb ik daarbij nodig? Trots kwamen een paar leerlingen vanmiddag aan het eind van hun les naar mijn kantoortje. Ze wilden even het resultaat laten zien. De Pinokkio’s zagen er prachtig uit. Laten we ze zo in hun blootje of niet? De leerlingen zaten boordenvol plannen om hun poppen aan te kleden, haren te geven, een muts op te zetten en oh ja… Piniokkio hoefde niet altijd een jongen te zijn. Het mocht ook best een meisje worden: Pinokkia. En dan is breien of haken ook wel weer leuk om te leren. Misschien hebben ze nog wol en stof thuis liggen. Vilt is ook een goed idee. Dat hoef je niet af te hechten.

IMG_1043

Hoe maak je er nu eigenlijk een marionet van? En wie had deze opdracht bedacht? Was ik dat? Ik vertelde dat Rita Baptiste een belangrijk aandeel had in dit idee. Oh, was dat zo? Wie is dat dan? Dan moest Juf Rita als ze volgende week toch langskomt beslist ook even bij hun in de groep komen kijken… Even kennismaken en het werk bewonderen…

Dus inderdaad… Techniek is niet alleen techniek…

Voor wie wat meer foto’s wil bekijken en/of downloaden hieronder wat linkjes naar fotoalbums:

Groep Paars, Groep Blauw, Groep 5, Groep 6, Groep 7. De andere groepen volgen nog.

Dus wordt vervolgd,
Groet,
Juf Annemarie

 

 

Technieklessen op OBS De Startbaan…

Met de start van het nieuwe schooljaar gingen ook de technieklessen beginnen. In ons mooie technieklokaal lagen materiaal en gereedschappen al klaar om door vele kinderhanden te worden ontdekt.

En een heel leger Pinokkio’s wandelden deze week met bewegende ledematen aan de hand van trotse leerlingen het lokaal weer uit. Dinsdag was als eerste de kleutergroep van juf Anneke aan de beurt…

Meten, zagen, vijlen, timmeren en boren waren allemaal dingen die je als kleuter niet dagelijks doet. Juf Anneke en juf Annemarie waren zo druk bezig met de helpende hand hier en daar, dat er weinig tijd overbleef om foto’s te maken. Toch was het opvallend hoe goed vooral sommige meisjes zich al thuis voelden in de techniek…

Mooi is het dan om vandaag het verschil te zien met groep 5. Op deze regenachtige vrijdagmiddag kwamen 30 leerlingen uit deze groep het technieklokaal binnen. Ze moesten hun energie kwijt want lekker even buitenspelen was er in de pauze niet bij met dit weer. Zou dat wel goed gaan tussen de zagen en de hamers? Maar het werd een geweldige middag. Dat kwam mede dankzij de extra helpende handen van 2 moeders, Ingrid en Carola. Nu was er voor de juf ook tijd om even een foto te maken…

Na een korte instructie en uitleg over het gebruik van het gereedschap stonden de leerlingen te popelen om aan de slag te gaan. Daarbij werd handig samengewerkt…

Het is heel fijn als iemand tijdens het zagen je helpt met vasthouden. Maar ook een momentje geconcentreerd op jezelf is mogelijk in de twee ruime lokalen…

En dan is er de trots over het behaalde resultaat…

We nemen altijd even de tijd om te evalueren en elkaars werk te bekijken. Hierbij viel op dat er veel creatieve eigen oplossingen en ideeën waren: Mooie gezichtjes, eigen oplossingen voor verbindingen en zelfs een Pinokkio met 4 armen van Dylano, een soort Superheld-Pinokkio. Het opruimen verliep ook als een zonnetje op deze regenachtige middag. Tot slot nog een groepsfoto van de Pinokkio’s en hun makers…
IMG_0053.jpgZo ga je als juf blij het weekend in…

We gaan nog verder met de Pinokkio’s en nog verder met techniek in de andere klassen.

Wordt dus vervolgd,
Juf Annemarie

Brief aan de nieuwe minister van OCW…

Vakantietijd, komkommertijd, tijd om uit te rusten en de balans op te maken van het afgelopen jaar en plannen uit te werken voor het komend jaar. Daarbij ligt mijn focus vooral op de zaken boeien, energie geven en inspireren en zo min mogelijk op zaken die frustreren.

Maar wat schrijf je nu aan de minister van OCW als hij of zij werkelijk de moeite zou nemen die brief ook te lezen en ernaar te handelen? Dat was de vraag die werd gesteld in de online lerarencommunity van OCW. In deze online community werden diverse vragen door OCW voorgelegd aan het veld, zoals het dreigende lerarentekort.

Ik was verrast om via de mail te vernemen dat mijn brief is verkozen als beste brief. Ik las hem nog eens door en kan er nog helemaal achter staan. Wel overheerst in deze brief in grote lijnen toch de frustratie over wetgeving die naar mijn idee goed onderwijs belemmert. Niet aan de orde komen mijn grote nieuwsgierigheid naar hoe mensen leren en mijn passie voor lesontwerp. Van deze passie wordt je door de waan van de dag en het toenemende woud aan regeltjes te vaak weggehouden.

