MAKEN en DOEN is leuk. Leerlingen krijgen er een sprankeling van in hun ogen. In een goede MAAK-les kunnen ze opgaan in hun werk. Dat betekent niet dat we alleen met onze handen werken en onze hersens in de kast laten. Juist in een goede MAAK-les doen leerlingen een hoop kennis en vaardigheden op. Tijdens het MAKEN en onderzoeken leren ze tevens verbanden leggen. Ik zie steeds meer paralellen met Begrijpend Lezen. Goed MAAK-onderwijs is ook rijk aan taal en leert leerlingen spelenderwijs redeneren, analyseren en verbanden zien als oorzaak/gevolg, tegenstellingen, analogieën, etc. Steeds meer zie ik MAKEN in de klas als BEGRIJPEND DOEN.

Hoe pak je dat aan?
Deze blogpost biedt geen sluitende methode of af verhaal. Ik wil het hier hebben over mijn eigen zoektocht die momenteel terug gaat naar de basis. Omdat ik dit schooljaar technieklessen geef aan alleen de onderbouw heb ik mezelf tot taak gesteld die basis nog eens goed onder de loep te nemen. Want kleuters zijn een geheimzinnig volkje en ik vind als rechtgeaarde bovenbouw-leerkracht deze doelgroep maar wat lastig. Vanaf groep 5 kunnen leerlingen al goed uit de weg met taal. Debatteren en filosoferen is mooi in te bouwen in de MAAK-lessen. Leren van ‘fouten’ en oplossen van problemen kunnen deze leerlingen al goed onder woorden brengen. En taal is altijd het vehikel waarmee zaken uitgewisseld en begrepen worden. Maar als er nog weinig taal is, hoe begin je dan?

Voorspellen
Als je wilt kunnen voorspellen moet je al bekend zijn met onderwerp. Je moet erover kunnen nadenken wat er gaat gebeuren als… . Dus moet je er eerst voor zorgen dat de kernbegrippen van je les helder zijn. Dat kan heel kort. Bij bijvoorbeeld een lesje over ‘drijven en zinken’ vraag je eerst aan de klas: Wat zie je als iets drijft? Wat gebeurt er als iets zinkt? Wat gebeurt er als iets zweeft in het water? Kun je een voorbeeld geven? Je krijgt zo een beeld van de beginsituatie van de klas en kunt direct iets toelichten als dat nodig is. De begrippen drijven, zweven en zinken worden aangeleerd. Maar dan komt het. Daarna mogen ze zelf aan de slag…

Als je nu de leerlingen zelf laat experimenteren met een bak water en een aantal spulletjes zijn ze gauw klaar. Alles wordt dan in de waterbak gekieperd en er volgt best een hoop plezier, maar je wil de leerling ook aanzetten tot nadenken en redeneren. Voorspellen en registreren is daarbij een mooi hulpmiddel. Kleuters kunnen meestal nog niet schrijven maar ze kunnen wel voorwerpen neerleggen of omcirkelen en op die manier registreren. Daarom maakte ik het volgende blad (A3 formaat), waarop de kleuters hun voorspelling konden neerleggen (registreren).

Op deze manier gingen de leerlingen eerst aan de slag met voorspellen. Het is leuk om dat in groepjes te laten doen zodat ze er samen over kunnen praten.

Zo wordt het denkproces spannender, want de leerling vraagt zich af: ‘Is het waar wat ik nu denk?’ Daarnaast wordt het denkproces zichtbaar voor andere leerlingen en de begeleidende leerkracht of hulpouder. De leerlingen kunnen met elkaar over hun voorspellingen discussiëren en een leerkracht kan nu gericht vragen waarom een leerling een bepaalde voorspelling doet. Pas als ze hebben voorspeld mogen de voorwerpen één voor één de bak in. Dan volgt het observeren. Wat gebeurt er? Was mijn voorspelling juist? Observeren is niet hetzelfde als kijken. Het is kijken met een vraag in je hoofd. En als je kijkt met vragen in je hoofd kijk je gerichter en zie je meer.

