Deze week kwam De Dutch Don’t Dance Division bij ons op school met de voorstelling #Pest. Nou heb ik vraagtekens bij het onderwerp. Niet omdat ik het niet belangrijk vind. Ik ben ervaringsdeskundige. Het gevoel dat je nooit ergens bij zult horen blijft in je vezels zitten. Ik ben er alert op in mijn klas. Ook herken ik het gepeste kind als geen ander in prachtige moeders en stoere vaders met tattoos op hun armen. Maar moet je het er steeds over hebben? Het doet me een beetje denken aan het onderwerp ‘zelfmoord’. Daar hebben we het ook niet te veel over omdat anders de volgende dag zich nog meer mensen voor de trein gooien. Vermindert expliciete aandacht voor een onderwerp het probleem? Die vraag is complex. Pesten is complex. Ik ben er nog niet uit of al die aandacht de situatie verbetert.

Maar goed. Ik moest voor de school de voorstellingen boeken. Dat was een heel gepuzzel. We wilden reiskosten uitsparen. De voorstellingen moesten dus in de school plaatsvinden. Dat schrapte al flink wat opties. Dan gaan ze niet optreden voor twintig leerlingen. Nog meer puzzelen. Welke klassen kon ik combineren met welke voorstellingen. Er bleven er een paar over. Ik hou van dans. Vooruit dan maar met dat onderwerp over pesten…

Voor het zover is
En dan komen de vragenlijsjes: Kunnen jullie dit even invullen? Welke ruimte hebben jullie en welke muziekinstallatie? En kan er een laptop aan? Hebben jullie iemand voor het licht? Kan er na die tijd voor de workshops een lokaal leeg? Jajaja… en of we ook even telefonisch contact kunnen hebben. Kan ook, tuurlijk, ik heb als leerkracht toch niets te doen…

Ze kwamen vroeg in de ochtend voor de lessen en in de verschrikkelijkste hoosbui van deze herfst tot nu toe.
‘Moeten jullie veel uitladen?’
‘Ja.’ Glimlach. ‘Heel veel.’
Zonder morren sjouwden ze hun toneelspullen door de regen de school in.
‘Waar is de koffie?’ Ik wijs het ze. ‘Top!’
‘We gaan opbouwen. Om tien uur kunnen jullie komen met je klas.’

En dan begint het…
Het publiek bestaat uit groep 7 van mij en groep 8 van mijn collega. Ik moet ze goed in de gaten houden want mijn leerlingen kletsen altijd onophoudelijk. Ze kregen van mij instructies mee over het gedrag dat ik van ze verwacht. Dat is nodig want ik heb al diverse keren ervaren hoe deze groep een gastdocent kan opvreten. Ik hoop dat deze voorstelling goed gaat verlopen.

De muziek begint. Een danser in traditioneel kostuum en maillots laat klassieke passen zien. Sprongen en pirouettes. Prachtig. Het maakt indruk op de leerlingen al is het vreemd, zo’n jongen in een maillot. Dat blijkt ook de bedoeling. Vanachter de schermen komen stoere jongens en meisjes op in straatkleding. Ping – Pong, klink de muziek en bij elke klank raken ze hem aan, lachen ze hem uit en vernederen ze hem meer. Het is een sterk beeld. De balletjongen verkruimelt. Tot hij wijst op een kind in het midden van de voorste rij. Dat leidt de aandacht af. De pesters kijken nu naar haar… Gepeste is pester geworden.

IJzersterke beelden vullen daarna het toneel. Niets wordt uit de weg gegaan. En niets is wat het lijkt. Een straatjongen verruilt zijn gympen voor rode plateau-hakken. Een meisje laat haar haren zwieren. Uitdagend en agressief. ‘Ik kan dit doen. Jij niet…’ Lijkt ze te willen zeggen tegen een meisje met een hoofddoek. Maar later volgt verzoening, vriendschap en meer…

Emotie
De combinatie van dans en muziek opent herinneringen en emoties. Ik ben geraakt en krijg een brok in mijn keel. Ik slik hem weg. Tranen in het bijzijn van je klas is geen goed idee. Later hoor ik tijdens de lunch in de lerarenkamer dat mijn collega net zo geraakt was als ik. Zij vertelt dat ze wel heeft gehuild en een aantal leerlingen van haar ook.

Aan het eind van de voorstelling mogen de leerlingen vragen stellen aan de dansers. Ook dat is indrukwekkend. Jonge mensen van 20 – 21 jaar staan voor ons. Trots en kaarsrecht, zoals dansers van nature staan. Ze komen van over de hele wereld om hier te dansen. De meesten stellen zich voor in het Engels, er wordt vertaald, een paar van onze leerlingen halen hun beste Engels uit de kast, een Franse danser antwoordt in zangerig Nederlands. Daarna volgen er workshops waarin de leerlingen zelf al bewegend zaken als ‘vertrouwen’ kunnen ervaren. De dansers gaan aan de slag met mijn groep en dat is een krachtsinspanning want de aandachtspanne van de leerlingen is kort. Maar ze doen het gewoon en wat ze doen komt binnen.

Na de voorstelling
Later komen kinderen naar mij toe. Ze zitten vol van wat ze hebben gezien. Een meisje zegt: ‘Ik mag van mijn moeder niet lesbisch zijn maar ik kan me wel voorstellen dat iemand anders het wel is.’ Het zet ze aan het denken. Het zet mij aan het denken. Er is een wind de school binnengewaaid. Een wind die meer lef met zich meebracht dan welk pestprogramma of pestprotocol dan ook. Zaken die je normaal niet gauw bespreekt zijn gezien en gevoeld. Op deze manier is het inderdaad geen slecht idee om pesten aan de orde te stellen. Het is wat kunst kan doen. Het gaat over je plaatsbepaling, je identiteit. Niet alleen in lesjes en woorden, maar ook tussen de woorden, achter de woorden… Dat, diep in jezelf wat niet te vangen is in woorden, aanraken. Daar komen we niet vaak in ons onderwijs. Wat mij betreft veel te weinig…

Dankjewel Dutch Don’t Dance Division. Jullie mogen vaker komen!

Wordt vervolgd,
Juf Annemarie

 

»

  1. Nelleke Douw schreef:

    Wat een fantastisch verhaal weer Annemarie, wat kijk en schrijf je toch goed!

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.