Ik verwacht het niet maar hoop wel dat de nieuwe minister van Onderwijs deze brief zal lezen en een start zal maken het Nederlandse onderwijs weer meer aantrekkelijk te maken voor de leerkracht en daarmee ook voor de leerling.

Hieronder is mijn brief aan de nieuwe minister nog eens te lezen…

Brief aan de minister van onderwijs…

Waarom dreigen er tekorten in het onderwijs?
Waarom zijn onderwijsmensen zo boos? Waarom dreigen er stakingen van een beroepsgroep die in principe nooit leerlingen en ouders wil duperen? Het antwoord is heel simpel: Als je de fabel kent van de kip met de gouden eieren en we zien goed onderwijs als gouden ei en de leerkrachten als de kip die dat ei moeten leggen, dan weet je het antwoord al: De leerkrachten zijn legbatterijen geworden…

Hoe is dat zo gekomen?
Iedereen in het onderwijs kent wel het model van Luc Stevens. Hij beschrijft 3 basisbehoeften van leerlingen: relatie, competentie en autonomie. Voor leerlingen doen we wat dit betreft erg ons best. Wat betreft leerkrachten wordt dit model al jaren met voeten getreden. Een diep gevoel van verwijdering en onvrede is het gevolg. Wat betreft autonomie is het onderwijs lang kleingehouden in een afrekencultuur en wat betreft competentie wordt de leerkracht steeds minder als professional gezien.

Waaruit blijkt dat?
Een steeds dikker wordende schil van managers en ondersteuners bemoeit zich met het onderwijs met salarissen waar leerkrachten niet aan kunnen tippen. Is die expertise niet aanwezig in de klas? Jawel hoor, wij hebben reken-, taal-, en gedragsspecialisten, coaches, video interactiebegeleiders, en leerkrachten met een Master SEN of academische graad. Zij hebben met de lerarenbeurs kunnen studeren en waren daar ook dankbaar voor. Echter zodra het diploma behaald was moesten ze weer rap als legbatterij terug naar de klas… meer eieren leggen. Geen tijd voor de kip zelf in de vorm van tijd voor reflectie, toepassing van verworven expertise of uitleven van interesses… Nee dat voorrecht behoort aan het legertje externen.

Is er dan geen geld voor?
Natuurlijk wel, maar dat geld zit niet in de scholen maar ligt bij de samenwerkingsverbanden. Kunnen we daar niet bij dan? Jawel maar dan moet je eerst dikke dossiers schrijven die jaarlijks moeten worden geëvalueerd ook weer door externen natuurlijk. Hoe kan de minister dit oplossen? Heel simpel door het geld weg te halen bij die samenwerkingsverbanden en de basisondersteuning van de scholen flink te verhogen. Zo komt het geld waar het nodig is: bij de leerlingen, de leerkrachten en de scholen. Op die manier kan de school haar eigen expertise gebruiken en vlucht talent niet de klas uit wat nu het geval is. De leerkracht kan zich weer competent voelen als hij de vruchten van zijn scholing, ervaring en interesses kan inzetten. Scholen en leerkrachten worden minder afgerekend door externe professionals en zullen meer autonomie voelen.

Wat kan de minister nog meer doen?
Hij of zij kan die schil van management en professionals die om het onderwijs zitten nog meer afpellen en bij de kern terechtkomen door eens dwars door het woud van raden, coöperaties en instituten heen, direct aan de leerkracht te vragen wat zijn mening is over bepaalde onderwijswetgeving. We nemen op dit forum toch ook de moeite om mee te denken en het op te schrijven? Heel moeilijk is dat niet. En is dat alles? Het lijkt mij een heleboel. Want de minister moet echt gaan luisteren naar het onderwijsveld en dan bedoel ik de LEERKRACHT. En als er werkelijk is geluisterd moet daarnaar gehandeld worden. Dat is niet moeilijk maar wel een hele cultuursomslag. Want de minister heeft zelfs niet geluisterd naar de eigen onderzoekscommissies. De commissie Dijsselbloem riep al dat het onderwijs met rust moest worden gelaten en dat onderwijsvernieuwingen even moesten uitblijven. En wat kregen we: Passend Onderwijs. De Arena zat destijds vol met protesterende leraren. Ik was er ook en wist toen al dat het niet zou helpen en de politiek niet zou luisteren. We zijn het gewend. Dus minister, wilt u gouden eieren? Zorg dan vooral voor de kip en begin met luisteren. Als u dan heeft geluisterd en nagedacht weet u wat ze nodig heeft aan relatie, competentie en autonomie en als laatste geeft u haar een extra graantje, maar dat laatste is echt niet de hoofdmoot van onze boosheid.

En nu maar hopen dat we volgend jaar een kanjer van een minister krijgen zodat we onze handen weer vrij krijgen om ons als leerkracht echt met het onderwijs bezig te houden.

Ik geniet nog even van mijn vakantie maar heb al een hoop ideeën voor komend schooljaar. Ook daarover zal meer volgen in dit blog.

Wordt vervolgd,
Juf Annemarie