Creatief voorspellen
Een werkblad om voorwerpen op te leggen is niet de enige mogelijkheid om leerlingen hun voorspellingen te laten registreren. Je kunt hier als leerkracht creatief mee omgaan. Bij een les over magnetisme gebruikte ik bij de kleuters gewoon twee gekleurde vellen. Op het rode vel werden voorwerpen die volgens hen niet magnetisch waren gelegd en op het groene vel plaatsten ze de voorwerpen waarvan ze dachten dat die wel magnetisch waren. Voor wat oudere leerlingen in groep 3 maakte ik een formulier waarbij ze hun voorspelling konden afvinken onder rood of groen (niet of wel magnetisch). Deze leerlingen vonden het leuk om achteraf te turven hoeveel voorspellingen ze juist hadden en hoeveel niet. Ze hadden het turven net bij rekenen gehad. Achteraf beredeneren waarom een leerling een voorspelling niet juist had en wat er is bijgeleerd, kan met deze methode heel goed.

Wat ingewikkelder zaken als een stroomkringen en geleiding kunnen ook aanleiding zijn om voorspellingen te doen. Welke voorspelling zou je kunnen doen bij de situatie hier linksonder? En wat moeten de leerlingen aan voorkennis hebben?

Ze moeten eerst weten dat een batterij stroom geeft en dat het lampje gaat branden als de stroomkring gesloten is. Daar gaat dus het plaatje hier rechtsboven aan vooraf. En de vragen: Wanneer brandt het lampje niet meer? Waar kan ik de kring onderbreken? Welke materialen geleiden stroom? Wat kan ik als materiaal gebruiken om de stroomkring te sluiten? En dan zou je bij de scharen eerst kunnen laten voorspellen of het lampje anders gaat branden (feller of zwakker). Je kunt ook laten voorspellen hoeveel scharen er tussen geplaatst kunnen worden waarbij het lampje nog licht blijft geven. Een andere voorspelling kan gaan over welke materialen in de stroomkring geplaatst kunnen worden en het lichtje kunnen laten branden, kortom, welke materialen geleiden en welke niet.

Begrijpend doen…
Bij MAKEN en begrijpend doen zijn kennis en vaardigheden dus onontbeerlijk en met elkaar verbonden. Zonder voorkennis kun je niet aan de slag. Bovenstaande voorbeelden laten zien dat je met een kleine verandering in je lessen de leerlingen veel meer kan laten nadenken. We hebben het hier gehad over het stellen van goede operationele vragen, observeren, registreren, indelen/classificeren, interpreteren, analyseren, verklaringen bedenken en voorspellen. Dat is bijna heel het rijtje onderzoeksvaardigheden dat ik in een vorig blog over vaardigheden beschreef en dat ten grondslag ligt aan leren onderzoeken.

Net als woordenschat

Net als bij het verwerven van woordenschat, verdiepen en verbreden deze vaardigheden zich en ben je er je hele leven mee bezig. Als handvat voor leerkrachten maakten Rita Baptiste en ik dit boekje: ‘Onderzoeken met een vraag in je hoofd‘, met veel praktische voorbeelden die je makkelijk in je klas kan doen. Leerlingen die er aanleg voor hebben kunnen in de bovenbouw ook zelf dit boekje doorwerken om hun vaardigheden zelfstandig te verdiepen en uit te breiden.

Wordt vervolgd,
Juf Annemarie

»

  1. Marjolein te Slaa schreef:

    Bedankt voor de inspirerende blog!

  2. […] graag kennis aan via ervaringen. De verwerking van die kennis vindt in mijn lessen vaak plaats door MAKEN en DOEN. Hieronder een kort filmfragment over de laatste lessenserie waarin de onderbouw van het po kennis […]

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.